|
pagina laatst gewijzigd 06-04-2010 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
| ORTHOPEDIE ALGEMEEN | |
|
|
|
| Orthopedie in dierenkliniek 't OSsehoofd | |
|
Problemen aan de botten en de gewrichten ook wel de orthopedie genoemd, is bij honden en katten een uitgebreid specialisme waarvoor u voor de behandeling niet bij iedere dierenartspraktijk terecht kunt. Ook voor het stellen van de juiste diagnose is kennis en ervaring met alle type operatie technieken van groot belang. Binnen dierenkliniek 't Ossehoofd heeft dierenarts D.L.van Os veel ervaring met de chirurgie en de orthopedie. Daarnaast vergt operatie veel specifieke diergeneeskundige kennis en uitgebreide orthopedische apparatuur, een betrouwbare Narcose en operatiekamer faciliteiten en een vaardige hand om deze complexe operatieve ingrepen tot een goed einde te brengen. Dat gezegd hebbende mag ook het belang van goede nazorg in het genezingsproces door dierenarts en eigenaar niet onderschat worden. Dierenkliniek
’t Ossehoofd kan bogen op een ruime en jarenlange ervaring met orthopedische
operaties bij honden en katten. Ongeacht welke operatie aan gewrichten
of beenderen moet worden verricht, uw hond is bij ons in goede en deskundige
handen! |
|
| OSTEOSYNTHESE VAN BOTBREUKEN | |
Onze kliniek heeft uitgebreide ervaring met allerlei vormen van orthopedie en osteosynthese. Dit is het operatief verbinden van botweefsel door middel van platen, pinnen, schroeven enzovoort. Door 15 jaar operatie aan gewrichten en botten is veel kennis opgedaan met allerlei technieken bij diverse soorten botfracturen. Wij zijn in het bezit van een scala aan apparatuur en osteosynthese-materialen zodat wij in spoedeisende situaties snel en doeltreffend kunnen handelen. De kliniek staat positief maar kritisch tegen allerlei soorten ontwikkelingen. Platen en schroeven zijn in veel gevallen een goede of zelfs optimale behandeling maar zelden de enige behandeling. Mede door de hoge kosten van implantaten moet er ons inziens ook altijd ruimte zijn voor het bespreken van alternatieve behandelmethoden. Dankzij onze ruime ervaring op dit gebied, kunnen wij samen met u een afgewogen beslissing nemen waarbij we rekening houden met het karakter van uw huisdier, uw persoonlijke mogelijkheden, de verzorging van het dier en uw financiële situatie. Zie bijvoorbeeld de mogelijkheden voor de behandeling van een bekkenfractuur van de kat |
|
|
|
|
| Platen
en pennen: wanneer wel en wanneer niet |
|
|
Er zijn vele vormen
van ostheosynthese. Platen, allerlei schroef typen zoals cortiale, spongiosa,
maleolus schroeven,kleinfragment schroeven, beenmergpennen, externe fixaties
en cerclage-draad (wikkeldraad).. Voordeel |
|
| Functionele
benadering Bij de functionele benadering wordt het breukgebied juist zoveel mogelijk met rust gelaten. De verbinding tussen de uiteinden van de botten wordt buiten het breukgebied om gemaakt. Deze methode is een beetje te vergelijken met een spalk maar heeft niet de nadelen van een spalk (zie verder). Nadelen:
Voordelen:
|
|
|
|
|
Samenvatting: voordelen en nadelen De functionele- of externe methode heeft de voorkeur bij open en geïnfecteerde fracturen, maar wint ook veel terrein bij complexe fracturen met veel fragmenten. Juist het op zijn plaats leggen van de fragmenten zoals in de reconstructie-benadering wordt gedaan, blijkt de kans op complicaties te verhogen. Bovendien is de genezing veel sneller. Platen moeten vaak een half jaar of langer zitten voor een goede genezing. Bij de functionele methode is 4 tot 6 weken meestal voldoende. De functionele methode ziet er wél enger uit
dan een plaat die netjes en onzichtbaar onder de huid is weggewerkt. Het
dier heeft er vaak wonderlijk weinig tot geen last vast. Een kat met zo'n
externe fixatie kan natuurlijk niet zonder begeleiding naar buiten. De
spalk
|
|
Voorbeeld van een Thomas-spalk Deze kat moest na deze ingreep een aantal weken (bench)rust hebben.
|
|
|
|
|
|
|
|
| Open fracturen en geïnfecteerde fracturen | |
Open fracturen zijn fracturen waarbij botdelen geïnfecteerd zijn geraakt tijdens het ontstaan van de breuk . Dit kan komen doordat de botdelen bijvoorbeeld door de huid steken of hebben gestoken. maar ook doordat de infectie via een (bijtwond) in het bot terecht is gekomen. Open fracturen kunnen zeer lastig te genezen. Om een inschatting te kunnen maken hoe lastig dit is wordt naast de infectie ook de ernst van de breuk bij de beoordeling betrokken. Alle inwendige technieken of dit nu een plaat is of een pin moeten onder strikt steriele omstandigheden worden aangebracht. kenmerk van openfracturen zijn dat deze steriele omstandigheden niet aanwezig zijn omdat anders het afstoten van een implantaat te verwachten is. Daarnaast groeit geïnfecteerd weefsel domweg niet aan elkaar. Bijkomend probleem is dat antibiotica slecht doordringt in botweefsel. Bij botbreuken welke met plaat of extern fixatie aan elkaar zijn gezet zal er bij een open fractuur dan ook vaak geen genezing op treden Er kan dan gekozen worden voor een "tijdelijke spalk "gedurende 1-2 maanden tot dat de genezing zichtbaar is begonnen en dus de infectie ten einde is om daarna als nog met behulp van een plaat een definitieve genezing te bereiken Dit is een lang proces wat veel zorg en geduld van de eigenaar vergt en veel vertrouwen in de behandelend dierenarts. Ook lopen de kosten enorm op bij deze open fracturen |
|
| Foto
tijdelijke (thomas) spalk met genezing in verkeerde stand |
foto
operatieve correctie met behulp van plaat wanneer de infectie eenmaal begonnen is |
|
|
|
| Bekkenfracturen
bij de kat Bekkenfracturen bij de kat komen zeer vaak voor en zijn gewoonlijk het gevolg van een aanrijding. Het bekken vormt een vierkant en verbind de rug met de beide achterpoten. Tevens vormt het bekken een doorgang voor ontlasting en urine, en bij poezen de doorgang voor de geboorte het van kittens. Bekkenfracturen zien er op een röntgenfoto vaak dramatisch uit maar hoeven veel minder vaak operatief behandeld te worden dan algemeen wordt gedacht. Van veel groter belang bij de beoordeling van bekkenfracturen is het controleren op verlammingen. Als gevolg van bekkenfracturen kunnen de achterpoten verlamd zijn, maar veel ernstiger zijn problemen met de blaas. Met ervaring en juiste timing zijn bekkenfracturen
goed te
reponeren te 'zetten'). In
combinatie met 3 tot 6 weken bench-rust zijn deze uitstekend te genezen. |
|
| |
|
Kosten van de behandeling (narcose, zetten van de breuk en het maken van een controlefoto) bedroegen ongeveer €100. Belangrijk is wel dat dit op het goede moment gebeurt. Niet te snel na de aanrijding als de kat nog aan het herstellen is van de klap van de aanrijding en er nog onvoldoende zekerheid is over eventuele verlamming en de blaasfunctie. En ook niet te lang (4 tot 6 weken) ná de aanrijding omdat dan de botdelen al op een verkeerde manier aan elkaar groeien. Het loont dus de moeite om contact met ons op
te nemen als een operatie met reconstructie van de de bekkenfractuur met
behulp van platen te kostbaar is. Een aparte categorie vormen bekkenfracturen waarbij de breuk doorloopt tot in het heupgewricht of waarbij tevens de kop van het bovenbeen is afgebroken. Vaak is dit prima te genezen door een combinatie van repositie, rust en een eenvoudige, corrigerende operatie van het heupgewricht op een later tijdstip. |
|
|
De diergeneeskunde is een zeer uitgebreid terrein. Om diergeneeskundige aangelegenheden goed te doen moeten dan ook keuzes gemaakt worden. Binnen groepspraktijken is het mogelijk voor de dierenartsen om zich te specialiseren. Bij 't Ossehoofd heeft dierenarts en eigenaar D.L. van Os zich toegelegd op orthopedische knie-operaties. De expertise die hij in 15 jaar heeft opgebouwd over knieproblemen, is vastgelegd in een aparte pagina op de website. Het op tijd diagnosticeren en behandelen van knieproblemen kan veel schade voorkomen en de kwaliteit van het leven van uw huisdier sterk verbeteren. Immers, het loopt niet meer kreupel wat overbelasting (en slijtage) voor andere lichaamsdelen tot gevolg heeft, en het heeft geen pijn meer. In dit hoofdstuk een korte bespreking van de verschillende operatietechnieken bij die knieproblemen zijn in te zetten.. Patella
luxaties (knieschijf problemen) Algemeen Helaas zien wij nog steeds
patiënten waarbij artrose (slijtage) van de knie is ontstaan als gevolg
van te lang doorlopen met de klacht. Ook dan is een operatie nog zinvol
maar moeten vaak na de operatie langdurig artrose-middelen worden toegediend
(zie NSAID's) en atrose-dieetvoer. Bij een tijdig ingrijpen kan dit voorkomen
worden.
Al deze technieken en combinaties ervan hebben ten doel de knieschijf tijdens de beweging op het midden van de knie te houden De resultaten van de operatie en het herstel zijn in het algemeen zeer bevredigend. |
|
|
Voorste
kruisbandproblemen: Het afscheuren van de voorste kruisband in de knie komt bij de hond veelvuldig voor. Onderzoek toont steeds meer aan dat, in tegenstelling tot bij de mens, het afscheuren van de voorste kruisband zelden het gevolg is van een 'verkeerde' beweging maar veelal het gevolg is van een ongelukkige bouw en stand van de knie. Om deze reden zijn technieken die bij de mens succesvol zijn (waaronder soms alleen fysiotherapie) bij de hond veel minder succesvol. Mede als gevolg van deze inzichten zijn er zelfs speciale methoden voor de hond ontwikkeld, namelijk de TTA- en TPLO-methode. 1
Kunststof bandje buiten het gewricht Schuifkrachten worden omgezet in een draaibeweging
wat op termijn meer artrose oplevert. Ook orthopeden die aanvankelijk
enthousiast waren over deze methode zijn nu wat terughoudender met het
toepassen ervan. Om tot een goed eindresultaat te komen, wordt een zeer langzaam oplossend hechtmaterieel gebruikt. 2
Kapsel inname (kapsel imbilicatie) Hoewel de methode snel en eenvoudig is, zal
het kapsel snel weer oprekken en dan geen steun meer kunnen bieden. De
ondersteuning zal dus maar tijdelijk zijn. Het positieve effect van deze
methode is dan ook meer gebaseerd op het dikker worden van het kapsel
als gevolg van artrose waardoor de knie verstijft en stabieler wordt.
Het innemen van het kapsel kan deze periode overbruggen. 3
Fascie-strip en 4 para-patellaire methode Bij de fascie strip methode wordt een deel van de peesplaat van de dijbeen spier gehaald en in de knie vastgezet op de plek van de gescheurde kruisband nadat de resten van de gescheurde band zijn verwijderd. Deze methode is geschikt voor alle rassen. Bij de parapatellaire methode wordt een deel
van de kniepees gebruikt om de voorste kruisband te vervangen. Deze methode
vergt een hogere chirurgische vaardigheid dan de fascie methode en wordt
daarom niet algemeen toegepast. Het voordeel van deze methode is dat de
vervangende pees al op 1 plaats vastzit (aan het onderbeen) en daardoor
een betere doorbloeding en zenuwvoorziening heeft dan bij de fascie methode.
Omdat het weggenomen deel van de kniepees onderdeel is van het kniekapsel
wordt bij het hechten van het kapsel deze ook wat ingenomen. Daarmee
worden de voordelen van kapsel inname aan deze techniek toegevoegd. Hoewel
deze methode een wat langer revalidatie tijd kent is onze ervaring goed
met deze methode. De methode wordt vooral ingezet bij de wat grotere gespierde
rassen. 5 TTA, Tuberositas Tibia Advancement Hierbij wordt de benige aanhechting van de kniepees op het scheenbeen met behulp van een speciale plaat (osteosynthes) naar voren geplaatst. Hierdoor helpt de kniepees mee de krachten op de voorste kruisband op te vangen. TTA
geeft snel verbetering van de klachten. De techniek is echter nog in ontwikkeling
en er zijn meerdere methoden om deze uit te voeren. Van de langere termijn
resultaten is nog niet zo veel bekend. Voor ons is dit een reden om in
veel gevallen de voorkeur te geven aan de TLPO-techniek.
|
|
|
6 TPLO (Tibia Plateau Leveling Osteotomie) Bij deze techniek wordt een van de twee gewrichtsvlakken van het tibia-plateau (het plateau van het onderbeen) operatief naar voren gekanteld zodat het bovenbeen minder de neiging heeft om bij het bewegen naar achter af te glijden. Hierdoor
wordt een beschadigde kruisband ontlast en is bij operatie van een gescheurde
kruisband, geen reparatie van de kruisband meer nodig. Het opnieuw moeten
opereren bij het weer afscheuren of alsnog afscheuren van de voorste kruisband,
is met een op dergelijke wijze behandelde knie niet meer nodig. |
|
|
De hele anatomie en de belasting van de knie zijn na de operatie veel gunstiger. Hierdoor zal zich veel minder snel of zelfs helemaal geen (verdere) artrose ontwikkelen. De techniek is gebaseerd op een heel nieuw inzicht in het ontstaan van kruisband- en gewrichtsschade. Het heeft daardoor lang geduurd voordat de orthopedische wereld overtuigd raakte van de voordelen van deze methode. Als gevolg van deze scepsis is er veel onderzoek gedaan naar deze revolutionaire methode waardoor er inmiddels ook veel bekend is over de uitstekende lange termijn resultaten.
|
Kunststof knie model met plaat |
|
Zowel de lange
als de korte termijn resultaten waren dusdanig overtuigend dat Zeker bij honden die schade aan de voorste kruisband hebben opgelopen doordat het bovenbeen niet op de juiste manier op het onderbeen rust, is deze methode zeer geschikt. Ook kan overwogen worden deze honden preventief te opereren, bijvoorbeeld bij de eerste lichte klachten of als het andere been al schade heeft. Mede door de kosten van het implantaat en de speciale apparatuur liggen de kosten van TPLO en TTA wel beduidend hoger dan die van de 'niet-correctieve' methoden. |
|
| ELLEBOOG CHIRURGIE | |
In de jaren 80 kwam er aandacht voor een tot dat moment onbekend orthopedisch probleem. Kreupelheden aan de elleboog als gevolg van artrose klachten op jonge leeftijd. Na veel onderzoek bleek deze elleboog artrose zijn oorsprong te vinden in een ongelijkheid (incongruentie) in de 3 botten (humerus, radius en ulna) die samen het ellebooggewricht vormen. Deze incongruentie is het grootst tijdens de groei omdat vooral bij grote honden door een verschil in groeisnelheid van de radius ten op zichte van de ulna het ravenbekuitsteeksel (proc coronoïdeus) van de ulna overbelast wordt. Deze overbelasting kan leiden tot scheurtjes, kraakbeen schade die al op jonge leeftijd schade geeft. Omdat de aandoening op jonge leeftijd vaak onschuldig overkomt gaan eigenaar (en dierenarts) er vaak onterecht van uit dat de jonge hond zicht heeft verstapt of een "spiertje" heeft gescheurd) Bovendien is de aandoening lastig op te sporen met lichamelijk onderzoek en zijn er aanvankelijk van deze overbelasting vaak geen röntgenologische afwijkingen te verwachten of zijn deze alleen te zien als de RX foto in een speciale positie is gemaakt. Indien echter de aandoening pas op later leeftijd wordt ontdekt dan is de schade al onherstelbaar. Opereren van honden met deze aandoening blijkt zelden zinvol indien ze ouder dan 2 jaar zijn. hoewel de HD (heupdysplasie) nog steeds door iedere hond bezitters het meest wordt gevreesd heeft de diergeneeskunde hier heden ten dagen eigenlijk altijd een oplossing voor. Dit in tegenstelling tot de aandoeningen van de elleboog die in analogie van de heupdysplasie elleboog dysplasie worden genoemd Behandeling: Het vroegtijdig vroegtijdig corrigeren van het
lengte verschil bij incongruentie Hoewel artroscopie ideaal lijkt met deze aandoening blijkt de klassiek operatie waarbij het gewricht naast de pezen en banden in het operatie gebied worden geopend een beter overzicht en mede daardoor een beter resultaat te geven. Preventie Vroeg diagnostiek ED onderzoek bij de ouderdieren Steeds meer rasverenigingen adviseren of verplichten naast een officieel HD onderzoek ook een officieel ED onderzoek.
|
|
|
|
|