FAQ

Medicijnen

Ik wil medicijnen via de webshop bestellen maar er staan een aantal verschillende prijzen. Hoe gaat dit in zijn werk?
Antwoord

De prijs van receptplichtige medicijnen is opgebouwd uit een vast deel, de verstrekking kosten en een variabel deel, welke afhangt van de hoeveelheid. Indien we deze apart op de rekening zetten veranderd het btw tarief voor het verstrekkingsdeel van 6% naar 21% en wordt receptmedicatie dus een halve euro duurder. Daarnaast heeft de hoeveelheid invloed op de prijs. 60 tabletjes aftellen en van een passende verpakking en bijsluiter voorzien is nu eenmaal iets anders als en kant en klare verpakking. Om het zo eerlijk mogelijk te doen hanteren we dus aparte prijzen voor hele verpakkingen en voor het uitponden van medicatie. Omdat receptmedicatie in principe niet via een webshop verkocht mag worden zult u dit ook niet tegen komen op andere websites. Doordat de webshop is gepersonaliseerd en we u alleen medicatie aanbieden die op uw dieren van toepassing is kunnen wij dit wel doen. Dit is een uniek systeem en dus voor ieder een even wennen.

Conclusie:

  • Regelgeving en de wens om voor zo laag mogelijk kosten medicatie te verstrekken hebben geleid tot deze keuzes.
  • De enige manier om een vast tarief te hanteren is vaste aantallen te verstrekken> dus geen losse tabletten of deze als aparte items op te nemen.
  • Het is dus voordeliger voor u om grote aantallen af te nemen> dit is in principe gemaximeerd per klant of dat kan worden aangepast indien gewenst.

Kortom deze webshop maakt gebruik van uniek concept met unieke eigenschappen en maakt duidelijk dat de tarief structuur nu eenmaal complex is.

Mijn kat is nierpatiënt en drinkt nu veel. Mijn kat heeft vroeger prednisolon gehad toen dronk hij ook veel. Kan dit de oorzaak zijn van de nierbeschadiging?
Antwoord

In de volksmond heet het dat prednisolon op de nieren kan slaan. Hier worden echter twee zaken verward. Prednisolon heeft onder andere invloed op de water- en zouthuishouding. Dit is waar te nemen doordat de kat meer drinkt. Dit beeld lijkt voor sommigen wat op het veelvoorkomende beeld van nierproblemen bij de kat. Deze vergelijking gaat echter niet op. Langdurig prednisolon gebruik heeft allerlei kwalijke bijwerkingen, echter niet aan de nieren. Bovendien verdwijnt het vele drinken en plassen als de prednisolon wordt afgebouwd.
Wel kan prednisolon een verhoogde kans op infecties geven (óók van de nieren). Dit gebeurt echter niet bij de gebruikelijke dosering.

Ik wil bepaalde medicatie voor mijn huisdier die door jullie nog niet eerder is voorgeschreven, maar ik ben niet in staat om op consult te komen. Is het mogelijk dat ik toch deze medicatie voorgeschreven krijg?
Antwoord

Hoe vervelend het soms ook kan zijn, het is nooit mogelijk om op deze wijze geneesmiddelen voor te schrijven. Persoonlijke omstandigheden brengen hier geen verandering in. Wij hebben ons te houden aan regels die de wet ons voorschrijft op alle diergeneeskundige handelingen. Of dit nu gaat om asieldieren, vondelingen of dieren van minder bedeelden.
Als dierenarts wordt er van ons verwacht dat wij elke keer weer beoordelen of medicatie volgens de voorgeschreven richtlijnen gegeven worden. Één van die richtlijnen is dat de patiënt tenminste één keer per jaar moet worden gezien.

Ik heb medicijnen over en wil deze graag terugbrengen en mijn geld terugkrijgen. Is dit mogelijk?
Antwoord

Dit is nooit mogelijk. Zelfs niet als het een ongeopende verpakking betreft! Ongebruikte medicijnen kunt u bij de gemeente als klein chemisch afval ter vernietiging aanbieden.
Allereerst gaat dit in tegen bestaande richtlijnen. Daarnaast moet u het volgende bedenken:

  • Zelfs in gesloten verpakkingen kan de kwaliteit van geretourneerde medicijnen niet meer gegarandeerd worden, omdat geen controle mogelijk is op de omstandigheden waaronder ze zijn bewaard. Ze zouden bijvoorbeeld in een hete auto gelegen kunnen hebben. Het is daarom niet verantwoord die middelen weer te gebruiken. U zou het als klant ook niet waarderen als deze medicijnen vervolgens aan u zouden worden geleverd.
  • Ook gebruik onder omstandigheden waar men anders niet over dergelijke middelen beschikt, is moeilijk haalbaar. Afgezien van de al genoemde risico’s staan de kosten van het weer in roulatie brengen van dergelijke middelen niet in verhouding tot de baten.
  • Particulieren kunnen deze middelen inleveren bij de gemeente als klein chemisch afval. Voor bedrijven, zoals dierenklinieken, zijn aan de wettelijk voorgeschreven afvoer van dergelijke middelen kosten verbonden.

Entstoffen

Wat is het verschil tussen dode en levende entstoffen?
Antwoord

Verschil in werkingsmechanisme
Levende (verzwakte) entstof geeft mits correct toegepast veel minder bijwerkingen en werkt veel beter dan dode entstof. Incidenteel geeft dode entstof zelfs zeer ernstig (dodelijke) bijwerkingen zoals kwaadaardige tumoren en arthus reacties. Vooral het toegevoegde aspecifieke immuunsysteem prikkelende middelen adjuvantia zijn hiervoor verantwoordelijk. Deze zitten niet in levende entstoffen.
Levende entstoffen werken ook anders. Met levende entstoffen maak je de infectie door van een ongevaarlijke variant. Een variant die geen ziekte verschijnselen geeft. Ooit vond Pasteur uit dat het koepokken virus de mens nauwelijks ziek maakt maar wel beschermt tegen het dodelijke pokken virus. Zo maakt het menselijke mazelen virus honden niet ziek maar beschermt ze wel tegen een dodelijke hondenziekte. Het afweer systeem reageert op deze infecties via vaccinatie toegediend op natuurlijke wijze. In het algemeen geldt wel; hoe milder de variant, hoe milder de ziekte, hoe korter de immuniteitsduur.
Vaccinatie met dode entstof is meer gebaseerd op een opruimreactie. Als je het lichaam bestookt met lichaamsvreemde stoffen volgt een opruim reactie en bij voldoende prikkeling het aanmaken van afweerstoffen. Omdat dit te versterken worden adjuvantia toegevoegd. Toch kan daarbij niet altijd voorkomen worden dat het ene individu onvoldoende reageert en het andere individu juist allergisch reageert.

Veiligheid bij het omgaan met levende entstoffen
Het omgaan met levende entstoffen vergt een grotere kennis en discipline dan het omgaan met dode entstoffen. Met dode entstoffen kun je eigenlijk geen fouten maken. Daarnaast is het bewaren en opslag van de levende entstoffen veel kritischer. Levende entstof die bedoeld is om onder de huid aangebracht te worden mag bijvoorbeeld niet op de slijmvliezen komen. Omdat fouten altijd gemaakt kunnen worden, mogen sommige entstoffen alleen als dode entstof geproduceerd worden. Zeker als ze een gevaar kunnen vormen voor de mens (bijvoorbeeld rabiës of miltvuur). Een andere reden is dat van sommige entstoffen het technisch niet mogelijk is een levende variant te maken. Een voorbeeld hiervan is tetanus. Een infectie met een tetanus bacterie geeft namelijk geen immuniteit tegen een volgende tetanus infectie. Dus vaccineren met een milde vorm van tetanus heeft dan ook geen zin. Vooral als je meerdere katten in één sessie vaccineert kan dit makkelijk fout gaan indien je hier niet zeer bewust mee omgaat. Entstof op de handen waarmee daarna in de bek van de volgende kat wordt gekeken is hier een voorbeeld van. Veel dierenartsen hebben dan ook teleurstellende resultaten, zoals in de vele artikelen en verhalen is te vinden, zonder dat ze zich realiseren dat ze hier zelf gewoonlijk de oorzaak van zijn, en dus eigenlijk vaker de hand in eigen boezem zouden moeten steken. Fabrikanten maken hier handig gebruik van om de veiligheid van hun dode entstoffen te promoten. De VS met hun angst voor bacteriologische oorlogsvoering werkt alleen met dode entstoffen. Mens en nationale veiligheid heeft daar voorrang op het gezondheidsrisico voor dieren. Bovendien hoeven dode entstoffen niet gekoeld te worden bewaard en getransporteerd en zijn langer houdbaar wat ze commercieel aantrekkelijker maakt. Sommige entstoffen zijn ook nauwelijks als dode entstof toe te passen zoals Chlamydia. De commerciële belangen van firma’s die dus met hun dode entstoffen geen goed vaccin met Chlamydia kunnen maken kan in het verleden een rol hebben gespeeld in het niet onderkennen van het belang van Chlamydia. De entstof welke dus levende Chlamydia bevat is bij een juiste toediening zelfs zeer veilig. Voordat een partij wordt vrijgegeven wordt deze bijvoorbeeld in honderdvoudige dosis bij honderd SPF katten (Specifiek Pathogeen Vrije) toegediend. Bij deze honderd katten mag met deze zeer hoge dosis geen enkele vorm van ziekte optreden. Chlamydia is echter alleen veilig als deze strikt onder de huid wordt gegeven. Zit dit aan de handen van de dierenarts of komt het door elkaar of zichzelf likken en wassen in de mond en ogen terecht dan leidt dit tot (een lichte vorm) van niesziekte. Vooral bij katten die nog niet eerder gevaccineerd zijn (kittens).

Tandheelkunde

Wat is de reden dat het gebit van mijn dier schoongemaakt moet worden en wat kost dit?
Antwoord

Er zijn een aantal redenen om een gebit te willen schoonmaken:

  • Esthetische: mooie schone tanden bij je huisdier fijn vinden.
  • Preventief: er zijn nog geen gebitsproblemen. Reiniging moet dit voorkomen.
  • Geur uit de bek: niet zelden komt deze niet uit de bek maar is het een gevolg van een slechte darmfunctie.
  • Gebitsproblemen: met name tandvleesproblemen (paradontitis) zijn een belangrijke reden.

Als lid van de Werkgroep Veterinaire Tandheelkunde refereren wij graag aan het artikel van oud collega van Foreest (zie kosten gebitsreiniging), waarin hij duidelijk maakt dat kosten pas beoordeeld kunnen worden als de staat van het gebit bekend is. Bovendien komt het regelmatig voor dat pas tijdens het schoonmaken duidelijk wordt wat de staat van het gebit is. Wij hebben mogelijk wat lagere prijzen in vergelijking met andere klinieken die goede kwaliteit leveren. Dit is voornamelijk het gevolg van een betere en efficiëntere organsiatie en bewuste keuze in gebruik van middelen en apparatuur. Waar mogelijk hoeft goed niet altijd het duurste te zijn.
Om u toch vooraf een indicatie te geven van de kosten kunnen wij u het gratis gebitconsult aanbieden door onze speciaal hiertoe opgeleide paraveterinair (zie ook gebitsspreekuur). Zij kan (eventueel direct voorafgaand aan de daadwerkelijk opname voor behandeling) u vaak een goede indicatie geven van de kosten. Bovendien kunt u bij het behandelen van het gebit bij ons van te voren aangeven wat u wensen zijn en welk budget u hiervoor in gedachte heeft. We zullen u eerlijk informeren indien wij denken dat dit budget te ruim is of juist onvoldoende voor een effectieve behandeling.

Voeding

Moet ik mijn oudere huisdier seniorenvoeding geven?
Antwoord

Seniorenvoeding is commercieel zeer succesvol, maar diergeneeskundig onzinnig; zo niet contraproductief. Een aantal voeren maken om deze reden principieel geen seniorenvoeding.

Redenen waarom seniorenvoeding niet zinvol is:

  • Voedingsstoffen voor kraakbeen. Heeft geen effect omdat de hoeveelheid niet toereikend is en het geen nut heeft om dit op oudere leeftijd in te zetten.
  • Bevat minder energie. Slechts een deel van de oudere dieren is te dik. Oude dieren kunnen soms juist moeite hebben om hun energie inname op peil te houden. Indien deze honden door de seniorenvoeding minder energie krijgen vallen ze onnodig af.
  • Bevat minder eiwit (fosfor). Oude honden met krachtsverlies moeten eerder extra eiwitten hebben. Er is onderzoek verricht naar dieren die een suboptimale nierfunctie hebben. Het blijkt dat de nieren juist sneller achteruitgaan bij een eiwit beperkend dieet (waarschijnlijk ten gevolge van een verhoogde bloeddruk door een verhoogd vetgehalte). Patiënten met een verminderde nierfunctie moeten dus niet minder eiwitten binnenkrijgen maar eerder meer. Deze dieren moeten een nierdieet hebben en dus géén seniordieet.
  • Voor de toevoeging van vitamines (en met name omega 3 en 6 vetzuren) is wel wat te zeggen (BD dieet). Dit heeft echter meer met de hersenactiviteit dan met andere organen te maken.

Tot slot: als je ouder bent eet je als het goed is vanzelf minder en krijg je vanzelf minder van allerlei zaken binnen. Net zoals extra kalk of eiwit in puppy voer onzin is. De puppy eet immers twee keer zoveel en krijgt dus vanzelf twee keer zoveel van alles en nog wat binnen.

Hond

Voorhuidontsteking

Er komt pus uit de piemel van mijn hond. Is er een andere oplossing dan castreren?
Antwoord

Helaas hoort een voorhuid ontsteking bij het reu zijn. Indien castratie niet de bedoeling is, dan hebben we hier een speciale voorhuid reiniger voor. Dit werkt goed maar het moet vaak meerdere keren per week gedaan worden hetgeen veel eigenaren gaat tegen staan. Naast het operatief castreren is er ook de (tijdelijke) castratie door middel van een implantaat. Gewoonlijk zijn ze dan ook zo’n 9-12 maanden van de klachten af. 

Wagenziekte

Mijn hond wordt al misselijk van een klein ritje in de auto. Is hier wat aan te doen?
Antwoord

Sinds ongeveer twee jaar bestaat er een nieuw diergeneesmiddel dat primair gericht is op het voorkomen van braken bij zieke honden. Gebleken is dat het in veel gevallen ook goed kan werken tegen reisziekte. Het werkt prima (> 90%) gedurende ten minste 12 uur. Het is zeer veilig en geeft geen sufheid zoals andere middelen. Wel wisselt de benodigde dosering per dier. De fabrikant adviseert de hoogste dosis voor wagenziekte (8 mg/kg) om het beste resultaat te kunnen garanderen. Bij veel honden blijkt de lagere dosering (2 mg/kg), zoals we die normaal geven bij braken, echter ook prima te werken.

Teken

Ik heb een teek verwijderd maar het kopje is blijven zitten. Is dit gevaarlijk en moet dit behandeld worden?
Antwoord

Dit is niet erg. Het kopje zweet er vanzelf uit, hier heeft de hond of kat weinig last van. Her kan daarbij een beetje rood worden en wat zwellen. Dit is niet ernstig. Mocht de tekenbeet toch geïnfecteerd zijn met bijvoorbeeld de ziekte van Lyme, dan vormt er zich een paars-rode plek ter grootte van een twee euro munstuk die wel pijnlijk is. Deze infectie is in dit stadium nog goed met antibiotica te behandelen.
Zie ook: tekenbestrijding zin of onzin.

Voortplanting

Bij mijn pup is pas één bal ingedaald. Kan dit worden beïnvloed door medicijnen?
Antwoord

Op een leeftijd van drie maanden is de bal eigenlijk altijd al ingedaald. Na deze drie maanden is beïnvloeden met medicijnen weinig succesvol. Het beïnvloeden vanwege de voorplanting is eigenlijk onjuist omdat het niet indalen van een bal een erfelijke (polygene) aandoening is.
Zie voor meer informatie cryptorchidie.

Mijn hond heeft slechts één ingedaalde bal. Nu heb ik gehoord dat dit een moeilijk operatie is omdat de bal overal in de buik kan liggen.
Antwoord

Met name de bal in de buik kan op latere leeftijd ernstige problemen veroorzaken. Reden waarom geadviseerd wordt om tenminste één keer per jaar door middel van echo onderzoek te controleren of deze preventief verwijderd moet worden. Een ervaren dierenarts zal niet veel moeite hebben de bal operatief uit de buik of lieskanaal te verwijderen.
Zie voor meer informatie: operatie cryptorchidie.

Mijn hond heeft een bal die niet is ingedaald. Wat kan ik doen ter preventie en is een castratie een goede optie?
Antwoord

Een visuele controle volstaat meestal. Hierbij moet de hond op de rug liggen en moet er eigenlijk enkel gewoon goed gekeken worden. Bij een langharige hond is dit makkelijker te doen nadat deze gezwommen heeft. Mocht deze tumoreus ontaarden, dan is het verwijderen op het moment dat deze groter wordt gewoonlijk op tijd. Overigens is het ontaarden van de teelbal in de lies weliswaar een factor 3 – 5 groter dan bij een bal die wel goed is ingedaald, de kans hierop is nog steeds zeldzaam, omdat teelbaltumoren bij de hond weinig voorkomen.
Een echo (bloed) is eigenlijk niet nodig. Zeker niet op een jonge leeftijd. Je zou dan beter op andere aandoeningen die veel vaker kunnen voorkomen controleren. Het is wel zinvol om met een echo te controleren of de bal werkelijk in de lies zit. Als de bal in de buik zit dan zie je hem niet en is er een te late ontdekking. Bij een bal in de buik is er dus wel een overweging om deze (op een leeftijd van 5 jaar) weg te laten halen.

Kruisbandletsel

Algemeen

Hoe komt mijn hond aan kruisbandletsel?
Antwoord

Artrose, meniscus, en kruisbandschade gaan eigenlijk altijd samen. Zowel meniscus laesies als kruisbandschade geven ontstekingsverschijnselen, die op hun beurt weer leiden tot een achteruitgang van de kwaliteit van het gewrichtsvocht. Door bijmenging van het onstekingsvocht verliest het gewrichtsvocht een deel van zijn smerende en voedende eigenschappen wat zich weer vertaald naar schade aan kruisband en meniscus.
Indien je een dergelijk proces aan twee knieën tegelijk ziet en er is eigenlijk geen tastbaar ongeluk gebeurd plus dat er een onnatuurlijke steile stand en een naar achter hellend knie plateau is, dan speelt de ontsteking van de knie door overbelasting een grotere rol dan bij een trauma. Als er een duidelijk verschil is in de twee knieën is schade als oorzaak meer waarschijnlijk dan overbelasting door bouw en stand. Maar nogmaals, ze gaan hand in hand en versterken elkaar.

Wat zijn de symptomen van een voorste kruisbandletsel?
Antwoord

Er zijn verschillende klachten die uw hond kan hebben als er een voorste kruisbandletsel aanwezig is. De symptomen zijn echter niet specifiek en kunnen ook door iets anders veroorzaakt worden. De klachten kunnen acuut optreden maar kunnen ook langzaam ontstaan. Een algemeen symptoom is kreupelheid. Deze kan subtiel aanwezig zijn maar kan ook zo ernstig zijn dat uw hond niet meer op zijn poot kan staan. Ook kan het zijn dat uw hond scheeft zit. In sommige gevallen kan er ook een ‘geklik’ in de knie hoorbaar zijn.
De dierenarts zal verschillende onderzoeken uitvoeren om te kijken of het inderdaad om een kruisbandletsel gaat.
Zie voor meer informatie: kruisband- en meniscusproblemen

TPLO

Mijn hond heeft voorste kruisbandletsel en er is aangeraden om een TPLO operatie uit te voeren. Is zo’n zware ingreep wel noodzakelijk, kan er niet beter gewacht worden totdat de klachten verergeren?
Antwoord

Dit is een begrijpelijke vraag bij een zware ingreep bij lichte klachten. Afwachten tot de klachten toenemen en de schade groter en duidelijk is heeft natuurlijk het voordeel dat het makkelijker te begrijpen is dat een operatie noodzakelijk is. Nadeel is dat dan niet zelden achteraf de hond zoveel beter en actiever is dat het gevoel ontstaat: hadden we het toch maar eerder gedaan.
Het komt natuurlijk nog steeds regelmatig voor dat de ernst van de aandoening anders wordt ingeschat door eigenaar en/of dierenarts of dat de klachten een tijdje worden gemaskeerd met onstekingsremmers of pijnstillers. Hierdoor is zo goed het verloop bekend van niet behandelen: de knie wordt dikker en er ontstaat meer artrose en schade aan meniscus en kruisband. Met name schade aan de meniscus leidt tot blijvende klachten; de hond zal hierdoor blijvend kreupel blijven
De kracht van het opereren in een vroeg stadium is nu juist dat de resultaten en herstel gunstiger is dan te wachten tot de hond blijvend kreupelt. Ook dan is overigens de TPLO (en de TTA) nog altijd succesvol maar de artrose brengt vaak blijvende (op oudere leeftijd) medicatie met zich mee. Ook is in dit stadium de artrose vaak vergerend doordat de vicieuze cirkel niet meer helemaal doorbroken kan worden.

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de TPLO en TTA technieken en welke is het meest geschikt voor mijn hond?
Antwoord

Bij de TTA techniek wordt de benige aanhechting van de kniepees op het scheenbeen met behulp van een speciale plaat naar voren geplaatst. Hierdoor helpt de kniepees mee de krachten op de voorste kruisband op te vangen. Bij de TPLO techniek wordt één van de twee gewrichtsvlakken naar voren gekanteld zodat het bovenbeen minder de neiging heeft om bij het bewegen naar achter af te glijden.
Bij beide technieken is er een goed korte termijn resultaat. De TTA techniek is echter nog in ontwikkeling waardoor er over de lange termijn nog niet zoveel bekend is. Om deze reden wijken wij meestal uit naar de TPLO techniek omdat daar de lange termijn resultaten zeer goed zijn. Als er bij grotere honden sprake is van een afwijkend functioneren van het kniegewricht in combinatie met een correcte stand van het bovenbeen, kan de TTA techniek voordelen bieden. Bij kleine honden is deze techniek een goede aanvulling op de kapsel inname-techniek.
Omdat iedere hond anders is en ook andere klachten heeft moet er een goede afweging gemaakt worden tussen de voordelen en de nadelen van de verschillende technieken om te bepalen wat de beste behandeling is voor úw hond. Zie voor meer informatie: de 6 technieken op een rij.

Vacht

Mijn hond verhaart heel erg. Waar kan dit door komen en moet ik er iets aan doen?
Antwoord

Verharen is in de meeste gevallen een teken dat de hond gezond is, soms verliezen ze wel 5% van hun vacht per dag. Het is deels afhankelijk van het vachttype hoeveel u daar als eigenaar van merkt. Dieren die buiten leven, staan onder invloed van de seizoenen en zullen meer een zomer- en wintervacht hebben. Dieren die het grootste deel van de dag binnen leven hebben eigenlijk geen noodzaak om een winter of zomervacht aan te houden. Het twee keer per jaar verharen is dus in de meeste gevallen niet van toepassing. Er zijn uiteraard ook honden die een slechte vacht hebben als gevolg van ziekte: parasieten, voedingsdeficiënties en een verstoorde hormoonbalans zijn de meest voorkomende oorzaken. Doffe vacht, schilfers, jeuk en kale plekken kunnen hier een uiting van zijn.
Parasieten geven vaak heftige jeuk en de gevolgen hiervan zijn meestal goed zichtbaar. Voedingsdeficiënties zijn zeldzaam. De kwaliteit van de voeding speelt hierbij een rol. Soms geeft het geven van voeding of extra essentiële vetzuren een verbetering. Een injectie met multivitamine kan ook wonderen doen bij tekorten. Het kiezen van de juiste voeding is niet altijd even eenvoudig. Senstivity Control van Royal Canin is in de meeste gevallen een veilige keuze. Het duurt vaak lang voordat het effect van voeding of essentiële vetzuren tot uiting komt. Als u na een periode van twee maanden geen verschil ziet, is de kans dat voedingstekorten een oorzaak zijn, erg klein.

Castratie

Wat zijn de voor- en nadelen van een castratie op de gezondheid van mijn reu?
Antwoord

Een castratie is in het algemeen in het nadeel van de gezondheid van de reu. Dit is dus geheel anders dan bij de teef, waar er bij vroegere sterilisatie (= castratie) juist gezondheidsvoordelen zijn (geen kans meer op ontstekingen en kwaadaardige tumoren van de baarmoeder en een lagere kans op suikerziekte).
Voorbeelden van bekende problemen die op kunnen treden na castratie zijn: er minder vitaal uitzien, verandering van het vachttype, verminderde bespiering, verandering van de tonus van de huid en een wat verminderd energieniveau.
Weliswaar zijn er ook bepaalde aandoeningen die voorkomen bij niet-gecrasteerde reuen. Deze aandoeningen komen eigenlijk altijd voor op oudere (na het 5e levensjaar) leeftijd:

  • Prostaatontsteking
  • Baltumoren (zeldzaam)
  • Hernia perinealis (zeldzaam, kan ook op jongere leeftijd voorkomen)
  • De onschuldige maar niet erg hygiënische voorhuid ontsteking (geen betekenis voor de gezondheid)

Er is een zeer beperkt effect op het gedrag van de reu. Het karakter van de hond en de invloed van de baas zijn van veel grotere betekenis dan het al dan niet gecastreerd zijn.

Kat

Castratie kater

Op welke leeftijd kan ik mijn kater laten castreren?
Antwoord

Vanuit diergeneeskundig of gezondheidsoogpunt is er geen minimumleeftijd voor het castreren van een kater. Wel moeten de beide ballen zijn ingedaald en voelbaar zijn. Castreren is technisch gezien gewoonlijk mogelijk vanaf een leeftijd van drie maanden. Veel eigenaren vinden het echter prettig om te wachten tot hun kater 5-6 maanden is.
Zie voor meer informatie: kitten sterilisatie.

Vaccineren

Is jaarlijks vaccineren van mijn katten wel altijd nodig?
Antwoord

Het antwoord hangt af van het risico dat uw kat loopt om besmet te worden. Deze liggen bij kattenziekte geheel anders dan bij niesziekte. Bij katten die buiten leven liggen deze risico’s ook weer anders ten opzichte van katten die binnen leven. Ook bij katten die alleen leven liggen deze risico’s weer anders dan bij katten die niet alleen leven. Bij katten die in groepen leven zullen immers bij een uitbraak alle ongevaccineerde katten ziek worden.

Kattenziekte versus niesziekte
Kattenziekte bij ongevaccineerde katten verloopt veelal dodelijk. Uitbraken zijn zeldzaam, maar bij uitbraken kan de ziekte zich razendsnel verspreiden en zeer makkelijk via schoeisel uw woning binnenkomen. Dit komt doordat het virus lang infectieus blijft. Kortom: de kans op ziekte is klein maar de gevolgen zijn groot. Het vaccin tegen kattenziekte geeft in praktijk tegenwoordig een langere bescherming dan een jaar.
Niesziekte verloopt niet dodelijk maar kan ernstige chronische klachten geven die door eigenaar en kat als een ramp ervaren worden. Het komt zeer veel voor, echter eigenlijk altijd bij katten welke niet of niet volledig voor niesziekte zijn gevaccineerd (chlamydia) en ook bij katten waarvan de eigenaar meldt dat ze uitsluitend binnen leven. Ook blijkt één van de niesziekten (calici) een rol te spelen bij de veel voorkomende ernstige problemen met het gebit van katten op jonge leeftijd waardoor er al op jonge leeftijd uitgebreide behandelingen noodzakelijk zijn.

Jaarlijks versus driejaarlijks
Jaarlijks vaccineren is daarom ook bij binnenkatten de meest veilige keuze. Driejaarlijks vaccineren tegen kattenziekte bij katten die binnen leven is de minimum keuze.
In principe zou je dus ook alleen jaarlijks tegen de niesziekten kunnen vaccineren en driejaarlijks tegen de kattenziekte (gedifferentieerd vaccineren). In de praktijk blijken er echter allerlei situaties te zijn waardoor dit gedifferentieerd vaccineren anders uitpakt: er komt een (achteraf) besmette kat of drager logeren, mensen gaan samenwonen en vergeten hun kat te hervaccineren, administratieve fouten, gemiste herhalingsoproepen, teleurstellingen door verkeerd begrepen of verkeerd onthouden voorlichting.
Door deze in praktijk voorkomende tegenvallende resultaten brengt het gedifferentieerd vaccineren minder voordelen met zich mee als vaak gedacht.

Het pension laat alleen katten toe waarvan de vaccinatie niet ouder is dan zes maanden, terwijl in het boekje staat dat deze na 12 maanden herhaald moet worden. Klopt dat en is het schadelijk om mijn kat nu alweer te laten vaccineren?
Antwoord

Het hervaccineren is vooral van belang bij vaccins die gemiddeld maar kort en bovendien geen waterdichte bescherming bieden zoals het geval is bij het vaccineren tegen de niesziekte. Zie voor meer informatie: katten en niesziekte.
De termijn van het hervaccineren is daarbij zo gekozen dat onder normale omstandigheden jaarlijks gevaccineerde katten voldoende afweer hebben om een eventuele infectie onschadelijk te maken voordat uw kat (ernstig) ziek wordt. Naarmate het jaar vordert nemen echter de afweerstoffen weer af. (Zie ook het begrip boosteren).
Daarnaast is het goed om te realiseren dat katten die eenmaal besmet zijn geweest drager kunnen blijven. Deze katten scheiden niesziekte uit maar zijn er zelf niet (meer) ziek van. Onder stressvolle omstandigheden (pensions) neemt deze uitscheiding toe, ook als ze regelmatig gevaccineerd worden. In een pension zijn de omstandigheden zwaarder dan normaal. Hier zitten immers (veel) onbekende katten bij elkaar en katten maken daarbij bovendien een vorm van stress door. De kans dat uw kat in pension in aanraking komt met niesziekte is daardoor veel groter. Katten die niesziekte bij zich hebben kunnen op het oog gezond lijken.
Onder deze omstandigheden kan met name de afweer onvoldoende blijken indien uw kat langer dan 6 maanden geleden is gevaccineerd. Breekt eenmaal de niesziekte uit dan is dit in een pension door het besmettelijke karakter via de lucht een groot probleem. De niesziekte virussen kunnen namelijk via de lucht van de ene kant van een terrein naar de andere verspreid worden. Daarnaast kan de hoeveelheid smetstof zo hoog oplopen dat ook goede gevaccineerde katten ziek worden.
Om deze reden wensen een aantal pensions (vaak mede door eerdere ervaringen) dat alle aanwezige katten maximaal beschermd zijn. Dit is dus niet alleen een begrijpelijke eis maar is dus ook het beste voor uw kat. Het vaker vaccineren met de vaccins zoals wij die gebruiken is bovendien bewezen veilig.
Zie voor meer informatie de folder: gaat uw kat naar het pension

Mijn kat is jaarlijks gevaccineerd door katten- en niesziekten maar is een astma patiënt. Is dit dan voldoende of kan ik hem nog beter beschermen?
Antwoord

Het kan verstandig zijn om katten die kwetsbaarder zijn extra te beschermen tegen luchtweginfecties die bij gezonde katten weinig kwaad kunnen. Een voorbeeld hiervan is de bordetella bacterie (bekend van kinkhoest bij de mens). Het vaccin wordt in de neus gedruppeld en stimuleert de lokale afweer die verhinderd dat deze bacterie de luchtwegen kan bereiken. Bij ‘kwetsbare katten’ moet gedacht worden aan katten die door hun bouw, hun leeftijd of hun ziektegeschiedenis veel meer last hebben of veel vatbaarder zijn voor infecties van de luchtwegen. Dit geldt bijvoorbeeld voor astma katten maar ook voor oudere katten, perzen en hartpatiënten.
Ook het pension kan reden zijn voor een extra bescherming.
Zie voor meer informatie de folder: gaat uw kat naar het pension

Is het vaccineren tegen Chlamydia wel noodzakelijk?
Antwoord

Chlamydia komt wel degelijk met zeer grote regelmaat voor. Het geeft vaak milde tot matige klachten en is veelal goed te bestrijden met antibiotica (bijvoorbeeld het humane Azitromycine). Dit in tegen stelling tot alle andere (virale) vormen van niesziekte. Infecties kunnen echter wel hardnekkig zijn waardoor het niet zelden maanden achtereen gegeven moet worden. Ook het zalven van oogjes kan maanden achtereen nodig zijn.
Heel anders dus als de herpes en calicivirussen welke met veel ernstige klachten zijn geassocieerd en niet zijn te bestrijden met medicatie. De noodzaak tot het vaccineren tegen Chlamydia is dus minder scherp dan die van de andere niesziekten. In de praktijk zien we regelmatig niesklachten bij katten die met een vaccin zijn gevaccineerd zonder Chamydia. Zelden tot nooit zien we niesziekte verschijnselen bij katten die wel met het volledige vaccin zijn gevaccineerd.  Dit leidt vaak tot vragen bij de eigenaar als: “Mijn kat zou gevaccineerd zijn tegen niesziekte, waarom heeft deze dan toch niesziekte?”. Wanneer we vervolgens uitleggen dat de kat niet tegen chlamydia is beschermd wordt dit vaak slecht begrepen. Voor ons reden om hier standaard tegen te vaccineren, met als bedoeling om een optimale bescherming te bieden. 

Vechtabces

Mijn kat heeft een abces dat is opengesprongen. Ik heb het schoongemaakt, is het nog zinvol om langs te komen?
Antwoord

Bij een typisch (gunstig) verloop van een vechtabces komt er op het gegeven moment een verdikking rond de vechtwond. Dit wondje kan makkelijk openspringen waarnaar er veel pus uitkomt wat geel/doorzichtig is en een vreemde geur heeft. Het beste kunt u de wond schoonmaken met gewoon kraanwater. Dit hoeft niet gekookt te worden. Eventueel wat zout toevoegen is prima.
Dit soort abcessen kunnen vanzelf genezen. Er zijn echter twee complicaties die veel voorkomen:

  • De gifstoffen en de bacteriën uit het abces kunnen nierschade geven. Het drinkpatroon van uw kat mag dus niet veranderen, moet fit zijn en goed blijven eten.
  • De wond sluit zich zonder dat het geheel is opgeschoond waardoor de infectie de mogelijkheid heeft de diepte in te trekken. Hierdoor kunnen er verschillende zaken gebeuren. Er kan een nieuw abces ontstaan (soms pas weken later). Het abces kan, afhankelijk van de lokalisatie, de jukboog, oogbol, oorbasis, staartbasis enz. aanpassen. Soms is een aanwijzing hiervoor dat de kat de wond elke keer open krabt.

Omdat deze twee complicaties veelvuldig voorkomen en een ernstige bedreiging voor de gezondheid van de kat kunnen vormen, behandelen we abcessen gewoonlijk uitgebreider door ze goed te openen en al het aangetaste weefsel te verwijderen. Dit aangetaste weefsel is immers de voedingsbron voor infectie. Bovendien kunnen de bacteriën die de abcessen gewoonlijk veroorzaken zich niet goed vermeerderen in contact met de buitenlucht. 

Mijn kat heeft regelmatig abcessen. Deze worden elke keer behandeld maar is hier niets preventiefs aan te doen?
Antwoord

Antibiotica heeft vooral waarde als het direct na de beet of krab wordt gegeven. Antibiotica komen namelijk niet in dood weefsel. Bij katten die regelmatig averij oplopen of graag vechten geven we eigenaren daarom ook wel eens een kuurtje mee om preventief te gebruiken direct na een vechtincident. Dit heeft alleen zin als je de kat net hebt horen vechten. 

Mijn kat heeft gevochten er is nu een abces opengesprongen. Moet er nu antibiotica gegeven worden?
Antwoord

Antibiotica heeft vooral waarde als het direct na de beet of krab wordt gegeven. Antibiotica komen namelijk niet in dood weefsel. Indien er sprake is van een nierinfectie, hetgeen regelmatig voorkomt bij een abces, dan heeft antibiotica wel zin. Een nierinfectie kan opgespoord worden via urine onderzoek. Dit kan meestal simpel verkregen worden door de blaas op een consult aan te prikken. 

Schildklierproblemen

Waarom wordt een schildklieroperatie een lichte ingreep genoemd als lang niet elke dierenarts hem uitvoert?
Antwoord

Vanuit de kat bekeken gaat het om een lichte ingreep. Behalve de huid wordt er verder niets geopend of beschadigd. Dit staat lost van het feit dat de ingreep wel een zekere precisie en bekwaamheid van de chirurg vergt en daardoor niet lichtvaardig moet worden opgevat. Chirurgische ervaring is daarbij van eminent belang. Onze ervaring is dat eigenaren van katten vaak onnodig bang gemaakt worden. Dit is mede mogelijk doordat een aantal dierenartsen geen mogelijkheid ziet de ingreep uit te voeren door onvoldoende mogelijkheden voor een veilige narcose of voldoende chirurgische ervaring.
Alleen voor katten die in ernstig vermagerde toestand worden aangeboden, wat vaak ook nog wordt begeleid door bloedarmoede en hartproblemen, houdt de narcose (maar vooral de nazorg) een klein risico in. Uit onderzoek is gebleken dat een voorbereidende hart en schildklier medicatie die een aantal weken voor de ingreep wordt gestart, het narcose risico aanzienlijk verkleinen. Deze medicatie verlaagt de bloeddruk en de schildklier functie. Medicatie starten na vaststellen van de diagnose is daarmee altijd geïndiceerd, of de keuze nou wel of niet op opereren valt. 

Wat is het verschil tussen een één- of tweezijdige aandoening van de schildklier?
Antwoord

Of de aandoening één- of tweezijdig is wordt tijdens de operatie geconstateerd. Indien de aandoening eenzijdig is neemt de andere kant de functie over en hoeft er maar kort aanvullende medicatie worden gegeven. Wel heeft dit als consequentie dat de aandoening later alsnog aan de andere (nu gezonde) kant kan ontstaan. Eenzijdig heeft dus een voordeel (minder nazorg) en een nadeel (de andere kant kan later alsnog ontsporen).
Indien beide kanten afwijkend zijn, dan moet de kat na de operatie een nachtje blijven om de functie van de bijschildklier te controleren. Deze maken namelijk gebruik van dezelfde bloedvoorziening als de geopereerde schildklier. Bij een beiderzijdse schildklier aandoening is het daarom verstandig om deze bijschildklieren 24 uur op hun werking te controleren. 

Wat is het verschil tussen een schildklier remmende therapie (felimazole, operatie vervangende therapie) en een substitutietherapie?
Antwoord

Indien bij de operatie blijkt dat moet worden besloten tot verwijdering van beide schildklieren dan is de eventuele levenslange substitutie therapie veel eenvoudiger dan de operatie vervangende therapie. De dagelijkse hoeveelheid schildklierhormoon bij de substitutie therapie ligt vast en hoeft dan ook niet regelmatig door bloedonderzoek te worden gecontroleerd. Een tweede voordeel is daarnaast dat bijwerkingen van de substitutie therapie niet voorkomen. Dit in tegenstelling tot de therapie welke een operatie moet vervangen. Bij deze operatie vervangende therapie worden thyrostatica oftewel medicatie gegeven die giftig zijn voor de schildklier. Deze therapie heeft echter niet zelden een negatieve invloed op het lichaam. Naast depressie en maag-darmklachten met daling van de eetlust kan met name de afbraak en het remmen van de aanmaak van rode en witte bloedcellen een probleem vormen. Daarom is er naast een regelmatige controle van bloed op het schildklierhormoon het ook nodig om het rode en witte bloedbeeld te controleren. Deze bloedcontroles zijn een belasting voor de kat en brengen bovendien de nodige kosten met zich mee. Bovendien lijken katten die thyrostatica krijgen toch minder fit. Ook valt het ons veelal op dat bij een goed ingestelde kat deze toch vaak niet echt naar zijn oude gewicht hersteld.
Er is veel tegenstrijdige en daardoor verwarrende informatie te vinden over dit onderwerp. Met name het afwegen van de verschillende keuzes is lastig. Concluderend kan men stellen dat met beide therapieën bevredigende resultaten kunnen worden gehaald, maar dat in de praktijk de operatieve ingreep toch vaker succesvol is. 

Is de substitutie therapie na een schildklier verwijdering echt levenslang nodig?
Antwoord

Het staat inderdaad ter discussie of deze substitutie levenslang gegeven moet worden. Indien beide schildklieren zijn aangetast en moeten worden verwijderd, moet er de rest van het leven volgens de klassieke diergeneeskunde een substituut worden gegeven. Volgens Italiaanse publicaties blijkt echter dat na de ingreep de eigen productie weer op gang komt. Men vermoedt vanuit metaplasie van de zwezerik (thymus) die in de borstkas is gelegen. In onze praktijk hebben we inmiddels ook een aantal gevallen meegemaakt waarbij de eigenaren gestopt waren met de substitutie therapie zonder dat dit gevolgen had voor de kat. Bovendien kon bij onderzoek ook worden aangetoond dat de kat weer schildklier hormoon aanmaakte. 

Is eerst proberen met remmende therapie en dan eventueel alsnog opereren een goede keuze?
Antwoord

Bij aanvang is de operatie vervangende therapie met thyrostatica altijd wel succesvol maar mede doordat de motivatie voor periodiek bloedonderzoek met de tijd verminderd, gaat de kat toch vaak weer ongemerkt achteruit. Ook komen er veel bijwerkingen van de remmende therapie pas na langer gebruik naar voren. De operatieve ingreep komt daardoor pas weer in beeld als de kat opnieuw stevig in de problemen zit. Nu er echter niet alleen door vermagering maar vaak ook door afwijkingen in het witte of rode bloedbeeld en veranderingen in het maag-darmkanaal. Het effect van voorbereidende medicatie is dan niet meer aan de orde en vooral de nazorg geeft dan meer problemen met minder goede resultaten tot gevolg. Er wordt dan onterecht de conclusie getrokken dat de kat het toch nog een tijdje goed gedaan heeft op de pillen. Ook onvoldoende aandacht voor de nieren is een oorzaak van teleurstellende resultaten die u als eigenaar doen aarzelen de patiënt voor de ingreep aan te bieden. 

Ogen

Mijn kat heeft last van traanoogjes. Druppels helpen wel, maar het komt elke keer weer terug.
Antwoord

Indien de druppels alleen werken tijdens de periode van toediening, en er geen sprake van nawerking is, dan is irritatie van het oog door bijvoorbeeld pollen vaak de basis van het probleem en niet zozeer de functie. Een andere aanwijzing kan zijn dat de kat er alleen in een bepaald gedeelte van het jaar last van heeft.
Door de irritatie van het oog gebeuren er twee dingen:

  • Door zwelling van het oogslijmvlies wordt de traanafvoerbuis nauwer waardoor niet al het traanvocht snel genoeg kan worden afgevoerd.
  • Door irritatie van het oog neemt de traanproductie wat toe.

Hierdoor wordt de subtiele balans tussen productie en afvoer verstoord. In ernstige gevallen kan geprobeerd worden het traanafvoer systeem chirurgisch te verbeteren. In andere gevallen is het vaak effectief de ogen blijvend te druppelen met een ontstekingsremmende druppel. Dit middel bevat alleen een stof die de irritatie onderdrukt en bevat geen antibiotica. 

Gedrag

Ik heb al katten en krijg er nu een kitten bij. Hoe pak ik dit het beste aan?
Antwoord

Altijd leuk een nieuwe kitten erbij! Alleen weten we van tevoren niet of de andere katten dit ook leuk gaan vinden. Katten leven over het algemeen liever alleen. Vaak tolereren katten elkaar echter wel als ze samen zijn opgegroeid, maar een nieuwe kat erbij is altijd een kwestie van afwachten. Een jonge kat is vaak wel iets makkelijker al vinden oude katten ze vaak te druk. Het hinderlijk sproeien in huis komt ook zelden voor bij katten die in hun eentje leven. Als het kitten in huis komt is het beter ze langzaam aan elkaar te laten wennen. Laat de deuren om naar boven of een andere ruimte te gaan altijd open zodat de andere katten naar een veilige rustige plek kunnen als ze dat willen. Eventueel kunt u de katten ook naar buiten laten gaan als ze dit willen maar pas er dan wel voor op dat het kitten niet mee glipt.
De eerste paar dagen kunnen ze beter niet ’s nachts in één ruimte verblijven, op deze manier kun je ze beter in de gaten houden. Dwing ze niet om bij elkaar te zijn, ze moeten het zelf een beetje uitzoeken. Pas als ze dreigen te gaan vechten mag je ze uit elkaar halen. Soms kan het een hele tijd (maanden) duren voordat ze elkaar accepteren, maar misschien vinden ze elkaar wel helemaal het einde!
Denk eraan dat de oudere kat er het langste is (dit weet hij ook). Deze kat mag de baas zijn en de meeste aandacht krijgen. De meeste gedragsproblemen komen ook voor bij katten die met meerdere leven en niet zo vaak bij katten die alleen leven. 

Mijn kat jankt de hele dag, hij zit voor deuren en zijn etensbak. Ik doe wat hij wil, maar hij blijft maar janken.
Antwoord

Het probleem wordt vocalisatie genoemd. Sommige rassen laten dit meer zien als andere. Soms betreft het een diergeneeskundig probleem zoals een hoge bloeddruk, schildklierproblemen of een andere ziekte die de gezondheid aantast. Meestal is het echter aangeleerd gedrag, te vergelijken met een kind wat om een snoepje vraagt (zeurt). Door hem te geven wat hij wil, beloont u zijn gedrag en wordt het gedrag verder versterkt.
In het algemeen zijn er twee manieren om dergelijk gedrag te doorbreken:

  • straf
  • afleiden of ombuigen van het gedrag

Omdat de kat inmiddels heeft aangeleerd dat zijn gedrag beloond wordt, zal de kat niet eenvoudig dit gedrag opgeven. Negeren zal dan ook niet werken. Medicatie kan de scherpe randjes eraf halen, zeker als de basis van het gedrag onrust is, maar dit zal altijd gecombineerd moeten worden met gedragstherapie. Het blijkt echter vaak niet mogelijk voor een eigenaar om in een bestaande situatie de kat voldoende aan te pakken. 

Mijn kat loopt terug naar mijn oude woning. Wat kan ik hieraan doen?
Antwoord

Ten eerste: probeer het te voorkomen. Zorg ervoor dat als je weet dat je gaat verhuizen (in de buurt) je van het probleem af weet.

  • Laat de kat zo min mogelijk merken van verhuisstress.
  • Neem al wat geuren mee van het nieuwe huis.
  • Laat de kat zo lang mogelijk in zijn oude huis.
  • Neem een mand, deken en dergelijke mee vanuit het oude huis: een vertrouwde geur waar hij graag op ligt.
  • Neem de kat pas mee naar het nieuwe huis als daar, zo goed als het kan, alles klaar is. Zo voorkom je stress van een eventuele verbouwing.
  • Neem zijn eigen vertrouwde dingen mee zoals kattenbakken, voerbakken en slaapmandjes.
  • Houd de kat ten minste 6 weken binnen.
  • Laat de kat langzaam wennen aan zijn nieuwe omgeving. Stap voor stap, geef hem de tijd, ruimte en rust om zijn nieuwe omgeving te verkennen. Eventueel kamer voor kamer.
  • De eerste keer naar buiten mag maar een korte periode zijn. 10 minuutjes en liefst kort voor etenstijd, zodat u haar gemakkelijk met wat lekkers naar binnen kunt lokken.
  • Als de kat in het begin los naar buiten gaat moet u ervoor zorgen dat, als hij ergens van schrikt, zonder problemen de weg terug in het huis kan vinden door een raam of deur voor hem open te laten staan.
  • De kat belonen voor het thuis komen door er voor te zorgen dat er regelmatig wat lekkers te halen valt of wat extra aandacht geven op het moment dat ze thuis komt
  • Contact opnemen met de nieuwe bewoner van het oude huis voor de kat voor het eerst wordt losgelaten en vragen of ze u willen bellen als uw kat toch bij hun thuis gaat rondzwerven.
  • De nieuwe bewoners ook vragen of ze de kat, als deze daar opduikt, absoluut geen aandacht en/of eten willen geven omdat de kans dan groot is dat hij vaker bij ze gaat buurten.
  • Als u weet dat de kat gevoelig is voor stress is het raadzaam hem tijdelijk op een stressverminderd middel te zetten zoals Clomicalm. Dit kan eventueel in combinatie met de Feliway verdamper in het oude én in het nieuwe huis. U kunt eventueel de spray in de verhuismand gebruiken. De Feliway moet u minstens een dag voor de verhuizing in het nieuwe huis hangen.
  • Als de kat erg angstig is in zijn nieuwe huis, probeer hem dan niet onder een bed vandaan te trekken. Op dat plekje voelt hij zich veilig en kan vanuit daar de omgeving en de geuren verkennen. Als u hem daar onder vandaan haalt dwingt u hem in een voor hem onveilige plek. Al duurt het een paar dagen, laat hem lekker zijn eigen ding te doen. Geef hem wel aandacht en eten op die plek en probeer hem te aaien.
  • Als de de kat gewend was op een bepaald bed of kleed te liggen neem dat kleed of dekbed dan (ongewassen) mee en wrijf deze langs deuren en vloeren zodat zijn vertrouwde geur daar komt.
  • Chippen! Als de kat al gechipt was, vergeet dan niet om het nieuwe adres door te geven aan de organisatie die de chip geregistreerd heeft. 

Vacht

Mijn (oude) kat verliest heel veel haar. Ook lijkt het of hij roos heeft want er zitten allemaal schilfers in de vacht. Waar kan dit door veroorzaakt worden?
Antwoord

Roos en haaruitval wijst op een verhoogde turnover (aanmaak van nieuwe cellen) en kan verschillende oorzaken hebben. Als de kat ook (veel) afvalt kan dit op een stofwisselingsprobleem of een darmprobleem wijzen. Ook kan er een parasitair probleem of een allergie/irritatie aanwezig zijn.
Het beste is om even langs te komen. Zeker als de kat afvalt, veel drinkt of geen perfecte ontlasting heeft. 

Chippen

Laatst heb ik onze kater bij jullie laten chippen. Is het de bedoeling dat ik de kater ook nog aanmeld bij het NDG? Ik zag namelijk dat dat 4,50 kost.
Antwoord

U kunt hier het antwoord op deze vraag en andere vragen over chippen vinden.
Als het goed is hebben wij uw gegevens gecontroleerd en heeft u dit bevestigd. Hiermee geeft u toestemming dat uw adresgegevens opgenomen worden in de grootste databank van het NDG. Een (schriftelijke) bevestiging van deze aanmelding kunt u gewoonlijk met enkele weken verwachten. 

Parasieten

Wormen

Ik vind na het ontwormen geen wormen in de ontlasting. Betekent dit dat het ontwormen niet nodig was?
Antwoord

Veel wormmiddelen werken alleen (gedurende één tot enkele dagen) tegen volwassen wormen in de darm. Een aantal van deze wormmiddelen dood de worm niet maar hongeren ze uit waardoor de kracht ontbreekt om tegen de stroom in te bewegen en zich aan te hechten. Het zijn deze wormmidelen die wormen in de ontlasting te zien geven.
Modernere wormmidelen doden de worm echter waardoor deze verteerd wordt en dus niet in de ontlasting te zien is. Nog modernere middelen doden ook de larven in het lichaam. Vooral bij jonge honden zijn deze zeer schadelijk. Nadeel van deze superieure werking is dat u als eigenaar er weinig van ziet.
Door alle misverstanden blijven wormen een sterk onderschat probleem. Gewoon vier keer per jaar ontwormen met een modern middel dus. 

Ik ontworm vier keer per jaar met een goed wormmiddel en toch blijft mijn kat last houden van wormen. Ik zie ze uit de anus kruipen.
Antwoord

Dit zou op een lintworm kunnen wijzen.
Milbemax werkt breed, komt ook buiten de darm in het lichaam en werkt daardoor ook tegen de vele larvale stadia. In Milbemax Drontal Masonyl, maar ook in Profender is speciaal tegen lintwormen praziquantal toegevoegd. Dit middel is erg effectief vandaar dat autoriteiten uit landen als Noorwegen en Zweden dan ook verlangen dat dieren die daar heen gaan vlak voor vertrek met dit middel ontwormt zijn. Dit om de voorkomen dat deze landen ook met de vosselintworm besmet wordt.
Echter zoals met alle wormmidelen, kan al kort na het ontwormen weer een herbesmetting plaatsvinden. Hoe deze besmetting tot stand komt hangt af van het type (lint)worm.
Het advies om vier keer per jaar te ontwormen is gebaseerd op een gemiddelde besmettingsdruk. Indien deze hoger is, moet er vaker ontwormt worden of moet er (indien mogelijk) wat aan de besmettingsdruk gedaan worden. Hiervoor moet het type worm bekend zijn. Een infectie met de kleine lintworm is zichtbaar als ingedroogde ei pakketjes (rijskorreltjes) onder de staart. Deze vallen in de omgeving eraf waardoor herbesmetting kan plaatsvinden door het oplikken van de eitjes uit de vacht of onder de anus. Ook kan deze lintworm worden overgebracht door met lintworm besmette vlooien. Naast een goede vlooienbestrijding kan herhalen na 3 weken dan nuttig zijn mits (!) er geen vlooien zijn. Op deze wijze dood je eventuele nieuwe lintwormen die door herbesmetting zijn binnengekomen voordat ze zelf weer eieren kunnen leggen.
Vlooienbestrijding met Advantage is meestal effectief in dit soort gevallen. Een infectie met de grote lintworm (vosselintworm) kan weer geschieden door het eten van muizen.
Als u het type (lint)worm precies wilt weten, dan moet de ontlasting, de worm en de kat onderzocht worden op het moment dat er klachten zijn. 

Vlooien

Ik heb pipetjes gekregen tegen vlooien om tussen de schouderbladen uit te knijpen maar dat middel werk niet goed. Is er nog een ander middel tegen vlooien wat ik kan gebruiken?
Antwoord

Er zijn inderdaad veel vlooienmiddelen die onvoldoende werken of zelfs klachten geven. Dit zijn gewoonlijk dan ook geen diergeneesmiddelen die onderzocht zijn op effectiviteit en veiligheid. Daarnaast is het natuurlijk ook mogelijk dat het krabben niet veroorzaakt wordt door  vlooien.
Zie voor meer informatie: vlooien

Konijn

Sproeien/agressie

Mijn voedster sproeit en/of is agressief, kan dit verbeteren na castratie (sterilisatie)?
Antwoord

Als u twee voedsters (vrouwtjes konijn) bij elkaar heeft is de kans groter dat het goed zal blijven gaan dan bij twee mannetjes. Maar ook vrouwtjes kunnen onder invloed van hormonen vechten met elkaar, agressief gedrag vertonen tegenover de eigenaar (bijten, grommen, aanvallen), gaan sproeien (urine) of territoriaal keutelen, net als mannetjes. Vaak gebeurt dit dan rond de 5 maanden. Vrouwtjes hebben net zo goed territoriumdrift en dominantiebepaling. Als u problemen ziet tussen twee voedsters, bijvoorbeeld als het ene konijn bang is van het andere of juist de agressie van het andere konijn is het raadzaam de twee direct te scheiden. Als de spanningen namelijk te hoog op zijn gelopen is de kans dat het “wel weer goed komt” niet zo groot. Tijdens de scheidingsperiode is het wel noodzaak dat ze elkaar kunnen blijven zien en ruiken. Castratie (in de volksmond sterilisatie) is de oplossing voor dit gedrag. Vrouwtjes kunnen gecastreerd worden op het moment dat ze geslachtsrijp zijn. De gangbare leeftijd is 6 maanden. Gezondheidstechnisch gezien is het zeer aan te raden uw voedster te laten castreren. Meer dan 75% van de voedsters die niet zijn gecastreerd krijgen baarmoederkanker. Zie voor meer informatie over dit onderwerp elders op onze website: sterilisatie/castratie konijn

Ontwormen

Moet mijn konijn net als de kat en de hond regelmatig worden ontwormd?
Antwoord

Het konijn is, in tegenstelling tot de hond en kat, niet vanaf de geboorte geïnfecteerd met larvale stadia van wormen in rust. Een konijn moet dus besmet raken wil deze wormen krijgen. Ook komen konijnen gewoonlijk weinig in  contact met ontlasting van andere dieren omdat ze gewoonlijk niet buiten de tuin komen. Wel kunnen er bij (vooral) jonge konijnen wormen maar vooral ook andere parasieten (coccidiën) regelmatig ernstige problemen veroorzaken.
Er bestaat geen wormmiddel wat bij konijnen tegen alle parasieten werkt. Het beste is dus om bij jonge konijnen of konijnen waarom om andere reden verdenking bestaat op darmparasieten, de ontlasting bij een dierenarts te laten controleren zodat er gericht behandeld kan worden. Regelmatig konijnen ontwormen is dus niet nodig. 

Nestje

We hebben twee jonge konijntje: een voedster en een rammelaar maar we willen geen nestje. Hoe pakken we dit aan?
Antwoord

Het beste is beide konijnen gescheiden te houden totdat één van beiden is gecastreerd. Konijnen staat niet voor niets bekend om hun snelle voortplanting. Er zijn geen absolute leeftijdsgrenzen waarop de castratie kan worden uitgevoerd; noch qua narcose, noch qua castratie. Een voorwaarde is wel dat de ballen ingedaald en voelbaar moeten zijn. Beter is eigenlijk om de voedster te laten castreren.
Zie voor meer informatie: castratie konijn

Bultjes

Mijn konijn heeft allemaal rare bulten aan zijn neus. Hij lijkt er geen last van te hebben. Wat is dit? En is het te behandelen?
Antwoord

Dit is syfilis. Syfilis komt voor in tijdens van stress en kan overgedragen worden door direct contact tussen konijnen of bij de geboorte door de moeder. Het konijn brengt door wassen de infectie van het ene gebied naar het andere. Als de infectie niet vanzelf overgaat is het eenvoudig te behandelen met een wekelijkse injectie antibiotica gedurende 5-6 weken.
Zie voor meer informatie: syfilis bij het konijn

Cavia

Ik heb een cavia en ik wil er één bij. Kan ik het beste een vrouwtje of mannetje erbij nemen?
Antwoord

Cavia’s vinden het inderdaad prettiger om samen of in een groep te leven. Zowel mannetjes als vrouwtjes gaan over het algemeen prima samen. Eventueel een tijdelijke afscheiding met gaas om de overgang wat geleidelijker te maken. Vrouwtjes (zeugjes) kunnen al vruchtbaar zijn vanaf vier weken oud. Mannetjes (beertjes) zijn iets later vruchtbaar (vanaf 6-8 weken). Ze kunnen pas gecastreerd worden als de testikels zichtbaar zijn. Eventueel kun je bij de knaagdierenopvang een gecastreerd mannetjes of vrouwtjes cavia halen.
Zie voor meer informatie: cavia

Kippen

Is het ontwormen van kippen zinvol?
Antwoord

Het ontwormen tegen spoelwormen kan het best gebeuren via het drinkwater. Hiertoe moeten de kippen gedurende drie dagen zodanig worden opgehokt zodat er geen ander drinkwater ter beschikking is. Op zich zijn spoelwormen goed te behandelen. Dit kan het best gecombineerd worden met het vervangen van de bodembedekking om herinfectie te voorkomen. Volwassen spoelwormen produceren immers duizenden eieren per dag die in de omgeving terecht komen. Omdat kippen op relatief kleine oppervlakken worden gehouden is de infectie druk (kans op infectie) vaak hoog. Wormmiddelen werken in het algemeen maar kort. Zonder het vervangen van de bodembedekking worden kippen direct na het ontwormen herbesmet. Als de kippen een niet afgeschermde vrije uitloop hebben moet er daarnaast ook rekening gehouden worden met worminfecties door vogels uit de vrije natuur. Verder verdiend het na het ontwormen sterk de aanbeveling om mest te onderzoeken, omdat er mogelijk ook andere parasieten een rol spelen. 

Reptielen

Ontwormen

Ik wil mijn baardagaam ontwormen. Hoe kan ik dit het beste aanpakken?
Antwoord

Volwassen wormen zitten in de darm, deze leggen eitjes die in de omgeving terecht komen. Deze eitjes ontwikkelen zich tot larven en als het dier deze weer opeet ontwikkelen de larven zich weer tot volwassen wormen. Het vervelende van deze eieren is dat ze enorm lang in leven kunnen blijven. De kans op herinfectie uit de omgeving is dus groot. Het ontwormen moet daarom niet alleen gericht zijn op de eitjesleggende wormen in het reptiel zelf, maar ook op herbesmetting vanuit de omgeving:

  • Alles er uit wat er uit kan.
  • De rest schoonmaken met chloor, even weken en daarna goed afspoelen
  • Alles wat eenvoudig vervangen kan worden vervangen (bijvoorbeeld nieuwe bodembedekking)
  • Alles wat in de oven kan, in de oven en deze verhitten tot 200 graden. Erbij blijven en opletten dat er niets gaat branden.

Op deze manier zijn door chemische reiniging en verhitting de meeste eieren gedood, maar 100% ontwormen gaat vrij lastig. Om dat te bereiken moet je bovenstaand proces wekelijks herhalen, net als de ontworming. Zelfs dan kunnen er redenen zijn waarom het niet lukt om je reptiel wormvrij te krijgen. Regelmatig mestonderzoek kan helpen te identificeren welke soorten parasieten een rol spelen. 

Eieren leggen

Mijn baardagaam blijft eieren leggen, moet ik mij zorgen maken?
Antwoord

Vaak is het niet zozeer het feit dat ze meer eieren leggen, als wel dat ze dezelfde hoeveelheid eieren over een veel langere periode leggen. Dit gebeurt meestal door suboptimale omstandigheden. Goed eiwitrijk voer, voldoende vitamines en voldoende calcium is van belang. Als ze niet willen eten moeten ze onder dwang worden gevoerd. Als ze nog krekels eten, is het van belang deze goed vol te stoppen met kattenvoer (a/d), vitaminen en mineralen. Wasmotten zijn ook geschikt. 

Vreemde voorwerpen eten

Mijn reptiel eet vreemde voorwerpen. Hoe komt dit en wat kan ik eraan doen?
Antwoord

Bij reptielen komt het regelmatig voor dat ze vreemde voorwerpen eten (pica). In de meeste gevallen komt dit door tekorten in de voeding maar soms is er niet echt een oorzaak aan te wijzen. Vaak eten deze dieren onderdelen van hun terrarium op. Denk hierbij aan bodembedekking, stenen, hout en kunstplanten. Indien het om zand of stenen gaat dan zijn deze goed te zien op een röntgenfoto. Indien een steen vastloopt, zie je dat kleinere stenen hier achter ook vastlopen. Dit is op een röntgenfoto te zien doordat de stenen niet verspreid door de buik, maar als een groepje stenen te zien is. Met medicatie en laxeermiddelen wordt getracht de stenen weer uit het lichaam te krijgen. In sommige gevallen is er zelfs een operatieve ingreep nodig om de vreemde voorwerpen te verwijderen.
Het is altijd zinvol om de voeding eens goed door te nemen. Met name tekorten aan vitaminen en/of mineralen is een veelvoorkomend probleem. 

Vogels

(Chronisch) eieren leggen

Mijn vogel legt (de laatste tijd) veel eieren. Is dit schadelijk en wat kan ik hier aan doen?
Antwoord

Chronisch eieren leggen is een probleem. Meer dan twee nesten per jaar is al niet goed en kan serieuze gezondheidsproblemen opleveren. Zo kan de vogel agressief worden en een gebrek aan beweging en calcium krijgen. Het probleem is ontstaan door een verkeerd fokbeleid. Probeer daarom ook nooit een mannetje bij uw vogel te zetten om het probleem op te lossen. Op deze manier zullen toekomstige generaties met hetzelfde probleem kampen. Een aantal maatregelen die u wel kunt ondernemen:

  • Vermijd seksuele stimulatie door u als eigenaar: door uw dier te aaien en aan te raken, vooral bij de wangen, onderrug of buik, kan deze seksueel gestimuleerd raken. Op het moment dat ze begint te reageren op deze aanrakingen en ze haar staart omhoog brengt, moet u haar voor een aantal minuten terug in haar kooi zetten.
  • Zorgt niet (onbewust) voor een nestplaats: in abnormale omstandigheden kunnen zaken als kleine doosjes onbewust aanzetten tot het leggen van eieren.
  • Haal de eieren niet weg: de meeste vogels hebben een bepaald aantal eieren die ze leggen. Op het moment dat u de eieren weghaalt, zal de vogel deze eieren er weer bij produceren.
  • Zorgt voor eten van goede kwaliteit: door het leggen van de vele eieren kunnen voorraden van bepaalde voedingstoffen compleet opraken.
  • Verander de omgeving: soms is het lastig te bepalen welke omgevingsfactoren nu juist wel of niet tot het leggen van eieren leidden. Een eenvoudige manier om een heleboel stimuli tegelijk te veranderen  is de kooi naar een een andere locatie (bij voorkeur een andere ruimte) te verplaatsen.
  • Stimuleer verveling: vogels die verveelt zijn produceren zelden eieren.
  • Verminder het daglicht: leg een doek over de kooi. De vogel mag maximaal 8 uur per dag daglicht krijgen. Op deze manier denkt de vogel dat het herfst is en zal hij minder eieren produceren.

Er is medicatie beschikbaar maar deze werkt meestal beperkt. Het belangrijkste is om de omgevingsfactoren aan te passen zoals hierboven is beschreven. 

Dierenbescherming

Wanneer kan ik een melding maken bij de dierenbescherming?
Antwoord

Iedereen kan met de dierenbescherming contact opnemen en een vermoeden uiten van een geval waarin een dier niet goed wordt behandeld. Tot op zekere hoogte is dit ook uw plicht. Meestal moeten er twee verschillende onafhankelijke meldingen komen voordat de dierenbescherming in actie komt. Gewoonlijk krijgt de eigenaar de kans om deze problemen op te lossen. Indien ze dit niet kunnen doen, kunnen er hoge boetes volgen. Deze kunnen worden opgelegd door de inspecteur van de dierenbescherming. Zij zijn hier wettelijk toe bevoegd. Zie voor meer informatie de website van de dierenbescherming.

Overige

Mijn huisdier heeft een navelbreuk(je)? Is dit gevaarlijk en moet ik hier wat aan laten doen?
Antwoord

Navelbreukjes komen veel voor. Deels is dit omdat er in veel gevallen nog niet standaard bij de geboorte van kittens en pups aan navel verpleging gedaan wordt. De navel raakt dan geïnfecteerd en ontstoken en gaat dan niet goed dicht. Dit geeft zelden klachten en krijgt daarom vaak ook niet de aandacht. Doordat de navel verbonden is met de blaas, komt het nogal eens voor dat het zindelijk worden van pups of kittens met een ontstoken navel niet goed lukt door de blaasinfectie.

In theorie kunnen navelbreukjes leiden tot het inklemmen van de darmen, in de praktijk komt dit echter zeer zelden voor. Dit heeft twee redenen. Aan de ene kant omdat het gaatje vaak te klein is voor de darmen, Aan de andere kant omdat in de buik op deze plek het buikvet zit. Dit buikvet kan wel ingeklemd raken. Het zwelt dan wat op en is een periode gevoelig bij aanraken. Vaak groeit het vet dan vast in de opening waardoor de natuur het navelbreukje dus zelf weet op te lossen.
Mocht een darm toch ingeklemd raken dan kunnen de volgende verschijnselen optreden:

  • Acuut stoppen met eten en drinken
  • Braken
  • Buik pijnlijk, zeer pijnlijk bij aanraken
  • Huisdier voelt zich echt niet lekker

Het optreden van een darmklemming is een spoedgeval, maar komt dus zeer zelden voor waarbij er voldoende alarmerende verschijnselen optreden.

Bij poezen is het een goed gebruik om de navelbreuk even te dichten op het moment dat deze gesteriliseerd wordt. Bij de castratie van de kater is dit minder voor de hand liggend, maar kan een navelbreuk simpel verholpen worden. Dit moet door middel van een kleine operatie gedaan worden, enkel een hechting erop is onvoldoende. Hierbij wordt operatief de breukpoort op gezocht en een klein randje (1 mm) rondom eraf gehaald. Hierdoor ontstaat er een vers wondje die dicht gehecht wordt met niet irriterend materiaal wat lang ondersteuning biedt.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.