[pagina laatst gewijzigd 31-12-2009]

ALGEMENE INFORMATIE OVER UW KAT
     Vaccinaties
     Castratie kater
     De poezenpil of steriliseren
     Kittensterilisatie
     Pillen ingeven bij katten
     Sproeien (in huis plassen) Is daar wat aan te doen?
     Hulp bij sproeien via een vragenlijst
     De oudere kat
     Doe de niercheck voor uw kat
   
ACHTERGROND INFORMATIE BIJ AANDOENINGEN
     Besmettelijke infecties (kattenziekte en niesziekten)
                 Kattenziekte
                 Niesziekte algemeen
                 Niesziekte herpesvirus
                 Niesziekte calici-virus
                 Chlamydia niesziekte
                 Bordetella niesziektebacterie
                 FeLV leukemievirus bij de kat
                 FIV Feline Immuno Deficiëntie Virus
                 FIP Feline Infectieuze Peritonitis
     Chronische neusuitvloeiing
     Uitwendige gehoorgangontsteking
     Melkkliertumoren
     baarmoederontsteking
     Abcessen bij de kat een potentieel gevaarlijke aandoening
     Blaasproblemen
     Blaasobstructie
     Scheurtje in het middenrif (Hernia Diafragmatica) verwijzing chirurgie
     Schildklierproblemen
     Gebitsproblemen & Stomatitis
     Hoge bloeddruk HCM hart afwijkingen
     artrose en gewrichtsproblemen
     Feline astma
     malabsorptie syndroom (chronische diarree)
     colitis of echte obstipatie
     Poly Cystic  disease  PKD  aangeboren nierprobleem
 
 

Algemene informatie over uw  kat
 

Vaccinaties

Vaccinatie tegen katten en niesziekte bij volwassen katten

Ook als u kat nooit buiten komen is het verstandig tenminste elke 3 jaar te laten vaccineren tegen katten en niesziekte.

Voor katten die buiten komen verdient het aanbeveling deze jaarlijks te laten vaccineren tegen kattenziekte en niesziekte.

Komen uw katten nooit buiten, maar heeft u meerder katten waarvan er 1 of meer op leeftijd zijn dan kan het echter juist weer verstandig zijn deze toch jaarlijks te vaccineren.

Indien u een nestje wilt dan is het sterk aan te raden alle katten voor de dekking te laten vaccineren

Aanvullende vaccinaties voor volwassen katten
Pensions
Voor katten die  extra risico's lopen. Bijvoorbeeld omdat ze astma hebben, naar shows  gaan, in pensions komen of ter dekking gaan bestaat er een uitgebreidere bescherming tegen niesziekte met bordetella bronchiseptica.

Buitenland rabiës
Wanneer uw kat mee naar het buitenland gaat is een vaccinatie tegen hondsdolheid (rabiës) verplicht. Informeer tijdig wat het land van bestemming voor eisen stelt aan de invoer van katten. Zie ook onder Nieuws / Met uw huisdier op reis.


Leukemie
(zie ook leukemie)
Iedere katten eigenaar die heeft moeten meemaken wat het is om zijn kat te zien doodgaan aan  kan u vertellen dat het niet om een zeldzame aandoening gaat waartegen vaccineren niet nodig is. Toch wordt in Nederland in tegenstelling tot de ons omringende landen weinig tegen leukemie gevaccineerd. De prijs van het vaccin tegen deze ziekte speelt hierbij een rol. Ook moet een te vaccineren lat eerst worden getest en is het vaccin niet in 100% van de gevallen in staat ziekte te voorkomen.

FIP    (zie ook FIP)
FIP is een ziekte die regelmatig voorkomt en vele gedaantes heeft, maar lastig is om met zekerheid aan te tonen. Vaccineren tegen FIP is zinvol als dit gebeurd voordat de kat met dit darm virus in aanraking komt. In de praktijk betekent dit dat vaccineren alleen op jonge leeftijd gebeurd. Dit vaccineren is effectiever als het wordt gecombineerd met hygiënie maatregelen. Veelal worden katten alleen gevaccineerd in cattery's waar problemen zijn.

vaccineren van kittens
Kittens worden tegen niesziekte en kattenziekte gevaccineerd als ze 9 en 12 weken oud zijn. Indien moeder niet is gevaccineerd kan het verstandig zijn de kittens al op 6 weken te vaccineren

Levende of dode entstof
Omdat het maken, opslaan en transporteren van levende entstof complexer is en met name het exporteren uit de VS lastig is propageren vooral de Amerikaanse  firma's het vaccineren met dode entstof.

Dode entstoffen werken echter op een andere manier dan levende entstoffen. Dode entstoffen bevatten flinke aantallen dode virus of bacterie deeltjes. het lichaam wordt daardoor in een keer in contact gebracht met een grote hoeveelheid dood virus of bacteire op een vreemde plek.

Om het afweersysteem toch te prikkelen om tegen deze dode virus en bacterie deeltjes afweerstoffen te maken wordt een extra stof toegevoegd aan het vaccin: het adjuvans. Het is deze onnatuurlijke prikkeling met het adjuvans waarop het afweersysteem reageert. Indien dit te fors gebeurd kan een zwelling op de injectie plaatst of pijnlijke gewrichten ontstaan.

De hoeveelheid dode entstof adjuvans wordt in een vaccin zo gekozen dat het afweer systeem voldoende reageert en de bijwerkingen beperkt blijven.

Bij vaccinaties met levende entstoffen wordt gebruik gemaakt van stammen die niet ziekte verwekkend zijn. Het dier wordt door middel van vaccinatie met deze niet ziekmakende stam besmet die zich vervolgens gaat vermeerderen. Vaccineren met levende verzwakte entstoffen boots dan ook veel meer de natuurlijk infecties na waardoor het afweersysteem ook meer op antuurlijke wijze reageert en gewoonlijk geen adjuvans nodig is.

Productie van levende entstoffen is aan strenge regels gebonden. Niet elke entstof mag levend zijn. Voor rabiës bijvoorbeeld mag alleen dode entstof worden gebruikt.

De veiligheid van levende vaccins wordt niet alleen bepaald doordat deze verzwakt is maar ook door de wijze van toediening.  Levende niesziekte vaccins zijn bijvoorbeeld behalve dat ze verzwakt zijn ook  niet ziekteverwekkend doordat ze per injectie worden toegediend. Het echte niesziekte virus komt immers altijd via de luchtwegen of de slijmvliezen binnen. Bij onzorgvuldige toediening , of achterblijven van het vaccin in de vacht en oplikken door andere katten en kittens komen ze na vaccinatie alsnog via de slijmvliezen binnen en kan dan toch voorbijgaande lichte ziekte verschijnselen geven

Vooral bij fokkers worden vaak grote aantallen snel gevaccineerd waarbij de zorgvuldigheid die past bij het omgaan met levende entstoffen uit het oog worden verloren. Het zijn dan ook vooral fokkers die wel eens  een keer een vaccinatie reactie zien en daarom soms moeite hebben met levende entstoffen.

Omdat levende entstoffen veel beter de natuurlijk situatie nabootsen is de afweer veelal betrouwbaarder, iets wat bij het voorkomen van niesziekten van groot belang is.

Het gebruik van levend vaccin bij katten

Levende entstof mag dus bij gebruik nooit direct in contact komen met oog of mondslijmvlies. Dit vraagt een nauwkeurige werkwijze bij met name vaccineren van groepen katten en nestjes kittens. Voorkom daarom het likken van de vaccinatieplaat of desinfecteer de injectie plaats direct na vaccinatie i

Conclusie:
Levende entstoffen geven een betrouwbaarder immuniteit die op een meer natuurlijke wijze tot stand komt. Hierdoor zijn er bij juist gebruik minder directe en indirecte bijwerkingen. Levende entstoffen zijn echter lastige te produceren, te bewaren,  te transporteren en toe te dienen.

In de handen van een deskundige dierenarts heeft de door ons gebruikte levende entstof dan ook sterk de voorkeur.

Naar begin van deze pagina


Castratie kater

De meeste katers zijn met ongeveer 5 tot 6  maanden geslachtsrijp. Ze zullen dan op zoek naar krolse poezen, meer gaan zwerven. Dit leidt er tevens toe dat ze ook vaker zullen vechten, met lelijke abcessen als gevolg. Ook zullen intacte katers veel eerder gaan sproeien. Helaas gebeurt dit maar al te vaak en hebben eigenaar en buren last van de stank van de sterk ruikende urine in huis en tuin van ongecastreerde katers.

Castreren neemt de penetrante lucht van de urine weg en verminderd sterk de neiging om te gaan sproeien. Een klein percentage van de katers blijft sproeien ondanks castratie.(zie ook sproeien)

De voordelen van castratie zijn dus:

  • Minder zwerven en ook minder vechten met andere katten.
  • minder kans op het geïnfecteerd raken met ziekten als leukemie en FIV
  • Minder kans op sproeien of plassen in huis.,
  • Minder sterke urinegeur.
  • Minder snel ongelukjes met drachtige poezen en dus minder ongewenste kittens.

Nadeel:
De kater kan dikker worden. Hier moet dus op gelet worden met het voer. ( zie ook ons gewichtsspreekuur)

De narcose wordt via een injectie toegediend. Bij deze ingreep worden geen hechtingen op de huid geplaatst. Het dier hoeft dus niet terug te komen om deze te laten verwijderen.

Naar begin van deze pagina

De poezenpil of steriliseren

Het valt niet mee een poes tijdens de krolsheid binnen te houden. Het huis delen met en krolse poes is daarnaast meestal alles behalve leuk. Bovendien blijkt bij poezen die niet gedekt worden (hetgeen gewoonlijk de bedoeling is) dat het continue krols zijn en de enorme stress die dit met zich meebrengt een negatief effect heeft op de gezondheid.

Als u niet van plan bent met het dier te fokken is het dus beter de poes onvruchtbaar te maken. Hiervoor zijn er twee opties: de poezenpil of steriliseren.

Gebruik van de poezen pil
Dit is hoogstens nuttig gedurende een korte periode. Langdurig gebruik brengt namelijk een aantal risico’s met zich mee:

  • Ontsteking van de baarmoeder. In ernstige gevallen is deze sterk vergroot en gevuld met pus. Dit wordt een pyometra genoemd.
  • Onbedoelde drachtigheid, bijvoorbeeld als de pil is vergeten, weer is uitgespuugd of uitgebraakt of door maagdarm stoornissen onvoldoende is opgenomen.
  • Een slecht verlopende partus als niet op tijd met de pil is gestopt.
  • De ontwikkeling van melkklier-tumoren op latere leeftijd.

Sterilisatie
Bij sterilisatie (castratie is eigenlijk een juistere benaming!) worden de eierstokken verwijderd. Het is zeker niet nodig dat een dier eerst krols is geweest voordat het kan worden gesteriliseerd.

Inmiddels is zelfs duidelijk geworden dat het beter is de dieren al op jonge leeftijd, vanaf 7 maanden, te steriliseren. Ook nog jonger is mogelijk zie kittensterilisatie.Melkkliertumoren op latere leeftijd worden namelijk vooral gezien bij katten die pas op (wat) latere leeftijd zijn gesteriliseerd. De  ervaringen in binnen en buitenland van het op jonge leeftijd steriliseren zijn zelfs zo gunstig dat wij hieraan de voorkeur geven boven het eerst een tijdje toedienen van de poezenpil.

Naast korter of langere pilgebruik kan ook de voortgaande hormoonproductie bij dieren die krols worden de kans op de ontwikkeling van melkkliertumoren vergroten. Jong gesteriliseerde poezen, die nooit de pil hebben gebruikt ontwikkelen op oudere leeftijd zeer zelden melkkliertumoren.


Kittensterilisatie.

In het buitenland, maar ook in Nederland, is inmiddels veel onderzoek gedaan naar sterilisatie op veel jongere leeftijd, de zogenaamde kittensterilisatie (of beter kittencastratie). Hierbij wordt de poes al gesteriliseerd voordat ze naar de nieuwe eigenaar gaat, dat wil zeggen voordat ze 14 weken oud is.

Uit onderzoek en ervaringen met steriliseren op deze jonge leeftijd blijkt dat dit geen nadelen heeft en zelfs een paar voordelen. Hoewel dit ook in Nederland, al jaren gebeurd, is het een methode waar veel eigenaren nog aan moeten wennen.

Er is dus geen enkel bezwaar om katten al te laten steriliseren als ze 5 maanden oud zijn. Het heeft zelfs een voordeel omdat katten al met 5 maanden krols kunnen worden. Elke krolsheid heeft een beperkt risico op ontsnappen en een vroege dekking. Daarbij neemt bij elke krolsheid of pilgebruik het risico van borstkliertumoren toe.

Bovenzijde pagina

Pillen ingeven bij katten

klik hier voor een komisch verhaal hoe het niet moet!

Het geven van pillen aan katten kan een echt probleem zijn. Er zijn zelfs dieren waarbij het echt niet lukt! Gelukkig zijn er vaak alternatieven, bijvoorbeeld in de vorm van smakelijke varianten.
Er bestaan zelfs tegenwoordig wormmiddelen welke op de huid worden toegediend en via deze huid worden opgenomen. Stronghold
en Profender  

Indien het pillen ingeven echt niet lukt kunnen medicijnen eventueel ook via injecties worden gegeven. Indien u dit zelf wilt doen dan krijgt u hiervoor uitgebreide mondelinge en schriftelijke instructies.

Ook hebben wij voor moeilijke katten een prikservices waarbij u dagelijks even binnen kunt lopen met uw kat  (in overleg ook op zaterdag en zondag!) om één van onze paraveterinairen dit te laten toedienen.
 

Enkele Tips voor het ingeven van medicijnen:

  • De kat overrompelen werkt meestal slechts één maal of hoogstens een beperkt aantal keren. Probeer dus gebruik te maken van de normale contact momenten, maar houdt ook de "normale" contact momenten.
  • Belangrijk is een goede voorbereiding. Extra hulp kan meestal geen kwaad.
  • Een stevig handdoek met een klein gat voor de kop, wil nog wel eens helpen om buiten schot van de poten te blijven.
  • Vooral als langdurig medicijnen moeten worden gegeven is het belangrijk daarbij zo min mogelijk stress te veroorzaken.
  • Wat veelal goed werkt is om in een snelle beweging het pilletje achter in de keel te duwen. Kleine vingers of een beetje boter of smeerkaas op de top van uw vinger kunnen daarbij helpen. Vooral als het lukt diep achter in de keel te komen wordt de kokhalsreflex opgewekt, waardoor het dier zijn bek verder open doet en niet snel kan sluiten.
  • Door met een spuitje er een beetje water achteraan te geven wordt het slikken vergemakkelijkt. Meestal kan dit water via de zijkant van de dichtgehouden bek naar binnen worden gespoten.
  • Er zijn hulpmiddelen waarmee de pil samen met wat water, vla of iets dergelijks kan worden ingegeven. Klik hier voor meer info over onze pillen schieter.)
  • Een andere manier is de pil eerst fijn te maken, tussen twee lepels of in een vijzeltje. Voor een paar euro kun u bij ons ook een zeer goede Pillenvergruizer  aanschaffen. Het zo fijn mogelijke gemaakte  poeder dan nauwkeurig  door iets lekkers roeren waar het niet uit kan zakken . Slagroom, boter, geklutste eieren en vanillevla zijn favoriet bij katten. Maar ook smeerkaas en pindakaas voldoen.
  • Pak de kat in zijn/haar nekvel en houdt de kat omhoog. Duw de pols iets naar voren waardoor het bekje automatisch open gaat. Het voordeel is dat ze niet kunnen krabben omdat ze hangen en de kat raakt niet in paniek. Op deze manier maak je gebruik van een reflex die katten als kitten hebben.

NB!
Soms is dwang de enige manier. Bij dwang is het het beste zoveel overtuiging aan de dag te leggen dat de kat zich echt overgeeft. Dit vindt uw kat niet leuk. Plassen is een teken van overgave. Indien het dier zich echt overgeeft gaat het vaak de keer er op een stuk makkelijker.
Bedenk wel indien u dwang oplegt maar verliest, dat bij elke keer dat de kat 'wint' zijn of haar  zelfvertrouwen toeneemt en de strijd met nog meer overtuiging aan zal gaan.

Heeft u nog een handige manier bedacht? Laat het ons weten: dierenkliniek@ossehoofd.nl

Bovenzijde pagina

Sproeien, is daar wat aan te doen?

Sproeien is een van nature normaal gedrag
Voor veel katteneigenaren is sproeien of plassen in huis een bekend probleem. Toch is sproeien van oorsprong een natuurlijk en normaal gedrag, bedoeld als een geheugen- steuntje en om de omgeving een vertrouwde geur te geven waardoor de kat zich veilig voelt. Daarnaast werkt het als een signaal naar andere katten.

Katten leven in de vrije natuur in tegenstelling tot honden niet in groepen. Om toch van elkaar te weten waar ze zijn, bijvoorbeeld voor de voortplanting is het systeem van geursignalen ontwikkeld. Het sproeien helpt om te weten waar de soortgenoten zich bevinden.

Krolse katten en vruchtbare katers verspreiden bovendien een andere geur als hun soortgenoten. Hoewel katers vaker sproeien dan poezen, komt sproeien ook bij poezen voor. Sommige poezen gaan sproeien tijdens de krolsheid.

Sproeien komt vooral voor in een huishouden met meerdere katten
Hoewel sproeien dus een natuurlijk en normaal gedrag is, vormt dit sproeien als het in huis gebeurd als snel een probleem. Het is daarbij goed om te weten dat sproeigedrag veel vaker voorkomt als katten het huis niet voor zich zelf hebben. Eigenlijk niet vreemd als je je realiseert dat katten in de natuur voornamelijk op zich zelf leven.

Zolang het slechts een enkele keer gebeurt is het nog te overzien, maar als het sproeien toeneemt en we beginnen het te ruiken en te zien, dan kan het een groot probleem worden met soms grote gevolgen. Bekend is dat een kwart van de katten in het asiel zit wegens sproeiproblemen. Dat laatste is te betreuren, omdat vrijwel zeker een deel van die dieren te behandelen zou zijn geweest.

Verschillende redenen van sproeien
Er zijn verschillende redenen waarom een kat sproeit:

  • in relatie tot de voortplanting. Zo kan de kater een krolse poes ruiken;
  • berustend op verkeerde niet-afgeleerde gewoontes;
  • door medische oorzaken zoals blaasproblemen;
  • stress: de meest voor komende oorzaak! Dit kent vele vormen en kan komen door andere huisgenoten (zowel mens als dier), veranderde omstandigheden, nieuwe meubels, vreemde geuren, schoonmaak gewoontes, kattenbak opstelling en inrichting, niet op een prettige veilige manier naar buiten kunnen, geen veilige ligplek hebben enz.

Zeker als stress de oorzaak van het sproeigedrag is en als de eigenaar of zijn partner hier zelf begrijpelijkerwijs gestrest van raakt ontstaat al snel een vicieuze cirkel die moeilijk zonder hulp en medicatie  te doorbreken valt.

Het kopjes geven
Om zich vertrouwd te maken met zijn omgeving kan en kat voorwerpen merken door er met zijn kinklieren langs te strijken. Dit zogenaamde kopjes geven laat voor ons geen merkbare geuren achter en wordt gezien als een teken van genegenheid. Maar in feite is het voor de kat een soort van 'goedkeurings-stempel'.

Binnen dit systeem van vertrouwde geuren worden vreemde geuren, of geuren van andere katten als stressvol ervaren. Denk je zelf eens in als je op de camping staat en iedereen draait harde muziek waardoor je je eigen muziek niet meer kan horen. Sproeien begint dan ook vaak tegen, nieuw meubilair, een nieuwe huisgenoot. een boodschappen tas, lekker fris ruikende schone was, elektrische apparaten, de keuken gootsteen enzovoorts.

Hoewel het probleem een enkele keer moeilijk oplosbaar is, hebben wij de ervaring dat er duidelijk meer behandelingsmogelijkheden zijn dan door de meeste eigenaren wordt gedacht. Uiteraard verschilt van geval tot geval welke maatregelen succesvol zijn.

Vragenlijst
Door uitgebreid kennis te nemen van de leefsituatie van de kat kan worden geanalyseerd waar de problemen waarschijnlijk vandaan komen en in welke richting daarbij moet worden gedacht om het probleem op te lossen. (zie ook vragenlijst)



Vragen lijst om u te helpen met het probleem sproeien.

Als u deze lijst (zie verder) zo zorgvuldig en uitgebreid mogelijk invult en ons toestuurt, krijgt u binnen 10 dagen antwoord.

Antwoorden als "droogvoer" of  "overal" helpt ons niet verder dus graag gedetailleerd invullen.

Het meesturen van digitale foto's van de leefomgeving worden eveneens zeer gewaardeerd!

Wij kunnen aan de hand van de uitkomst van deze vragenlijst kunnen wij u adviseren met uw dier op consult te komen als er reden voor onderzoek van de urine zien of specifiek mogelijkheden voor een behandeling willen bespreken. Ook als u zelf al van plan was met uw dier te komen, komt het de behandeling ten goede als wij van tevoren over het ingevulde formulier beschikken.

Soms ontvangt u van ons een schriftelijk advies voor een aantal mogelijkheden om de situatie voor uw kat en uzelf te verbeteren. Wij kunnen u indien het een uitgebreid gedragsprobleem betreft ook doorverwijzen naar een van de organisaties die gespecialiseerd zijn in de behandeling van dit gedrags-probleem.

Niet-klanten ontvangen antwoord na storting van €17,50 op Rabobank 38.69.36.803 onder vermelding van 'vragenformulier sproeien'. Mocht u naar aanleiding van het advies op het formulier met uw dier op consult komen, dan wordt dit bedrag op het tarief voor het consult in mindering gebracht. (zie ook de voorwaarden voor email  contact ).

Niet zelden loopt het sproeigedrag zo uit de hand dat een eigenaar overweegt de kat naar het asiel te brengen of - nog dramatischer - verzoekt om euthanasie.

Als u kat sproeit doet u dan dus vooral een beroep op onze deskundigheid. Wij kunnen vaststellen of het sproeigedrag van uw kat een lichamelijke oorzaak heeft of dat het berust op een gedragsprobleem.. Gedragsproblemen zijn in veel gevallen wel op te lossen, mits u met de juiste kennis en inzichten en met geduld te werk gaat.
 

Vragenformulier als Word bestand
Dit formulier kunt u downloaden als Word-bestand. U kunt het digitaal invullen en mailen naar dierenkliniek@ossehoofd.nl. Hand geschreven formulieren kunnen niet in behandeling worden genomen.

N.B.: Gebruik hiervoor na aanklikken van de link niet 'Openen' maar 'Opslaan'. Of gebruik van het rechter muismenu het commando 'Doel opslaan als'.
Zoek vervolgens in uw PC het bestand op de plaats waar u het heeft opgeslagen en open het. Na het invullen en opslaan van het formulier kunt het als bijlage in een e-mail verzenden naar dierenkliniek@ossehoofd.nl
U kunt natuurlijk ook de tekst uit het formulier in de e-mail kopiëren en plakken



De oudere kat

Onze huiskat wordt steeds ouder
Door een goede voeding en goede medische verzorging worden niet alleen mensen maar ook onze katten steeds ouder. Werd de gemiddelde kat vroeger 13 of 14 jaar thans is dit 17-18 jaar waarbij een leeftijd boven de twintig geen bijzonderheid is. 

Iedere diersoort, dus ook de kat, heeft zo zijn eigen bij het ouder worden behorende kwalen en ongemakken. Gelukkig zijn veel daarvan behandelbaar, zeker als ze op tijd worden onderkend.

Algemene verschijnselen van het ouder worden
Mede omdat veel mensen nog steeds  denken dat een kat van 13 jaar al op leeftijd is worden te gemakkelijker verschijnselen van ziekte als verschijnselen va ouderdom gezien. Dit is jammer want hierdoor realiseren veel mensen zich pas laat dat het niet klopt wat behandeling intenziever en vaak minder succes vol maakt.

Hoe kunt u zien dat uw oudere kat nog gezond is

  • gewicht Vermageren bij een oudere kat wijst bijna altijd op een aandoening. Door de kat regelmatig te wegen kunt u dus op een eenvoudige manier in de gaten houden of er reden is voor een bezoekje aan onze kliniek. Een gezonde kat weeg gewoonlijk 4-5 kg
  • eetlust een gezonde kat heet gewoonlijk zo'n  50-70 gram brok of 200-300 gram blik per dag. Veel mensen di e gewend zijn hun kat brokjes te geven en zien dat de eetlust afneemt geven hun kat blik. Blik bevat echter veel water (75-80%)  waardoor een kat van blik wel 4 keer zoveel moet eten als brok
  • dorst Een gezonde kat zie je zelden drinken zeker als deze blik eet (zie ook blaas op deze pagina)
  • vacht: Een afstaande vacht is vaak een teken dat er iets mis is.
  • slapen: een gezonde kat slaapt zo'n 16 uur per dag. Meer slapen als ze ouder worden is normaal. Als ze wakker zijn moeten ze echter wel net zo alert zijn.
  • activiteit : zieke katten gaan vaak minder naar buiten, komen minder snel op het eten af, of komen niet kijken als er iemand binnen komt.
  • aanwezigheid zieke katten trekken zich vraag terug of vragen juist meer aandacht
  • Vreemde plekken katten die niet in orde zijn liggen vaak op andere plekken als u van ze gewend bent.

 

Een aantal veel voorkomende aandoeningen van de oudere kat

Hieronder enkele vaak bij de oudere kat voorkomende aandoeningen met bijbehorende verschijnselen:

  • Nierproblemen
    De verschijnselen die bij nierproblemen horen zijn:
    meer gaan drinken en plassen, minder eetlust en vermageren. slechte adem, overgeven en/of diarree, lusteloosheid en zwakte. In ernstige gevallen kan de vacht minder elastisch worden. Nierproblemen zijn bij katten eigenlijk altijd het gevolg van infecties of andere problemen. Nierproblemen zijn veelal goed te behandelen zeker als ze op tijd ontdekt worden. Het meer gaan plassen of gaan drinken valt lang niet iedere eigenaar op. Bij twijfel kan urine onderzoek veel duidelijk maken (zie ook doe de niercheck op deze pagina)
     
  • Gebitsproblemen (zie ook stomatitis)
    Aange
    taste kiezen of tanden, zichtbare tandsteen en daardoor ontstoken tandvlees met verschijnselen als uit de bek stinken, minder eetlust, eten met een scheve kop en weigeren van warm of koud voer. Deze problemen komen echter ook veel bij jonge katten voor. Klik hier voor meer info. De aandoening is goed te behandelen.
    .
  • Vetzucht en suikerziekte (zie ook algemene info over suikerziekte)
    Dit gaat vaak gepaard met veel drinken en veel plassen maar deze verschijnselen kunnen ook andere oorzaken hebben. Daarnaast vermageren de dieren en kan zelfs vertroebeling van de lens optreden (staar)Eenvoudig onderzoek van bloed en urine kan vaak uitsluitsel geven. Suikerziekte bij de kat is meestal goed te behandelen.
     
  • Te snel werkende schildklier (zie ook schildklierproblemen)
    Deze afwijking komt bij oudere katten regelmatig voor. De bijhorende verschijnselen zijn meer drinken en plassen, vermageren ondanks goede eetlust, op koude plekken gaan liggen, onrustig gedrag en soms braken, diarree en rillingen. Soms raakt ook het hart overbelast. Ondermeer bloedonderzoek kan duidelijkheid verschaffen. De echte oorzaak is onbekend. De aandoening is goed te behandelen.
     
  • Artrose en gewrichtsproblemen (zie ook atrose)
    Met de bekende bijbehorende verschijnselen. Voorheen werd gedacht dat aandoeningen zoals heupdysplasie (HD) rug hernia's, knie en elleboog  problemen alleen bij honden voorkomen en niet bij onze lenige gespierde katten. Niets blijkt minder waar. met grote regelmaat zien we bij de kat ook elleboog en heupproblemen, waarvan bij een aantal rassen al vermoed wordt dat ze erfelijk zijn. Ook problemen met de rug komen zeer veel voor bij de kat.
    Ze kunnen zich uiten door minder sprongkracht of ergens niet meer op of juist af willen springen. Gelukkig zijn er nu ook voor de kat medicijnen en speciaal dieet voor artrose waardoor deze aandoeningen redelijk zijn te behandelen (Klik hier voor meer informatie)
     
  • Verminderd gezichtsvermogen (Zie ook hoge bloeddruk)
    Verminderd gezichtsvermogen soms in combinatie met vergrote pupillen,
    wordt vaak veroorzaakt door een te hoge bloeddruk. Deze verhoogde bloeddruk komt bij katten veel voor en kan lange tijd bestaan zonder duidelijk zichtbare verschijnselen. Daarom wordt deze aandoening vaak pas in een laat stadium ontdekt. Sinds 2008 zijn we naast echo apparatuur ook in bezit van een speciale bloeddrukmeter voor katten en kunnen we de bloeddruk bij twijfel op betrouwbare manier meten (klik hier voor meer info ). Eenmaal ontstane blindheid is niet meer te behandelen. De hoge bloeddruk ie echter wel goed te behandelen waardoor verder schade aan andere organen en hartfalen kan worden voorkomen.
     
  • Verminderde hersenfunctie, dementie
    Het dier is minder alert, vertoont doelloos gedrag, vraagt niet meer om aandacht, wil niet meer aangehaald te worden, slaapt meer overdag en/of doolt 's nachts door het huis. Dit komt vooral bij zeer oude katten voor. Bij nader onderzoek blijkt echter veelal geen sprake te zijn  van dementie maar van een van de andere hierboven beschreven aandoeningen.
     
  • Tumoren.
    Er kunnen verschillende soorten kwaadaardige tumoren (kanker) voor bij de kat voorkomen. Toch komen ze relatief weinig voor. een aantal uitzonderingen
    • Neustumoren (klik hier voor meer info elders op deze pagina)
    • Huidtumoren. Deze kunnen veel vormen hebben. Bij wondjes die slecht genezen kan dan het best ook altijd op tumorweefsel onderzocht worden. Vooral bij witte katten die van de zon houden kunnen deze beginnen als wondjes aan de oren of neus  
    • lymfomen zie ook uitleg FeLV (klik hier voor microscopisch beeld lymfoom)
    • Bij verdachte bultjes moet snel ingegrepen worden. Melkkliertumoren kunnen voor een groot deel worden voorkomen door de dieren op jonge leeftijd te steriliseren.

Veel van deze kwalen zullen door de bijbehorende verschijnselen tijdig worden onderkend. Door de écht oudere dieren regelmatig te laten controleren, bijvoorbeeld met de jaarlijkse vaccinatie, kunnen eventueel al aanwezige maar nog niet duidelijk zichtbare afwijkingen vaak al in een vroeg stadium worden vastgesteld, waardoor de kans op herstel door behandeling toeneemt.

Voor een aantal aandoeningen is er voer met een speciale samenstelling, afgestemd op de kwaal van de kat. Senioren voer behoeft een nader commentaar. Het is vooral een uitvinding van de commercie die misbruik maakt van zaken die wel aardig klinken maar gewoon nonsens zijn. Minder eiwit en minder calorieën en meer vezels klinkt allemaal leuk en het is commercieel ook heel verantwoord alleen dergelijke voeren zijn lang niet altijd geschikt voor oudere katten. Ouder katten hebben door hun terug gang in de spijsvertering vaak minder mogelijkheden om met vezels of koolhydraten om te gaan waardoor hoge kwaliteit eiwitten juist positief werken. Ook minder calorieën is echt niet voor iedere kat een goed idee daar gewichtsverlies een van de problemen is bij de oudere kat. De tranen kunnen mij in de ogen springen als ik weer zo;n mager slachtoffer van de senioren maffia  op het spreekuur krijg. Minder eiwit of minder zout is in ieder geval niet in staat om problemen aan nieren of hart te voorkomen zoals vaak onterecht gesuggereerd wordt.


Doe de nier-check bij uw kat!

Regelmatig urine onderzoek kan veelvoorkomende nieraandoeningen in een vroeg stadium opsporen. Dit is extra zinvol nu er medicatie bestaat die verdere  achteruitgang van nieraandoeningen kan vertragen.

Chronische nieraandoeningen zijn één van de meest voorkomende gezondheidsproblemen bij de kat. Hoewel nierproblemen op alle leeftijden voorkomen zijn de meeste katten ouder dan 8 jaar op het moment dat wij de diagnose stellen. Voorafgaand aan de diagnose kan er een periode zijn waarbij er al  ‘verborgen nierschade’ aanwezig is. De nieren van de kat werken dan minder goed zonder dat dit voor u zichtbaar is. Er kan dus sprake zijn van een beginnende nierziekte waarbij al 50-60% van het nierweefsel verloren is gegaan zonder dat u als eigenaar iets aan de kat kan zien. Klachten ontwikkelen zich  meestal pas op het moment dat er nog maar 30-40% van de nierfunctie over is.

Niet goed behandelde abcessen zijn een belangrijke oorzaak van nierontstekingen en nierschade bij de kat. (klik hier voor meer info)

Een niercheck biedt u de gelegenheid om een mogelijk aanwezige nieraandoening bij uw kat op tijd op te sporen.

De kosten van een urine onderzoek:

Dit onderzoek kan als onderdeel van een consult worden uitgevoerd of op zich zelf staand  (bijvoorbeeld bij vaccinatie of gezondheidsconsult, of bij het schoonmaken van het gebied behandeling van verwondingen)

voor de kosten van het urine ga naar Tarieven

Thuis urine opvangen is moeilijk en veel katten werken hier niet echt aan mee. Bovendien is uitgebreide beoordeling van thuis opgevangen urine vaak niet betrouwbaar mogelijk. Indien u thuis urine wilt opvangen dan zijn hiervoor speciale (cat cor korrels te verkrijgen)

In onze kliniek prikken wij al meer dan  20 jaar urine voor onderzoek rechtstreeks uit de blaas. Dit is een eenvoudige en vrijwel pijnloos. Deze urine is vers zonder verontreinigingen en is eventueel gelijk geschikt voor bacteriologisch onderzoek. Het urine-onderzoek wordt gewoonlijk direct uitgevoerd.

De firma Novartis heeft in 2007 een Niercheck actie gehouden, op hun website  www.doedekatniercheck.nl kunt u nog veel nuttige informatie vinden over urineweg problemen bij katten.



 

ACHTERGROND INFORMATIE BIJ AANDOENINGEN
 

Besmettelijke infecties (katten- en niesziekte)

Kattenziekte is een snel dodelijk verlopende ziekte met braken en diarree.  De ziekte is zo besmettelijk en kan zo snel verlopen dat bij een uitbraak vaak meerder katten in een bepaalde buurt dood gaan. Voor veel mensen doet dit denken aan een vergiftiging.

Besmettelijkheid
Kattenziekte is zeer besmettelijk en wordt vooral via de ontlasting overgebracht. In ontlasting kan dit virus zelfs maanden overleven. U kunt dit virus dus aan uw schoenen meenemen en zo katten besmetten die nooit buiten komen. Normale desinfecterende middelen werken slecht tegen dit virus.

Bij drachtige katten kan een infectie ernstige schade aan de ongeboren kittens  geven. Als een moederpoes een infectie naar haar nest overbrengt sterven de kittens vaak voordat er ziekteverschijnselen zijn. Het beste is dus uw kat goed te laten vaccineren vóór de dekking. (zie ook het vaccineren van katten)

Behandeling
Er bestaan geen medicijnen tegen kattenziekte! Vaccineren geeft echter een uitstekende bescherming. Uw kat dient hiertoe tenminste 1 x per 3 jaar maar liefst jaarlijks gevaccineerd te worden.

Vaccineren
Hoe meer katten in een bepaald gebied gevaccineerd worden. hoe kleiner de kans op een uitbraak. Mensen die hun kat niet laten vaccineren, realiseren zich gewoonlijk niet dat hun kat niet ziek wordt mede bepaald wordt doordat andere hun katten wél vaccineren.

Niesziekte
Niesziekte is een verzamelnaam voor veel voorkomende luchtweginfecties. De ziekte komt voornamelijk bij niet (recentelijk)-gevaccineerde katten voor. De ziekte kan vooral bij kittens en bejaarde katten een ernstig en zelfs dodelijk verloop hebben.

Een zeker zo groot probleem is dat deze infecties in een deel van de gevallen levenslang voor blijvende gezondheidsproblemen zorgen. Deze met niesziekte geïnfecteerde katten komen nooit van de infectie af en proesten hun leven lang hun hele woonomgeving onder. Niesziekte kan ook middenoorontstekingen en ernstige problemen met het gebit (stomatitis) veroorzaken.

Besmettelijkheid
De infectie wordt vooral via het niezen zelf overgebracht. Drink- en eetbakjes maar ook mensen kunnen een rol spelen bij het overbrengen van de infectie. Dit blijkt ook wel uit het feit dat katten die nooit buiten komen toch wel eens besmet kunnen raken.

Dragers
Vooral kittens kunnen na een opgelopen besmetting levenslang besmettelijk  voor andere katten zijn. Ze hoeven daarbij zelf geen symptomen te vertonen. Uw kat kan dus besmet raken door katten die op het oog gezond zijn. Dit is de  reden waarom in pensions ook altijd vaccinaties worden verlangd.

Veroorzakers van Niesziekte
Er zijn verschillende ziektekiemen bekend die niesziekte kunnen veroorzaken.

Herpes
Deze niesziekte-variant geeft vaak écht zieke katten met koorts en longontsteking. Zweren in de mondholte komen daarentegen weer minder voor. Vooral bij kittens kunnen er ernstige klachten aan de ogen ontstaan met blijvende schade aan het hoornvlies. Kittens die de infectie overleven zijn vaak de rest van hun leven besmettelijk voor andere katten.
 

Calici
Er zijn veel varianten van dit calici-virus met ieder hun eigen ziekte- verschijnselen. Vooral jonge katten zijn gevoelig voor deze infectie. Naast niesklachten geeft deze infectie vaak zweren in de mondholte waardoor kittens moeilijk kunnen eten.

Calici-virussen spelen een rol in het vaak voorkomende en levenslang aanwezige stomatitis-complex. Dit is een ziekte waarbij katten ernstige gebitsproblemen met zweren in de mondholte hebben. Het dure interferon is werkzaam tegen deze infectie en met name bij zweren in de mondholte wordt het met succes toegepast

Het is gebruikelijk tegen Calici infecties te vaccineren.

Recent is aangetoond dat dit virus ook door vlooien kan worden overgebracht.

Chlamydia
Deze veel voorkomende infectie geeft naast niesklachten en milde ziekteklachten vooral een hardnekkige ontsteking aan beide ogen. In tegenstelling tot de calici- en het herpesvirusinfecties is deze infectie wel medicinaal te behandelen. Naast doxycycline is vooral het humane middel Zitromax (azithromycine) succesvol.

Tegen chlamydia wordt door ons standaard gevaccineerd worden .
 

Bordetella bronchiseptica (Bp)
Naast niesziekteverschijnselen kan deze bordetella-bacterie (verwant aan de kinkhoest bacterie bij de mens) ook de luchtpijp en de diepere luchtwegen (bronchiën) aantasten waardoor er hoestklachten ontstaan. Hoestklachten zijn zeldzaam en altijd een reden voor doktersbezoek. Deze bordetella-infectie lijkt ook bij katten die hiervoor aanleg (25%) hebben, astma te kunnen verergeren.

Vaccineren is aan te raden voor katten die ene verhoogd risico lopen
klik hier voor de
Folder Nobivac Bb of Mijn kat gaat naar het pension


Leukemievirus
Dit virus veroorzaakt in een deel van de gevallen acute dodelijke infecties, maar ook meer slepende infecties. Het virus beschadigd het DNA van de witte bloedcellen waardoor het afweersysteem niet goed meer werkt. Op latere leeftijd kunnen ook tumoren van deze beschadigde witte bloedcellen ontstaan. Dure therapie kan de ziekte maar slechts ten dele beïnvloeden.

Katten die verschijnselen hebben van een infectie met het leukemievirus zijn hierop te testen. Als de kat ook koorts heeft, is deze test redelijk betrouwbaar

Tegen leukemie kan gevaccineerd worden

Deze infectie wordt overgebracht via drinkbakjes, vechtwonden en dekkingen en komt vooral voor in catteries. In tegenstelling tot catteries in het buitenland wordt er in Nederland namelijk niet tegen dit leukemievirus gevaccineerd. Omdat het virus zich kan verstoppen in het lichaam biedt het halfjaarlijks testen op het leukemie virus bij fokpoezen en dekkaters onvoldoende garantie op afwezigheid van dit virus. In veel catteries worden dan ook afweerstoffen aangetroffen. Een teken dat er contact is (geweest) met het virus

Indien naast het halfjaarlijks testen in catteries op de aanwezigheid van het vrius bij dekkaters en dekpoezen ook jonge dieren steekproefsgewijs zou worden onderzocht op het voorkomen van afweerstoffen zou een reeler beeld bestaan over het voorkomen van de infectie.

Het voorkomen van afweerstoffen bij slecht een van de dieren betekent immers dat er contact is geweest met het leukemie virus.

FIV
Dit virus wordt net als het leukemievirus vooral overgebracht via speeksel. Bijt en vechtwonden zijn een belangrijke besmettingsbron. Het virus is verwant aan het HIV-virus bij de mens maar het kan de mens niet besmetten! Het virus heeft vaak geen ernstig verloop maar kan er door aantasting van het afweersysteem wel de oorzaak van zijn dat andere infecties  of verwondingen slecht genezen.

Er bestaat geen vaccin tegen deze ziekte

FIP
Bij deze ziekte trekt een diarreevirus (het corona-virus) onder nog niet geheel opgehelderde omstandigheden vanuit de darm het lichaam in. De kat reageert hierop met een ontstekingsreactie die echter niet, zoals normaal het geval is, in staat is dit verdwaalde diarreevirus onschadelijk te maken. Wel veroorzaakt deze ontstekingsreactie schade aan de met het diarreevirus geïnfecteerde organen. Na kortere of langere tijd leidt dit tot onherstelbare schade en overlijdt de kat met FIP aan de gevolgen van deze steeds voortgaande ontstekingsreactie. De ziekteverschijnselen zijn afhankelijk van de organen die zijn geïnfecteerd.

Verschijnselen van FIP

Het verloop van FIP kan van enkele weken tot soms jaren duren. Verschijnselen kunnen daarbij zijn:

- Benauwdheid als gevolg van een geïnfecteerd borstvlies waardoor de
  borstkas volloopt met ontstekingsvocht (natte vorm)
- Bolle buik vol met vocht (natte vorm)
- Dunne lege buik met wisselende eetlust (droge vorm)
- Geelzucht als gevolg van een geïnfecteerde lever
- Vreemd gedrag door aantasting van de hersenen
- Wisselend koorts die aanvankelijk reageert op prednisolon
- Combinatie van chronische ontstekingsreacties in het bloed
- Andere bloedafwijkingen

Besmettelijkheid
Het kitten raakt waarschijnlijk in het nest al met het darmvirus besmet. Verminderde weerstand bij jonge of juist bij oude dieren of een verandering van het virus zorgt er vervolgens voor dat het virus de darmwand passeert en het lichaam in trekt. Volwassen katten lijken niet besmet te kunnen worden met het virus als ze samenleven met een kat die FIP ontwikkelt.

De ziekte FIP komt vooral voor bij katten van onder de twee jaar of katten die (meestal) ouder zijn dan 10 jaar.

De helft van de volwassen katten is met het darmvirus besmet slechts enkele procenten ontwikkelen FIP
 

Naast de leeftijd spelen ook stress, overbevolking (catterys, asiels), algemene gezondheid en andere infecties een rol

De diagnose
Veel ziekteverschijnselen kunnen het gevolg zijn van FIP. Het is mogelijk de ziekte via bloed- of ander onderzoek met zekerheid aan te tonen. Wel kan een waarschijnlijkheidsdiagnose worden gesteld met behulp van een combinatie van onderzoeksgegevens. Het aantonen van het vrius zelf heeft immers geen waarde. Veel katten zijn immers besmet met dit diarree virus zonder dat ze er ziek van zijn.
Alleen het aantonen van de typische ontstekingsreacties door het microscopisch onderzoek van stukjes weefsel van aangetaste organen geeft het typische beeld dat past bij FIP.
De diagnose FIP wordt vaak niet, of pas na de dood gesteld.

Verschijnselen waarbij aan FIP moet worden gedacht zijn vaak vaag en kunnen net zo goed op andere ziekten wijzen.

Behandelen van FIP
Het afremmen van ontstekingsreacties op het corona-virus geeft vaak wel tijdelijke verbetering. Het virus kan met de huidige medicatie nog niet worden vernietigd. Hierdoor loopt de ziekte bijna altijd fataal af. 

Preventie
Vaccinatie van de moederpoes is effectief ter voorkoming van het meegeven van het corona-virus aan de kittens. Tót de vaccinatie werkt, moeten hygiënische maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat het virus via de ontlasting van het moederdier alsnog aan de kittens wordt doorgegeven.

Door middel van vaccinatie van de neus met een speciale corona-stam die niet kan overleven bij de normale lichaamstemperatuur van de kat (39 graden) maar wel in de neus het afweersysteem prikkelt, wordt voorkomen dat de kat besmet wordt met het echte darmvirus. Als het darmvirus de darmen niet kan bereiken, kan het geen FIP veroorzaken.

Rasgevoeligheid voor FIP
Sommige rassen lijken sneller FIP te ontwikkelen  (rex, Pers). Of dit komt door de manier waarop ze met elkaar leven of omdat ze (indirect) erfelijke kwetsbaar zijn, is nog onbekend.

Het optreden van FIP met andere infecties
Algemene wordt aangenomen dat andere infecties FIP kunnen uitlokken. Door dat deze infecties het afweersysteem verzwakken kunnen reeds aanwezige corona virussen uit de darm het lichaam intrekken en daardoor FIP veroorzaken.

Verschillende corona virus stammen en FIP
Het ene corona virus lijkt ziekte verwekkende als het andere corona virus. FIP zou volgens een theorie zelfs veroorzaakt worden omdat een onschuldige darmvariant muteert in een ziekte verwekkende variant.

Naar begin van deze pagina


Chronische neusuitvloeiing bij de kat

Bij katten komt met enige regelmaat neusuitvloeiing uit één of beide neusgaten voor. Deze uitvloeiing kan gepaard gaan met proesten, niezen, hoesten of kokhalzen. De neusuitvloeiing kan helder, slijmerig of pus-achtig zijn, en zelfs bloed bevatten. De kat kan hier last van lijken te  hebben maar ook kan het voorkomen dat maand in maand uit deze uitvloeiing wordt rond geproest zonder dat de kat hier zelf hinder van ondervindt. Is het niet vervelend voor de kat dan is het daarmee wel vervelend voor zijn baasje. 

Oorzaken

Chronische niesziekte (zie ook niesziekte)
In een aantal gevallen blijken katten geïnfecteerd te zijn met een van de niesziektevirussen zonder dat ze hier echt ziek van zijn. De afweer is dan voldoende om ziek zijn te voorkomen maar onvoldoende om het virus kwijt te raken. De kat is drager. Herhaald vaccineren om daar mee de afweer te verhogen kan helpen om de infectie alsnog kwijt te raken. Verder is het zinvol te controleren of de kat niet is geïnfecteerd met een van de virussen die de afweer aantasten (FeLv of  FIV).

Een niesziekte-verleden
Niesziekte kan het neusslijmvlies zo ernstig aantasten dat de afweer tegen normale neusbacteriën zo is verstoord dat de kat chronisch verkouden blijft. Antibiotica  helpt dan wel, maar bij stoppen van de kuur komt de infectie weer terug.

Andere infecties
Hoewel zeldzaam kunnen schimmelinfecties bij katten mogelijk ook een neusontsteking veroorzaken.

Afwijkende neusgangen
Met name Perzen hebben door hun afwijkende  neusvorm meer last van chronische infecties van de neus.

Gebitsproblemen
Kieswortelpunten maar vooral wortelpunten van de hoektanden kunnen zo ernstig ontstoken raken dat ze de neus aantasten. De pus van de ontstoken kies of hoektand komt dan in de neus terecht en veroorzaakt een chronisch neusprobleem. Dit is gewoonlijk eenzijdig.

Vreemde voorwerpen zoals grassprieten
Dit komt met regelmaat voor. Katten hebben een voorliefde voor het eten van een bepaald type gras, vooral als ze wat last van hun maag hebben. Dit gras is ruw en kan zich daardoor bij braken of kokhalzen via de keel naar de neus werken: Katten die een grasspriet in hun neus of keel hebben kunnen behalve niezen ook kokhalzen; vooral als ze wat proberen te eten of te drinken. Verder ogen ze gezond en hebben ze geen waterige of ontstoken ogen. Deze grassprieten blijven maandenlang in de neus zitten of worden soms als een klein groen puntje in de neusopening zichtbaar. De grassprieten moeten onder narcose worden opgespoord en verwijderd.

Tumoren
Bij echt oude katten komt nog weleens een tumor van de neus voor. In verloop van weken tot maanden neemt het niezen en proesten toe en wordt steeds vaker een druppeltje bloed gezien in de neusuitvloeiing.  Echter altijd uit hetzelfde neusgat. Onderzoek moet uitwijzen of  dit een tumor afwijkingen aan het gebit  of grassprieten of andere oorzaken zijn. Speciale foto;s (zie sinusfoto's en XX) laten vaak botoplossing zijn van de fijne structuren van de neus

Ontstoken neus, kaakholtes en voorhoofdsholten
Bij de chronische aandoeningen is de weerstand van de neus en voorhoofdsholte niet in evenwicht. Hierdoor hebben bacteriën die via de ingeademde lucht binnenkomen de overhand. Het lichaam ziet dus geen kans om deze bacteriën op te ruimen. Vaak zijn dit geen echte ziekteverwekkers maar krijgen deze bacteriën een kans omdat de afweer van de neus niet in orde is.

Verzwakt afweersysteem
De afweer van de neus kan verzwakt zijn omdat de afweer van de kat zelf is aangetast door bijvoorbeeld infecties zoals FeLV en FIV, of omdat de kat een afwijkende neusvorm heeft. Ook kunnen een enkele keer problemen met het gebit in de vorm van een ontstoken tandwortel een probleem in de neus veroorzaken

Meestal is deze neus echter aangetast door een eerdere niesziekte-infectie, waardoor de neus niet meer gezond is en het geproduceerde ontstekingsvocht van vooral de voorhoofdsholte eenvoudig zijn weg naar buiten niet meer kan vinden. 

Preventie
Bij goed tegen niesziekte gevaccineerde katten komt deze aandoening zelden voor (zie ook vaccineren op deze pagina). Heeft de kat eenmaal een van de chronische niesziektes opgelopen dan kan vaccinatie niet meer genezen, maar wel erger voorkomen. 

Behandeling

Neusdruppels
Vaak wordt geadviseerd de neus te druppelen.
Mensen kunnen door druppelen, snuiten en dampen en met veel geduld deze voorhoofdsholten open krijgen. Bij katten is dat veel lastiger omdat alles veel nauwer is en ze niet zo erg meewerken aan deze vormen van behandeling. Bovendien is deze behandeling ook zelden succesvol omdat de medicatie niet achterin de neus komt. Als bij deze aandoening ook de voorhoofdsholtes zijn betrokken, is de kans op succes door middel van het geven van neusdruppels met medicatie helemaal minimaal.  

Humane medicatie
In veel gevallen kan deze aandoening met medicijnen tijdelijk onder controle worden gebracht. Vooral medicatie voor gebruik bij mensen (azitromycine)die goed doordringt in neus en bijholten kan succesvol bij de kat zijn.

Operatieve behandeling 
Indien geen enkele andere behandeling helpt, kan het operatief openen van de voorhoofdsholte een goede manier zijn om de neusklachten effectief te behandelen. Dit is een relatief kleine ingreep die in onze kliniek regelmatig succesvol wordt uitgevoerd (Zie ook: Chronische neusuitvloeiing: trepaneren voorhoofd.


Oorontsteking
Uitwendige gehoorgangontsteking

Hoe vaak heeft een kat oorontsteking?
Bij katten komt oorontsteking minder vaak voor dan bij honden. Niet alleen is het staande oor van de kat gunstiger van bouw dan bij de meeste hondenrassen, maar ook spelen allergieën voor voeding en pollen (atopie) die bij de honden veel oorproblemen veroorzaken, geen rol van betekenis bij de kat. Ook het zwemmen en natregen van de oren als oorzaak van oorontstekingen bij de hond zal bij de kat minder snel voorkomen.

Oorzaken
* oormijt  (zie oormijt hond en uitgebreider achtergrondsverhaal under construction)
* Vecht verwondingen (Moet nog geschreven worden
* chronische oorontstekingen en poliepen
* loopoor op basis van een middenoorontstekingen

 

Verschijnselen
De verschijnselen van een oorontsteking zijn meestal kenmerkend:

  • schudden met de kop
  • Kop scheef houden, scheve kopstand,
  • jeuk, krabben aan de oren
  • uitvloeiing
  • stank uit de oren.

In veel gevallen kan de aandoening worden behandeld door dagelijks toedienen van een oorzalf of oordruppels.

OORZAKEN VAN OORONTSTEKING

Oormijt
Oorontstekingen ten gevolge van oormijt komen eigenlijk alleen bij jonge katten voor en zijn meestal aan beide oren tegelijk. Oormijt-infecties zijn erg besmettelijk. Hier moet met de behandeling rekening mee worden gehouden (zie voor uitgebreid oormijt cleintinfo alg)

Vechtverwondingen
Katten die buiten komen lopen nogal eens vechtverwondingen op. Hierbij wordt het oorkraakbeen wel eens 'gepierced' door een ander kat. Het hoeft geen betoog dat dit bepaald geen steriele bezigheid is, met niet zelden een stinkende en pijnlijke infectie van het oorkraakbeen als gevolg. Het wondje is daarbij vaak zo klein en het oor zo pijnlijk dat dit alleen goed onder narcose is vastte stellen en te behandelen.

 Chronische oorontstekingen en poliepen
Hoewel oorontstekingen bij katten niet vaak voorkomen kunnen ze soms toch flink uit de hand lopen. De gehoorgang gaat dan als gevolg van de chronische ontsteking woekeren en er vormen zich poliepen. Behandeling met medicatie zal dan niet meer succesvol zijn. Voor een ervaren chirurg is het echter simpel dit succesvol te behandelen. Naast het verwijderen van de poliepen wordt dan tevens de gehoorgang verruimt (zie: chirurgie van het oor) waardoor er een gunstiger situatie ontstaat en het oor minder snel opnieuw ontstoken raakt. Bij de kat zijn veel van de oorontstekingen echter het gevolg van middenoorontstekingen: het loopoor

Loopoor
Bij de oudere kat komt regelmatig een zogenaamd 'loopoor' voor. Dit is een vaak stinkende oorontsteking als gevolg van een etterige ontsteking van het middenoor. Doordat katten een extra schotje hebben in het middenoor dat de afvoer van ontstekingsvocht belemmert, is genezing vaak lastig. Omdat de ontsteking primair uitgaat van het middenoor en de ontsteking van de gehoorgang hiervan slechts het gevolg is, heeft een uitwendige behandeling of een algehele kuur met antibiotica vaak onvoldoende succes. In die gevallen kan het trepaneren van het middenoor zeer succesvol zijn.

Trepaneren middenoor
Door de vorm van de gehoorgang en het extra schot in het middenoor is de kat niet geschikt voor het plaatsen van buisjes, zoals bij het kind. Om een genezing van het binnenoor te bereiken moet het binnenoor geopend worden en gespoeld worden. Het spoelvocht moet daarbij goed kunnen worden afgevoerd. Operatief wordt hiertoe een buisje geplaatst dat uitkomt achter de kaakomslag (Zie ook chirurgie als alternatief voor blijvende medicatie) Onze ervaring met deze ingreep is dat de resultaten zeer dankbaar kunnen zijn, zeker  bij chronische oorontsteking waarbij alle andere behandelingen hebben gefaald.

 Het bloedoor
Bij deze aandoening zit er als gevolg van een ontsteking van de haarvaatjes (vasculitis) vocht tussen de huid en de kraakbeenlaag van het oor waardoor het oor sterk verdikt is. Dit wordt een bloedoor genoemd wat eigenlijk een foutieve benaming is (Zie ook cliënteninfo: het bloedoor)


Ontstoken baarmoeder
van een kat. (pyometra)
 

Bij niet gesteriliseerde katten komt een ontstoken baarmoeder nog als eens voor.
Ernstig vergroot.




Melkklier tumoren

Melkkliertumoren bij de kat zijn eigenlijk altijd kwaadaardig. Niet zelden blijkt dat de tumor op het moment van ontdekken van het knobbeltje al is uitgezaaid. Vooral als het dier dan ook al niet helemaal gezond meer is, zijn de vooruitzichten slecht. Bij nog perfect gezonde katten met een knobbeltje zijn dergelijke uitzaaiingen meestal nog niet aanwezig.


Rigoureuze chirurgie snel na het ontdekken van een knobbeltje biedt dan een behoorlijke kans op genezing.

Melkklier tumoren komen eigenlijk niet voor bij katten die jong gesteriliseerd zijn en nooit de poezenpil hebben gebruikt

Aarzel daarom niet bij elk blijvend bobbeltje onder de buik van uw poes, ons te consulteren




Abcessen, vechtverwondingen bij de kat

Bij katten komen zeer regelmatig abcessen en infecties voor als gevolg van vechten met soortgenoten. Deze verwondingen zien we vooral aan de kop, de basis van de staart, de voorpoten en in het gebied rond de achillespees. Minder vaak komen ook verwondingen aan bijvoorbeeld de flanken voor.

Net als bij de hond worden vechtabcessen bij de kat door veel eigenaren enorm onderschat. De bacteriën die de kat in de bek en onder de nagels heeft (vooral pasteurella multocida, en betta heamolytische  streptococcen) kunnen bij verwondingen ernstige problemen veroorzaken.

Daarnaast kunnen door beten van katten via het speeksel andere infecties zoals FeLV en FIV worden overgebracht.

Verloop
De typische infectie van de kop en de staartbasis geeft in 1 tot 2 dagen een forse soms slappe zwelling waarbij de bacterie het bindweefsel (onderhuidse elastische weefsel) en spierweefsel aantast en oplost. De infectie kan zich daarbij zeer snel uit over een enorm gebied verspreiden.

De kat wordt daarnaast vaak ziek. De zwelling op de plaats van het abces is veelal pijnlijk bij aanraking. De kat wordt wat stiller en krijgt minder eetlust. Een veel voorkomend ander probleem is dat de infectie zich vanuit het abces naar de nieren verspreidt.. 

Na verloop van tijd barst het abces open en knapt de kat wat op. De eigenaar denkt dan dat het leed is geleden en probeert met een desinfecterend middel het zichtbare gedeelte te behandelen.

Omdat de wondopening maar klein is wordt niet al het wondvocht afgevoerd. Hierdoor kan voordat de wond zich sluit, in de diepte de infectie gewoon verder woekeren.

Complicaties van onvoldoende behandelde abcessen:

  • Ingekapselde haarden
    Deze zijn te herkennen aan de wond die niet helemaal dicht gaat of weer opnieuw begint te zwellen. Veelal gebeurt dit al binnen een week maar soms kan het ook maanden later terugkomen
     
  • Infecties achter de jukbeenboog
    Met name bij abcessen aan de bovenkaak of aan het onderooglid kan de infectie achter het jukbeenboog kruipen. Doorbreken van het abces is dan moeilijk waardoor vaak de jukbeenboog of het oog al ernstig zijn aangetast voordat het abces zichtbaar wordt.
     
  • Kaakholte, het oor of de voorhoofdsholte
    Soms is de hoektand tijdens het bijten door de andere kat doorgedrongen in het bot van een onderliggende ruimte. De infectie breidt zich dan uit naar de kaakholte, het oor of de voorhoofdsholte. Als het abces al weer maanden geleden is ontstaan, is het door de verwoesting soms moeilijk vast te stellen waar het probleem begonnen is en of het aangetaste gebied voldoende ruim is verwijderd en geopend. Het beeld kan dan onterecht doen denken aan een andere aandoening zoals een ontstoken kies, een voorhoofdsholte-ontsteking of een tumor.
     
  • Nierinfecties, (nefritis en nierbekkenontstekingen)
    Deze kunnen soms maanden later alsnog fataal blijken te zijn. Niet ontdekte nierinfecties zijn een belangrijke oorzaak van nierfalen bij (oudere) katten.
     
  • Besmetting met FIV en FeLV (zie ook leukemie en FIV)
    Lange tijd na het abces kan de kat plotseling koorts krijgen waarvoor geen duidelijke oorzaak is te vinden.

Behandeling van abcessen
Een goede behandeling van een abces moet bestaan uit het ruim openleggen van het abcesgebied en het verwijderen van al het weefsel wat niet meer levensvatbaar is.

Omdat de bacteriën die een dergelijke wond besmetten zich niet kunnen handhaven in de buitenlucht kan het abces het beste worden open gelaten of met een enkele hechting worden gesloten. Vooral als de huid nergens het contact met de ondergrond is verloren, zal de wond zeer snel dichtgroeien. Nadeel is dat veel eigenaren het lastig vinden om tegen zulke open wonden te moeten aankijken.

Houdt de kat binnen of doe hem een bandje met informatie om!
Als katten met een open (abces)wond naar buiten gaan, bestaat de kans dat andere mensen er zich mee gaan 'bemoeien' of maatregelen treffen omdat ze denken dat het om een gewonde kat gaat. Doe ze daarom een bandje om of houdt ze even binnen tot de wond wat verder is genezen.

Het verloop van infecties van de (onder)poten
Omdat er rond de onderpoten weinig los vel zit vormen hier zich zelden echte abcessen. Door de beweging van alle spieren en pezen wordt de infectie echter wel snel verspreid over een groot gebied van dit lichaamsdeel. De kat maakt dan een algemeen zieke indruk, heeft hoge koorts en zal de pijnlijke, licht gezwollen poot niet belasten. Soms heeft het dier alleen koorts.

Bartonella (kattenkrabziekte) en kattenbeten bij mensen
Ook bij mensen zijn de kattenkrabziekte bartonella (zie ook
www.rivm.nl) en kattenbeten berucht vanwege de ernst waarmee sommige infecties verlopen. Tetanus speelt geen rol van betekenis bij kattenbeten.
Met name bij beten in de vinger kan bij de eerste symptomen van een uitbreidende infectie beter direct met antibiotica worden gestart.

Preventie
Gecastreerde katers vechten aanzienlijk minder dan ongecastreerde katers. Daarnaast zijn er nu eenmaal brokkenpiloten, stoere katten die graag een gevecht aangaan en katten die snel op hun donder krijgen. Vaak kan een eigenaar zich achteraf herinneren dat de kat verwilderd of gehavend binnenkwam of dat hij het gevecht heeft gehoord. Bij nauwkeurig kammen en aftasten kun je vaak wel het bijt- of krabwondje vinden.
Direct starten met antibiotica (binnen 12 uur) heeft een preventieve werking. Bij echte brokkenpiloten geven we ook wel eens na de zoveelste abces behandeling een kuurtje mee om direct na een volgende vechtpartij mee te kunnen beginnen.

Daarnaast is het aan te raden om brokkenpiloten te vaccineren tegen FeLV. Ze kunnen immers na infectie vrij makkelijk via het drinkbakje eventuele andere katten in woonomgeving infecteren.

Tot slot
Als er één ding geldt voor het behandelen van abcessen en bijtwonden dan is het wel de uitdrukking "Zachte heelmeester maken stinkende wonden".

 

Blaasproblemen bij de kat

Inleiding
De voorouders van onze katten leefden in droge gebieden in het noorden van  Afrika. Omdat water daar schaars is hebben hun nieren zich zodanig aangepast dat ze konden leven van het vocht uit hun prooidieren. De dorstprikkel is bij katten niet sterk ontwikkeld en onder normale omstandigheden drinken katten maar mondjesmaat.

Daarnaast zijn katten ook nog eens zeer kieskeurig wat betreft de smaak van het water. Water uit de kraan is zelden goed genoeg voor onze kat. Het moet de vijver, die speciale vaas of de gieter zijn. Is deze even leeg of niet bereikbaar dan drinken ze liever niet. Het valt dan ook vaak niet mee om een kat meer te laten drinken.

Blikvoer bevat meer water (75%-80%) dan prooidieren (60%-65%). Een kat die blikvoer eet krijgt dan ook eigenlijk altijd genoeg water binnen. Droogvoer bevat daarentegen veel minder water dan prooidieren. Omdat katten van nature dus geen drinkers zijn, drinken ze relatief weinig als ze droogvoer eten.

Weinig drinken in combinatie met de samenstelling van het meeste kattenvoer speelt een grote rol bij het ontstaan van blaasstenen en blaasgruis.
De aandoening komt het meeste voor bij gesteriliseerde katers, maar ook bij niet-gesteriliseerde katers en bij poezen.

Bij katers kan de aandoening door de nauwe plasbuis makkelijk leiden tot een dodelijke verlopende verstopping. Indien een kater problemen heeft met plassen  moet dan ook direct hulp worden gezocht. (Zie ook blaasobstructie).

De voornaamste verschijnselen van blaasproblemen zijn:

  • Op veel plaatsen plassen. Ook waar het niet hoort (zie ook sproeien)
  • Kleine beetjes plassen.
  • Bloed in de urine.
  • Klagelijk miauwen tijdens het naar de bak gaan.
  • Niet kunnen plassen (bij katers zie ook blaasobstructie)

De meeste blaasproblemen bij katten berusten op een vicieuze cirkel waardoor een niet altijd bekende oorzaak irritatie van de blaaswand ontstaat die weer leidt tot extra aandrang welke weer een verder prikkel is tot irritatie van de blaaswand. Met als gevolg pijn tijdens het plassen, vaak moeten plassen en bloed plassen. Ook pijnklachten van de onderbuik komen voor.

Oorzaken
De idiopatische blaasontsteking: Veelal zijn er geen duidelijk aanwijsbare oorzaken te vinden. Er wordt aangenomen dat er histamine of vergelijkbare stoffen vrij komen die leiden tot irritatie van het slijmvlies van de blaas. Men spreekt in die gevallen wel van idiopathische cystitis (blaasontsteking). Stress  en weersomslagen lijken hierbij een rol te spelen.

Blaasontsteking door gruis: blaasgruis, blaasstenen evt gecombineerd met  bacteriële infecties zijn hiervan de boosdoener. Dit kan komen door onvoldoende drinken maar ook bij normaal drinkende dieren komt gruis voor.  Dit heeft sterk te maken met de samenstelling van het (droogvoer)  als gevolg. Door dergelijk gruis of door loslatende propjes eiwit van de ontstoken  slijmvlies bekleding van de blaaswand kan de afvoergang van de blaas van de kater verstopt raken waardoor de dieren niet meer kunnen plassen. Dit is een levensbedreigende situatie! (zie ook blaasobstructie)

Blaasontstekingen door infecties. Infecties als oorzaak komen ook voor, soms in combinatie met een nierbekken-ontsteking. Alleen door middel van rechtstreekse punctie uit de blaas is dit eenvoudig vast te stellen. Vooral infecties vanuit de nieren moeten worden opgespoord omdat hier door op den duur nierfalen kan ontstaan.

Algemeen
Er zijn aanwijzingen dat bij katten met een gevoelige blaas ook stress een rol kan spelen. Zo worden veranderingen in de dagelijkse routine van voeding, veranderingen in omgang met de baas of ruzie met een andere kat weleens als aanleiding gezien voor blaasproblemen. Ook bij te dikke dieren nemen de risico’s op blaasklachten toe. Waarschijnlijk omdat ze te lui worden en minder drinken en plassen, maar ook omdat te veel eten ook meer afvalstoffen geeft en daarmee de vorming van blaasgruis.

De minder ernstige blaasproblemen duren doorgaans niet langer dan 5 tot 10 dagen. Wel komen de klachten vaak terug. Het is daarom van belang maatregelen te nemen om dergelijke problemen te voorkomen.

Voorkomen van blaasproblemen:

  • Laat uw kat veel drinken
    Plaats meerdere waterbakjes en ververs regelmatig het water. Zorg dat de waterbakjes goed gevuld zijn. Katten vinden het vaak onplezierig als hun snorharen met de rand van de drinkbank in aanraking komen. Een bord of een brede, schone kom als drinkbak wordt door de kat gewaardeerd.
    Sommige katten vinden het drinken uit de kraan een leuk spel maar andere katten hebben juist een hekel aan leidingwater. Katten hebben een betere smaak en vooral een betere reuk dan wij. De eigenaar is het dan vaak al opgevallen dat ze bij voorkeur uit vazen of plassen drinken. Probeer voor deze dieren eens bronwater. Het lijkt overdreven, maar veel katten vinden bronwater veel lekkerder en ze drinken er tenslotte maar weinig van.
     
  • Het drinkbakje en de smaak van het water
    Zeg nou zelf, waar drinkt u liever een glaasje water of bier uit? Uit een zachte plastic beker of uit een glas? Plastic bekers geven smaak af aan water. Plastic bakjes zijn dan wel onbreekbaar maar dus niet erg geschikt als drinkbakje voor de kat. Hetzelfde geldt voor roestvrijstalen en aluminium drinkbakjes. Deze beïnvloeden ook de smaak van het water.
  • Bevorder de dorst
    In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is keukenzout geen oorzaak van de vorming van blaasstenen maar het bevordert wel de dorst. Bouillon of bouillonblokjes kunt u daarvoor ook gebruiken.
     
  • Plaats meerdere kattenbakken
    Vaker plassen werkt de vorming van gruis en (struviet)stenen tegen. Maak de kattenbak aantrekkelijk en schoon, en experimenteer met verschillende vullingen. Zet meerdere kattenbakken neer. Haal de kap van de kattenbak af! Het afdichten van de kattenbak is wellicht een prettiger gezicht en het zorgt voor minder luchtjes, maar net als u houdt ook een kat er niet van om in de luchtjes te zitten. Een onaantrekkelijke kattenbak speelt ook vaak een rol bij het ontstaan van sproeien.
     
  • Dieet
    Blikvoeding eventueel aangemaakt met water is bij blaaspatiënten vaak gunstiger dan droogvoer. Door het veelvuldig toepassen (en er zelfs reclame voor maken!) van plantaardige grondstoffen bevat kattenvoer veel magnesium. Daarnaast zorgt het verwerken van plantaardige grondstoffen ervoor dat urine wordt geproduceerd met een onnatuurlijk hoog pH-gehalte (niet-zure urine). Dit maakt de kat kwetsbaar voor de vorming van struviet (magnesium fosfaat).
    .
    Een ander probleem is het gebruik van veel goedkope dierlijke grondstoffen die veel skeletdelen en daardoor veel calcium bevatten. Met dergelijke diëten wordt weer snel gruis gevormd met calcium oxalaat stenen.
     
  • Urine-verzuurders
    De onnatuurlijke hoge pH-waarde die het gevolg is van het voeren van plantaardige grondstoffen wordt door veel fabrikanten gecorrigeerd door het toevoegen van urine-verzuurders. De kans op de vorming van struviet uit het vele plantaardige magnesium wordt hierdoor wel verkleind, maar de vorming van calcium oxalaat neemt daarmee wel weer toe.
     
  • Eiwitten in de voeding
    Katten moeten een hoog gehalte aan eiwitten in de voeding hebben voor het onderhouden van hun sterke gespierde lijf. De samenstelling van eiwitten moet echter wel passen bij de samenstelling die de kat nodig heeft. Eiwit uit kippenveren lijkt bijvoorbeeld niet erg op spiereiwit en het merendeel van deze slecht-passende eiwitten verlaat dan ook als ureum het lichaam. Dit is een belasting voor de nieren. Met kip klinkt dus heel leuk maar heeft weinig waarde als je niet weet welk deel van de kip het betreft.

    Het percentage eiwit zoals op de verpakking staat vermeld is een chemisch percentage en zegt niets over de werkelijke beschikbaarheid van dit eiwit voor de kat (de zogenaamde biologische beschikbaarheid). Eiwitten met een slechte biologische beschikbaarheid verlaten als ureum het lichaam en verhogen de PH-waarde van de urine op onnatuurlijke wijze. De biologische beschikbaarheid van de meeste plantaardige eiwitten is laag. (meer over voeding' ) Katten zijn dan ook carnivoren (vleeseters)
     
  • Voorkom overgewicht
    Probeer het dier meer te laten bewegen. U kunt bijvoorbeeld binnen een klimpaal plaatsen of het dier speeltjes geven.
     
  • Geef het dier geen kattensnoepjes of gistsnoepjes. Deze zijn een bekende bron van magnesium (stearaat)
     
  • Voorkom waar mogelijk stress.
     
  • Geef voer dat blaasgruis voorkomt. (zie ook blaas obstructie  en dieten)
    .

Gelukkig zijn voor genezing en verlichting van de pijn van blaasproblemen verschillende middelen beschikbaar, zoals ontstekingsremmers, middelen die het vrijkomen van blaaswand-irriterende stoffen remmen, blaasontspanners,  pijnstillers, en indien nodig antibiotica.
 

BLAASOBSTRUCTIE

Blaasobstructie, vaak een echt spoedgeval!
Het kan bij met name katers voorkomen dat ze helemaal niet meer kunnen plassen. Dit wordt veroorzaakt door blaasstenen of blaasgruis dat vast loopt in het laatste nauwe deel van de urineleider dat door de penis loopt. Ook eiwitpropjes van ontstekingsmateriaal uit de blaas kunnen dit veroorzaken.
Snel ingrijpen is geboden bij deze aandoening die anders binnen 24 tot 48 uur dodelijk kan verlopen. De blaas van de kater kan knappen waardoor urine de buikholte instroomt. Omdat de nieren de urine niet aan de blaas kwijt kunnen treden gewoonlijk al binnen 48 uur ernstige vergiftigingsverschijnselen op.

De verschijnselen
Het lastige is dat de verschijnselen van een blaasverstopping sprekend kunnen lijken op een blaasontsteking. De kater is onrustig, gaat vaak naar de bak en zit daar lang te persen. Uw kater kan daarbij slechts kleine beetjes plassen.

Als de klachten na 1-2 dagen minder worden wordt vaak gedacht dat het weer over is. Uw kater kan echter ook rustig gaan liggen omdat hij het opgegeven en gewoon wacht tot hij dood gaat.

Alarmsignalen:

  • op vreemde plekken liggen
  • niet meer willen drinken of eten
  • sloom
  • sinaasappel-grote bobbel in de buik (bij veel katten moeilijk te voelen).

Als de kater nog eet en drinkt is het onwaarschijnlijk dat deze een niervergiftiging ten gevolge van een dodelijke verstopping heeft.

Meestal kan de urineleider weer 'vrij' gemaakt worden door met een katether en een oplosmiddel de plasbuis door te spoelen / prikken. Dit gebeurt zoveel mogelijk onder narcose.

PREVENTIE
De plaskater operatie
Bij een kater vernauwt de plasbuis zich aan het eind. Hierin hoopt zich makkelijk vast materiaal op. Bij terugkerende blaasobstructie is het soms ook  nodig om de penis en daarmee het smalle deel van de plasbuis van de kater (deels) te verwijderen. Het deel dat overblijft is ruimer van doorgang en zal dus voor minder problemen zorgen. Deze onder volledige narcose uitgevoerde ingreep is niet zwaar maar brengt zoals begrijpelijk voor de kater een periode van ongemak met zich mee.

Dieet
Bij blaasobstructie, ook als uw kater is geopereerd, is het van groot belang dat de kat preventief een speciaal blaasdieet eet om nieuwe vorming van gruis of stenen te voorkomen. 

Aangezien deze diëten eigenschappen hebben die ze ongeschikt maakt voor alle katten zorgt Europese regelgeving ervoor dat deze echte preventieve diëten alleen via de dierenarts zijn te verkrijgen.
Van de volgende dieten kunt u informatie downloaden Royal Canin Urinary, Hill's Prescription Diet c/d en Hill's Prescription Diet s/d Trovet ASD Specifiek CCD .

Conclusie

Vermoedt u blaasobstructie bij uw kat, zorg dan dat u binnen 12 uur een dierenarts raadpleegt.



Schildklierproblemen bij de kat.

Inleiding
De schildklier bestaat uit twee kleine kliertjes welke aan beide zijden van de luchtpijp in de hals liggen. De hoeveelheid schildklierhormoon die door de ze kliertjes wordt geproduceerd wordt nauwkeurig door het lichaam gereguleerd.

Bij een zieke schildklier werkt deze regulatie niet meer. De schildklier is dan meestal vergroot en produceert veel meer schildklierhormoon dan normaal. Deze overproductie leidt tot tal van gezondheidsklachten omdat diverse organen door de verhoogd werkende schildklier worden opgejaagd. Zonder behandeling worden de problemen op den duur zo ernstig dat ze de kat fataal worden.

Symptomen
Bij negen op  de tien katten komen één of meer van de volgende verschijnselen voor:

  • Meer dan normale eetlust.
  • Vermageren ondanks veel eten. Het maag-darmslijmvlies wordt in zo'n hoog tempo vervangen dat het niet meer normaal functioneert met als gevolg maag-darm klachten, vermagering en afwijkende ontlasting.
  • Meer drinken en plassen.
  • Gedragsveranderingen zoals nachtelijke onrust.
  • Een veel snelle hartslag met hoge bloeddruk, goed waar te nemen bij lichamelijk onderzoek. Dit kan op den duur schade aan de nieren veroorzaken.
  • De vergrote schildklier is vaak in de hals voelbaar.

Bij één op de tien katten zijn de verschijnselen min of meer omgekeerd:
de kat is zwak en apathisch en heeft een slechte eetlust

Behandeling
De behandeling bestaat uit het normaliseren van de hoeveelheid schildklierhormoon.

Dit kan op twee manieren:

Medicatie (schildklierremmers of thyrostatica)
Hiervoor worden Thiamazole of soortgelijke middelen gebruikt (onder verschillende merknamen). Dit soort stoffen is giftig voor de schildklier en in mindere mate voor het lichaam. In de juiste dosis remmen ze de schildklier voldoende om weer een normale hormoon-afgifte te bereiken.
Of de dosis  van het middel juist is moet  door middel van regelmatig bloedonderzoek worden gecontroleerd. Daarbij wordt het bloed niet alleen gecontroleerd op de hoogte van het schildklierhormoon maar ook op het voorkomen van ernstige bijwerkingen zoals een te kort aan rode en wite bloedlichaampjes door beschadiging van de stamcellen in het beenmerg

Ook bij een goed ingesteld patiënt is de kans op ernstige bijwerkingen aanwezig

Het verwijderen van de zieke schildklier
Ondanks de vaak wat hogere leeftijd van schildklier patiënten is dit een relatieve lichte ingreep en daarom een goed alternatief. Indien slechts een schildklier ziek is neemt na het verwijderen van de zieke schildklier de gezonde andere klier de functie over. Indien beide schildklieren ziek zijn moet na de ingreep een klein beetje schildklier hormoon worden gegeven ter vervanging. Dit kan gebeuren zonder regelmatig bloedcontroles en kent geen bijwerkingen. Een eenvoudiger situatie dus als als met het geven van schildklierremmers

Als voorbereiding voor de ingreep wordt de schildklier en daarmee de stofwisseling van de kat al vast wat afgeremd. Hiermee wordt bereikt dat het lichaam alvast wat tot rust kan komen en wordt het gewichtsverlies tot staan  gebracht hetgeen van belang voor het herstel na de operatie. Dit gebeurt door kortdurend schildklier medicatie te geven. Bijwerkingen zijn in deze korte periode nog iet van belang.

Vaak krijgt de kat dan ook nog medicijnen om het hart te ondersteunen en de hartslag te verlagen. Ook de nierfunctie wordt gecontroleerd.

Met deze voorbehandeling is het narcose risico erg beperkt, ook bij dieren op wat hogere leeftijd.

Het voordeel van de ingreep boven het geven van thyrostatica is dat de kat niet regelmatig voor bloedonderzoek hoeft terug te komen om de juiste dosis medicijnen te bepalen. Daarnaast wordt het gevaar van eventuele bijwerkingen voorkomen, zoals een niet op tijd ontdekte ernstige bloedarmoede.

Beide behandelmethoden worden naast elkaar met succes toegepast. Omdat het regelmatig naar de dierenarts gaan en bloed afnemen stressvoller is dan een eenmalige ingreep, geeft onze kliniek de voorkeur aan de operatieve ingreep. Ook het succespercentage en het kostenplaatje is hierbij wat gunstiger dan bij de medicinale behandeling.
Daarnaast is ervaring opgedaan met schildklierpatiënten die eerst lange tijd met Thiamazole waren behandeld en redelijk leken te functioneren en later toch zijn geopereerd. Deze dieren bleken het na de operatie toch beter te doen dan met de goed ingestelde medicatie. Soms komt het voor dat de klachten enkele jaren na de operatie weer terug komen.



gebitsproblemen stomatitis
hoge bloeddruk hartproblemen HCM
gewrichtsproblemen artrose (concept)
feline astma
nierfalen
 
 
 
 
 


.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

 

 

 

 

 

 

 
Startpagina