Voortplanting

Dekking

Progesteronbepaling: bepaling van het optimale dektijdstip

In onze kliniek worden regelmatig progesteronbepalingen gedaan bij teven in de vruchtbare periode. Doel van deze bepaling is meestal om het optimale dektijdstip te bepalen.

Mogelijke redenen hiervoor zijn:

  • Een mislukte voorgaande dekking.
  • Een reu op aanzienlijke afstand van de woonplaats van de teef.
  • Een eigenaar die de kans op een succesvolle dekking wil vergroten en een zo groot mogelijk aantal pups wenst.

Er zijn verschillende manieren om het juiste dektijdstip van de teef te bepalen. Deze manieren verschillen vooral in de mate van nauwkeurigheid. De meest gebruikte methodes, in toenemende mate van nauwkeurigheid, zijn:

  • Uitgaan van 11-13 dagen na het waarnemen van de eerste vagina-uitvloeiing.
  • Beoordelen van de aard van de vagina-uitvloeiing (bloederig tot kleurloos).
  • Sta-reflex en interesse voor de reu.
  • Inwendig onderzoek van het slijmvlies van de vagina.
  • Microscopische beoordeling van de cellen van de vaginawand.
  • Bepaling van de hoeveelheid progesteron in het bloed.

Uit onderzoek is gebleken dat vooral bepaling van de progesteronspiegel vanaf dag 7 na de eerste waarneming van vagina-uitvloeiing een goede en betrouwbare methode is om het juiste dektijdstip te bepalen. Bij het eerste consult op dag 7, wordt meestal ook een uitstrijkje van de vaginawand gemaakt om te beoordelen of de toestand van de vaginawand past bij de verwachte dag van de cyclus. Soms is het namelijk moeilijk om de eerste dag van de uitvloeiing waar te nemen, bijvoorbeeld bij langharige honden of bij teven die slechts weinig uitvloeiing hebben. Het is dan mogelijk dat de teef al verder in de cyclus is dan verwacht. Ook blijkt bij sommige teven (tot zo’n 30%) het juiste dektijdstip niet synchroon te lopen met de dekbereidheid.
De progesteronbepaling wordt uitgevoerd door een laboratorium in Duitsland, of op de kliniek als opsturen niet mogelijk is. Het bloed wordt nog dezelfde avond per koerier afgeleverd. De uitslag is meestal vroeg in de middag van de volgende dag bekend.

Mogelijke uitslagen zijn:

  • Laag (< 1 ng/ml)
    • Nog geen productie van progesteron door rijpende eitjes.
    • Advies: hertesten na drie dagen.
  • Beginnende progesteronproductie (2 – 4 ng/ml)
    • De eisprong is op komst.
    • Advies: hertesten na twee dagen.
  • Eisprong (4 – 8 ng/ml)
    • Dit gehalte wijst op de eisprong.
    • Advies: het ideale dektijdstip ligt twee dagen later.
  • Hoog (> 8 ng/ml)
    • De ovulatie heeft al plaatsgevonden.
    • Advies: dezelfde dag of de dag erna dekken.

Het patroon van meerdere bepalingen achter elkaar geeft meer informatie dan één enkele bepaling. Soms is het verstandig om op de dag van de dekking of direct erna ook nog de progesteronspiegel te bepalen om meer zekerheid te hebben dat de eisprong daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.
Als bepaling door het laboratorium niet mogelijk is (in het weekend of op feestdagen), beschikken wij over een progesterontest die bij ons in de kliniek kan worden uitgevoerd. Bij deze test wordt de hoeveelheid progesteron in het bloed van de teef op het oog vergeleken met testoplossingen waarvan de concentratie progesteron bekend is. Deze test zegt minder over de absolute hoeveelheid progesteron in het bloed, maar is in de praktijk even betrouwbaar gebleken om het juiste dektijdstip te bepalen. Progesteron kan ook bepaald worden indien een echo uitwijst dat een hond niet drachtig is, mits de echo wordt uitgevoerd voor de 28e dag. Op deze wijze kan ook achteraf bepaald worden of er een goede ovulatie heeft plaats gevonden.
Mocht u na het lezen van deze informatie nog vragen hebben op het gebied van de voortplanting van uw hond, dan staan wij u graag te woord.

Spermaonderzoek reu

KI of natuurlijke dekking

Algemeen

De meest natuurlijke manier van voorplanting bij honden is de dekking waarbij de reu de teef op natuurlijke wijze bevrucht op het moment dat zij loops is.
Een andere manier is bevruchting via kunstmatige inseminatie (KI). Onder KI wordt verstaan iedere voortplantingstechniek die niet mogelijk zou zijn zonder de hulp van de mens. Bij KI wordt de rol van de reu beperkt tot het afnemen van sperma dat vervolgens door de dierenarts rechtstreeks in de baarmoeder van de teef wordt ingebracht. De bevruchtingskans ligt wel wat lager (een kleine 70%) dan bij een natuurlijke dekking (gemiddeld zo’n 90%).

Waarom kunstmatige inseminatie?

 Er zijn diverse redenen waarom besloten kan worden over te gaan op kunstmatige inseminatie:

  • Agressie tussen reu en teef.
  • Te groot verschil in karakter.
  • Onervaren en/of zenuwachtige teef/reu.
  • De reu is aanmerkelijk kleiner dan de teef.
  • Gebrek aan geslachtsdrift.
  • Pijn bij één van de honden bij de dekking (wervels, achterpoten).
  • Het voorkomen van infecties die tijdens een natuurlijke dekking overbracht kunnen worden.
  • Medische problemen aan de geslachtsorganen die een goed resultaat bij natuurlijke dekking in de weg staan (uitzakking, afgesloten of misvormde uitwendige geslachtsorganen) die echter niet het gevolg zijn van erfelijke afwijkingen.
  • De teef wordt niet drachtig, ondanks eerdere dekkingen.

Het juiste tijdstip van dekking

Het bepalen van het juiste tijdstip van dekking is van groot belang voor het goed slagen van de dekking. Dit gebeurt door bloedonderzoek, liefst in combinatie met een uitstrijkje. In sommige gevallen is het nodig een bacteriekweek te maken.

Hoe gaat KI?

Als de omstandigheden voor dekking optimaal zijn, komen reu en teef samen naar de dierenkliniek. De teef wordt vóór de reu neergezet zodat de reu onder haar staart kan ruiken en opgewonden raakt. De dierenarts zorgt er manueel voor dat er bij de reu een zaadlozing tot stand komt en vangt het sperma op. De reu mag pas weer naar huis als de erectie is verdwenen en de penis binnen de voorhuid is teruggetrokken.
Vervolgens bekijkt de dierenarts een monster van dit sperma onder de microscoop en beoordeelt de kwaliteit, kwantiteit, bewegelijkheid en het uiterlijk. Als dit voldoende is, brengt de dierenarts middels een speciale canule het sperma in de baarmoeder van de teef. De teef wordt vervolgens circa 5 minuten met de achterhand omhoog gehouden om te voorkomen dat het sperma terugstroomt. Dit gehele proces van kunstmatige inseminatie duurt ongeveer een kwartier.

Drachtig, en dan?

Hierna staat uw teef een nieuwe toekomst als (aanstaande) moeder te wachten. Ook hierin kan uw dierenarts een grote rol spelen. Denk aan het vaststellen van de drachtigheid, het begeleiden van de zwangerschap en de bevalling.
Ook speelt hij een belangrijke rol bij de gezondheid en het welzijn van de pasgeboren pups. De pup moeten worden ingeënt en ontwormd om op te groeien tot een gezonde hond. Uw dierenarts adviseert u graag bij de diverse entingen van de pup en het ontwormingsschema.
Immers, gezonde pups zijn blije pups en worden zo blije honden en goede makkers voor hun nieuwe baas.

Herdekken of niet?

Na een dekking kan er twijfel zijn over de kwaliteit en het tijdstip van de dekking. Herdekking twee dagen later brengt niet alleen extra moeite met zich mee, maar vergroot bovendien de kans op een baarmoederinfectie als de teef hormonaal gezien al te ver is voor een herdekking.
Tijdens de dekkingsperiode (de oestrus) is de afweer van de teef optimaal om dekinfecties tegen te gaan. Hierna  neemt de afweer snel af. De ontwikkeling van de vrucht in de baarmoeder betekent immers ook voor de helft lichaamsvreemd materiaal in deze baarmoeder. Om afstoting te voorkomen wordt daarom de afweer na de oestrus in de baarmoeder omlaag gebracht.
Het is om deze reden dat te laat dekken onverstandig is. Dit is tevens de periode bij de (niet-gedekte) teef dat baarmoederontstekingen optreden (zie ook pyometra).
Bij twijfel is het aan te bevelen een progesterontest te doen direct na de dekking. Is deze hoog, dan is een volgende dekking sterk af te raden.
Verder is het goed om te realiseren dat goed sperma 7 dagen na de dekking nog levensvatbaar is. 2 dagen later dekken is dus niet gauw nodig.

Herpesvaccinatie van de teef: zin of onzin?

Het verstrekken van objectieve informatie
Als dierenkliniek hechten wij eraan een goed en objectief advies aan fokkers te geven. Soms vormen wij daarmee onbedoeld een tegenwicht in andere vaak weinig feitelijke en daardoor weinig objectieve informatie, die u als fokker kan bereiken. Het verspreiden van angst voor herpes zoals wij de laatste jaren waarnemen is wat ons betreft dan ook een slechte zaak. Met goede informatie willen wij voorkomen dat u zonder goede reden kosten maakt voor vaccinatie tegen herpes.

Herpes in de actualiteit
Hoewel herpes al zeer lang bestaat en vaccinatie al veel langer mogelijk is, is er de laatste jaren in Nederland extra aandacht voor het herpesvirus. Deze aandacht wordt niet onderschreven door de wetenschap in binnen- en buitenland en wordt ook niet gestaafd door een toename in problemen die bewezen te maken hebben met dit virus. Opvallend is dat ook de makers van het vaccin deze angst en daarmee de uitverkoop van het vaccin medio 2008 niet goed begrijpen. Anders gezegd er was in 2008  ineens  een enorme toename van vaccinaties zonder dat hiervoor een aanwijsbare diergeneeskundige reden was.

Hoe wordt het virus overgebracht?
Typisch bij het herpesvirus is dat er dragers voorkomen. Dragers zijn dieren die zelf niet ziek zijn maar wel het virus bij zich dragen en (met tussenpozen) verspreiden. Dit is niet alleen bekend van het herpesvirus van de hond (Canine Herpes Virus) CHV. Ook herpes simplex ofwel de koortslip bij de mens, verspreidt zich via dragers. Een ander typisch kenmerk van dit Canine Herpes Virus is dat het zich alleen kan vermenigvuldigen bij een temperatuur die enkele graden lager ligt dan de normale lichaamstemperatuur. Dit verklaart waarom het herpesvirus bij honden (en mensen) normaal alleen voorkomt op de koudere delen van het lichaam zoals de mond, neusholte en de geslachtsdelen rn zich bij een gezond lichaam niet vermenigvuldigd in het lichaam zelf omdat hiervoor de inwendige lichaamstemperatuur te hoog is.

Hoe vaak komt het herpesvirus voor?
Het herpesvirus is al tientallen jaren endemisch onder honden. Dat wil zeggen dat het overal aanwezig is en het, net als bij de mens, normaal is als een hond met dit virus in contact komt. Elk hondencontact, ook via de lucht, kan dit virus overbrengen. De dekking speelt hierbij een ondergeschikte rol.
De meeste honden ontwikkelen afweerstoffen die het virus na korte of lange tijd uit het lichaam verwijderen. Gewoonlijk hebben deze honden in deze periode totaal geen ziekteverschijnselen. U kunt dus ook niet zien of uw hond hiermee geïnfecteerd is of is geweest. Een enkele keer komen symptomen als kennelhoest of irritatie van de geslachtsdelen voor. Bij onderzoek naar afweerstoffen bij gezonde honden blijkt tot wel 80% van de gezonde honden afweerstoffen te hebben tegen het virus en dus hiermee in contact te zijn geweest. Enkele honden zien geen kans om voldoende afweerstoffen te maken en deze honden worden het virus nooit helemaal de baas en blijven het virus bij zich dragen. Ze worden daarom wel dragers genoemd

Wanneer lopen mijn pups risico?
Alleen als de volgende 3 zaken tegelijk plaatsvinden lopen pups risico’s te sterven aan een herpesinfectie:

  1. Er worden geen afweerstoffen aan de pups doorgegeven.
    Afweerstoffen tegen herpes en anderen ziekten voorkomen nieuwe besmettingen. Deze afweerstoffen worden direct na de geboorte met de eerste moedermelk aan de pups doorgegeven. Vooral jonge teven die weinig in contact zijn geweest met soortgenoten en al vroeg een nestje krijgen, zijn soms nog niet besmet en hebben hierdoor geen afweerstoffen tegen herpes in de moedermelk. Dit komt in de Nederlandse situatie waar honden (van de goede fokkers) veel contact hebben, shows lopen, gekeurd worden enzovoorts eigenlijk niet vaak voor.
  2. Door insleep van ziektes via contacten met honden van buiten de kennel (kennelhygiëne) wordt het nest besmet met ziektes waaronder herpes. 
    Indien een jonge drachtige teef die nog niet eerder besmet is met het herpesvirus door contacten met honden (dragers) buiten de kennel (onvoldoende basis kennelhygiëne) of een nieuwe drager in de kennel toevallig net aan het eind van de dracht besmet wordt, dan heeft ze geen tijd gehad om afweerstoffen te vormen en deze via de moedermelk aan de pups door te geven ter bescherming. Deze teef vormt nu zelf ook een bron van besmetting.
  3. De eerste 10 dagen worden de pups slecht verzorgd en koelen ernstig af.
    Alleen bij puppy’s die sterk afkoelen in het nest en die met het herpesvirus geïnfecteerd worden zonder dat ze voldoende afweerstoffen van de moeder binnenkrijgen, kan het virus zich in het koudere lichaam vermenigvuldigen en ziekte en sterfte onder de pups veroorzaken. Indien de fokker secuur om gaat met het nest en zorgt voor een goede omgevingstemperatuur en een goede begeleiding kan zelfs bij een besmetting herpes eigenlijk geen slachtoffers onder de pups maken.

Het infecteren van een teef in het laatste stadium van de dracht of direct na het werpen is daarmee een bijzondere situaties die eigenlijk alleen voorkomt in grote kennels. Dan nog vormt dit alleen een probleem als er daarnaast ook (te) weinig aandacht is voor de pups en hun lichaamstemperatuur en de teef niet in staat is afweerstoffen over te brengen via de moedermelk. Ook om deze reden kan het belang van het geven van moedermelk gedurende de eerste dagen nooit genoeg worden benadrukt. Moedermelk is de eerste dagen nimmer te vervangen of aan te vullen door kunstmelk producten. Zie ook het commentaar bij Esbilac kunstmelk. In nood kan ingegeven serum van bloed van de moeder ook enige bescherming bieden.

Is vaccinatie dan onzin?
De vaccinatie is eigenlijk bedoeld voor kennels die een specifiek probleem hebben met herpes. Niet zoals nu vaak wordt gesuggereerd, als goede, algemene preventiemaatregel voor fokkers die hooguit enkele nestjes per jaar hebben en deze met alle zorg en aandacht omringen.
In specifieke situaties waarin door sectie is aangetoond dat jong gestorven puppy’s vermoedelijk gestorven zijn aan herpes, mag een drager in de kennel worden vermoed en kan het nuttig zijn te vaccineren.
Herpes vaccinatie als algemene vaccinatie is dus in waarde veel beperkter dan velen, om wat voor reden dan ook, geloven.
Dit betekent dus ook het omgekeerde: indien er in een gezond nest een pup van 14 dagen overlijdt na een periode van diarree, dan moet niet aan herpes gedacht worden maar aan tal van andere oorzaken.

Tot slot
Bedenk tot slot dat geen enkele vaccinatie een slechte kennelhygiëne en teniet kan doen. De basisregel dat een teef met jongen voldoende aandacht en verzorging moet hebben en goed gescheiden moet worden gehouden van andere honden om insleep van infecties te voorkomen, is de beste garantie voor gezonde pups. Er zijn immers nog zoveel andere bedreigingen voor de puppy’s dan het herpesvirus.
Indien toch wordt gevaccineerd met als argument het bieden van maximale bescherming, dan moet er ook aandacht zijn voor het vaccineren van andere honden in de kennel, en het niet geven van kunstmelk producten tijdens de eerste dagen van de pups. Het testen van afweerstoffen van de teef voor de dekking kan in twijfelgevallen duidelijk maken of  vaccinatie zinvol is.

Beeldvorming

De waarde van de echo bij begeleiding van de dracht en partus

Met een echo is het niet alleen mogelijk om de dracht vast te stellen maar ook of de pups levend zijn. In een vroeg stadium (eind van de 3e week) kan de spanning in de vruchtblaas een indicatie zijn. Vanaf de 5e week is het kloppen van het hartje te zien.
Een echo is in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt niet geschikt voor het betrouwbaar meten van het aantal pups. U kent vast wel de verhalen uit de media waar bij de geboorte van meerlingen bij vrouwen, er tot ieders verassing een baby meer was dan werd gedacht. En dan te bedenken dat hier vaak heel wat echo’s gemaakt zijn en bij honden het aantal pups veel groter is.
Met de echo de hele buik doorzoeken is zelfs onder optimale omstandigheden niet betrouwbaar te zeggen hoeveel pups er zijn. Dit laatste is erg belangrijk als er zorgen zijn over de partus. Er zijn zoveel verschillen in de partus dat het moeilijk van buitenaf is te zeggen of de pups het moeilijk hebben of dat er nog wat geduld nodig is. Door het meten van de hartslag met behulp van de echo kan hier een betrouwbare indruk van worden gekregen. Een vitale pup die nog geen zuurstofgebrek heeft tijdens de partus, heeft een hartslag die beduidend hoger ligt dan die van de moeder.
Zie ook onze echodiagnostiek pagina.

 

De waarde van röntgenfoto’s na dag 45 bij het begeleiden van de partus

Veel problemen bij de partus zijn een gevolg van een verkeerde inschatting van het aantal pups. Er wordt gewacht of er worden midden in de nacht teef en pups naar de dierenartspraktijk gesleept voor een pup die er helemaal niet blijkt te zijn. Of er blijkt juist nog een extra pup te zijn die zo traag ter wereld komt dat deze niet meer levensvatbaar is. Zeker als u niet zeer ervaren bent of gewoon geen risico’s wilt nemen met uw pups, dan is het een overweging een röntgenfoto van de buik van de teef te laten maken.
Het maken van een röntgenfoto is in ieder geval veilig in het laatste stadium van de dracht wanneer alle organen en onderdelen van de vrucht gevormd zijn. Na de 45e dag is aan de hand van de skeletjes een betrouwbare telling te doen. Dit is ook weer alleen mogelijk met een goede röntgenfoto met voldoende contrast en de nodige ervaring in het beoordelen ervan.

Rara, waar ben ik?

Keizersnede: overweging van de dierenarts en eigenaar

Er zijn verschillende argumenten voor of tegen het uitvoeren van een keizersnede.
Een keizersnede werkt negatief in op de relatie tussen moeder en pup. Dit leidt tot:

  • Minder melk
  • Minder zorg voor de pups
  • Een hogere kans op verstoting

Waarschijnlijk komt dit door het gemis van de anders vrijgekomen oxytocine tijdens de geboorte.

Een keizersnede voordat de geboorte op gang is gekomen heeft deze nadelen sterker. Voordelen hiervan zijn echter:

  • De teef is minder uitgeput.
  • De baarmoeder staat nog niet open waardoor de baarmoeder nog niet geïnfecteerd is en er minder kans is op infecties in de buik en de wond.
  • Keizersnede is beter planbaar en heeft lagere kosten. Er is een kleinere kans op fouten door bijvoorbeeld vermoeidheid.
  • Minder risico voor de pups.

Voor iedere situatie kunnen er argumenten voor of tegen een keizersnede bedacht worden. Het belangrijkste is openheid waarom we welke keuze maken in welke situatie.
Er kan ook gekozen worden voor een gelijktijdige sterilisatie. Dit lijkt wat kosten te besparen maar heeft een aantal belangrijke nadelen:

  • Na de geboorte involeert de baarmoeder. Dit is een terugkering van de baarmoeder naar de status zoals deze voor de zwangerschap was. Hierdoor vloeit er bloed, maar ook bouwstenen terug in de hond.
  • Een groot orgaan verwijderen geeft een reëel risico op schock. Dit kun je opvangen met een (stort) infuus met glucose en elektrolyten. Probleem hierbij is dat er menig hond (en kat) op deze manier overleden zonder dat de dierenarts wilde of kon begrijpen dat dit te maken had met het verwijderen van de baarmoeder.
  • Als we deze ingreep al doen zien we een langzamer herstel.

De baarmoeder 12 weken later verwijderen via een kijkopening kan een onnodige belasting lijken, maar is dus geen verkeerdere keuze.

Het beperkte nut van oxytocine-injecties (python)

Tijdens het werpen van de pup (de partus) produceert het lichaam in de hypofyse een kortwerkend hormoon oxytocine genaamd. Dit hormoon zorgt er kortdurend voor dat de baarmoeder samentrekt en stimuleert het samentrekken van melkklier: het laten schieten van de melk.
In de grijze veterinaire oudheid werd hier het slangengif van de python voor gebruikt. Dit is al tientallen jaren vervangen door een synthetisch geproduceerd oxytocine, maar wordt door velen nog een injectie python genoemd. Het synthetische oxytocine heeft in tegenstelling tot het natuurlijke hypofyse-hormoon geen invloed op de bloeddruk en kan dus veilig gebruikt worden.
De afgifte van het lichaamseigen hypofysaire hormoon oxytocine wordt onder andere gestimuleerd door het aanleggen van de pups. Het aanleggen van de pups direct na de geboorte is dus een belangrijke manier om de geboorte van een volgende pup te stimuleren. Omdat na het aanleggen een wee volgt kan de teef hierop afwijzend reageren.
De werking van oxytocine op de baarmoeder is echter sterk afhankelijk van de invloed van een aantal andere hormonen. Daarom is bij een te vroeg geboorteproces de werking van oxytocine op de baarmoeder en de melkklieren een stuk minder.
Een injectie onder de huid van oxytocine zal een langdurige samentrekking geven van de baarmoeder. Dit is maar een zeer beperkte nabootsing van de natuur waar de hypofyse door stootsgewijze afgifte van het natuurlijk oxytocine krachtige weeëngolven geeft.
Weeën kunnen wel effectief worden nagebootst  door kleine hoeveelheden oxytocine per infuus toe te dienen. Direct trekt de baarmoeder kortdurend samen. Indien weeënzwakte de oorzaak is van het vertraagde geboorteproces, dan wordt na een intraveneuze injectie meestal direct de pup geboren.

De gezondheidskeuring van de Engelse bul

Alle leden van de EBCN (Eerste Bullen Club Nederland) hebben zich verplicht tot het laten verrichten van een gezondheidskeuring van reuen en teven waarmee men wil fokken.
Om de uniformiteit van deze  keuringen te garanderen is een beperkte groep dierenartsen, die binnen de EBCN bekend staan om hun kennis van de Engelse Bul, gevraagd hierin te participeren. Dierenkliniek ’t Ossehoofd is door de EBCN gecertificeerd als instituut om het gezondheidsonderzoek op de Engelse Buldog te verrichten. Dit gezondheidsonderzoek bevat vele  aspecten waaronder ogen, huid en luchtwegen. Om een indruk te krijgen van de diameter van de luchtpijp, wordt een röntgenfoto van de longen gemaakt.
Zie voor de kosten van dit onderzoek de pagina tarieven.