Tandheelkunde

Gebitsbehandeling: waarom?

Dierenarts D.L. van Os is lid van de werkgroep veterinaire tandheelkunde.
Zie ook: gratis gebitscontrole bij onze paraveterinairen.

Het belang van een gezond gebit

Een slecht gebit veroorzaakt ontstekingen aan tandvlees en wortels. De bacteriën die zo het lichaam binnendringen vormen een bedreiging voor de gezondheid van onze huisdieren. Vooral nierproblemen bij katten en hartklepontsteking bij honden kunnen hiervan het gevolg zijn. Bij honden komen daarnaast ook zwerende ontstekingen van de grote scheurkiezen in de bovenkaak voor. Katten kunnen pijn hebben bij drinken waardoor ze uitdrogen en honden kunnen problemen hebben bij het kauwen op botten, maar ook gewoon minder vrolijk zijn bij problemen van het gebit. Een gebitsbehandeling gebeurt gewoonlijk onder algehele verdoving. Sommige eigenaren zien hier tegen op en dit weerhoudt hen er soms van op tijd een afspraak te maken. Blijkbaar wordt daarbij onvoldoende beseft wat de gevolgen kunnen zijn van het niet op tijd behandelen van een slecht gebit. Bovendien maken de mogelijkheden die ons in de kliniek ter beschikking staan gebitsbehandeling onder algehele verdoving tot een verantwoorde keuze. De gezondheid van de kiezen en tanden van uw hond of kat kunnen pas volledig worden beoordeeld nadat het dier onder algehele verdoving is gebracht en het gebit is gereinigd. Daarbij heeft onderzoek aangetoond dat een slechte kies niet gebruikt wordt en uw huisdier daarom beter af is zonder slechte kiezen dan met schoongemaakte slechte kiezen. Het trekken van een of meer van de kiezen of tanden is daarom een goede keuze. Zonder algehele verdoving en reiniging is de juiste keuze vaak niet te maken. Bij katten komt door plaquevorming veel cariës (kiesbederf) voor vlak boven het tandvlees. Dergelijke kiezen zijn moeilijk te trekken omdat de kroon van deze broze kiezen bij het trekken afbreekt en het verwijderen van de achtergebleven wortels een tijdrovend karwei is. Achtergebleven wortelresten van spontaan afgebroken kiezen kunnen voor grote problemen zorgen. Een röntgenfoto kan helpen deze achtergebleven wortelpunten op te sporen. Bij de hond kunnen de grote scheurkiezen door hun bijzondere bouw nooit in hun geheel verwijderd worden. Ook het verwijderen van deze kiezen is vaak een tijdrovend karwei. Zowel bij de hond als de kat moeten de kiezen, voordat ze kunnen worden verwijderd, eerst worden “gedeeld”. Alle klinieken die zich met tandheelkunde bezig houden hebben hiervoor precisie boor- en frees apparatuur. Het gebruik van een draadzaag, zoals we nog wel eens hebben gezien in tv-programma’s, is achterhaald.

Voorkomen is beter dan genezen

Uit het voorgaande blijkt al dat voorkomen vaak doeltreffender en beter is dan een behandeling, zeker als deze in een te laat stadium plaatsvindt. De gezondheid van een gebit en de aanleg voor de vorming van tandplaque verschilt sterk per dier. Grote hondenrassen zijn vaak goede “bottenkauwers” en gebitsproblemen zijn bij deze rassen dan ook vaak vooral een gevolg van beschadigingen van het gebit. Kleine hondenrassen en katten zijn vaak slechte kauwers terwijl er vaak een hoge leeftijd kan worden bereikt. Ook het soort voer wat wordt gegeven (blik of brok) lijkt hierdoor meestal maar weinig verschil uit te maken. Bij deze dieren kan 1x daags poetsen met een gaasje of zachte borstel gunstig werken.

Gebitsbehandelingen in dierenkliniek ’t Ossehoofd

Gebitsbehandelingen hebben bij onze huisdieren een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Reden voor een groep dierenartsen om eind 2000 een werkgroep veterinaire tandheelkunde op te richten. Deze werkgroep komt 2 maandelijks bij elkaar om ervaringen uit te wisselen, en lezingen en voordrachten en cursussen te houden. De werkgroep heeft ten doel de tandheelkunde onder dierenartsen verder te ontwikkelen. Dierenartsen welke bijzondere kennis hebben of een meer dan gemiddelde bijdrage leveren aan de tandheelkunde kunnen lid worden van de werkgroep. Onze dierenarts D.L. van Os is actief lid va deze werkgroep en heeft zich bekwaamt in allerlei meer specialistische tandheelkundige behandelingen zoals wortelkanaalbehandelingen en het maken van gebitsfoto’s om de ontwikkeling van het permanente gebit al op jonge leeftijd te kunnen beoordelen. Ook heeft dierenarts van Os veel kennis van de behandeling van ernstige gebits- en tandvleesproblemen bij de kat waardoor op den duur het hele gebit verloren kan gaan (download hier de stomatis complex info). Binnen de kliniek heeft Paraveterinaire assistente Mariska zich extra bekwaamt op dit gebied. Zij geeft wekelijks kosteloze gebitscontrole consulten op afspraak met de bedoeling om op laagdrempelige wijze gebitsproblemen vroegtijdig te onderkennen.

Tot slot: voor het gebit van honden en katten geldt hetzelfde als voor de mens. Goed en tijdig onderhoud aan het gebit kan zeer veel ellende en kosten voorkomen!

Professionele gebitsreiniging is wat anders dan tandsteen verwijderen

Jhr. A (Andries) W. van Foreest, tandheelkundig dierenarts. Dierenarts van Foreest is de eerste dierenarts in Nederland zie zich geheel heeft toegelegd heeft op de tandheelkunde. Hij is recent met pensioen en wordt door velen gezien als de grondlegger van de tandheelkunde bij gezelschapsdieren in Nederland.

Kosten

Een telefonisch verzoek om informatie over de kosten van een gebitsreiniging bij hond of kat kan niet beantwoord worden zonder een klinisch onderzoek vooraf en een mondonderzoek onder sedatie of anesthesie. Dit artikel beschrijft de handelingen die verricht worden bij een professionele gebitsreiniging bij gezelschapsdieren.
Vooral de telefonische vraag: “Mijn hond heeft veel tandsteen. Wat kost het om even tandsteen te verwijderen?” “Bij jullie …” is vaak de toevoeging. Kort door de bocht gezegd: daarop is geen enkel antwoord mogelijk.

De vraag

Wat bedoelt de eigenaar van hond of kat met ‘even tandsteen verwijderen’? Tandsteen is tandsteen, zo lijkt het. Veel of weinig, hard of zacht. Is het de eerste keer of een recidief? Zonder of met sedatie verwijderen? Als de trimster bij de trimbeurt aandacht besteedt aan het gebit en daar dan met een ‘tangetje’ wat tandsteen verwijdert, is dat te prijzen. Dit is inderdaad ‘even wat tandsteen weghalen’. Maar er is zo vaak meer aan de hand bij intensief dentaal onderzoek. Dat weet een goede trimster en die zal dan ook de boodschap meegeven dat de dierenarts het gebit moet reinigen onder sedatie. De oorzaak van tandsteen is de altijd aanwezige tandplaque op de gebitselementen. Die tandplaque verhardt zich door mineralisatie tot tandsteen: een fysiologisch gebeuren. Tandsteen op zich is ruw en zorgt daardoor voor meer tandplaque. Tandsteen op zich stinkt niet en is niet de veroorzaker van de slechte adem (halitosis). De tandplaque veroorzaakt ontstekingen van het parodontium: het ophangapparaat van het gebitselement. Een gingivitis (tandvleesontsteking) leidt tot een parodontitis (ontsteking van het weefsel rondom de tand) die weer overgaat in een alveolitis (ontsteking van de tandkas) en zal leiden tot meer mobiliteit en uiteindelijk verlies van het betreffende element. Er is sprake van gingivazwelling: er ontstaan in eerste instantie pseudopockets waardoor er zich subgingivaal meer tandplaque en voedselresten kunnen gaan nestelen. De ontsteking gaat dieper en er ontstaan ware pockets: de pathologisch verdiepte toestand van de sulcus gingivalis. Bacteriën gaan steeds meer een rol spelen. De samenstelling van de bacteriële flora in de mondholte gaat veranderen in een meer anaërobe flora. Het zijn vooral deze bacteriën die stank veroorzaken. Behalve de lokale reacties kunnen de bacteriën uit de tandplaque de rest van het lichaam aantasten. Naast het constateren van tandsteen is een grondig onderzoek van de mondholte noodzakelijk voor het vaststellen van de aanwezigheid van parodontale aandoeningen of andere gebitsafwijkingen.

Conclusie

Tandsteen verwijderen is tandsteen verwijderen, maar de aanwezigheid van tandplaque (en tandsteen) is niet altijd een weerspiegeling van de ernst van een parodontale aandoening of tandvleesontsteking. In de praktijk voor gezelschapsdieren is ‘even tandsteen verwijderen met een tandsteenkrabber’ niet meer een gangbare procedure. Er zal een degelijk oraal en dentaal onderzoek moeten plaatsvinden met behulp van een parodontaalsonde alvorens overgegaan mag worden tot het tandsteen verwijderen. Het is juister om in plaats van over ‘tandsteen verwijderen’ te spreken over ‘een gebitsreiniging’ en beter nog over ‘een professionele gebitsreiniging’. Het antwoord op de telefonisch gestelde vraag moet dan ook zijn: “Dat kunnen wij niet zeggen. Er kan veel meer aan de hand zijn dan alleen een beetje tandsteen. Wij moeten uw hond eerst zien, onderzoeken en samen met u een behandelplan opstellen. Daarna kunnen we voor u een prijsopgave maken.”

Tijdschrift voor diergeneeskunde, deel 131, december, aflevering 24, 2006

Verwijderen dubbele hoektand pup

Bij de jonge hond komt het regelmatig voor dat de melkhoektand bij het wisselen niet uitvalt maar wordt opgesloten door de permanente hoektand. Door de scheve implant en de zeer lange wortel kan de melkhoektand dan niet uit de tandkas schuiven maar loopt hij bij het wisselen klem tegen de permanente hoektand. Op de foto kunt u zien dat zich makkelijk vuil ophoopt tussen beide hoektanden waardoor uiteindelijk de permanente hoektand beschadiging oploopt. De permanente hoektand wordt wel als het belangrijkste element van het gebit van onze huishond beschouwt. De hond gebruikt de hoektanden niet alleen voor waak- en verdedigingsgedrag, maar kan met deze hoektanden ook dingen in zijn bek nemen. Als de melkhoektand niet uitvalt, adviseren wij u om deze te laten verwijderen. Uiterlijk als de pup 6 maanden oud is. In de tussentijd doet u er verstandig aan het vuil tussen beide hoektanden te verwijderen. Bij twijfel is het natuurlijk altijd verstandig eerder contact op te nemen. Het is belangrijk dat de melkhoektand in zijn geheel wordt verwijderd. Dit wordt onder algehele narcose gedaan waarbij wordt gewerkt met speciaal instrumentarium. Om één maal narcose te voorkomen kunt u overwegen deze ingreep bij de teef te combineren met sterilisatie.