De jonge hond

Aanschaf van een pup: een rashond of niet

Verwante onderwerpen op deze site:

Inleiding

Een hond is een geweldig huisdier maar brengt de nodige zorg met zich mee. Hij moet bij zijn baas en omgeving passen. Daarnaast moet de de hond de zorg kunnen krijgen die hij nodig heeft voor zijn gezondheid en welzijn zoals voeding, wandelen, vachtverzorging, opvoeding, medische zorg enzovoorts. Wij adviseren u graag als u overweegt een hond aan te schaffen welke hond het beste past bij u en uw leefomstandigheden.
Van oudsher is de hond gewaardeerd om zijn gezelschap en zijn vele nuttige eigenschappen zoals waken, speuren, jacht, veedrijven enzovoorts. Om de gewenste eigenschappen te versterken, is de mens gaan selecteren op deze eigenschappen en zo zijn er rassen ontstaan. Binnen een ras komen de genen zodanig overeen dat de nakomelingen min of meer voorspelbare eigenschappen krijgen.
Vele van de uiterlijke kenmerken van een ras zijn daarbij van oorsprong functioneel. Een brak heeft korte pootjes omdat hij zo makkelijker de neus aan de grond kan houden. De grote oren zorgen voor afkoeling zodat hijgen minder snel nodig is om het lichaam koel te houden.
De laatste decennia is echter voor veel rassen de aandacht verlegd naar de uiterlijke kenmerken waarbij de functionaliteit van deze kenmerken naar de achtergrond is verschoven. Hierdoor zijn er in veel rassen gezondheidsproblemen ontstaan. Een voorbeeld hiervan is de Duitse herder die men probeerde een lichaamshouding te geven alsof hij elk moment op kan springen. Hiertoe werd geselecteerd op achterbenen die meer achter het lichaam stonden. Onbedoeld heeft men daarmee ook geselecteerd op een minder natuurlijke stand van de heupen. Het omgekeerde is bij de rottweiler gebeurd. Deze geduchte waker moest een onverzettelijk uiterlijk hebben. Men zocht naar een sterk gespierde hond welke een lichaamshouding had alsof hij zich schrap zette. Onbedoeld heeft men daarbij een hond gekregen die door de gestrekte stand van de knie en het gespierde lijf gevoeliger is geworden voor knieletsel (zie pagina orthopedie).
Voor aandoeningen waarvan de erfelijke basis al langer werd onderkend, zoals heupdysplasie, elleboogdysplasie en PRA, is er al tientallen jaren beleid om dit uit te sluiten voor de fokkerijen.
Hoewel er al tientallen jaren aandacht is voor zaken als heupdysplasie (HD), elleboogdysplasie (ED) en nachtblindheid (PRA), neemt de laatste tien jaar ook de aandacht voor andere gezondheidskenmerken bij honden enorm toe. Dit is mede het gevolg van de sterk toegenomen kennis van de aandoeningen en methoden om ze op te sporen. Veel technieken die daarbij gebruikt worden zoals DNA, echo en MRI zijn pas de laatste decennia echt beschikbaar gekomen. Daarnaast hechten wij maatschappelijk ook steeds meer belang aan een prettig leven voor de (huis)dieren om ons heen. Gevolg is dat de fokkerij op gezondheidsproblemen steeds meer wordt aangesproken.

Hoe zijn hondenrassen vrij te maken van gezondheidsproblemen?

Veel aandoeningen komen pas tot uiting op oudere leeftijd. De leeftijd waarop de hond zich al heeft voortgeplant en dus de goede en slechte eigenschappen al heeft doorgegeven. Er moet dus gezocht worden naar methoden om deze gezondheidsproblemen als op jongere leeftijd op te sporen. Dit blijkt vaak niet eenvoudig. De erfelijkheid van veel gezondheidsproblemen is vaak complex en niet met een simpel DNA-testje op te sporen.
Het opsporen van gezondheidsproblemen kost veel geld. Hierdoor worden pups duurder. Dit komt niet alleen door de kosten van het onderzoek zelf, maar ook doordat veel teven en reuen die veelbelovend waren en waar veel tijd en kosten in gestoken zijn, nooit een nestje kunnen krijgen.
Een ander probleem is dat van populaire rassen er bij zorgvuldig fokken vaak maar een beperkt aantal pups per jaar beschikbaar zijn. Aspirant-hondeneigenaren vinden het dan vaak moeilijk te wachten, zeker als ze op internet een hondje vinden wat er veel op lijkt en bovendien een stuk minder kost.
Een pup zonder papieren is een pup waarvan niet bekend is wie de ouders zijn en of deze gezond zijn. Toch laten veel nieuwe hondeneigenaren zich verleiden om een dergelijke pup aan te schaffen. De pups zijn veelal goedkoper en er hoeft niet gewacht te worden tot er een nestje geboren wordt. De hondenhandel en vooral de puppyfarms uit het buitenland varen hier wel bij: elke pup is er een en als er later problemen zijn, geeft er niemand thuis. Doordat nog steeds veel mensen dergelijke hondjes kopen is er een levendige handel ontstaan waarbij hondjes die in het buitenland onder slechte omstandigheden worden gehouden, toch gretig aftrek vinden.

Conclusie: hondenhandel en honden uit het buitenland bestaan bij de gratie van de kopers. Er is veel kritiek op de fokkerij die zeker voor een deel terecht is. Echter veel misstanden zijn het gevolg van een te weinig kritische aspirant-hondeneigenaar die zich door kwaadwillenden zand in de ogen laat strooien.

Misverstanden over rashonden

Rashond

Een rashond is een hond die door overeenkomst in erfelijkheid voorspelbare eigenschappen heeft. Een goede selectie van ouderdieren, niet alleen op functie en uiterlijk maar vooral ook op gezondheid, geeft nakomelingen die naast een voorspelbaar karakter en uiterlijk ook een voorspelbare gezondheid hebben. Voor veel rasverenigingen ligt er nog een flinke taak om dit beter waar te maken.

Stamboom

Een stamboom wordt in principe alleen afgegeven als beide ouders een stamboom hebben en van hetzelfde ras zijn. Een stamboom is niets anders dan een afstammingspapier. Het is een certificaat wat ons vertelt wie de ouderdieren zijn. Veel eigenaren menen dat een stamboom nergens goed voor is en dat je misschien beter geen stamboom kunt hebben. Op zich zegt een stamboom niets over de gezondheid van de pup, maar met de stamboom in de hand kan men wel meer te weten komen over de ouderdieren en hun gezondheid. Zonder stamboom is dit onmogelijk. Zoek je een boxer met een gezond hart (dus zonder de veel voorkomende aorta stenose), dan is het prettig te weten dat jouw pup uit ouderlijnen voorkomt waar aorta stenose weinig voorkomt. Een stamboom is dus een middel en geen doel op zich.
Een stamboom wordt alleen afgegeven aan de nakomeling van twee ouders van hetzelfde ras. Kruis je twee gezonde exemplaren van verschillende rassen, dan is het dus niet mogelijk hier een stamboom voor te krijgen. Maar het is zeer denkbaar dat je gezonde nakomelingen krijgt. Het is echter ook mogelijk dat je door een bijzondere combinatie juist problemen krijgt omdat eigenschappen elkaar kunnen versterken maar ook tegenwerken.
Indien een pup geen stamboom heeft, betekent dit in praktijk dat er op geen enkele manier gekeken wordt (of kan worden) naar de gezondheid van de ouderdieren. Je neemt gewoon een reu en teef van een gewild ras, zet ze bij elkaar, hoopt er het beste van en verkoopt ze via internet. Zoals gezegd treden veel problemen pas op wat latere leeftijd op en wie dan leeft, dan zorgt.

De fokkerij

De basis van de fok is de rasstandaard. Hierin is vastgelegd aan welke kenmerken een dier moet voldoen en op welke gezondheidskenmerken moet worden gelet.

Inteelt en verborgen eigenschappen

Veel foutjes in het erfelijk materiaal hebben geen betekenis zolang ze maar van één ouder komen. Het stukje gezond DNA van de andere ouder kan het defect dan compenseren. Indien de nakomelingen echter de verborgen eigenschappen (recessieve eigenschappen) van beiden gezonde ouderdieren hebben, komt de erfelijke aandoening tevoorschijn. Van inteelt wordt gesproken als beide ouderdieren familie van elkaar zijn. De kans dat twee ouderdieren dezelfde verborgen genetische afwijking doorgeven is groter als de ouderdieren verwant zijn. Bij inteelt komen dus verborgen aandoeningen sneller te voorschijn. Inteelt wordt daarom in de fokkerij wel gebruikt om verborgen aandoeningen op te sporen.

Kruisingen

Kruisingen hebben meer genetische verschillen waardoor de kans dat dezelfde verborgen eigenschappen van beide ouders worden doorgegeven dus een stuk kleiner is.

Een vuilnisbakje of een rashond

In principe is het waar dat een hond die veel verschillende genen heeft, zich makkelijker kan aanpassen aan de omgeving. In veel landen leven honden op straat en in het wild met als gevolg dat alleen de sterkste overleven en zich voortplanten. Nadeel van vuilnisbakjes is dat je als pup nog weinig weet over hoe groot ze worden, welke karakter ze krijgen, wat voor vachttype ze hebben enzovoorts.

De toekomst

Sinds 1 april 2013 is het chippen van honden verplicht. Hierdoor wordt inzichtelijker waar honden vandaan komen en kan illegaal transport en handel beter worden aangepakt. Aan de fokkers van rassen de taak om vaart te maken met het aanpakken van gezondheidsproblemen binnen de rassen. Zoiets kost geld maar de kosten gaan nu eenmaal voor de baat uit. Als u voor een paar honderd euro meer de garantie hebt dat uw hond niet geopereerd hoeft te worden aan allerlei aandoeningen of levenslang medicatie of klachten heeft, dan is de kans dat u een hond met papieren kiest een stuk groter. Hiermee levert u een bijdrage aan de gezondheid van een hondenras. Bovendien beperkt u zo de afzetmarkt van illegale of malafide fokkers.

Waar kunt u als eigenaar op letten bij de aanschaf van een hond?

Het is dus belangrijk dat u als aspirant-hondeneigenaar een kritische houding aanneemt bij de aanschaf van uw pup en niet alles voor waar aan neemt. Er zijn een aantal practische zaken waarop u kunt letten om te kijken of u met ene goed nest uit Nederland heeft te maken. Het LICG heeft hiervoor een handige checklist ontworpen.
Het LICG is een onafhankelijk organisatie die gesteund wordt door vele organisaties bijvoorbeeld de dierenbescherming, de universiteit en het ministerie van LNV en  eerlijke en deskundige informatie geeft over het houden van huisdieren.

  • Aantel nestjes aanwezig: het fokken van een nestje kost veel tijd en energie. Als een fokker veel nestjes tegelijkertijd heeft, is een goede begeleiding vaak niet mogelijk. Wie veel nestjes tegelijk fokt heeft personeel nodig.
  • Aanwezigheid van de moederhond: voor de opvoeding van een hond is het belangrijk dat de moederhond aanwezig is. Ook geeft het gedrag van de moeder u informatie over de pups. Koop geen hond als de moederhond afwezig is. Als er ‘excusen’ worden gebruikt waarom de moederhond niet aanwezig is, spreek dan af op een ander moment terug te komen als de moederhond wel aanwezig is.
  • Ligging van het nest in huis: het is belangrijk dat jonge pups in een huiselijk omgeving opgroeien. Hierdoor wennen ze aan alles wat ze later in hun leven als huishond ook mee zullen maken. Als pups te weinig nieuwe dingen meemaken, kunnen ze op latere leeftijd angstig worden.
  • Schone omstandigheden: dit is niet alleen van belang voor hygiënische omstandigheden, maar ook is het zo dat pups die in hun eigen vuil opgroeien nauwelijks zindelijk worden.
  • Reactie op bezoek en geluiden: pups die goed gewend zijn aan mensen, horen op bezoek niet angstig te reageren. Hoewel het ene ras van nature terughoudender is dan de ander, horen pups wel nieuwsgierig te zijn en u interessant te vinden. Ook hoort een goed gesocialiseerde pup niet te schrikken van normale huisgeluiden.
  • Chippen en registratie: chippen en registreren is verplicht sinds 1 april 2013. Een hond moet gechipt zijn voor hij 7 weken oud is en deze moet geregistreerd zijn voor hij 8 weken oud is. Let op! Honden mogen niet van de moeder gescheiden worden voor dat ze zeven weken oud zijn. Een pup mag dus alleen meegenomen worden als deze gechipt is. Vraag altijd om een registratiebewijs. Honden die in Nederland zijn gechipt hebben een nummer dat begint met 528. Rashonden waarvoor een Nederlands stamboom wordt aangevraagd hebben een nummer dat begint met 52814. Nummers die beginnen met 999 zijn testnummers en voldoen niet aan de wettelijke eisen.
  • Inenting: er moet minimaal één keer ingeënt zijn tegen het parvovirus en hondenvirus en ook moet de pup ontwormd zijn. Deze gegevens horen in een vaccinatieboekjes of paspoort te staan. U kunt met behulp van het chipnummer controleren of de entingspapieren daadwerkelijk bij de pup horen. Kijk ook of  het een dierenarts in de buurt betreft. Het is niet logisch als pups geënt zijn door een dierenarts uit een ander land of uit een hele andere streek.
  • Nationaliteit: soms worden pups uit het buitenland gehaald waarbij niet altijd volgens de regels wordt gehandeld. Deze mag echter pas gegeven worden op een leeftijd van 12 weken welke vervolgens geldig is na 3 weken. Pups die uit het buitenland komen moeten dus altijd minstens 15 weken oud zijn. Als ze jonger zijn, zijn deze dus altijd illegaal ingevoerd!
    Het kan zijn dat er Nederlandse chips naar het buitenland worden geïmporteerd, waardoor deze pups een nummer hebben dat alsnog met 5218 begint, terwijl ze dus wel degelijk uit het buitenland komen. Als een nummer begint met 52814 zijn dit wel altijd Nederlandse stamboompups. Pups moeten altijd een dierenpaspoort van het land van oorsprong hebben als ze over de grens worden vervoerd. In Nederland kunnen ze dan een Nederlands paspoort krijgen. Hier moet echter altijd ook de gegevens van het oude paspoort in vermeld staan. Controleer dit paspoort dus goed. Nederlandse EU paspoorten hebben een nummer wat met 528-NL begint. Pups die vanuit het buitenland komen moeten altijd een rabiësvaccinatie hebben en dus minstens 15 weken oud!.
  • Erfelijke afwijkingen: verdiep u van te voren in het voorkomen van erfelijke afwijkingen van het hondenras. Vraag aan de fokker of de ouderdieren op deze afwijkingen getest zijn en wat de uitslag daarvan was. De fokker moet hier officiële papieren van kunnen laten zien.
  • Informatie van de fokker: een goede fokker wilt ook dat zijn of haar pup bij een geschikt tehuis terecht komt. Hij of zij zal u daarom vragen stellen over waar de hond terecht komt, wat u ervaring is met honden of met dit ras. Verder zal hij of zij u eerlijke informatie vertellen over het ras, zowel positieve als negatieve eigenschappen en informatie kunnen geven over hoe de overgang van het nest naar het nieuwe huis zo goed mogelijk kan verlopen.
  • Geen gehaaste beslissing nemen. Ook de fokker hoort geen haast te hebben: het is belangrijk dat de fokker de tijd voor u neemt zodat u rustig u vragen kunt stellen en geen overhaaste beslissing zult nemen. Ook moet er de mogelijkheid zijn dat u meerdere keren naar de pups kunt komen kijken en is het niet de bedoeling dat de fokker u verplicht tot het in één keer beslissen of u de hond wilt of niet.
  • Koopcontract: het is verstandig om een koopcontract te vragen. Let hierbij op dat er geen constructies in vermeld staan die u niet wilt. Zo kan het soms zijn dat u als het ware het ‘pleeggezin’ van de hond wordt en de fokker de eigenaar blijft.
  • Bij twijfel: niet doen! Het is ook belangrijk om op uw eigen gevoel af te blijven gaan. Als u twijfelt of de hond wel een goede aankoop is moet u het niet doen!

(Bron: LICG)

Een nieuwe pup

Het opvoeden van en het zorgen voor de pup is een intensieve periode en vereist kennis, tijd en inzet. Om u hierbij wat te helpen een aantal adviezen, deels ook beschreven onder andere onderwerpen.
We willen u graag attenderen op ons groeiconsult. Een speciaal hiertoe opgeleide paraveterinair neemt dan voor u de tijd om vragen door te nemen en u te helpen met adviezen over groei, voeding en opvoeding. Wij willen als praktijk namelijk graag een bijdrage leveren aan een goede start.

Voeding en groei

Tijdens de eerste paar maanden zijn puppies uiterst actief en groeien ze erg snel. Hun voeding moet voldoen aan deze uitzonderlijke energiebehoefte die per kilo wel 2 tot 3 keer zo hoog kan liggen als in het latere leven. Bij pups van kleine en middelgrote honden moet het energiegehalte van het voer daarom hoger zijn dan van de voeding voor volwassen honden.
De groei is een belangrijke periode in het leven van een hond. Tijdens deze periode worden zowel het karakter als het lichaam van de toekomstige volwassen hond gevormd. Voor een harmonieuze ontwikkeling heeft een pup voeding nodig die rekening houdt met zijn daadwerkelijke behoeften. Of de pup een gezonde volwassen hond wordt met een goede bouw, een stevig gebit en een mooie glanzende vacht, wordt beïnvloed door de kwaliteit en de hoeveelheid voeding in deze periode. De groei van pups van kleine, middelgrote, grote en zeer grote rassen is zeer verschillend. Zo is een teckel in 8 tot 10 maanden volgroeid, terwijl dit bij een sint-bernard tot 18 maanden duurt. Bij de grote en zeer grote rassen komen door de enorme groei (van 600 gram bij de geboorte tot 70 kilo op de leeftijd van 18 maanden), dan ook vaker groeistoornissen voor dan bij de kleine en middelgrote rassen.
Het is uiterst belangrijk dat de pup ook weer niet te snel groeit. Een te hoge groeisnelheid verhoogt het risico op bot- of gewrichtsproblemen. De energieopname per dag heeft de grootste invloed op de groeisnelheid van de pup. Het is daarom belangrijk om een pup van een groot ras schraal op te laten groeien. Eveneens van groot belang is een aangepast calcium- en fosforgehalte (maximaal Ca2+: 0.85% / P042 – 0.63%) om zorg te dragen voor een goede mineralisatie van het skelet. Zie ook jongere honden en voeding.

Paraveterinaire consulten voor gewicht en groei (kosteloos)

Wij willen graag helpen bij het streven naar de juiste groei van uw pup. Omdat het vroegtijdig signaleren van problemen met de gezondheid erg belangrijk is, hebben wij hiervoor een speciaal spreekuur opgezet. Dit spreekuur wordt gehouden door onze paraveterinairen. Elke twee tot drie weken komt u voor groeibegeleiding met uw pup naar de kliniek waar de lichaamsconditie en het gewicht worden vastgesteld. Zie de openingstijden voor dit kosteloze spreekuur.

Vaccinaties

Het is in het belang van de gezondheid van uw pup dat deze zijn basisvaccinaties krijgt. Bij het eerste bezoek met uw pup aan de kliniek wordt uitgebreid aandacht besteed aan de groei, ontwikkeling en controle op aangeboren en erfelijke aandoeningen. Ook is er natuurlijk ruimte voor vragen en u krijgt advies over de diverse vaccinaties die van toepassing zijn. Vaccineren is maatwerk: niet iedere hond heeft dezelfde vaccinaties nodig.
U hoeft niet zelf aan de jaarlijkse (vervolg)vaccinaties te denken; u ontvangt van ons een herinneringskaart. Bij iedere vaccinatie doen wij een kleine check up van de hond.

Schema van basisvaccinaties voor de pup

  • 6 weken: pupvaccinatie
    • Parvo- en hondenziekte. Vaccinatie geschiedt met de mazelenvariant. Deze vaccinatie gebeurt gewoonlijk bij de fokker
  • 9 weken: cocktail
  • 12 weken: cocktail
    • Parvo
    • HCC
    • Ziekte van Weil en hondenziekte.

Afhankelijk van de leeftijd en voorgaande vaccinaties zijn ook andere vaccinatieschema’s mogelijk.
Naast deze basisvaccinaties, is het soms wenselijk uw hond te enten tegen kennelhoest, hondsdolheid (rabiës) en andere ziekten.
Voor de kosten van vaccinaties zie de tarieven.

Parasietenbehandelingen

Het is zeer belangrijk uw pup te beschermen tegen parasieten. Honden zijn erg gevoelig voor de gevolgen van wormen, vlooien en teken. Wij adviseren u daarom om uw hond regelmatig te ontwormen. Er zijn goede producten om deze parasieten te bestrijden.
Ontwormen van pups elke 2 weken na de geboorte en op de leeftijd van 2, 4 en 6 maanden. Daarna minimaal 2 keer per jaar. Afhankelijk van het gewicht en de (on)mogelijkheid om pillen in te geven adviseren wij Banmith, Milbemax, Drontal, Dolthene (vloeistof), Stronghold (druppels op de huid). Deze producten zijn zeer effectief, veilig en makkelijk toe te dienen. Elk product heeft zijn eigen specifieke kenmerken en voordelen.
Zie ook de mogelijkheid op gratis controle van ontlasting van uw hond of kat op wormen.

Wat kan er mis zijn met uw pup?

De belangrijkste gezondheidsproblemen bij de pup

  • Temperatuur
    Het kan voorkomen dat uw pup zich niet zo lekker voelt. Hoewel veel ziekten niet met koorts gepaard gaan, is het goed om de pup even te temperaturen. De normale temperatuur (voldoende diep) gemeten in de endeldarm van een hond ligt ongeveer  tussen de 38 en 39 graden.
  • Hoe ziet de ontlasting eruit
    Als de hond vaker naar buiten moet, loop dan even mee om zijn ontlasting te controleren. Op deze manier heeft u snel in de gaten of de hond diarree heeft en of er slijm of bloed bij de ontlasting zit.
  • Maag-darmklachten
    Het meest voorkomende probleem bij de pup zijn maag-darmklachten. Dit heeft verschillende oorzaken. Pups eten relatief veel, missen vooral in het begin de beschermende werking van de moedermelk, eten voer dat niet optimaal is, zijn vaak onvoldoende ontwormd en eten verder alles wat ze tegen komen.
  • Slappe ontlasting en verminderde eetlust
    De klassieke fout die bijna iedere eigenaar maakt bij een pup die ineens niet meer goed wil eten, is om hem ander voer geven. Een pup die normaal goed en vlot eet en ineens voedsel weigert doet dit omdat zijn maag en darmen van streek zijn en niet omdat het voedsel ineens niet meer lekker is! Het maag-darmkanaal heeft dan RUST nodig en zeker geen ander soort voedsel. Bij plotseling weigeren van voedsel de hoeveelheid sterk terugnemen, wel water (of yoghurt) geven en bij voorkeur even een afspraak maken als het te lang duurt of er diarree of  spugen optreedt. Immers, een pup die niet wil eten is ziek en verliest gewicht waardoor de weerstand snel afneemt.
    Als een pup behalve niet wil eten ook niet wil drinken, altijd direct een afspraak maken. Immers een pup die niet wil drinken is niet alleen echt ziek, maar droogt snel uit als er ook nog verlies van vocht door braken en diarree optreedt. De huid optillen is daarbij weinig betrouwbaar. Een pup die licht uitgedroogd is begin al met herverdelen van de bloedsomloop. Bloed naar hart nieren longen en hersenen krijgt voorrang op met name maag en darmen. Gevolg is dat bij geringe uitdroging de darmen als snel minder bloed krijgen waardoor de situatie sneller kan verslechteren.
  • Misselijkheid, niet eten en spugen
    Bij misselijkheid met spugen onmiddellijk al het eten en drinken weghalen en alleen kleine slokjes water geven. Als de hond het water binnenhoudt, kunt u hem gedurende een dag yoghurt geven. Aarzel niet om contact met ons op te nemen als de toestand van de hond niet snel verbetert.
  • Spugen en diarree
    Bij spugen en diarree, eten en drinken weghalen. Dring hem geen (ander) voer op: dat maakt het alleen maar erger. Maak een afspraak met de dierenarts.
  • Kreupelheid: spierpijn, een verstapping of erger
    Spierpijn komt niet voor bij een pup. Als een pup dus aangeeft dat hij pijn heeft, is dat meestal omdat gewrichten en ledematen overbelast zijn. Gun de hond dan rust. Als het regelmatig voorkomt kunt u er het beste naar laten kijken. Het kunnen groeipijnen zijn maar ook overbelasting van heupen en ellebogen. Het is van belang dat dit tijdig wordt opgespoord en behandeld.
  • Gebroken poot
    De botten van pups zijn nog niet zo stevig dus een botbreuk komt bij pups vaker worden dan bij volwassen honden. De poot is dan meestal duidelijk te dik, de pup gaat er geen moment op staan en houdt de poot vaak zó slap dat deze bungelt.
  • Oogontsteking
    Oogontstekingen met een beetje pus-achtige uitvloeiing komen veel voor bij de pup maar zijn meestal onschuldig zolang het oog maar helder is en de pup niet knijpt met het oog. Toch is het wel goed om er een keer naar te laten kijken. Veel voorkomende aandoeningen als een gezwollen oogamandel (deze zit achter het derde ooglid), en een door de natuur verkeerd geplaatst haartje kunnen beter behandeld worden.
  • Schoonmaken van ogen
    Veel mensen gebruiken gekookt water voor het schoonmaken van ogen. Het drinkwater in Nederland is echter van dermate goede kwaliteit dat het koken van water voor het schoonmaken van ogen, volstrekt overbodig is. Wel is water irriterend voor het oog doordat het hoornvlies uitdroogt. Het traanvocht dat het oog beschermt is zout. Aan het water waarmee het oog wordt schoongemaakt kan dus het beste ook wat zout worden toegevoegd. Gewoon lauw leidingwater dus en één afgestreken theelepel zout op een kopje water volstaat.
  • Hoesten en neusuitvloeiing
    In tegenstelling tot de mens komen verkoudheden bij een pup niet voor. Lijkt een pup verkouden of hoest de pup, dan is dit een reden om naar de dierenarts gaan. Zeker als de pup ziek is, niet wil eten, koorts heeft of last heeft van groene neusuitvloeiing.
  • Huidproblemen en jeuk in het liesgebied
    De huid van de jonge hond is nog erg kwetsbaar. Vooral in de liezen komen regelmatig huidontstekingen voor, vaak met rode vlekjes of pukkeltjes (juveniele pyodermie). De oorzaak moet gezocht worden in (verminderde) algemene weerstand en niet-optimaal voeren en ontwormen. Bij reutjes kunnen het ook urinespatjes of een voorhuid ontsteking zijn. De pukkeltjes zitten dan meer rond de voorhuid dan in de lies.
  • Krabben aan oren en hals
    Jonge pups krabben vaak in de hals of bij de oren omdat ze nog moeten wennen aan de halsband die ze om hebben. Kijk voor de zekerheid toch nog even goed in de oren of die wel schoon zijn, of laat de dierenarts ernaar kijken.
  • Veel drinken en niet zindelijk worden
    Bij pups komt het nogal eens voor dat zich een bacterie in de urinewegen heeft genesteld zonder dat dit direct waarneembaar is. Aangenomen wordt dat deze bacterie hier via de navel terecht is gekomen. Het enige wat opvalt is dat de hond wat meer drinkt en wat moeite heeft met zindelijk worden. Een normale pup van 5 kilo die droogvoer krijgt, drinkt niet meer dan een koffiemok water per dag. Een dubbele hoeveelheid is al verdacht. Omdat met normaal urine-onderzoek deze aandoening niet kan worden opgespoord, wordt nogal eens onterecht de diagnose ‘psychogeen’ drinken gesteld. Indien het echter een niet opgespoorde urineweginfectie betreft kan dit tot blijvende nierschade leiden. Met wat uitgebreider onderzoek is deze aandoening wel op te sporen en vroegtijdig en succesvol te behandelen.

Neem geen gezondheidsrisico’s!
Als u het niet vertrouwt is het altijd verstandig om een afspraak te maken voor onderzoek. Door een goede observatie van uw hond kunt u ons helpen een beter beeld te krijgen van de klachten.
Voor minder acute aandoeningen of vragen kunt u ook een e-mail sturen.
Zie ook onder contact: consult per email.

Jongere honden en voeding

Nu de grondstoffen in de voedingsmiddelen weer duurder zijn geworden en met de laatste schandalen in het achterhoofd, is deze informatie over voeding opgezet. Voeding is méér dan ‘eten geven’; voeding is gezondheid en welzijn. Uit niet-optimale voeding komen veel gezondheidsproblemen voort. Denk daarbij niet alleen aan darmklachten, intoleranties en allergieën maar ook aan allerlei andere kwalen die beïnvloed worden door voeding, zoals gewichtsproblemen, groeipijnen, oorproblemen, urinewegproblemen, veroudering en overgewicht.
Wat onvoldoende bekend is, is dat ook botaandoeningen zoals elleboogdysplasie, heupdysplasie, OCD (osteochondrose), enostosis (pijnlijke botziektes) en het wobbler-syndroom (pijnlijke nekwervels), het gevolg kunnen zijn van verkeerde voeding.
Een beetje extra informatie over voeding kan dus ook geen kwaad. Op deze pagina treft u veel informatie aan over voeding voor uw pup (en volwassen hond) zodat u een weloverwogen keuze kunt maken. Met goede voeding geeft u uw hond immers een goede en gezonde basis voor zijn leven. Voeding speelt een zeer belangrijke rol bij de groei van een pup. Helaas worden er veel onwaarheden verspreid op dit gebied. Deels omdat velen elkaar na praten zonder echt te onderzoeken of het waar is, deels ook omdat de commercie veel invloed heeft. Hondenvoer is ‘big business’ waarbij mooie verhalen vaak beter werken dan goed voer.
Er worden vele soorten puppyvoeders verkocht, speciaal voor de jonge opgroeiende hond. Daanaast geven veel fokkers voedingsvoorschriften mee bij het afhalen van de hond. Helaas is een groot aantal van deze voeders en adviezen gebaseerd op verouderde kennis en soms zelfs op verkeerde aannames.
De informatie die u hieronder aantreft, is gericht op de belangrijke elementen van de voeding voor uw jonge hond.

Te veel voer voor de pup

Met regelmaat worden ernstige vormen van diarree (de zogenaamde rottingsdiarree) veroorzaakt doordat er te veel voedsel wordt gegeven. Rekenfouten, verkeerd op de zak kijken en verkeerde adviezen van de fabrikant zijn allemaal oorzaken waardoor puppy’s te veel voer krijgen.
Opvallend is dat mensen vaak allang gemerkt hebben dat hun pup niet alles opeet dus zelf al aangeeft dat het veel te veel is,

Voer maximaal 35 gram droogvoer per kilo lichaamsgewicht per dag!

Een dergelijke hoeveelheid van 35 gram per kilo per dag is overigens alleen nodig op de top van de groei (in de leeftijd tussen de 2 en 3 maanden) en dan alleen nog bij de zeer actieve rassen; meer kunnen de darmen gewoonweg niet verteren. Meer voer helpt dus ook niet. In tegendeel, om plaats te maken voor al dat voer gaat het er alleen maar sneller doorheen waardoor het slechter verteerd wordt en gaat rotten in de darmen. De pup gaat zich minder voelen en ‘vindt het voer niet meer zo lekker’. Veel eigenaren zijn zo gealarmeerd door het slechte eetgedrag dat er vervolgens weer van alles geprobeerd wordt om er toch voedsel in te krijgen. Kortom: het ideale recept voor darmproblemen.

Snel en schrokkerig eten

Snel eten is altijd belangrijk geweest voor onze oerhond. Als een hond voedsel gevonden had, moest hij zorgen dat hij alles zo snel mogelijk naar binnen schrokte voordat een andere dier lucht kreeg van zijn prooi. Ook in het nest krijgen pups vaak tegelijk te eten waardoor ze leren dat snel eten meer voedsel betekent.

Schrokkerig eten en altijd trek hebben in eten is dus normaal voor een pup!

Volwassen voer of puppyvoer voor een pup

Kalk in voeding: eerder te veel dan te weinig

Voorheen bevatte vrijwel alle puppyvoeders (veel) extra kalk. Daarnaast worden door sommige fokkers nog toevoegingen geadviseerd die mineralen bevatten. Dit lijkt logisch want voor skeletopbouw is kalk nodig. Gecombineerd met de grote aandacht voor botontkalking bij oudere mensen, wordt al gauw gedacht: dat beetje extra kalk zal wel goed zijn of zal geen kwaad kunnen.
Gebleken is echter dat in standaard hondenvoer al ruim voldoende kalk zit en dat het waarschijnlijk, met name voor de honden van grote rassen (rassen met een eindgewicht van boven de 20 kilo), juist beter zou zijn om speciale voeding met een verlaagd kalkgehalte te geven. Een te hoog kalkgehalte tijdens de (vroege) groei kan diverse soorten van skelet ontwikkelingsstoornissen veroorzaken en daarmee dus ernstige kreupelheden.
Dit geldt voor alle voeding, dus ook de voeding die al in het nest bij de fokker wordt gegeten en vanaf de eerste dag bij u thuis. Juist gedurende de eerste 6 maanden van het leven van een pup kan er op dit gebied veel mis gaan. Voor kleine honden (eindgewicht onder de 20 kilo) kan een teveel aan kalk veel minder kwaad.

(Te veel) energie

Vrijwel alle puppyvoeders bevatten meer energie dan de voeders voor de volwassen hond, meestal in de vorm van vet. Ook dit lijkt logisch: groei kost energie. De meeste pups kunnen echter door meer te eten van (volwassen) hondenvoer ook ruim voldoende energie binnen krijgen. Met de extra energie die wordt aangeboden in de vorm van vet worden veel groeiende honden juist te zwaar, hetgeen niet goed is voor de ontwikkeling van de gewrichten. Ook dit is vooral van belang voor honden van grotere rassen.
Een goed puppyvoer bevat dus géén extra kalk of energie maar is gewoon goed verteerbaar en de eiwitten zijn van goede kwaliteit met een hoge biologische beschikbaarheid. Doordat de fabrikanten meestal alleen de minimale wettelijke verplichte informatie op de verpakking vermelden (liefst nog in 7 talen en in een onleesbaar lettertype), is het echter lastig om de kwaliteit van het voer te boordelen.

Kenmerken van een goed voer zijn:

  • 10-15 gram per kilo moet genoeg zijn voor een volwassen hond.
  • 20-30 (35) gram per kilo moet genoeg zijn voor een pup.
  • Vlot eten van het voer.
  • Geen winderigheid.
  • Geen oprispingen.
  • Geen graskauwen.
  • Ontlasting stevig, donker en altijd(!) hetzelfde.
  • Geen slijm of bloed bij de ontlasting.
  • Geen napersen of lang zitten.
  • Geen sterk of afwijkend ruikende ontlasting.
  • Goede glanzende vacht, heldere ogen, actieve hond.

Stuurt u gerust een e-mail als u achtergrondinformatie of uitleg wilt over de voeding die uw hond gebruikt. U kunt hiervoor ook een afspraak maken voor het groei- en gewichtsspreekuur dat door de paraveterinairen wordt gehouden. Neemt u dan wel een wikkel of de verpakking van het voer mee.

Kleine honden en puppybrokken

Bij kleine honden zoals West Highland Whites, Teckels, Cairn terriërs, Yorkshire terriërs, Maltezers enzovoort, komt het wat minder nauw op kalk in de voeding aan en zijn er niet snel problemen te verwachten met gewrichten of botten.
Kleine rassen zijn wel kwetsbaarder voor de kwaliteit van het voer. Het voordeel van puppybrokjes is vaak dat ze wat kleiner zijn en beter van kwaliteit. Dit is dus voor de pup makkelijker te eten en te verteren dan hondenvoer voor volwassen dieren. Als een hond van een klein ras het goed doet op puppyvoer dan kunt u hem hier ook als de hond volwassen is op houden.
Uiteraard is het ook voor deze rassen niet de bedoeling dat ze te dik worden, maar de gevolgen zijn minder funest dan bij grote hondenrassen. Als er op tijd wordt ingegrepen, is het overgewicht weer makkelijk terug te brengen zodat er op lange termijn geen problemen te verwachten zijn. Het is verstandig het gewicht regelmatig te (laten) controleren om de voeding op tijd te kunnen aanpassen.

Grote(re) honden en puppybrokken

Honden zoals de Duitse herder, Mechelse herder, Labrador, Duitse dog, Rottweiler en de Boxer worden tot de grotere rassen gerekend.
Bij grote rassen is het, zoals eerder aangegeven, dus niet altijd het beste om ze puppybrokken te geven. Er zijn echter ook goede uitzonderingen: Eukanuba puppybrokken voor large breeds (grote rassen), Hill’s voor large breeds, Waltham Junior II en Royal Canin Osteo. Deze voeders bevatten een uitgebalanceerde hoeveelheid kalk die optimaal is voor opgroeiende honden van de grote rassen.
Veel dierlijke grondstoffen (ook wel vlees genoemd) bestaan tegenwoordig uit separatorvlees. Dit is vlees dat machinaal wordt verwijderd van uitgebeende karkassen. Hierdoor bevat het veel kalk. Dit maakt het vlees dus ongeschikt om te verwerken in puppyvoer voor de grote rassen. Daarom moeten duurdere grondstoffen (lees: beter vlees) worden gebruikt wat zich vertaalt in een hogere prijs.
Er zijn ook fabrikanten die helemaal geen puppybrokken maken. In veel opzichten hebben ze gelijk. De kwaliteit en samenstelling van voer voor volwassen honden hoeft echter minder goed te zijn dan voor puppies. Indien het voer voor puppies van voldoende kwaliteit is, dan is het eigenlijk wat  te luxe  voor vooral de grotere volwassen honden.

Opmerkingen en tips over het voeren van uw pup

  • Het voordeel van puppyvoer is dat de verteringskwaliteit en de biologische beschikbaarheid hoger zijn. Dit is van belang omdat ten opzichte van volwassen dieren van dezelfde afmeting veel meer verteerd moet worden, terwijl de darmen nog niet goed ontwikkeld zijn en de dieren daarbij ook nog wel eens geplaagd worden door wormen en infecties.
  • De meeste hoeveelheden die op de verpakking worden geadviseerd zijn veel te ruim. Honden eten die porties dan ook vaak niet op of hebben zeer veel ontlasting vanwege de passage van veel onverteerd voedsel. Winderigheid, de bak niet leeg eten en veel ontlasting zijn dus kenmerken van slechte vertering van het voedsel en overvoeren.
  • Voor volwassen huishonden kan worden uitgegaan van 10-15 gram droogvoer per kilo lichaamsgewicht. Voor jonge dieren in de groei mag dit maximaal het dubbele, dus 30 gram, zijn. Diepvriesvoer en blik bevatten veel vocht. Daarom mag hiervan 2 tot 4 keer zoveel gegeven worden
  • Diepvriesvoeders zijn lastig en duur in gebruik, maar wel superieur aan droog- of blikvoer in verteerbaarheid en biologische beschikbaarheid.  Veel honden vinden het bovendien erg lekker.
  • De darmen van jonge honden kunnen het best 24 uur per dag aan het werk worden gezet. Met name ’s nachts tijdens de slaap wordt er optimaal verteerd. Zolang het de zindelijkheidstraining niet verstoort kan het beste ook ’s avonds laat nog wat voer worden gegeven.
  • Vermijdt voerwisselingen en geef zo min mogelijk voer tussendoor of als beloning. Elke verandering van het voerschema kan de op topvermogen werkende darmen verstoren. Slijm of zelfs bloed in de ontlasting zijn een ernstige waarschuwing.
  • Puppy’s worden relatief vroeg gespeend op een leeftijd van 5 tot 6 weken. Eigenlijk is dit voor de darmen te vroeg. Het is van belang om vooral de eerste dagen de darmflora te stabiliseren en te beschermen door bij elke maaltijd wat gefermenteerde melkproducten als kwark en Bulgaarse yoghurt te geven.
  • Als een pup even wat minder eetlust heeft, direct minder voer geven en niet proberen of het dier andere dingen nog wel lekker vindt. Op zijn best leert u de pup daarmee een fijnproever te worden. Vaker helpt u het dier met die verwisseling van de regen in de drup. De beste manier om de pup tegen zichzelf beschermen is door voer te minderen en het dier ‘hongerig’ te houden.
  • Bij diarree niet zelf gaan experimenteren. Dit loopt bij een pup snel uit de hand. Braken en waterdunne diarree met bloed zijn een alarmsignaal. Haal al het voer weg en neemt contact op met de dierenarts.
  • Geef pups van grote rassen het liefst hoogwaardig puppyvoer (Eukanuba, Hill’s, Royal Canin of Waltham) en geen willekeurig gewoon puppyvoer. Alle toevoegingen daarnaast zijn overbodig en vaak zelfs schadelijk. Daarnaast is het belangrijk het gewicht in de gaten te houden gedurende de hele groeiperiode. Dat is dus de eerste anderhalf jaar.
  • Ook voor pups van kleine rassen is het verstandig om puppyvoer te geven. Bij deze honden is het daarnaast ook aan te raden het gewicht goed in de gaten te houden.

Wij willen u graag helpen bij de opgroei van uw pup. Dit kan door groeibegeleiding. U komt dan elke twee of drie weken met uw pup naar de kliniek. Wij beoordelen dan de lichaamsconditie en het gewicht. Aan de hand hiervan kunnen wij bepalen of uw pup goed en gelijkmatig groeit. Voor cliënten die de zorg van hun pup aan onze kliniek toevertrouwen, is deze service gratis!

Diepvriesproducten, ook wel KVV (Kompleet Vers Vlees Voer) genoemd

Diepvries is een conserveringsmethode die kwalitatief voordelen heeft boven droogvoer. Met name dierlijke vetten zijn makkelijker in diepvriesvoer te verwerken en voor de hond zeer goed verteerbaar. Dit voer bestaat al vele tientallen jaren maar is nooit populair geweest. Dit komt vooral omdat het duurder is, in de diepvries bewaard moet worden en het door de mens meestal weinig aantrekkelijk wordt gevonden.
De laatste tijd is het echter sterk in opkomst. Ook hier geldt dat de kwaliteit weer sterk afhankelijk is van de verwerkte grondstoffen.

BARF feeding (bones en raw food)

Wars van alles wat onze voedingsindustrie heeft voortgebracht is de gedachte ontstaan dat voeden terug moeten naar de natuur. Vanuit die gedachte lijkt het logisch de hond karkassen te geven.
Een probleem heeft daarbij nog onvoldoende aandacht, namelijk dat onze huidige dierhouderij en slachtproces helemaal niet bedoeld zijn om vlees rauw te consumeren. Het maagzuur van de hond moet infecties als salmonella  en E. coli maar onschadelijk zien te maken.
Vanuit de diergeneeskunde is dit een duidelijk risico en daarom lijkt diepvriesvoeding een veiligere keuze.

Jonge honden en beweging

Inleiding

Jonge honden en met name de snelgroeiende rassen zijn gevoelig voor overbelasting van de gewrichten  Dit geldt met name voor de ellebogen en de heupen. Veel fokkers geven dan ook adviezen mee om de beweging te doseren. In de praktijk zijn deze adviezen vaak te beperkt omdat de adviezen zich vooral toespitsen op de hoeveelheid beweging bij het uitlaten en niet over de beweging die de hond zichzelf in de thuissituatie en bij het spel bezorgt.

Waarom de heupen?

De heupen van jonge honden zijn met name gevoelig voor overbelasting omdat:

  • Het heupgewricht in tegenstelling tot de meeste andere gewrichten geen banden heeft die het gewricht op zijn plaats houden. Het heupgewricht heeft alleen een klein bandje in het midden van het gewricht, dit is te zwak om de enorme krachten op de heupkop op te vangen als het gewricht uit de kom wordt gelift door een verkeerde beweging. ;
  • De bewegingsmogelijkheden van dit gewricht vooral bepaald worden door de omliggende bilspieren;
  • Jonge honden nog minder ontwikkelde spieren hebben;
  • Jonge honden vooral een minder goede spiercoördinatie hebben;
  • Jonge honden meer energie hebben en meer vreemde bewegingen maken in hun spel;
  • Jonge honden langer doorgaan bij vermoeidheid. Ze weten van geen ophouden.

Dit heeft tot gevolg dat bij vermoeidheid of vreemde beweging er een kans is dat de heup zijn contact met de kom verliest. Hierdoor kan het kapsel onder spanning komen te staan wat leidt tot irritatie van het kapsel. Deze irritatie van het kapsel leidt tot een ontstekingsreactie waarbij ontstekingsvocht wordt gevormd dat zich mengt met de gewrichtsvloeistof. Door menging met ontstekingsvocht worden de smerende en voedende eigenschappen van de gewrichtsvloeistof minder. Daarnaast wordt het kraakbeen door dit ontstekingsvocht aangetast. Een andere gevolg van een onvoldoende of slechte aansluiting door te veel beweging kan zijn dat het gewrichtskraakbeen minder diep wordt gevoed.
Zoals bekend, zijn de gewrichtsoppervlakken van bijvoorbeeld kop en kom bekleed met kraakbeen. Dit kraakbeen wordt (deels) gevoed door de gewrichtsvloeistof die door beweging en druk van de kop in de kom in het tussenliggend kraakbeen wordt geperst. Is er slecht contact tussen kop en kom of is de gewrichtsvloeistof gemengd met ontstekingsvocht waardoor deze minder stroperig is, dan wordt het kraakbeen onvoldoende gevoed.

Wisselwerking tussen bouw en stand en beweging van de heup

Naast gedoseerde beweging is het natuurlijk ook van belang dat heupkop en -kom goed op elkaar aansluiten en voldoende diep zijn. Bij de fokkerij is er dan ook aandacht voor ouderdieren-combinatie die zelf gezonde heupen hebben. Zie ook de aanschaf op deze pagina.
Niet goed gevormde heupen geven eerder problemen bij de beweging en geven een verhoogde kans op artrose op latere leeftijd. Aan de andere kant kan verkeerd gebruik ook een slechte aansluiting tot gevolg hebben. Ook overbelasting van een gezonde heup kan leiden tot artrose.

Concrete adviezen

Kleine wandelingen helpen weinig als er daarna binnenshuis als een dolle gespeeld wordt met speeltjes, kinderen of andere honden. Vooral gladde (laminaat)vloeren kunnen leuke tafereeltjes opleveren van honden die niet kunnen remmen en spagaat gaan, maar voor de heupen is dit natuurlijk slecht. Een jonge hond moet zijn energie kwijt. Als hij dit op de juiste manier doet, dan ligt hij daarna niet total loss in zijn mand, maar gaat hij ook niet in huis op zoek naar allerlei speelmomenten. Hoeveel energie een jonge hond heeft is verschillend per dier en per ras. De veiligste manier om een jonge hond zijn energie kwijt te laten raken, is vele malen per dag kleine wandelingen maken aan de lijn op een ruwe maar vlakke achtergrond. Een hond die zichzelf op een laminaatvloer de hele dag met speeltjes bezighoudt, kan beter meer gecontroleerd wandelen.
Een andere manier om te zorgen dat een jonge hond zijn energie kwijtraakt, is het opdoen van nieuwe indrukken, geurtjes, contacten met andere honden en oefeningen. De neus en het hoofd bezig houden, is dus ook gezond voor de heupen.
Maak bij twijfel een afspraak voor een kosteloos groeiconsult of laat de heupen controleren op overbelasting en/of irritatie. Met een paar simpele grepen kan een orthopedisch onderlegde dierenarts goed bepalen of er aanwijzingen zijn voor het overbelaste van de heupen.

Overige aandoeningen

Urineweginfecties bij de jonge hond

De meest voorkomende oorzaken van urineweginfecties bij de jonge hond zijn geen voorhuidontstekingen (zoals vaak bij de volwassen hond het geval is), maar achtergebleven navelinfecties. In de baarmoeder is de navel namelijk met de blaas verbonden. Infecties van de navel kunnen zich daardoor rond de geboorte via de navel nestelen in de blaas. Meestal zijn dit infecties met de E. coli bacterie. Deze zijn moeilijk te kweken en moeten langdurig met antibiotica worden behandeld om definitief te genezen. Deze infecties vallen vaak pas op als de zindelijkheidstraining bij de nieuwe eigenaar problemen geeft.
Andere oorzaken van urineweginfecties bij de reu zijn: blaasstenen, infecties elders in het lichaam zoals vechtverwondingen, ontstekingen van de kieswortel die via de bloedbaan de nieren bereiken of prostaatproblemen.
Wat het onderzoek ook oplevert bij een blaasontsteking, de voorhuidontsteking als oorzaak is zeer onwaarschijnlijk.

Navelbreuk

Navelbreukjes komen veel voor. Deels is dit omdat er in veel gevallen nog niet standaard bij de geboorte van kittens en pups aan navel verpleging gedaan wordt. De navel raakt dan geïnfecteerd en ontstoken en gaat dan niet goed dicht. Dit geeft zelden klachten en krijgt daarom vaak ook niet de aandacht. Doordat de navel verbonden is met de blaas, komt het nogal eens voor dat het zindelijk worden van pups of kittens met een ontstoken navel niet goed lukt door de blaasinfectie.

In theorie kunnen navelbreukjes leiden tot het inklemmen van de darmen, in de praktijk komt dit echter zeer zelden voor. Dit heeft twee redenen. Aan de ene kant omdat het gaatje vaak te klein is voor de darmen, Aan de andere kant omdat in de buik op deze plek het buikvet zit. Dit buikvet kan wel ingeklemd raken. Het zwelt dan wat op en is een periode gevoelig bij aanraken. Vaak groeit het vet dan vast in de opening waardoor de natuur het navelbreukje dus zelf weet op te lossen.
Mocht een darm toch ingeklemd raken dan kunnen de volgende verschijnselen optreden:

  • Acuut stoppen met eten en drinken
  • Braken
  • Buik pijnlijk, zeer pijnlijk bij aanraken
  • Huisdier voelt zich echt niet lekker

Het optreden van een darmklemming is een spoedgeval, maar komt dus zeer zelden voor waarbij er voldoende alarmerende verschijnselen optreden.

Bij poezen is het een goed gebruik om de navelbreuk even te dichten op het moment dat deze gesteriliseerd wordt. Bij de castratie van de kater is dit minder voor de hand liggend, maar kan een navelbreuk simpel verholpen worden. Dit moet door middel van een kleine operatie gedaan worden, enkel een hechting erop is onvoldoende. Hierbij wordt operatief de breukpoort op gezocht en een klein randje (1 mm) rondom eraf gehaald. Hierdoor ontstaat er een vers wondje die dicht gehecht wordt met niet irriterend materiaal wat lang ondersteuning biedt.