|
|
[pagina laatst gewijzigd
22-06-2010] |
|
|
ALGEMENE INFORMATIE OVER DE PUP
|
|
Een nieuwe pup Het opvoeden van
en het zorgen voor de pup vereist kennis, tijd en inzet. Hierbij een
overzicht van adviezen, deels ook beschreven onder andere onderwerpen.
Voeding en groei
Tijdens de eerste paar maanden zijn puppies uiterst actief en
groeien ze erg snel. Hun voeding moet voldoen aan deze uitzonderlijke
energiebehoefte. Bij pups van kleine en middelgrote honden moet het
energiegehalte van het voer hoger zijn dan van de voeding voor volwassen
honden.
De groei is een belangrijke periode in het leven van een hond. Tijdens
deze periode worden zowel het karakter als het lichaam van de
toekomstige volwassen hond gevormd. Voor een harmonieuze ontwikkeling
heeft een pup voeding nodig die rekening houdt met zijn daadwerkelijke
behoeften. Of de pup een gezonde volwassen hond wordt met een goede
bouw, een stevig gebit en een mooie glanzende vacht wordt beïnvloed door
de kwaliteit en de hoeveelheid voeding in deze periode.
De groei van pups van kleine-, middelgrote-, grote- en zeer grote
rassen is zeer verschillend. Zo is een teckel in 8 tot 10 maanden
volgroeid, terwijl dit bij een Sint Bernard tot 18 maanden duurt. Bij de
grote en zeer grote rassen komen door de enorme groei (van 600 gram bij
de geboorte tot 70
lo op de leeftijd van 18 maanden), dan ook vaker groeistoornissen voor
dan bij de kleine en middelgrote rassen.
Het is uiterst belangrijk dat de pup niet te snel groeit. Een te hoge
groeisnelheid verhoogt het risico op bot- of gewrichtsproblemen. De
energieopname per dag heeft de grootste invloed op de groeisnelheid van
de pup. Het is belangrijk om een pup van een groot ras schraal op te
laten groeien. Eveneens van groot belang is een aangepast calcium- en
fosforgehalte (Ca2+: 0.85% / P042- 0.63%) om zorg te dragen voor een
goede mineralisatie van het skelet.
(Zie ook Jongere honden en voeding)
Paraveterinaire consulten voor gewicht en groei (kosteloos)
Wij willen graag helpen bij het streven naar de juiste groei van uw pup.
Omdat het vroegtijdig signaleren van problemen met de gezondheid erg
belangrijk is, hebben we hiervoor een speciaal spreekuur opgezet. Dit
spreekuur wordt gehouden door onze paraveterinairen. Elke twee tot drie
weken komt u voor groeibegeleiding met uw pup naar de kliniek waar de
lichaamsconditie en het gewicht worden vastgesteld. Zie
openingstijden voor dit kosteloze spreekuur.
Vaccinaties
Het is in het belang van de gezondheid van uw pup dat deze zijn
basisvaccinaties krijgt. Bij het eerste bezoek met uw pup aan de kliniek
doen wij een lichamelijk onderzoek naar zijn gezondheid en wordt hij
gecontroleerd op erfelijke aandoeningen. U krijgt dan ook advies over de
diverse vaccinaties die op hem van toepassing zijn. Vaccineren is
maatwerk; niet iedere hond heeft dezelfde vaccinaties nodig.
U hoeft niet zelf aan de (vervolg)vaccinaties te denken; u ontvangt van
ons een herinneringskaart. Bij ieder vaccinatieconsult doen wij ook een
lichamelijk onderzoek om vroegtijdig problemen op te kunnen sporen.
Schema van basisvaccinaties
voor de pup
- 6 weken: pupvaccinatie.
Parvo en hondenziekte: (vaccinatie geschiedt met de mazelen variant.)
Deze vaccinatie gebeurt gewoonlijk bij de fokker.
- 9 weken: cocktail
Parvo, HCC, ziekte
van Weil en hondenziekte.
- 12 weken: cocktail
Parvo, HCC, ziekte van Weil en hondenziekte.
Afhankelijk van de leeftijd en voorgaande
vaccinaties zijn ook andere schema's mogelijk.
Naast deze basisvaccinaties, is het soms
wenselijk uw hond te enten tegen kennelhoest, hondsdolheid (rabiës) of
de parasiet babesiose.
Voor de kosten van vaccinaties zie
Tarieven
Parasieten behandelingen
Het is zeer belangrijk uw pup te beschermen tegen parasieten.
Honden zijn erg gevoelig voor de gevolgen van wormen, vlooien en teken. Wij
adviseren u daarom om uw hond regelmatig te ontwormen. Er zijn goede
producten om deze parasieten te bestrijden.
Ontwormen van pups elke 2 weken na de geboorte
en op de leeftijd van 2, 4 en 6 maanden. Daarna minimaal 2 keer per jaar.
Afhankelijk van het gewicht en de (on)mogelijkheid om pillen in te geven
adviseren wij u Banmith
Milbemax, Drontal, Dolthene (vloeistof)
Stronghold (druppels op de huid). Deze producten zijn zeer effectief
en veilig en makkelijk toe te dienen. Ieder met hun eigen specifieke
kenmerken en voordelen
|
|
 |
Wat kan er mis zijn met uw pup? |
|
De belangrijkste gezondheidsproblemen
bij de pup
|
|
|
|
Jongere honden en voeding
Nu de grondstoffen in de voedingsmiddelen
weer duurder zijn geworden en met de laatste schandalen in het achterhoofd,
is deze pagina over voeding opgezet. Voeding is méér dan 'eten geven';
voeding is gezondheid en wel zijn. Uit niet-optimale voeding komen veel
gezondheidsproblemen voort zoals de welbekende darmklachten en allergieën,
maar ook allerlei andere kwalen lijken te beïnvloeden door voeding.
Denk aan gewichtsproblemen, urinewegproblemen, veroudering, overgwicht
Wat onvoldoende bekend is, is dat ook botaandoeningen
zoals
elleboogdysplasie,
heupdysplasie,
OCD (osteochondrose),
enostosis (pijnlijke botziektes)
en het
wobbler-syndroom (pijnlijke nekwervels),
het gevolg kunnen zijn van verkeerde voeding.
Een beetje extra informatie over voeding
kan dus ook geen kwaad. Op deze pagina treft u veel informatie aan over
voeding voor uw pup (en volwassen hond) zodat u een weloverwogen keuze kunt
maken. Met goede voeding geeft u uw hond immers een goede en gezonde basis
voor zijn leven.
Voeding speelt een zeer belangrijke rol bij de
groei van een pup. Helaas worden er veel onwaarheden verspreid op dit
gebied. Deels omdat velen elkeaar na praten, deels ook omdat de commercie
veel invloed heeft. Hondenvoer is "big business" waarbij mooie verhalen vaak
beter werken als goed voer.
Er worden vele soorten puppyvoeders verkocht
speciaal voor de jonge opgroeiende hond. Daarnaast geven veel fokkers
voedingsvoorschriften mee bij het afhalen van de hond. Helaas zijn een groot
aantal van deze voeders en adviezen niet gebaseerd op de huidige kennis, en
soms zelfs op verkeerde aannames.
De informatie die u hieronder aantreft, is gericht
op de belangrijke elementen van de voeding voor uw jonge hond.
Te veel voer voor de pup
Met regelmaat
kommen we ernstige vormen van diarree tegen (rottingsdiarree) domweg omdat
te veel voedsel wordt gegeven. Rekenfouten, verkeerd op de zak kijken,
verkeerde adviezen allemaal oorzaken waardoor puppen te veel vooer krijgen
Een pup moet maximaal 35 gram
droogvoer per kg per dag! hebben.
Meer kunnen de
darmen domweg niet verteren. Meer voer helpt dus ook niet, in tegendeel om
plaats te maken voor al dat voer gaat het er alleen maar sneller door heen
waardoor het slechter verteerd wordt en gaat rotten, waardoor de pup zich
minder gaat voelen en het "voer niet meer lekker"vind. Veel eigenaren zijn
zo angstig voor het slechte eten dat er vervolgens weer van alles geprobeerd
wordt om toch te geven. Kortom het ideale recept voor darmproblemen.
Snel en schrokkerig eten
Snel eten is altijd belangrijk geweest voor onze oerhond. Als een hond
gevonden had moest je zorgen dat je alles zo snel mogelijk naar binnen
schrokte voordat een andere dier "lucht"kreeg van zijn prooi.
Schrokkerig eten en altijd zin hebben in
eten is dus normaal voor een pup
Kalk Voorheen bevatte
vrijwel alle puppyvoeders bevatten (veel) extra kalk. Daarnaast worden door
sommige fokkers nog toevoegingen geadviseerd die mineralen bevatte. Dit
lijkt logisch want voor skeletopbouw is kalk nodig. Gecombineerd met de
grote aandacht voor botontkalking bij oudere mensen, wordt al gauw gedacht
een beetje dat extra kalk wel goed zal zijn of anders geen kwaad kan.
Gebleken is echter dat in standaard hondenvoer al ruim voldoende kalk
zit en dat het waarschijnlijk, met name voor de honden van grote rassen
(rassen met een eindgewicht van boven de 20 kilo), juist beter zou zijn om
speciale voeding met een verlaagd kalkgehalte te geven. Een te hoog
kalkgehalte tijdens de (vroege) groei kan diverse soorten van skelet
ontwikkelings- stoornissen veroorzaken en daarmee dus ernstige kreupelheden.
Dit geldt voor alle voeding, dus ook de voeding die al in het nest bij
de fokker wordt gegeten en vanaf de eerste dag bij u thuis. Juist gedurende
de eerste 6 maanden van het leven van een pup is kan er op dit gebied veel
mis gaan. Voor kleine honden (eindgewicht onder de 20 kilo) kan een teveel
aan kalk een stuk minder kwaad.
(Te veel) energie Vrijwel
alle puppyvoeders bevatten veel meer energie, meestal in de vorm van vet.
Ook dit lijkt logisch: groei kost energie. Maar groei kost niet zoveel
energie dat dit extra in het voer moet worden aangeboden. In standaard
(volwassen) hondenvoer is ruim voldoende energie aanwezig, ook voor de
groeiende pup. Met de extra energie die wordt aangeboden worden veel
groeiende honden juist te zwaar, hetgeen funest is voor de ontwikkeling van
de gewrichten. Ook dit is vooral van belang voor honden van grotere rassen.
Bij de assistentes zijn gratis gewichtstabellen verkrijgbaar met de
streefgewichten voor de groei van uw hond.
Een goed puppyvoer bevat dus géén extra kalk of
energie maar is gewoon goed verteerbaar en de eiwitten zijn van goede
kwaliteit met een hoge
biologische beschikbaarheid.
Doordat de fabrikanten meestal alleen de minimale wettelijke verplichte
informatie op de verpakking vermelden -liefst nog in 7 talen en in een
onleesbaar lettertype is- het echter lastig voor u om de kwaliteit van het
voer te boordelen.
Belangrijk is dat de pup er goed uitziet, niet winderig is, een goede
eetlust heeft en niet te veel en goede liefst donkere ontlasting heeft die
niet sterk ruikt en ook geen slijm of bloed bevat..
Stuurt u gerust een
email als u
achtergrondinformatie of uitleg wilt over de voeding die uw hond gebruikt. U
kunt hiervoor ook een afspraak maken met de voor het
groei- en
gewichtsspreekuur dat door de paraveterinairen wordt gehouden. Neemt dan
wel een wikkel of de verpakking van het voer mee.
Kleine honden Bij kleine
honden zoals West Highland Whites, teckels, cairn terriërs, Yorkshire
terriërs, Maltezers enzovoort, komt het wat minder nauw op de voeding aan en
zijn er niet snel problemen te verwachten. Het voordeel van puppybrokjes is
wel dat ze vaak wat kleiner zijn en dus voor de pup makkelijker te eten dan
hondenvoer voor volwassen dieren.
Uiteraard is het ook voor deze rassen niet de
bedoeling dat ze te dik worden, maar de gevolgen zijn minder funest dan bij
grote hondenrassen. Als er op tijd wordt ingegrepen is het overgewicht weer
makkelijk terug te brengen zodat er op lange termijn geen problemen te
verwachten zijn. Het is verstandig het gewicht regelmatig te (laten)
controleren om de voeding op tijd te kunnen aanpassen.
Grote(re) honden
Honden zoals de Duitse herder, Mechelse
herder, labrador, Deense dog, rottweiler en de boxer worden tot de grotere
rassen gerekend.
Bij grote rassen is het, zoals eerder aangegeven, dus onverstandig om
zomaar puppybrokken te geven. Er zijn echter ook goede uitzonderingen:
Eukanuba puppybrokken voor large breeds (grote rassen), Hill’s voor large
breeds, Waltham Junior II en Royal Canin Osteo. Deze voeders bevatten een
uitgebalanceerde hoeveelheid kalk die optimaal is voor opgroeiende honden
van de grote rassen.
Veel dierlijke grondstoffen (ook wel vlees genoemd) bestaat tegenwoordig uit
separatorvlees. Dit is vlees dat machinaal wordt verwijderd van uitgebeende
karkassen. Hierdoor bevat het veel kalk. Dit maakt het vlees dus ongeschikt
om te verwerken in puppyvoer voor de grote rassen. Daarom moeten duurdere
grondstoffen (lees: beter vlees) worden gebruikt wat zich laat terugvinden
in een hogere prijs.
Er zijn ook fabrikanten die helemaal geen
puppybrokken maken. In veel opzichten hebben ze gelijk. De kwaliteit en
samenstelling van voer voor volwassen honden hoeft echter minder goed te
zijn als voor puppies. Indien het voer voor puppies van voldoende kwaliteit
is dan is het eigenlijk wat lux voor vooral de grotere volwassen
honden.
Opmerkingen en tips over het voeren van
uw pup
- Het voordeel van puppyvoer is dat de
verteringskwaliteit
en de
biologische beschikbaarheid
hoger zijn. Dit is van belang omdat ten opzichte van volwassen
dieren van dezelfde afmeting veel meer verteerd moet worden, terwijl
de darmen nog niet goed ontwikkeld zijn en de dieren daarbij ook nog
wel eens geplaagd worden door wormen en infecties.
- De meeste hoeveelheden die op de verpakking
worden geadviseerd zijn veel te ruim. Honden eten die porties dan ook
vaak niet op of hebben zeer veel ontlasting vanwege de passage van veel
onverteerd voedsel. Winderigheid, de bak niet leeg eten en veel
ontlasting zijn dus kenmerken van slechte vertering van het voedsel en
overvoeren.
- Voor volwassen huishonden kan worden
uitgegaan van 10-15 g droogvoer per kilo lichaamsgewicht. Voor jonge
dieren in de groei mag dit maximaal het dubbele, dus 30 gram, zijn.
Diepvries voer en zeker blik bevat veel vocht. Hier mag daarom 2 tot 4
keer zoveel van gegeven worden
- Diepvriesvoeders zijn lastig en duur in
gebruik, maar wel superieur aan droog- of blikvoer in verteerbaarheid en
biologische beschikbaarheid.
Veel honden vinden het bovendeel erg lekker.
.
- De darmen van jonge honden kunnen het best
24 uur per dag aan het werk worden gezet. Met name 's nachts tijdens de
slaap wordt er optimaal verteerd. Zolang het de zindelijkheidstraining
niet verstoort kan het beste ook 's avonds laat nog wat voer worden
gegeven.
- Vermijdt voerwisselingen en geef zo min
mogelijk voer tussendoor of als beloning. Elke verandering van het
voerschema kan de op topvermogen werkende darmen verstoren. Slijm of
zelfs bloed in de ontlasting zijn een ernstige waarschuwing.
- Puppy's worden relatief vroeg gespeend op
een leeftijd van 5 tot 6 weken. Eigenlijk is dit voor de darmen te
vroeg. Het is van belang om vooral de eerste dagen de darmflora te
stabiliseren en te beschermen door bij elke maaltijd wat gefermenteerde
melkproducten als kwark en Bulgaarse yoghurt te geven.
- Als een pup even wat minder eetlust heeft,
direct minder voer geven en niet proberen of het dier andere dingen nog
wel lekker vindt. Op zijn gunstigst leer je de pup daarmee een
'fijnproever' te worden. Vaker help je het dier met die verwisseling van
de regen in de drup. De beste manier om de pup tegen zichzelf beschermen
is door voer te minderen en het dier 'hongerig' te houden.
- Bij diarree niet zelf gaan experimenteren.
Dit loopt bij een pup snel uit de hand. Braken en waterdunne diarree met
bloed zijn een alarmsignaal. Haal al het voer weg en neemt contact op
met de dierenarts.
- Geef pups van grote rassen het liefst
hoogwaardig puppyvoer (Eukanuba, Hill’s, Royal Canin of Waltham) en geen
willekeurig gewoon puppyvoer. Alle toevoegingen daarnaast zijn overbodig
en vaak zelfs schadelijk. Daarnaast is belangrijk het gewicht in de
gaten te houden gedurende de hele groeiperiode, zijnde de eerste
anderhalf jaar.
- Ook voor pups van kleine rassen is het
verstandig om puppyvoer te geven. Bij deze honden is het daarnaast ook
aan te raden het gewicht goed in de gaten te houden.
Wij willen u graag helpen bij de opgroei van uw
pup. Dit kan door groeibegeleiding. U komt dan elke twee of drie weken met
uw pup naar de kliniek. Wij bepalen dan de lichaamsconditie en het gewicht.
Aan de hand hiervan kunnen we bepalen of uw pup goed en gelijkmatig groeit.
Voor cliënten die de zorg van hun pup aan onze kliniek hebben toevertrouwd
is deze
service gratis!
 |
|
|
Algemene
informatie over de hond |
| |
Sterilisatie / castratie
Sterilisatie van de teef.
(klik
hier voor het misleidende begrip sterilisatie)
De teef kan vanaf een maand of zes voor de eerste keer loops worden.
Wanneer u bij voorbaat zeker weet dat u geen nestje wilt, dan kunt u het
beste uw hond nog voor de eerste loopsheid laten steriliseren. Het is ook
mogelijk om de loopsheid te voorkómen door middel van een injectie. Deze
injectie dient echter regelmatig te worden herhaald en geeft ook
gezondheidsrisico’s. Daarom is deze injectie vooral bruikbaar als tijdelijke
oplossing.
Voordelen van sterilisatie:
- Voorkómen van een onbedoeld nestje
- Voorkomen van hinderlijke aandacht van
reuen
- Algehele gezondheidswinst: Bij herhaling
heeft uitgebreid onderzoek uitgewezen dat (vroeg) gesteriliseerde teven
een veel hogere levensverwachting hebben (gemiddeld 1-2 jaar) dan niet
gesteriliseerde teven. Dit is als volgt te verklaren
- schijndracht:
na elke loopsheid volgt een periode van 6-8 weken waarin het
zwangerschapshormoon progesteron wordt gevormd. In afwijking van
bijvoorbeeld de mens gebeurd dit dus ook als de hond niet drachtig
is. Dit kan zich in meer of minder mate uiten door opgezette
melkklieren, toegenomen buikomvang of ander gedrag. Met name in de
laatste fase kan dit zelfs tot nestdrang leiden.
-
Borstklierkanker
Progesteron is verantwoordelijk voor stimulering van de melkklieren
en daarmee ook voor de vorming van borstkliertumoren op oudere
leeftijd. Borstkliertumoren komen veel voor bij de oudere hond (tot
wel 50% bij sommige rassen) en zijn veelal kwaadaardig. Het
ontdekken van knobbeltjes in de borstklieren noodzaakt dan ook tot
uitgebreide chirurgie die simpel voorkomen had kunnen worden door de
hond voor de eerste loopsheid te steriliseren. De kans op
borstkliertumoren is dan tot bijna 0 gereduceerd.
- Eén keer
loops laten worden een verouderd advies:
Zelfs één keer loops worden vergroot de kans op borstklier tumoren
op latere leeftijd al met 4 tot 8 %! . Het wachten met steriliseren
tot na de eerste loopsheid zoals soms nog gepropageerd wordt is dan
ook een achterhaald advies. In tegenstelling tot wat veel beweerd
wordt zijn er geen voordelen aan te tonen (andere dan
gevoelsmatige), van het 1 keer loops laten worden.
- Suikerziekte: (klik
hier voor algemene uitleg van suikerziekte)
Progesteron zoals dat na elke loopsheid wordt gevormd is een
enorme belasting voor de suikerstofwisseling Het is dan ook niet
vreemd dat suikerziekte bij niet gesteriliseerde teven op oudere
leeftijd veelvuldig voor komt.
- Baarmoederslijmvlies ontstekingen:
Onze huishond bereikt tegenwoordig vaak een hoge leeftijd. Honden
kennen niet zoiets als de overgang. Met name bij oudere honden zorgt
deze voortdurende hormonale activiteit op latere leeftijd voor
baarmoeder afwijkingen. Aanvankelijk alleen in de vorm van cystes,
maar bij toenemen van de leeftijd steeds vaker in de vorm van een
periode van afwijkende uitvloeiing of langer durende loopsheid. Deze
honden zijn ook minder fit waarbij u als eigenaar vaak denkt dat het
het ouder worden hiervoor verantwoordelijk is. Honden verouderen
echter meestal niet geleidelijk. Indien dit wel zo is dit vaak een
aanwijzing voor een gezondheidsprobleem. Dit wordt onderstreept
omdat veel eigenaren van honden die op oudere leeftijd worden
gesteriliseerd deze zich nadien ineens weer veel jonger en fitter
gedraagt.
- Pyometra
:
indien een hond na de loopsheid zijn eetlust verliest, het drinken
juist toeneemt en een wat futloze indruk maakt, dan moet sterk
rekening gehouden worden met een baarmoeder ontsteking. De
baarmoeder is dan vergroot en gevuld met ontstekingsvocht en
bacteriën. Een dergelijke met pusgevulde baarmoeder ook wel Pyometra
genoemd vormt een ware tijdbom. De diagnose kan eenvoudig gesteld
worden met een echo onderzoek. De enige echte remedie is de zieke
baarmoeder operatief te verwijderen. Veel eigenaren zien hier tegen
op omdat de hond wat wat ouder is en al langer geen goede indruk
meer maakt. Indien bloedonderzoek echter aantoont dat de de nieren
goed werken, zijn met de ervaring in chirurgie, narcose en nazorg in
een kliniek als de onze, de vooruitzichten echter uitstekend. Ander
methode van behandeling zijn een combinatie van (abortus)hormonen en
antibiotica. Doordat een tijdje duurt voordat het werkt is deze
behandeling niet zonder risico. Bovendien is het effect maar
tijdelijk. de volgende loopsheid komt de baarmoeder ontsteking zeer
waarschijnlijk in alle hevigheid terug.
Nadelen van sterilisatie:
Hoewel de nadelen van sterilisatie eigenlijk
nooit opwegen tegen de voordelen worden ze voor de volledigheid genoemd
- Bij sterilisatie van grote hondenrassen
neemt de kans op incontinentie op latere leeftijd wat toe. Inmiddels is
aangetoond dat dit risico bij dieren met een gecoupeerde staart hoger
is. Nu couperen niet meer is toegestaan mag worden aangenomen dat dit
risico bij rassen als de boxer en dobermann is afgenomen. Eventuele
incontinentie op oudere leeftijd als gevolg van sterilisatie kan echter
eenvoudig medicinaal worden verholpen, mits de baarmoeder is verwijderd.
- Na sterilisatie hebben honden de neiging om
dikker te worden. Dit moet u dus goed in de gaten houden.
- Na sterilisatie kunnen vachtveranderingen
optreden. Dit wordt vooral, maar niet uitsluitend, gezien bij rassen met
een lange vacht zoals de Setter, de Briard, de Golden Retriever, de
Berner Sennenhond, de Newfoundlander.
- Gedrag: onderzoek heeft uitgewezen dat
agressief dominante teven agressiever worden na sterilisatie
Verdere opmerkingen:
Wanneer de hond vlak na de loopsheid
wordt gesteriliseerd kan dit in een zeldzaam geval leiden tot schijndracht.
Wij doen deze ingreep dan ook bij voorkeur op een ander moment.
Echter wanneer het de
eerste loopsheid
betreft is het beter de hond toch al in de loopsheid te steriliseren
omdat daarmee wordt voorkomen dat de progesteronproductie op gang komt en
daarmee de kans op het optreden van
borstklierkanker alsnog vergroot
Bij een sterilisatie in onze kliniek worden
zowel de eierstokken als de baarmoeder verwijderd. Voornaamste reden is dat
het laten zitten van de baarmoeder geen voordelen heeft, maar wel een
duidelijk nadelen. Niet alleen kan deze baarmoeder alsnog op latere leeftijd
problemen geven, maar ook is inmiddels gebleken dat, indien het op latere
leeftijd nodig is, het meest geëigende middel voor incontinentie bij teven
niet veilig kan worden toegepast.
Samengevat
De algemene gezondheidswinst die zich nog het best verbeeld in een
hogere levensverwachting van gemiddelde 1-2 jaar is zo groot dat
tenzij belangrijke argumenten zich hiertegen verzetten altijd moet worden
overwogen een teef voor (of desnoods tijdens) de eerste loopsheid te laten
steriliseren
Tarieven
Voor tarieven van castratie en sterilisatie zie
Tarieven
Castratie van
de reu
Castratie en gedrag
Als de reu last heeft van dominant, agressief en/of seksueel gedrag kan
dit een overwegingen zijn om hem te laten castreren. Daarnaast reduceert
castratie de kans op prostaatontstekingen. In veel gevallen wordt echter het
effect op het gedrag erg overschat. Neem
contact met
ons op als u hier meer over wil weten.
Chemische castratie
Het is ook mogelijk om een reu tijdelijk (4 tot 8weken) met behulp van een
injectie te castreren. Op deze wijze kan worden nagegaan of castratie het
gewenste effect geeft. . Deze vorm van beïnvloeding werkt door toediening
van een grote hoeveelheid hormoon wat vergelijkbaar is met het
zwangerschaps-hormoon progesteron. Hierdoor wordt weliswaar de productie van
mannelijke hormonen geremd maar wordt tevens door het progesteron een
gedragsverandering bewerkstelligt. Het effect op het gedrag is per definitie
niet helemaal vergelijkbaar met een operatieve castratie. Deze
injectie wordt nog steeds veel gebruikt bij de behandeling van
prostaatontstekingen voortlopend op de definitieve chirurgische castratie.
Implantaat
Sinds 2008 is het mogelijk om een reu te
castreren door middel van een minuscuul implantaat ter grootte van een chip.
Het implantaat lost langzaam op en geeft een
stof af die minimaal 6 maanden het hormooncentrum in de hersenen remt dat de
aanmaak van geslachts-hormonen beïnvloedt. Reuen met een implantaat zijn
tijdelijk onvruchtbaar. Zie ook het artikel 'de pil voor de reu' in de
nieuwsbrief juli 2008
Tarieven
Voor tarieven van castratie en sterilisatie zie
Tarieven
|
|
|
|
Zinvolle vaccinaties bij de hond
Pups
Pups moeten meerdere keren worden geënt voordat zij een goede
bescherming tegen diverse ziekten hebben. De eerste vaccinatie kan
worden gegeven op een leeftijd van 6 weken. Herhaling als de pups 9 en
12 weken oud zijn..
(Zie verder Een nieuwe pup)
Jaarlijkse cocktail-vaccinatie voor
volwassen dieren
U ontvangt van ons een herinneringskaartje als uw hond weer zijn
jaarlijkse cocktail-vaccinatie moet hebben. Deze cocktail biedt bescherming
tegen hondenziekte, het
parvo-virus, de
ziekte van Weil, leverziekte
en het
para-influenza-virus.
Deze aandoeningen zijn het meest bedreigend voor de hond en het is zinvol
uw dier daartegen te beschermen.
twee verschillende vaccinaties tegen
kennelhoest
Er is ook een combinatie van de
jaarlijkse cocktailvaccinatie en een kennelhoest-vaccinatie.
Kennelhoest is een
zeer besmettelijke luchtweginfectie die in tegenstelling tot wat de naam
doet vermoeden niet alleen in kennels, maar bij elk contact met andere
honden en dus eigenlijk overal kan worden opgelopen. Naast kennels
verzoeken ook hondenscholen eigenaren steeds vaker de hond tegen
kennelhoest te laten vaccineren.
Er zijn twee vormen
van vaccineren tegen kennelhoest. De injectie en neusdruppels. De injectie
wekt alleen afweerstoffen in de bloedbaan op. De neusdruppels wekken
vooral afweerstoffen in het slijmvlies van de luchtwegen op. Voordeel
van neusdruppels is dat de kennelhoest-bacerie (bordetella)
onschadelijk gemaakt wordt vóórdat deze de longen kan bereiken.
Bescherming per injectie
Het is mogelijk uw hond op eenvoudige wijze per injectie een
basisbescherming te bieden tegen kennelhoest. Meestal gebeurt dit in
combinatie met de jaarlijkse vaccinatie. Om gedurende een langere
periode een redelijke basisbescherming te krijgen moet de vaccinatie
tegen kennelhoest na de eerste toediening na 3 tot 4 weken
herhaald worden. Wij
adviseren u deze injectie tegen kennelhoest jaarlijks te herhalen.
Hoe korter voor een
kennelbezoek u de hond tegen kennelhoest laat enten, hoe beter de
bescherming zal zijn.. In
combinatie met de vaccinatiecocktail zijn de jaarlijkse extra kosten
laag (ongeveer 4 euro).
Voordelen
Tegen
lage extra kosten jaarlijks een extra bescherming.
Nadelen
De
bescherming is minder goed dan de neusdruppelmethode. Op de plaats van
de injectie (gewoonlijk de rechter ribwand) ontstaat in een deel van de
gevallen een bobbeltje maar dat zal in enkele weken weer verdwijnen.
Vooral kleinere hondjes kunnen hier soms wat last van hebben. Na de
eerste vaccinatie duurt het vele weken voordat de bescherming optreedt.
Bescherming via neusdruppelmethode
Een alternatief voor de vaccinatie per injectie is een
neusdruppelvaccinatie. Deze geeft een betere en langdurige bescherming
dan de vaccinatie via de injectie. De bescherming blijft een jaar
aanwezig. Deze vaccinatie kan dan ook eveneens met de jaarlijkse
vaccinatie worden meegegeven. Sommige kennels verlangen toch een
vaccinatie van maximaal 1/2 jaar oud.
Voordelen
Reeds enkele dagen na de vaccinatie ontstaat een hechte immuniteit
Het is dus mogelijk om deze vlak voor het kennelbezoek toe te dienen.
Een ander voordeel is dat als het om een éénmalige bescherming gaat de
hond slechts een keer gevaccineerd hoeft te worden en dus ook maar één
keer hoeft langs te komen. De entstof wordt uitstekend verdragen
Nadelen
Als de
neusdruppelvaccinatie jaarlijks naast de cocktail wordt gegeven is deze
vaccinatie beter maar aanmerkelijk duurder. Indien de vaccinatie als
eenmalige bescherming voor een bezoek aan de kennel wordt gegeven is de
prijs te vergelijken met de prijs van de twee injecties die de eerste
keer nodig zijn voor de injectiemethode. Sommige honden accepteren
slecht dat hun snoet wordt vastgepakt om de neus te druppelen. Bij deze
gevallen wordt een snuitje gebruikt.
Deze neusdruppelentstof wordt daarom vooral gebruikt bij honden die op
korte termijn naar een kennel gaan of voor honden waar optimale
bescherming wenselijk is, zoals honden met hartproblemen of
niet-optimale luchtwegen.
Wij adviseren u graag over de vorm van vaccinatie
tegen kennelhoest.
Voor recente informatie zie ook Informatie
prneumodog voor pensionhouders
Zie voor de kosten van de verschillende
vaccinaties de
tarieven
 |
|
|
Rabiës (hondsdolheid)
Wanneer u met de hond naar het
buitenland reist is het verplicht deze minimaal een maand voor vertrek te
laten vaccineren tegen hondsdolheid.
Als u meerdere keren per jaar u
hond meeneemt naar Zuid-Europa of wanneer u daar een langere tijd verblijft,
kan het verstandig zijn om u hond ook te vaccineren tegen babesiose. Dit is
een tekenziekte die nauwelijks in Nederland voorkomt. Houd er rekening mee
dat deze vaccinatie de eerste keer na 3 à 4 weken moet worden herhaald. Dit
vaccin kan niet in combinatie met andere vaccinaties worden gegeven!
Uw vragen over een bezoek aan het
buitenland met uw hond beantwoorden wij graag.
Zie ook onder Veilig
met uw huisdier op reis.
Klikt u hier voor de
tarieven van de vaccinaties
|
|
|
Overzicht klassieke aandoeningen bij de hond |
|
Distemper (ziekte van Carré)
Ook wel hondenziekte genoemd. De ziekte uit zich door
verschijnselen van het de hersenen, braken en diarree, longontsteking en
oog- en neusuitvloeiing.
Parvo
Dit virus vernietigt de darmvlokken. Hierdoor ontstaat heftige diarree
met bloed. De honden kunnen ook ernstig braken, houden niets meer binnen
en raken door het enorme vochtverlies ze snel uitgedroogd. Ook komt
acute sterfte door een ontsteking van de hartspier voor. Indien een niet
gevaccineerde hond besmet raakt met parvo sterven velen. Intensieve
diergeneeskundige behandeling kan veel levens maar niet alle redden.
Hepatitis Contagiosa, HCC
(besmettelijke leverziekte)
De eerste symptomen zijn koorts, braken, bloedingen en oorontsteking.
Leptospirose (ziekte
van Weil)
Deze ziekte wordt veroorzaakt door een
bacterie die vooral via urine van andere honden en slootwater wordt
overgebracht. De dieren krijgen koorts, spierpijn en leverstoornissen
(geelzucht).Kennelhoest
Kennelhoest is een
zeer besmettelijke luchtweginfectie die in tegenstelling tot wat de naam
doet vermoeden niet alleen in kennels, maar bij elk contact met andere
honden waarbij geblaft of gesnuffeld wordt kan worden overgebracht. de
ziekte kan dus eigenlijk overal kan worden opgelopen.
In vroeger tijden lagen de honden in een hok op het erf en was de kennel
eigenlijk de enige plek waar honden contact hadden. Hier ontleent de ziekte
zijn naam aan. De kiemen die verantwoordelijk voor de ziekte zijn
Bordetella
bronchoseptica en het adeno en para influenza virus.
|
|
Overzicht parasieten bij de hond |
parasieten
in Nederland
vlooien
teken
cheyletiella
demodex
schurft
parasieten
in het buitenland
hartworm
Babesiose
Leishmania
|
|
Parasieten in
Nederland
Vlooien
Vlooien kunnen bij de hond veel jeuk
en huid klachten veroorzaken. Een deel van de honden ontwikkelen op deze
wijze een allergische reactie op het speeksel van de vlo. Een enkele
beet kan dan al een sterke huidontsteking veroorzaken. Houd er rekening
mee dat voor iedere vlo die op uw huisdier verblijft er nog 100 in zijn
leefomgeving zijn! Reden genoeg om zorg te dragen voor een goede
bescherming. Wij adviseren hiervoor
Advantage
of
Stronghold.
Vlooien leven niet alleen in de zomer! Al vanaf een omgevingstemperatuur
van 17°C komen ze uit en kunnen zich zich voortplanten. Als het buiten
kouder wordt blijven de vlooien zonder effectieve bestrijding dus in
leven binennes huis in leven en bouwen door middel van eitjes een
infectie op. Deze kan in de eerst volgende warme periode tot een
ware explosie leiden. Vooral honden die samen met katten leven lopen
risico's!.
|
|
Teken
Een geschikte behandeling tegen deze parasieten is sterk aan te raden, zeker
als uw hond regelmatig verblijft in een struik- of bosrijke omgeving. De
beste bescherming op dit moment beschikbaar is de
Scalibor tekenband.
Deze biedt gedurende tenminste 5 maanden bescherming tegen teken en
gedurende 3 maanden tegen vlooien. De band is waterbestendig. Teken bijten
zich vast in de huid van het huisdier en spugen direct speeksel in de huid.
In 2007 en 2008 hebben twee nieuwe producten hun intree gedaan. Deze hebben
ons in de praktijk nog niet kunnen overtuigen
Met dit speeksel kunnen gevaarlijke
ziekteverwekkers worden overgedragen zoals o.a. babesiose, ziekte van lyme
en ehrlichiose. De Scalibor tekenband is ook geregistreerd voor de
bestijding van zandvliegjes die overdragers zijn van de ernstige ziekte
leishmania. Bescherming tegen teken en zandvliegjes is vooral van belang bij
huisdieren die
mee op reis gaan naar bepaalde landen.
|
Cheyletiella (vachtmijt)
Deze aandoening zien we weinig meer tegenwoordig omdat deze mijt die op de
vacht leeft van huidschilfers erg gevoelig is voor de meeste middelen tegen
vlooien. Het is een typische infectie die in het nest voorkomt en dan ook
vooral gezien wordt bij puppies waarvan een eigenaar nog geen middel tegen
vlooien heeft gebruikt
|
Demodex
(jonge honden mijt )
Deze mijt leeft in de haarzakjes van een flink deel van onze honden zonder
dat ze hier last van hebben. Bij jonge honden of bij honden met een niet
altijd begrepen probleem van hun weerstand kan deze mijt zich in het
haarzakje gaan vermenigvuldigen. Hierbij gaat het haarzakje ten gronde en
trekt de demodex mijt de omgevende huid in. De hond krijgt dan kale plekken.
Bij de niet ernstige vorm alleen rond de ogen, mondhoeken en poten. Een
locale behandeling met een mijtdodend middel is dan ruim voldoende. (wij
gebruiken hier een zelf bereide oplossing voor wat met een wattenstaafje
wordt aangebracht) |
Indien de demodex erg uitgebreid is
(gegeneraliseerde vorm) dan kan geprobeerd worden alle mijten te doden door
een serie wassingen met een mijtdodend middel. De kans op succes is echter
klein als niet gelijktijdig gezocht worden naar achterliggende aandoeningen
van het afweer systeem.
|
 |
Schurftmijten
Deze komen gelukkig weinig voor. Graven diepe gangen in de huid van vooral
het gebied rond de schouder en geven enorme jeuk. Drastische maatregelen
zijn nodig om deze mijt de baas te worden. De mijt kan ook de mens en andere
diersoorten besmetten (zie
zoönose)
Alles begint echter met een correcte diagnose
|
Parasieten uit het buitenland
|
Hartworm
Tegenwoordig loopt uw huisdier in veel vakantiegebieden het risico op een
besmetting met hartworm. Deze infectie is eenvoudig te voorkomen met het
middel
Stronghold.of
Milbemax |
Stronghold
Dit vlooien-/wormenmiddel wordt met een pipetje 1x
per maand op de huid gedruppeld en heeft een preventieve werking tegen
hartworm als men tenminste 2 weken voor verblijf in het risicogebied
Stronghold toepast en hiermee doorgaat tot tenminste één maand na verlaten
van het risicogebied. |

|
Een alternatief is het zeer complete en veilige
wormmiddel
Milbemax
| aantal dagen in risco gebied |
behandelingsadvies Milbemax |
| 1 tot 28 dagen |
de dag van thuiskomst en 1 maand na thuiskomst |
| meer als 28 dagen |
starten op dag 28 daarna maandelijks
herhalen
+
de dag van thuiskomst en 1 maand na thuiskomst |
Natuurlijk kan deze informatie nooit volledig
zijn. Wij zijn voor u beschikbaar voor advies, onderzoek en behandeling.
|
Babesiose
deze ziekte komt in grote delen van Europa voor. Met name
als u langdurig naar de deze gebieden gaat is het verstandig uw hond
daartegen te vaccineren.
Het eerste jaar dat uw huisdier geënt wordt tegen Babesiose dient dit
twee keer te gebeuren met tenminste 3 weken tussenruimte. Vanaf drie weken
na deze tweede vaccinatie (of indien van toepassing de hervaccinatie) is er
een bewezen bescherming van 88% tegen Babesiose. In combinatie met de
tekenband is de bescherming nog hoger.
|
Leishmania
Deze bloedparasiet komt veel voor in landen rond de Middellandse zee. De
schade ontstaat door aantasten vand e haarvaten en door bloedarmoede. Vaak
zien honden met Leishmania er mager en kaal en slecht verzorgd uit. Reden
waarom mensen ze uit goedheid nog wel eens meenemen naar Nederland. De infectie
wordt overgebracht op mens! en dier via de daar voorkomende zandvliegen.
Deze vliegjes komen in Nederland niet voor. Besmette honden zijn daardoor
in het middellandse zeegebeid wel ,maar in Nederland geen bron van besmetting
voor de mens (zie ook
Cliënteninformatie Algemeen Zoönosen).
De behandeling is lang en kostbaar en niet altijd succesvol. Voor alles
moet dus de ziekte worden voorkomen.
Preventie van uw meegenomen hond geschiedt door bescherming tegen zandvliegjes
(zie ook Scalibor
tekenband).
|
De oudere hond
|
Veel voorkomende aandoeningen
Mede door een goede medische verzorging
worden niet alleen veel mensen maar ook onze huisdieren steeds ouder. Iedere
diersoort, dus ook de hond, heeft zo zijn eigen ouderdomskwalen. Gelukkig
zijn veel daarvan behandelbaar, zeker als ze op tijd worden onderkend.
De hele grote, zware hondenrassen worden gemiddeld
minder oud (meestal hoogstens tien jaar) dan kleinere rassen (soms bijna
20 jaar). Bedenk wel dat deze lagere
gemiddelde levensverwachting alleen telt voor de grote rassen als ze pup
zijn. Dan is namelijk nog niet bekend of het een hond met een erfelijke
aandoening of problemen met de groei krijgt. Op een nest van 10 honden
bekort elke pup die vroeg dood gaat de gemiddelde levensverwachting van
de andere 10 honden met 1 jaar
Retreivers, ridge back's , we zien ze tegenwoordig
ook regelmatig 14 jaar worden in goede gezondheid
Hieronder enkele vaak bij de oudere hond
voorkomende aandoeningen met bijbehorende verschijnselen.
- Gebitsproblemen
Aangetaste kiezen of tanden en zichtbare tandsteen met
daardoor ontstoken tandvlees kunnen leiden tot verschijnselen als uit de
bek stinken, minder eetlust en het weigeren van warm of koud voer.
Uiteindelijk kan de hond ook ziek worden van in de be1k aanwezige
infecties door dat deze naar bijvoorbeeld de nieren verspreiden
- Hartproblemen
Vooral door een slecht gebit kunnen bacteriën
de bloedbaan binnen- dringen en de hartklep beschadigen. Een lekkende
hartklep (mitralis insufficiëntie) (hartpagina)
is daarvan een vaak voorkomend probleem bij de oudere hond. Ook
erfelijkheid speelt hierbij een rol. Kenmerkend zijn, naast af en toe
een hoestje of kuchje, vooral een verminderd uithoudingsvermogen en
moeilijkheden bij warm weer.
Bij hart problemen voer met een beetje minder zout geven is een
achterhaald idee. Alleen het drastisch vermninderen van zout heeft enig
effect maar wordt niet meer toegepast door de komst van moderne
geneesmiddelen welke zeer succesvol zijn in verlichting van de
verschijnselen en vertraging van het ziekteproces.
Echo en röntgen geven een goed beeld
van het stadium waarin het dier verkeert.
- Artrose
Veel oudere
honden krijgen in een of meerdere gewrichten last van artrose. Ondermeer
overwicht speelt daarbij een rol. Aangetoond is dat hierbij het
verhoogde vetpercentage een belangrijkere factor is dan het te hoge
gewicht op zich. Er zijn tegenwoordig veel mogelijkheden om het welzijn
van dieren met deze aandoening te verbeteren:
- Incontinentie.
Soms
ontstaat bij gesteriliseerde teven op latere leeftijd incontinentie. Dit
valt op door natte plekken in de mand en een vieze geur door plakken van
urine aan de vacht. Medicijnen kunnen helpen. Overigens kan ook een
blaasontsteking vergelijkbare verschijnselen geven.
- Prostaatproblemen.
Niet-gecastreerde oudere reuen kunnen problemen met de prostaat krijgen.
Deze aandoening is zelden kwaadaardig. Verschijnselen zijn onder andere
moeite met plassen verlies van wat bloed uit de penis. Medicijnen al dan
niet met chirurgische of hormonale castratie kan uitkomst bieden.
- Verlies van gezichtsvermogen.
Bij de oudere hond komt vaak een vorm van cataract of staar voor.
Oorzaak is een vertroebeling van de lens door een veranderde structuur.
Het is een vrij normaal proces bij de oudere hond waar het dier meestal
goed mee kan leven, mede door zijn goede neus. Het verwijderen van de
troebele lens en zelfs vervangen door een kunstlens is technisch
mogelijk. Maar de bijdrage in de kwaliteit van leven is bij de meeste
honden beperkt. Naast deze vorm van ouderdomsstaar kan bij(jonge) honden
met staar ook wijzen op een aandoening zoals
suikerziekte.
- Verlies van gehoorvermogen
Dit komt vaak bij oudere honden voor. Op zich is er weinig aan te
doen. Wel moet worden opgelet dat dit verminderde gehoor niet wordt
veroorzaakt door een eventuele oorontsteking en/of veel vuil in de
uitwendige gehoorgang.
- Omvallen, dronkenmansgang
(ataxie)
Vooral oudere honden kunnen een acute aanval krijgen
waarbij ze lopen alsof ze dronken zijn of soms zelfs omvallen en niet
meer overeind kunnen komen. Vaak bewegen de ogen met een vaste regelmaat
van links naar rechts, of van boven naar beneden in de oogkassen. De
oorzaak is niet altijd bekend. Hoewel een ernstige afwijking niet geheel
kan worden uitgesloten herstellen de meeste dieren met deze aandoening
spontaan, vaak treed al binnen 24-48 uur verbetering op. Meer volledig
herstel duurt vaak langer. zie voor een uitgebreidere beschrijving ook
de scheve kopstand op deze pagina
- Tumoren
Helaas komen deze bij de oudere hond frequent en in vele soorten
en maten voor. Met een punctie in combinatie met goed microscopisch
onderzoek is bij ons meestal ter plekke vast te stellen
of het om goedaardig proces of kwaadaardige tumoren gaat.
- Gedragsveranderingen en dementie.
Hoewel het bestaan van dementie bij honden nog niet echt is bewezen
zijn er wel kenmerken waar te nemen die bij dementie passen. Dit zijn
onder andere: ander gedrag zich uitend in absenties. onrust, agressiviteit
,incontinentie, desoriëntatie in tijd en plaats, zwerfgedrag, gestoord
slaapgedrag en verdwijnen van doelgericht gedrag. Hoewel er middelen
zijn met een positief effect vraagt de aandoening vooral om een aangepaste
manier van omgaan met dergelijke dieren. (dieet
pagina Hill's BD)
Veel van de hiervoor beschreven aandoeningen
zullen door de bijbehorende verschijnselen tijdig worden onderkend. Een
regelmatige controle van oudere dieren kan dan ook nuttig zijn. Met
onderzoek naar eventueel al aanwezige maar nog niet duidelijk zichtbare
afwijkingen in een vroeg stadium neemt de kans op herstel of controle
door behandeling toe. Daarnaast is voor veel aandoeningen ondersteuning
mogelijk met voer van speciale samenstelling afgestemd op die
aandoening.
Senior voer is commercieel een groot succes maar niet altijd zinvol.
Minder zout klinkt erg verantwoord maar heeft geen invloed op de
gezondheid. Minder energie en eiwitten zijn lang niet altijd in het
voordeel van de oudere hond. Aarzel niet hierover
advies te vragen
aan ons
 |
|
|
Lange
nagels bij (oudere) honden Lange nagels
hoeven lang niet altijd geknipt te worden. Bij het ouder worden is het
normaal dat de ondervoet wat doorzakt en dat de nagels wat minder kort
afslijten. Daarnaast loopt de oudere hond mogelijk wat minder en vooral wat
minder fanatiek. De nagel past zich aan doordat ook het leven verder
doorloopt. Dit is goed te merken omdat met kort afknippen de nagel al begint
te bloeden. Hoewel dit helemaal niet erg is en nauwelijks pijn doet, geeft
het wel aan dat het knippen mogelijk niet nodig is.
Het (te kort) afknippen geeft de hond ook minder
houvast. Dat is eigenlijk niet netjes omdat Juist de oudere hond deze grip
nodig heeft. De hond is wat stijver en heeft minder spierkracht en glijdt
door te korte nagels makkelijker uit.
Bij de oudere honden van met name de grotere
rassen (herder, labrador) komt daarnaast veel ataxie als gevolg
van een vernauwing van het wervelkanaal tussen de laatste rugwervel
en het heiligbeen voor. Deze aandoening wordt wel lumbo
sacraal stenose genoemd.
Bij deze aandoening aan de onderrug wordt door atrose, vergroeingen
en standsveranderingen het wervel kanaal nauwer, waardoor het zenuwstelsel
van de achterhand klem komt te zitten en steeds minder goed functioneert.
De hond krijgt dan een meer slepende gang waardoor de eigenaar de
nagels hoort en ten onrechte kan denken dat de nagels te lang zijn.
Nagels die écht te lang
zijn, bloeden niet na het knippen.
(zie ook aandoeningen van de
oude hond op deze pagina).
Andere redenen om nagels te knippen zijn
scheefgroei, ongelijke slijtage of blijven hangen van de nagels. Het scheef
slijten is weliswaar een gevolg van verkeerd doorlopen maar heeft wel
tot gevolg dat de hond niet meer recht op zijn tenen staat. Verkeerde
belasting van de tenen met artrose kan hiervan het gevolg zijn.
Indien echt nodig kan onder een roesje de nagel
worden ingekort waarbij het leven wordt teruggebrand. Dit maakt het mogelijk
om de nagel indien dit echt nodig is in te korten.
 |
Voortplanting bij de hond
|
Progesteronbepaling: bepaling van het optimale dektijdstip
In onze kliniek worden regelmatig
progesteronbepalingen gedaan bij teven in de vruchtbare periode. Doel van
deze bepaling is meestal om voor de teef het optimale dektijdstip te
bepalen.
Mogelijke redenen hiervoor zijn
- Een mislukte voorgaande dekking.
- Een reu op aanzienlijke afstand van de
woonplaats van de teef.
- Een eigenaar die de kans op een succesvolle
dekking wil vergroten en een zo groot mogelijk aantal pups wenst.
Er zijn verschillende manieren om het juiste
dektijdstip van de teef te bepalen. Deze manieren verschillen vooral in
de mate van nauwkeurigheid. De meest gebruikte methodes, in toenemende
mate van nauwkeurigheid, zijn:
- Uitgaan van 11-13 dagen na het waarnemen
van de eerste vagina-uitvloeiing.
- Beoordelen van de aard van de
vagina-uitvloeiing (bloederig tot kleurloos).
- Sta-reflex en interesse voor de reu.
- Inwendig onderzoek van het slijmvlies van
de vagina.
- Microscopische beoordeling van de cellen
van de vaginawand.
- Bepaling van de hoeveelheid progesteron in
het bloed.
Uit onderzoek is gebleken dat vooral bepaling
van de progesteronspiegel vanaf dag 7 na de eerste waarneming van
vagina-uitvloeiing een goede en betrouwbare methode is om het juiste
dektijdstip te bepalen. Bij het eerste consult op dag 7, wordt meestal
ook een uitstrijkje van de vaginawand gemaakt om te beoordelen of de
toestand van de vaginawand past bij de verwachte dag van de cyclus. Soms
is het namelijk moeilijk om de eerste dag van de uitvloeiing waar te
nemen, bijvoorbeeld bij langharige honden of bij teven die slechts
weinig uitvloeiing hebben. Het is dan mogelijk dat de teef al verder in
de cyclus is dan verwacht. Ook blijkt bij sommige teven (tot zo’n 30%)
het juiste dektijdstip niet synchroon te lopen met de dekbereidheid.
De progesteronbepaling wordt uitgevoerd door
een laboratorium in Duitsland, of op de kliniek als opsturen niet
mogelijk is. Het bloed wordt nog dezelfde avond per koerier afgeleverd.
De uitslag is meestal vroeg in de middag van de volgende dag bekend.
Mogelijke uitslagen zijn:
- Laag
(< 1 ng/ml)
Nog geen productie van progesteron door rijpende eitjes.
Advies: hertesten na drie dagen.
-
Beginnende progesteronproductie
(2 – 4 ng/ml)
De eisprong is op komst.
Advies: hertesten na twee dagen.
- Eisprong
(4 – 8 ng/ml)
Dit gehalte wijst op de eisprong.
Advies: het ideale dektijdstip ligt twee dagen later.
-
Hoog (> 8 ng/ml)
De ovulatie heeft al plaatsgevonden.
Advies: dezelfde dag of de dag erna dekken.
Het patroon van meerdere bepalingen achter
elkaar geeft meer informatie dan één enkele bepaling. Soms is het
verstandig om op de dag van de dekking of direct er na ook nog de
progesteronspiegel te bepalen om meer zekerheid te hebben dat de
eisprong daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.
Als bepaling door het laboratorium niet
mogelijk is (in het weekend of op feestdagen), beschikken we over een
progesterontest die bij ons in de kliniek kan worden uitgevoerd. Bij
deze test wordt de hoeveelheid progesteron in het bloed van de teef op
het oog vergeleken met testoplossingen waarvan de concentratie
progesteron bekend is. Deze test zegt minder over de absolute
hoeveelheid progesteron in het bloed, maar is in de praktijk even
betrouwbaar gebleken om het juiste dektijdstip te bepalen.
Mocht u na het lezen van deze informatie nog
vragen hebben op het gebied van de voortplanting van uw hond, dan staan
wij u graag te woord.
Progesteron kan ook bepaald worden indien een echo uitwijst dat een hond
niet drachtig is. Mits de echo wordt uitgevoerd voor de 28e dag. Op deze
wijze kan ook achteraf bepaald worden of er een goede ovulatie heeft
plaats gevonden.
 |
|
|
Kunstmatige inseminatie bij honden (KI)
Algemeen
De meest natuurlijke manier van voorplanting bij honden is de dekking
waarbij de reu de teef op natuurlijke wijze bevrucht op het moment dat zij
loops is.
Een andere
manier is bevruchting via kunstmatige inseminatie (KI). Onder KI wordt
verstaan iedere voortplantingstechniek die niet mogelijk zou zijn
zonder de hulp van de mens. Bij KI wordt de rol van de reu beperkt tot het
afnemen van sperma dat vervolgens door de dierenarts rechtstreeks in de
baarmoeder van de teef wordt ingebracht. De bevruchtingskans ligt wel wat
lager (een kleine 70%) dan bij een natuurlijke dekking (gemiddeld zo'n
90%).
Waarom kunstmatige
inseminatie?
Er zijn diverse redenen waarom
besloten kan worden over te gaan op kunstmatige inseminatie:
-
Agressie
tussen reu en teef.
-
Te groot
verschil in karakter.
-
Onervaren
en/of zenuwachtige teef / reu.
-
De reu is
aanmerkelijk kleiner dan de teef.
-
Gebrek aan
geslachtsdrift.
-
Pijn bij één
van de honden bij de dekking (wervels, achterpoten).
-
Het
voorkomen van infecties die tijdens een natuurlijke dekking overbracht
kunnen worden.
-
Medische
problemen aan de geslachtsorganen die een goed resultaat bij natuurlijke
dekking in de weg staan (uitzakking, afgesloten of misvormde uitwendige
geslachtsorganen) echter niet het gevolg zijn van erfelijke afwijkingen.
-
De teef
wordt niet drachtig, ondanks eerdere dekkingen.
Het juiste tijdstip
van dekking
Het bepalen
van het juiste tijdstip van dekking is van groot belang voor het goed slagen
van de dekking. Dit gebeurt door bloedonderzoek, liefst in combinatie met
een uitstrijkje. In sommige gevallen is het nodig een bacteriekweek te
maken.
Hoe gaat KI?
Als de omstandigheden voor
dekking optimaal zijn, komen reu en teef samen naar de dierenkliniek.
De teef wordt vóór de reu neergezet zodat de reu onder haar staart kan
ruiken en opgewonden raakt. De dierenarts zorgt er manueel voor dat er bij
de reu een zaadlozing tot stand komt en vangt het sperma op. De reu mag pas
weer naar huis als de erectie is verdwenen en de penis binnen de voorhuid is
teruggetrokken.
Vervolgens
bekijkt de dierenarts een monster van dit sperma onder de microscoop en
beoordeelt de kwaliteit, kwantiteit, bewegelijkheid en het uiterlijk. Als
dit voldoende is, brengt de dierenarts middels een speciale canule het
sperma in de baarmoeder van de teef in. De teef wordt vervolgens circa 5
minuten met de achterhand omhoog gehouden om te voorkomen dat het sperma
terugstroomt.
Dit gehele
proces van kunstmatige inseminatie duurt ongeveer een kwartier.
Drachtig, en dan?
Hierna staat uw teef een
nieuwe toekomst als (aanstaande) moeder te wachten. Ook hierin kan uw
dierenarts een grote rol spelen. Denk aan het vaststellen van de
drachtigheid, het begeleiden van de zwangerschap en de bevalling.
Ook speelt hij
een belangrijke rol bij de gezondheid en het welzijn van de pasgeboren pups.
De pup moeten worden ingeënt en ontwormd om op te groeien tot een gezonde
hond. Uw dierenarts adviseert u graag bij de diverse entingen van de pup en
het ontwormingsschema.
Immers, gezonde
pups zijn blije pups en worden zo blije honden en goede makkers voor hun
nieuwe baas.

|
|
|
Herdekken of niet? |
Na een dekking kan er twijfel zijn
over de kwaliteit en het tijdstip van de dekking. Herdekking
twee dagen later brengt niet alleen extra moeite met zich mee
maar vergoot bovendien de kans op een baarmoederinfectie, als
de teef hormonaal gezien al te ver is voor een herdekking.
Tijden de dekkingsperiode (de oestrus) is de afweer van de teef
optimaal om dekinfecties tegen te gaan. Hierna neemt de
afweer snel af. Immers de ontwikkeling van de vrucht in de baarmoeder
betekent immers ook voor de helft lichaamsvreemd materiaal in
deze baarmoeder. Om afstoting te voorkomen wordt daarom de afweer
na de oestrus in de baarmoeder omlaag gebracht.
Het is om deze reden dat te laat
dekken onverstandig is. Dit is tevens de periode bij de (niet
gedekte ) teef dat baarmoeder ontstekingen optreden (zie ook
pyometra)
|
Bij twijfel is het aan te bevelen
een progesteron test te doen direct na de dekking. Is
deze hoog dan is ene volgende dekking sterk af te raden
|
Verder is het goed om te realiseren
dat goed sperma ofwel 7 dagen na de dekking
nog levensvatbaar is. 2 dagen later dekken is dus niet gauw
nodig.
|
|
|
|
Herpes vaccinatie van drachtige teven nuttig?
|
Het verstrekken van objectieve informatie
Als dierenkliniek hechten wij eraan een
goed en objectief advies aan fokkers te geven. Soms vormen we daarmee
onbedoeld een tegenwicht in andere vaak weinig feitelijke en daardoor weinig
objectie informatie die u als fokker kan bereiken. Het verspreiden van angst
voor herpes zoals we de laatste jaren waarnemen is wat ons betreft dan ook
een slechte zaak. Met goede informatie willen wij voor u het onterecht
kosten maken voor vaccinatie tegen herpes voorkomen.
Herpes in de actualiteit
Hoewel herpes al zeer lang bestaat en vaccinatie al veel langer mogelijk is,
is er de laatste jaren in Nederland extra aandacht voor het herpes virus .
Deze aandacht wordt niet onderschreven door de wetenschap in binnen en
buitenland en wordt ook niet gestaafd door een toename in problemen die
bewezen te maken hebben met dit virus. Opvallend is dat ook de makers van
het vaccin deze angst en daarmee de uitverkoop van het vaccine medio 2008
niet goed begrijpen.
Hoe wordt het virus overgebracht?
Typisch bij herpes virus is dat er
dragers
voorkomen. Dragers zijn dieren die zelf niet ziek zijn maar wel het virus
bij zich dragen en (met tussenpozen) verspreiden. Dit is niet alleen bekend
voor het herpes virus van de hond (Canine Herpes Virus afgekort ) CHV, maar
ook het herpes simplex ofwel de koortslip bij de mens verspreid zich via
dragers.
Een ander typisch kenmerk van het herpes virus is dat het zich alleen kan
vermenigvuldigen bij een temperatuur die enkele graden lager ligt als de
normale lichaamstemperatuur.
Dit verklaart waarom het herpes virus bij honden (en mensen) normaal alleen
voorkomt op de koudere dele van het lichaam zoals de mond en neusholte en de
geslachtsdelen.
Hoe vaak komt het herpes virus voor?
Het herpes virus is al tientallen jaren endemisch onder honden. Dat wil
zeggen het is overal aanwezig en het is dus net als bij de mens doodnormaal
als een hond met dit virus in contact komt. Elk hondencontact ook via de
lucht kan dit virus over brengen. De dekking speelt hierbij een
ondergeschikte rol.
Niet alle honden worden drager. De meeste honden
ontwikkelen afweerstoffen die het virus na korte of lange tijd uit het
lichaam verwijderen. Gewoonlijk hebben deze honden hebben hier in deze
periode totaal geen ziekteverschijnselen van. Je kunt dus ook niet zien of
je hond hier mee geinfetceerd is of is geweest. Een enkele keer komen
symptomen als kennelhoest of irritatie van de geslachtsdelen voor. Bij
onderzoek naar afweerstoffen bij gezonde honden blijkt tot wel 80% van de
gezonde honden afweerstoffen te hebben tegen het virus en dus hiermee in
contact te zijn geweest.
Wanneer lopen mijn pups risico?
Alleen als er 3 zaken tegelijk plaatst vinden
lopen pups risico's te sterven aan een herpes infecie.
- er worden geen afweerstoffen aan de
pups doorgegeven
- door slechte kennelhygiëne wordt het
nest besmet met ziektes
- de eerste 10 dagen worden pups slecht
verzorgt en koelen ernstig af de eerste 10 dagen
- Afweerstoffen tegen herpes en anderen
ziekten voorkomen nieuwe besmettingen. Deze afweerstoffen worden direct
na de geboorte met de eerste moedermelk aan de pups doorgegeven.
Vooral jonge honden welke weinig in contact zijn geweest met
soortgenoten en al vroeg een nestje krijgen zijn soms nog niet besmet en
hebben hierdoor geen afweerstoffen tegen herpes in de moedermelk.
Dit komt in de Nederlandse situatie waar honden (van de goede fokkers)
veel kontact hebben, shows lopen gekeurd worden etc eigenlijk niet vaak
voor.
- Indien een jonge drachtige teef die nog
niet eerder besmet is met het herpes virus door slechte kennelhygiëne of
een drager in de kennel toevallig net aan het eind van de dracht besmet
wordt dan heeft ze geen tijd gehad om afweerstoffen te vormen en deze
door te geven aan de pups via de moedermelk en deze zo te beschermen.
Ook vormt de teef dan zelf een bron van besmetting.
- Alleen bij puppies die sterk afkoelen in
het nest en met het herpes virus geïnfecteerd worden zonder dat ze
voldoende afweerstoffen van de moeder binnenkrijgen, kan het virus zich
in het koudere lichaam vermenigvuldigen en ziekte en sterfte onder de
pups veroorzaken> dit komt bij een fokker die secuur om gaat met het
nest en zorgt voor een goede omgevingstemperatuur en een goede
begeleiding van de teef eigenlijk niet voor.
Het infecteren van een teef in het laatste stadium van de dracht of direct
na het werpen is daarmee een bijzondere situaties die eigenlijk alleen
voorkomt in grote kennels. Dan nog vormt dit alleen een probleem als er
daarnaast ook (te) weinig aandacht is voor de pups en hun
lichaamstemperatuur en de teef niet in staat is afweerstoffen over te
brengen via de moedermelk. Ook om deze reden kan het belang van het geven
van moedermelk gedurende de eerste dagen nooit genoeg worden benadrukt.
Moedermelk is dan ook de eerste dagen nooit te vervangen of aan te vullen
door kunstmelkproducten. Zie ook het commentaar bij
Esbilac kunstmelk
Is vaccinatie dan onzin?
De vaccinatie is eigenlijk bedoeld voor kennels welke een specifiek probleem
hebben met herpes en niet zoals nu vaak wordt gesuggereerd een goede
algemene preventie maatregel voor fokkers die hooguit enkele nestjes
per jaar hebben en deze met alle zorg en aandacht omringen.
In specifiek situatie waarin door sectie is aangetoond dat jong gestorven
puppy's vermoedelijk gestorven zijn aan herpes mag een drager in de kennel
worden vermoed en kan het nuttig zijn te vaccineren.
Daarmee is als algemene vaccinatie de waarde
veel beperkter dan velen u, om wat voor reden dan ook, doen geloven.
Dit betekent dus ook het omgekeerde: Indien je een gezond nest hebt en er
overlijdt een pup van 14 dagen na een periode van diaree dan moet niet aan
herpes gedacht worden maar aan tal van andere oorzaken.
Tot slot
Bedenk tot slot dat geen enkele vaccinatie een slechte kennelhygiëne te niet
kan doen. De basis regel dat een teef met jongen voldoende aandacht en
verzorging moet hebben en goed gescheiden moet worden houden van andere
honden om insleep van infecties te voorkomen is de beste garantie op gezonde
pups. Er zijn immers nog zoveel andere bedreigingen voor de puppies dan het
herpes virus
Indien toch wordt gevaccineerd met als argument het bieden van maximale
bescherming dan moet er ook aandacht zijn voor het vaccineren van andere
honden in de kennel en het niet geven van kunstmelkproducten de
eerste dagen.

D.L.van Os 2008 -2009
|
|
|
Het nut van echo tijdens dracht en partus |
| Met echo is het niet
alleen mogelijk om de dracht vast te stellen maar ook of de pups levend
zijn. In een vroeg stadium (eind 3e week) kan de spanning in de vruchtblaas
een indicatie zijn. Vanaf de 5e week is het kloppen van het hartje te zien.
Een echo is in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt niet geschikt
voor het betrouwbaar meten van het aantal pups. U kunt vast wel de verhalen
uit de media waar bij de geboorte van meerlingen bij vrouwen er tot ieders
verassing een baby meer was dan werd gedacht. En dan te bedenken dat hier
vaak heel wat echo gemaakt zijn en bij honden het aantal pups nog veel
groter is
Met de echo de hele buik doorzoeken is zelfs onder optimale omstandigheden
niet betrouwbaar te zeggen hoeveel pups er zijn
Dit laatste is erg belangrijk als er zorgen zijn over de partus. Er zijn
zoveel verschillen in de partus dat het moeilijk van buiten af is te zeggen
of de pups het moeilijk hebben of dat er nog wat geduld nodig is. Door
het meten van de hartslag met behulp van de echo kan hier een betrouwbare
indruk van worden gekregen. Een vitale pup die nog geen zuurstof gebrek
heeft tijdens de partus heeft een hartslag die beduidend hoger ligt als
die van de moeder
zie ook onze echo
diagnostiek pagina
|
 |
 |
|
|
De
waarde van een röntgen foto's na dag 45 bij het begeleiden van de partus |
| Veel problemen bij de
partus
zijn een gevolg van een verkeerde inschatting van het aantal pups. Er wordt
nog gewacht of midden in de nacht met teef en pups naar de dierenarts praktijk
gesleept op een pup die er helemaal niet blijkt te zijn, of er blijkt juist
nog een extra pup te zijn die zo traag ter wereld komt dat deze niet meer
levensvatbaar is.
Zeker als u niet zeer ervaren bent of gewoon geen risico's wilt nemen
met u pups dan is het een overweging een röntgen foto van de buik van
de teef te maken.
Het maken van een röntgenfoto is in ieder geval
veilig in het laatste stadium van de dracht wanneer alle organen en onderdelen
van de vrucht gevormd zijn. Na de 45e dag is aan de skeletjes een betrouwbare
telling te doen. Dit is ook weer alleen mogelijk met een goede röntgen
foto met voldoende contrast en de nodige ervaring in het beoordelen ervan.
|
|
 |
 |
|
|
De
gezondheidskeuring van de Engelse bull |
Alle leden van de EBCN (Eerste Bullen Club
Nederland) hebben zich verplicht tot het laten verrichten van een
gezondheidskeuring van reuen en teven waarmee men wil fokken.
Om de uniformiteit van deze keuringen te garanderen is een beperkte
groep dierenartsen, welke binnen de EBCN bekend staan om hun kennis van de
Engsle Bull, gevraagd hierin te participeren.
Ook dierenkliniek 't ossehoofd is door de
EBCN gevraagd
het gezondheidsonderzoek uit te voeren
Dit gezondheidsonderzoek bevat vele
aspecten waaronder ogen, huid en luchtwegen. Om een indruk te krijgen van de
diameter van de luchtpijp wordt daartoe een Röntgen foto van de longen
gemaakt
Zie voor de kosten van dit onderzoek de pagina
tarieven |
 |
|
|
Het beperkte nut van oxytocine injecties (pieton) |
Tijdens het werpen van de pup (de partus) produceert het lichaam in de
Hypofyse
een kortwerkend hormoon oxytocine genaamd. Dit hormoon zorgt er kortdurend
voor dat de baarmoeder samentrekt en stimuleert het samentrekken van melkklier":
het laten schieten van de melk.
In de grijze veterinaire oudheid werd hier het slangengif van de python
hiervoor gebruikt. Dit is al tientallen jaren vervangen door een synthetisch
geproduceerd oxytocine, maar wordt door velen nog een injectie pieton genoemd.
Het synthetische oxytocine heeft in tegenstelling tot het natuurlijke hypofyse
hormoon geen invloed heeft op de bloeddruk en dus veilig gebruikt kan worden.
De afgifte van het lichaamseigen hypofysaire
hormoon oxytocine wordt onder andere gestimuleerd door het aanleggen van
pups. Het aanleggen van de pups direct na de geboorte is dus een belangrijke
manier om de geboorte van een volgende pup te stimuleren. Omdat na het
aanleggen een wee volgt kan de teef hierop afwijzend reageren.
De werking van oxytocine op de baarmoeder is
echter sterk afhankelijk van de invloed van een aantal andere hormonen.
Daarom is bij een te vroeg geboorte proces de werking van oxytocine op de
baarmoeder en de melkklieren een stuk minder.
Een injectie onder de huid van oxytocine zal een
langdurig een samentrekking geven van de baarmoeder. Dit is maar een zeer
beperkte nabootsing van de natuur waar de hypofyse door stootsgewijze
afgifte van het natuurlijk oxytocine krachtige weeëngolven geeft.
Het nabootsen van ween kan wel effectief
worden nagebootst door kleine hoeveelheden oxytocine per infuus toe te
dienen. Je ziet de baarmoeder dan direct kortdurend samentrekken. Indien
weenzwakte de oorzaak was van het vertraagde geboorte proces worden meestal
direct de pup geboren na een intraveneuze injectie. |
 |
|
Nuttige weetjes bij de
hond
|
|
Chocola en rozijnen: giftig voor de hond.
Vooral rond Kerstmis, Pasen en Sinterklaas als mensen volop snoepen, weten
honden nog wel eens chocolade te bemachtigen. Vaak is wel bekend dat
chocolade voor honden giftig is, maar niet welke hoeveelheden al een risico
vormen en wat de verschijnselen zijn.
Rozijnen
zijn giftig voor uw hond. Tussen de 15-30g rozijnen per kilo
lichaamsgewicht kan al fataal zijn voor de hond. Een voorbeeld: Een
Vizla (Hongaarse staander) met een gewicht van 25 kg had na het eten van
450 gram rozijnen twee dagen maagdarmklachten met braken waarbij de
nieren stopten met werken. Ondanks behandeling kon de hond niet meer
gered worden.
Chocolade. Theobromide is het
bestanddeel van cacao wat giftig is voor de hond. de werking is een beetje
te vergelijken met cafeïne. Indien er wordt uitgegaan van 20 mg theobromide
per gram cacao of 10 milligram per gram pure chocolade, dan moet moet na het
eten van 75 gram chocolade (kleine reep chocolade door een middelgrote
hond van circa 15-20 kilo, serieus met vergiftiging rekening worden
gehouden.
Behandeling van vergiftiging door chocolade bij honden.
Bron: www.poisoncentre.be
Inleiding
Chocolade bevat theobromide wat ernstige vergiftigingen kan veroorzaken
bij honden. Het behoort tot de groep methylxantines waartoe ook cafeïne en
theofylline behoren. Deze plantaardige alkaloïden geven een stimulatie van
het centraal zenuwstelsel en de hartspier.
Daarnaast geven ze een relaxatie van de gladde spieren (vooral de
bronchiale) en een verhoogde
urine productie
In onderstaande tabel de concentratie theobromine per gram
chocolade-product. Een dosis van 100-250 mg theobromine per kilo
lichaamsgewicht is een potentiële dodelijke dosis!
| |
Produkt |
Theobromine per gram |
| |
Witte chocolade |
0.009 mg |
| |
Oplos chocolade |
0.5 mg |
| |
Melk chocolade |
1.5-2.2 mg |
| |
Pure chocolade |
4.5- 16 mg |
| |
Cacaopoeder |
5.3- 26 mg |
| |
Cacaobonen |
11 - 43 mg |
Theobromine wordt bij honden langzaam
door het maagdarmkanaal opgenomen. Een plasmapiek ziet men na ongeveer
10 uur. Ook uren na het eten van chocolade door uw hond kan het dus nog
zinvol zijn uw hond te laten braken. De 'halfwaarde tijd' de tijd die
nodig is om de helft van de theobromide uit de chocolade bedraagt
ongeveer 17,5 uur. De verschijnselen kunnen dus afhankelijk van de
hoeveelheid chocolade wel 1-3 dagen aanhouden..
Symptomen De eerste symptomen beginnen na ongeveer 2
tot 4 uur.
- Onrustig.
- Braken.
- Urineverlies.
- Diarree
- Snelle pols.
- Verhoogde lichaamstemperatuur.
- Snelle ademhaling.
Enkele uren later kunnen de volgende
symptomen waarneembaar zijn:
- Hartritmestoornissen.
- Spierstijfheid.
- Overdreven reflexen (hyperreflexie).
- Ataxie.
- Spiertrekkingen en stuipen (convulsies).
- Coma.
18 tot 24 uur na het intreden van
hartritmestoornissen, kan de dood optreden..
Therapie
Er is geen tegen middel (antidoot) voor chocolade. De behandeling
bestaat uit bestrijden van de gevolgen. Als de hond de chocola minder dan 2
uur geleden heeft gegeten en er géén symptomen zijn, kan een braakmiddel
gebruikt worden zoals apomorfine 0.02-0.04 ml/kilo IV.
Daarna een herhaalde behandeling met actieve kool0.5-2.0 g/kilo of via een
maagsonde iedere 4 uur gedurende minimaal 72 uur. De verdere therapie is
afhankelijk van de verschijnselen.
 |
|
|
ACHTERGRONDINFORMATIE BIJ AANDOENINGEN |
| |
Anaalklier/anaalzak-ontsteking
Algemeen
De anaalklieren, ook wel anaalzakjes
genoemd, bevinden zich tussen de inwendige en uitwendige sluitspier van
de anus en monden via 2 kanaaltjes uit naast de anus. Bij zwelling
kunnen deze zakjes uitwendig zichtbaar worden op een stand van '4 uur'
en '8 uur' rond de anus.
Normaal functionerende anaalzakjes scheiden een sterk ruikende, bruin-
tot leemkleurige stroperige tot dikke vloeistof af. Naast een middel ter
sociale herkenning tussen honden is de functie van de vloeistof ook het
op grote afstand terug kunnen vinden van de leefomgeving. Normaal legen
deze zakjes zich tijdens het ontlasten. Daarnaast kunnen ze zich ook
legen als de honden angstig zijn.
Verschijnselen die wijzen op klachten van de anaalklieren
Om onduidelijke redenen komt het regelmatig
voor dat de zakjes zich niet goed legen, ontstoken raken of een abces
vormen. Als oorzaken worden wel genoemd te nauwe afvoerkanalen, onvoldoende
functioneren van de buitenste kringspier van de anus, indikking van de
vloeistof tot dikke stopverf als gevolg van te weinig lediging, infecties.of
afwijkende ontlasting.
De laatste oorzaak lijkt, hoewel deze vaak wordt genoemd, onwaarschijnlijk.
Drie verschillende vormen , uitingswijzen en
behandelingen
Er zijn drie verschillende manieren waarop
anaalklier problemen zich kunnen uiten. Deze verschillende vormen staan
veelal los van elkaar. Een hond die een anaalklier abces heeft hoeft
bijvoorbeeld nooit eerder volle of ontstoken anaalklieren te hebben
gehad. Het regelmatig uitdrukken van de anaalklieren helpt dus ook niet ter
voorkoming van ontstekingen (integendeel) of abcessen
De drie verschillende type anaalklier problemen
moeten ieder op hun eigen wijze worden behandeld
Anaalklier abcessen komen vooral bij kleine
rassen voor
1. Overvulde anaalklieren
De inhoud van de zakjes is bij deze vorm vaak fors en verdikt tot taaie
stopverf. Door de hierbij optredende irritatie gaat de hond vaak onder
de staarbasis likken en bijten en/of met de kont over de grond schuren
(sleetje rijden). Vaak wordt gedacht dat dit wormen zijn, maar dit is
onterecht. Het type worm wat dit zou kunnen veroorzaken komt niet voor bij
de hond in Nederland.
Behandeling
Behandeling bestaat uit het (inwendig)
leeg masseren van de anaalklieren. Verder kan het inwendig aanbrengen van
zalf de irritatie verminderende en de inhoud verdunnen waardoor de hond een
periode makkelijker de inhoud kwijt kan raken.
2. Ontstoken anaalklieren
Anaalklieren raken waarschijnlijk ontstoken als de darmflora welke
aanwezig is in het anale gebied de anaalzakjes binnendringt. De
ontstoken anaalklierzakjes produceren ontstekingsvocht waardoor de
inhoud van de zakjes nu vaak juist dun wordt. De anaalzakjes
hoeven daarbij niet erg vol te zijn, maar zijn verhoudingsgewijs veel
pijnlijker dan bij een anaalklier verstopping Dit uit zich als zwelling
en roodheid en pijnlijkheid in het anaalklier gebied.
De verschijnselen kunnen sterk lijken op die van
anaalklierovervulling> al lijkt de jeuk vaak minder hevig
Behandeling
Behandeling moet niet alleen bestaan uit het ledigen maar ook uit het
behandelen van de anaalklier ontsteking zelf..Behandeling van de anaalklier
zakjes door ze te vullen met antibiotische zalf of
te spoelen met desinfecterende vloeistof (chloorhexidine) heeft
daarbij de voorkeur boven de behandeling met antibiotica tabletten.
3. Anaalklier abcessen
De infectie van anaalklieren kan ook
leiden tot de vorming van een abces. Een hond met een anaalklier abces
heeft vaak wat verhoging is niet in orde en heeft vaak heftige pijn in
het staartgebied. Temperaturen of zelfs het optillen van de staart kan
al tot fel verzet of pijnuitingen leiden.
Bij ernstige pijn kan het de hond ook weigeren
te gaan zitten of neemt het een dusdanige zithouding aan dat het pijnlijke
gebied niet wordt belast.(scheef zitten)
Naast de anus een gebied met roodheid en
zwelling zichtbaar. Bij doorbreken word vaak een bloederge vloeistof gezien
Behandeling
De hond best onder een
roesje behandeld worden. Hierbij wordt
het afwijkende weefsel verwijderd en bij voorkeur een drain aangelegd om het
gebied nog een aantal dagen de gelegenheid te geven goed al het
ontstekingsvocht af te voeren. Na verwijderen van de drain sluit het gat
zich gewoonlijk snel
Indien het abces spontaan doorbreekt knapt de
hond vaak zienderogen op. Toch kan de hond het best alsnog even behandeld
worden omdat bij het te vroeg sluiten van de abcesopening zich weer een
nieuw abces kan vormen.
Chirurgische verwijderen van de
anaalklieren
Soms is het noodzakelijk de anaalzakjes
chirurgisch te verwijderen.
Behalve bovengenoemde klachten bij ontsteking
kunnen de anaalklieren ook onder normale omstandigheden de vervelende
eigenschap hebben zich spontaan te legen en daarbij een stinkende vlek
op de lig- of zitplaats achterlaten. Indien dit met grote regelmaat
gebeurt, kan dit een reden zijn om de zakjes chirurgisch te verwijderen.
Redenen voor chirurgische verwijdering zijn:
- Regelmatig terugkomende ontsteking van de
anaalzakjes.
- Veel verlies van anaalkliervocht is
belastend voor de omgeving.
- Verlies van anaalkliervocht bij hondjes die
veel op schoot zitten.
- Terugkerende anaalzak abcessen.
- Bij niet-ontstoken anaalzakjes (dus zonder
ziekte van de anaalklieren) het spontaan legen op ongewenste
plaatsen (vooral binnenshuis).
 |
|
|
Bijtwonden door en bij honden In het algemeen kan gezegd worden
dat bijtwonden waarbij de huid geperforeerd wordt enorm onderschat worden.
Voornamelijk omdat men niet ziet wat er werkelijk aan de hand is. Hierdoor
wordt snel gedacht dat er alleen twee “gaatjes” zijn. Het onderschatten van
bijtwonden is een bekend probleem en geeft nogal eens
emotionele discussies omdat de tegen partij of
verzekering niet
snapt dat de behandeling zo uitgebreid moet zijn bij "alleen maar twee
gaatjes ".
Als honden elkaar bijten, gaan de hoektanden
onder de huid naar elkaar toe en ondermijnen en infecteren daarmee het hele
gebied tussen de beide gaatjes in de huid. Tijdens het bijten wordt het vel
daarbij ook nog eens opgetild en dus losgetrokken van de ondergrond. Indien
u na een gevecht twee gaatjes vindt moet u er dus rekening mee houden dat
het in werkelijkheid een geïnfecteerde wond ter grootte van tenminste de
afstand tussen de twee gaatjes betreft.
De ernst van de bijtwond hangt naast de mate
van beschadiging ook enorm af van de lokalisatie.
Berucht zijn bijtwonden waarbij de hond in de
hals is gepakt door een grotere hond en heen en weer is geschud als
afstraffing. De gaatjes zitten daarbij boven op de hals en rug, terwijl het
wondvocht met daarin de bacteriën van de bek van de
andere hond onmiddellijk via het losgescheurde hals gebied langs de halsvlakte
naar beneden zakt. Bijtwonden in de hals en de flank hebben daarom vaak een
heel ander verloop als bijtwonden aan de poten of de kop of de borstkas.
|
|

|
 |
| Behandeling van
bijtwonden
Ook als direct na het bijtincident
antibiotica wordt gegeven is dit bij bijt- en scheurwonden vaak onvoldoende.
Bij bijt- en scheurwonden is de omgeving van de huid en onderhuidse
weefsel eveneens beschadigd waardoor ook de bloedsomloop sterk verstoord
is. Antibiotica en het afweersysteem kunnen dan niet meer goed doordringen
in het geïnfecteerde gebied. Wel voorkomt antibiotica meestal het verspreiden
van bacteriën in de rest van het lichaam (sepsis)
en daarmee het ziek worden van de hond. Het spoelen van de wond direct
na het bijtincident is vaak geen goede keuze, omdat hierdoor de infectie
alleen maar wordt verspreid..
Indien het een bijtwond in een gebied met veel
los vel betreft is de holte- vorming sterk bepalend voor het verloop en de
noodzakelijke behandeling. De omvang van de holte is door voorzichtig
sonderen van de wond vast te stellen. Indien de huid is geperforeerd maar er
alleen een bijtkanaal is ontstaan en er weinig los of losgetrokken
weefsel in het omliggende gebied aanwezig is, dan is het plaatsen van een drain met een opening op het laagste punt vaak voldoende.
Indien echter de huid niet alleen is
geperforeerd maar ook is losgetrokken van de ondergrond, dan vormen zich te
makkelijk allerlei pockets en holtes die niet goed met een of meerdere drains
kunnen worden behandeld. Indien de lokalisatie van de wond dit toe laat is
het dan effectiever de huid te openen zodat goed alle vuil en afstervend
weefsel is te verwijderen. Dit lijkt een erg drastische methode maar geeft
een veel sneller en beter resultaat met een veel kortere genezingstijd,
minder kosten en minder teleurstellingen. Het litteken valt vaak later mee.
Alles hangt uiteindelijk ook weer af van de
geneeskracht, voedingstoestand en bouw van de hond.
|
|

|

|
|
Wat in eerste
instantie een klein gaatje in de huid lijkt te zijn blijkt de toegang tot
een flinke holte. Links de zelfde wond na openen. Het blijkt een flinke wond zijn. |
|
|
|
Hartaandoeningen bij de hond
Omdat wij als
kliniek veel hartaandoeningen behandelen en ook fokkers helpen bij het opsporen van erfelijke hartaandoeningen (Cavelier King Charles Spaniel en
HCM bij de kat) is een uitgebreide
pagina over hart aandoeningen in voorbereiding. Veel
informatie is nu al reeds op te vragen.
Op onze echo
pagina kunt u een indruk krijgen welke
hartaandoeningen met de echo kunnen worden opgespoord.
Een belangrijk medicijn welke wordt gebruikt
bij het behandelen van hart aandoeningen is Vetmedin
Op het
etiket van de door ons voorgeschreven Vetmedin vindt u het
wachtwoord van deze site. Op deze manier kunt u zelf op deze website,
www.vetmedin.nl
aanvullende informatie vinden over dit medicijn.
Selecteer in de lijst met dierenartsen
Dierenkliniek 't Ossehoofd, en voer het wachtwoord in, en klik op
"Inloggen".

|
|
|
Epilepsie en het nut van medicatie en onderzoek
Inleiding
Er is veel gedetailleerde diergeneeskundige informatie te vinden over de
achtergronden van epilepsie. In dit artikel ligt vooral de
nadruk op een praktische benaderingen van epilepsie en de waarde van
medicatie en onderzoek.
De betekenis van epilepsie voor het baasje en
voor het dier
Epilepsie is een probleem wat niet alleen gaat over het dier zelf. Het idee
dat de hond of kat op de meest onvoorspelbare momenten een aanval kan
krijgen, is ook belastend voor het baasje. Als er besloten wordt tot euthanasie dan is
dit vaak niet alleen gebaseerd op de gedachte dat de hond of kat geen dragelijk leven
heeft maar ook het gevolg van de belasting die een huisdier met epilepsie
met zich meebrengt voor de eigenaar.
Mensen die zelf epilepsie hebben kunnen allerlei
doodnormale bezigheden zoals autorijden en fietsen niet meer veilig
uitoefenen en zijn daardoor ernstig belemmerd in hun dagelijks leven. Voor
honden en katten geldt deze belemmering in hun dagelijkse bezigheden
eigenlijk niet. Goed beschouwd zijn huisdieren bij een epileptische aanval
alleen een 'stukje kwijt' en hebben ze zeker geen pijn. Bovendien treden veel
epilepsieaanvallen bij de hond en kat vanuit rust op en zelden tijdens
bijvoorbeeld het wandelen buiten, zwemmen of het op schuttingen klimmen. De
werkelijk negatieve invloed van epilepsie op de kwaliteit van leven bij hond en kat wordt gauw overschat.
Epilepsie wel of niet behandelen
Of epilepsie moet worden behandeld is daarom altijd een meervoudige
afweging. Hoe vaak heeft de hond of kat aanvallen? Treden ze op in series of
staan ze op zichzelf, zijn ze voorspelbaar, hoe lang duren ze en als je
niet ingrijpt en hoe lang duurt dan het herstel?
Indien de epilepsie bijvoorbeeld bestaat uit 1 à
2 keer per maand een korte aanval vanuit rust dan is niet behandelen
misschien
een betere keuze. Daarnaast is het goed te realiseren dat
het niet behandelen van kortdurende epileptische aanvallen niet leidt tot
steeds verdere beschadiging van de hersenen.
Heel anders is dit voor clusterepilepsie of de
'Status Epilepticus'. Dit is een vorm van epilepsie waarbij de ene aanval in
de volgende overgaat. Hier is het wel wenselijk snel in te grijpen omdat dit
wél een zichzelf verergerend proces is. De prognose bij deze zware vorm van
epilepsie is echter altijd gereserveerd.
Wat is epilepsie
Epilepsie komt op alle leeftijden en bij alle rassen voor. Er wordt
geschat dat 1 op de 20 honden tenminste één keer in hun leven een aanval
krijgt. Sommige rassen zijn gevoeliger.
Epilepsie is een ongecontroleerde ontlading
van (een deel) van het zenuwstelsel. Deze afwijkende ontladingen kunnen
zichtbaar gemaakt worden met een eeg
(elektro-encefalogram) De manier waarop zich
de epileptische aanval uit is daarbij afhankelijk van de lokalisatie waar
de ontlading in de hersenen plaatsvindt en kan vele vormen hebben.
Uit onderzoek is gebleken dat ook vreemde
gedragingen zoals bij voorbeeld vliegen vangen die er niet zijn en het
achter de staart aan rennen ook een vorm van epilepsie kunnen zijn. Indien
vanuit deze epilepsiehaard de ontladingen zich uitbreiden naar de omringende
hersencellen dan kunnen uiteindelijk alle hersencellen en ook het ruggenmerg
gelijktijdig ontladen en ontstaat een 'grand mal'. Dit is de algemeen
bekende vorm van epilepsie met 'fiets'-bewegingen en verlies van speeksel,
urine of feces.
Oorzaken van epilepsie
Er zijn zeer veel oorzaken van epilepsie De oorzaken kunnen daarbij zowel
binnen (primair) als buiten de hersenen liggen. Ook als de oorzaak ín de
hersenen is gelegen kunnen voeding, maar ook infecties van urinewegen, een
ontstoken lever -kortom alles wat het lichaam uit balans brengt- (meer)
epileptische aanvallen tot gevolg hebben. Bij de kat komt epilepsie
minder vaak voor. Bij de kat is er eigenlijk altijd een afwijking
verantwoordelijk voor de epilepsie.
Het belang van
onderzoek
Wij zien vaak patiënten waarbij direct gestart is met medicatie zonder enige
vorm van onderzoek. In een aantal gevallen is dit een gemiste kans. Een
leverontstekingen kan door medicatie verslechteren en zelfs de oorzaak van
de epilepsie zijn.
Minimaal onderzoek
Naast vele denkbare en zinvolle onderzoeken is een bloedonderzoek naar de
leverfunctie en algemeen urineonderzoek een minimumvoorwaarde voordat
gestart wordt met medicatie. Dit onderzoek moet dus uitgevoerd worden
vóórdat begonnen wordt met medicatie tegen de epilepsie
Maximaal onderzoek
Naast uitgebreid algemeen bloedonderzoek kan het ook zinvol zijn
specifiek bloedonderzoek te doen op infecties die geassocieerd worden
met het optreden van epileptische aanvallen. Daarnaast kan het zinvol
zijn foto’s van borst en buikholte te maken. Het hart verdient daarbij
speciale aandacht. Bij verdenking op ritmestoornissen kan het zinvol zijn
een 24-uurs
EEG.
(elektro-encefalogram) te
maken. Een echo van lever, nieren en milt kan locale aandoeningen zichtbaar
maken. Met een onderzoek van het hersensvocht (liquor
punctie) kunnen vormen van hersenvlies (menigitis)
en ontstekingen van de hersenen zelf ontstekingen worden gediagnosticeerd
Afwijkingen aan de hersenen die met een
hersenscan zichtbaar kunnen worden gemaakt zijn vooralsnog onbehandelbaar en
hebben daarom nog beperkte waarde.
Epilepsie en medicatie
- Niet behandelen en accepteren dat de hond
of kat een beperkt aantal aanvallen heeft.
- Uitgebreid onderzoek kan een behandelbare
aandoening opleveren.
- Het geven van Phenobarbital
op een dosering
die een aanvaardbaar niveau van bijwerkingen oplevert (meer drinken en
eten) gecombineerd met tenminste 2x per jaar controleren van de
leverwaarden.
- Het geven van Phenobarbital in hoge
dosering direct bij de eerste aanval van een serie en deze weer verlagen
na een periode van geen aanvallen.
- Het geven van Broom gedurende 2 tot 3 maanden.
Tussentijdse bloedcontroles zijn noodzakelijk.
- Combinaties van Broom en Phenobarbital.
- Fenytoïnenatrium (Epitard). Dit is een
laatste keuzemiddel vanwege de incidenteel ernstige (soms dodelijke)
bijwerkingen. Onbekend met de ernstige gevallen wordt het soms te
makkelijk voorgeschreven.
- Humane medicatie. Hoewel incidenteel
werkzaam hebben behandelingen met deze niet-diergeneesmiddelen een
experimenteel karakter.
Bedenk echter wel dat elke therapie betekent dat op
effect moet worden gedoseerd en dat het lang kan duren voordat een goede
balans tussen werking en bijwerking wordt gevonden. Geen enkele therapie
geeft dus zekerheid en aanvallen zullen dus bij een juiste dosering in
mindere mate blijven optreden.

|
|
Jonge honden tumor
|
De tumor zit gewoonlijk aan de
huid vast, is stevig en onbehaard, snelgroeiend (weken of maanden), maar
wordt niet groter dan 1-2 cm en heeft vaak de vorm van een erop liggend
roze rood, niet pijnlijk bultje, een 'knoopje'.
|
 |
In een aantal gevallen verdwijnen ze weer spontaan. Het eerste teken van
het weer verdwijnen is het kapot gaan van het gladde oppervlak waardoor
het meer het uiterlijk van een wondje krijgt.
Het weghalen is eenvoudig, maar dus lang niet altijd nodig. De kwaadaardige
vorm is zeer zeldzaam.
De tumor die hierop kan lijken is het mastocytoom. Deze tumor komt
eigenlijk nooit bij jonge honden voor. OOk deze tumor ziet er uit alsof de
huid beshadigd is. Veel honde eigenaren denken dan ook dat het een slecht
genezende wond is. Wonden of plekken die niet willen genezen zeker als het
geen jonge hond is dus altijd laten onderzoeken. In een vroeg stadium is het
verwijderen eigenlijk altijd nog mogelijk en succesvol
Bij twijfel kan microscopisch (punctie onderzoek) of histologisch onderzoek
(wegnemen van stukje weefsel) uitsluitsel geven.
|
|
OOGPROBLEMEN
bij de hond
Een
speciale oogaandoening:
KeratoConjunctivitis
Sicca (KCS)
|
Bij deze aandoening
bij de hond is sprake van een ontsteking van de oogleden en het hoornvlies
door te droge ogen. De oorzaak hiervan is onvoldoende traanproductie.Het
traanvocht heeft de functie om de oogbol vochtig te houden het hoornvlies te
voeden en infecties te voorkomen.
Vooral bij de kleine hondenrassen komt het nogal eens voor dat de traanklieren onvoldoende traanvocht produceren.
Ook kan het een bijwerking zijn van sommige antibiotica |

Een droog oog
|
| bescAls er onvoldoende traanvocht wordt
geproduceerd gaat de kwaliteit van het hoornvlies achteruit en raakt
het uiteindelijk ernstig beschadigd geïnfecteerd.
Zonder behandelingen gaat eerst
het gezichtsvermogen en uiteindelijk zelfs de oogbol verloren
|
Ernstiger vorm van een droog oog
|
Behandeling
Deze kan bestaan uit het stimuleren
van het traanvocht naast het toedienen van kunsttranen en
antibioticahoudende zalf. Vaak moet dit vele malen per dag gebeuren en
levenslang worden vol gehouden.
In die gevallen kan een operatieve ingreep de
oplossing bieden.
Bij onvoldoende traanproductie kan een speekselbuis worden omgelegd om als traanbuis te dienen
(Ductus Parotis Transpositie). |
Zelfde oog in later stadium, met extra
beschadiging
|
| Hierbij wordt de uitgang van
de oorspeekselklier, die normaal via de wang uitkomt, omgelegd naar het
aangetaste oog.
De voordelen zijn duidelijk:
- Geen eindeloos gedruppel meer met alle daaraan
verbonden werk en kosten
- De voeding van de oogbol wordt weer optimaal
verzorgd, waardoor de oogbol veelal zelfs weer helemaal helder wordt.
|
Opening traankanaal met
"operatie -hulpdraadje"
|
Er zijn ook enkele
nadelen:
- De éénmalige kosten.
- Een enkele keer blijkt de speekselproductie
toch nog onvoldoende.
- Een enkele maal blijkt de speekselproductie
overmatig. Het gevolg is een wat te nat oog, dat er een beetje raar
uitziet.
De operatie vraagt een zeer vaste hand, een
uitstekend gezichtsvermogen en een goede oog-hand coördinatie van de chirurg.
Daarnaast is fijn chirurgisch materiaal nodig omdat de speekselbuis een
zeer kleine diameter heeft.
De ingreep wordt al jaren met succes op
Dierenkliniek ’t Ossehoofd uitgevoerd.
|
|
|
Cherry Eye |
|
Cherry eye is een
protrusie (tevoorschijnkomen) prolaps (uitpuiling) of eversie (omklappen)
van de traanklier aan de achterzijde van het derde ooglid waardoor deze
zichtbaar wordt en gaat zwellen. De fel rode knobbel in de binnenste ooghoek
doet wat aan een kers denken en wordt daarom wel "cherry eye "genoemd.
Cherry is geen ernstige oogaandoening maar moet wel chirurgisch verholpen
worden.
De aandoening moet
niet verward worden met andere aandoeningen van het derde ooglid, zoals
bijvoorbeeld een folliculitis van het derde ooglid
|
|
Er zijn twee
chirurgische methoden om deze aandoening te verhelpen
1. De
weghecht/ enveloppe methode, Deze heeft geen 100% succes maar heeft
een (wat theoretisch) voordeel dat de traanproductie die voor een deel
door het derde ooglid wordt verzorgt behouden blijft. De traanproductie
heeft een enorme reserve capaciteit waardoor het maar de vraag is of een
iets lagere productie ooit een probleem vormt voor de hond.
2. De
verwijder methode: Deze methode is 100% succesvol maar heeft dus
het nadeel dat de reserve capaciteit van de traanproductie wat minder wordt
(zie ook sicca op deze pagina)
In overleg met u als
eigenaar worden beiden methode door ons gebruikt.
De operatie wordt regelmatig op onze kliniek uitgevoerd
Tekening van de envelop methode (1)
Hierbij wordt
aan de binnenzijde van het ooglid twee kleine incisies naast de traan klier
gemaakt (links) welke vervolgens met hechtingen worden gesloten waardoor de
traanklier wordt weggehecht. |
|
 |
|
 |
|
Afwijkende
haren op de ooglidrand
|
|
Sommige honden
worden geboren met haarzakjes die niet helemaal juist op de
ooglidrand zijn geplaatst. Afhankelijk van het type haar kan het maanden
tot enige jaren duren voordat dit haartje zodanig is gegroeid dat deze
het hoornvlies gaan irriteren. Haartjes in de binnenste ooghoek doen dat
bijvoorbeeld minder snel dan haren midden op de ooglid rand.
De
verschijnselen zijn in toenemende mate irritatie van de ogen welke niet
of slechts kortdurend reageren op (vette) oogzalf.
Het simpel
uittrekken van deze haren kan effectief zijn maar is slechts een
tijdelijke oplossing waarbij bovendien alleen grotere haren worden
verwijderd.
Een meer
definitieve behandeling is het elektrisch epileren.
Onder narcose wordt een zeer fijne metalen sonde naast de haar in het
haarzakje geschoven. Een kortdurende lage en ongevaarlijke stroom zorgt
er voor dat het haarzakje verhit wordt en op deze wijze ten gronde
gaat. Het haartje laat dan los uit het haarzakje en is zonder enige
trekkracht te verwijderen. Doordat de haarzakje op deze wijze stuk voor
stuk worden vernietigd komen de afwijkende haren niet meer terug.
Vooral als er veel haarzakjes zijn kan dit een tijdrovend karweitje
zijn.
Doordat het
verwijderen gebeurd onder zo optimaal mogelijke omstandigheden (stil
liggende hond, goed licht, speciale loepbril), blijkt nogal eens dat het
aantal haartjes groter is en op meer plaatsen voorkomt dan aanvankelijk
gedacht werd.
Ook als de
omstandigheden optimaal zijn is het niet altijd mogelijk alle haartjes
in 1 sessie te verwijderen. Soms moet de behandeling herhaald worden.
Vooral als er meerder haarzakjes direct naast elkaar zitten kan het
voorkomen dat niet met zekerheid in één sessie alle haarzakjes
definitief vernietigd kunnen worden. Bij jonge honden komt het tevens
voor dat nog niet alle afwijkende haarzakjes ontwikkeld zijn en dus nog
niet alle haren te zien zijn ten tijd van de behandeling, met als gevolg
dat op een later tijdstip weer nieuwe haren tevoorschijn komen.
De kosten en
het succes hangen dus af van de leeftijd, het aantal haren wat aanwezig
is en hoe groot ze zijn. Betreft het slechts enkele haren dan is het in
het algemeen snel en goed in één sessie te verhelpen.
Het
elektrisch epileren van afwijkende haren op de ooglidrand (ectopische
ciliën) wordt op dierenkliniek ’t Ossehoofd met regelmatig uitgevoerd.
|
 |
 |
|
|
|
 |
|
Scheve
kopstand
Inleiding
Een scheve stand van de kop is een neurologische afwijking die bij de hond
nogal eens voorkomt. De afwijking wordt eigenlijk bijna altijd veroorzaakt
door schade aan het evenwichtsorgaan (vestibulaire systeem). Omdat bij
mensen vooral hersenbloedingen zich uiten in een halfzijdige verlamming,
wordt vaak onterecht geconcludeerd dat het bij de hond ook om een dergelijke
aandoening gaat. Helaas wordt deze verkeerde en te sombere diagnose vaak
bij de hond gesteld, soms met alle gevolgen van dien. Daarom willen wij
u graag over deze aandoening informeren.
Oorzaken
Gelukkig komen ernstige aandoeningen die bij de hond een scheve kop veroorzaken,
slechts zelden voor.
Bij die ernstige aandoeningen kan worden gedacht
aan:
- Een storing in het evenwichtsorgaan. Kenmerkend
hierbij zijn ritmische spontane oogbewegingen als gevolg van een aandoening
van de evenwichts (vestibulaire) zenuw, die het binnenoor met de hersenen verbindt.
- In de hersenen gelegen oorzaken. Deze gaan
gepaard met uiteenlopende langzaam tot stand komende afwijkingen. De
snelle oogbewegingen ontbreken hierbij.
- Tumoren, hersentrauma en hersenbloedingen.
Deze zijn
allemaal zeldzaam bij de hond.
- Infecties het midden- of binnenoor, soms als
complicatie van een uitwendige oorontsteking. Deze infecties komen iets
vaker voor.
Geriatrisch vestibulair syndroom
De meest voorkomende oorzaak van de scheve
kopstand, vooral bij oudere honden, is echter het
geriatrisch
vestibulair syndroom. De oorzaak hiervan is nog onbekend.
Omdat hierbij ook bij eventueel onderzoek na de dood geen structurele afwijkingen worden waargenomen, wordt ook wel gesproken van een
idiopathische evenwichts (vestibulaire) aandoening.
Symptomen
- Een plotseling scheve kopstand.
- Evenwichtstoornissen.
- Een onzekere gang bij het lopen en omvallen.
- Ongecontroleerde snelle bewegingen van de
oogbol (nystagmus). De pupil van het oog beweegt van links naar rechts
of draait rondjes.
- Misselijkheid, braken en verminderde eetlust.
- Een leeftijd van 12.5 jaar of ouder.
Diagnose
Als uw hond dergelijke kenmerken vertoont, zal uw dierenarts een uitgebreid
algemeen lichamelijk onderzoek doen. Om de andere hiervoor genoemde oorzaken
van een scheve kopstand zo veel mogelijk te kunnen uitsluiten, wordt daarbij
ondermeer gekeken naar eventuele neurologische symptomen en ziekten van
de inwendige gehoorgang.
Indien de symptomen wijzen op het geriatrisch vestibulair syndroom, wordt
aanvullend onderzoek voor meer zekerheid, zoals röntgenologisch onderzoek,
meestal uitgesteld, omdat de verschijnselen van dit syndroom binnen enkele
dagen zullen afnemen. Indien de symptomen niet snel verbeteren, is verder
onderzoek geïndiceerd om andere oorzaken van de scheve kopstand geheel
uit te kunnen sluiten.
Behandeling
Behandeling is meestal niet nodig. Zonder behandeling zullen de symptomen
binnen 2-3 dagen verminderen. Eventueel kan wat ondersteunende therapie
worden gegeven tegen de misselijkheid. De meeste dieren leren binnen 1
tot 2 weken de afwijking te compenseren en kunnen verder een normaal leven
leiden. Een recidief van het geriatrisch vestibulair syndroom komt niet
vaak voor. Wel kan het zijn dat de hond permanent een min of meer scheve
kopstand houdt. Ook kan het dier last blijven houden van een wat onzekere
gang bij het lopen.
Waarschuwing
Het beeld lijkt in eerste instantie altijd zeer ernstig. Dit komt vooral
omdat we de ziekten van onze dieren afmeten naar de aandoeningen bij de
mens, waarbij we bij dit soort symptomen vaak als eerste denken aan ernstige
aandoeningen als hersensymptomen veroorzaakt door een infarct of een bloeding.
Dergelijke aandoeningen komen bij dieren zelden voor.
En in bepaalde gevallen, zoals bij een tumor, zullen er naast de eerder
beschreven verschijnselen vaak andere symptomen opvallen, zoals algemeen
ziek zijn, verlamming van de aangezichtsspieren en het Horne
Syndroom met het kenmerkende symptoom
dat één pupil groter is dan de andere.
Voor er bij een scheve kopstand een te sombere diagnose wordt gesteld
moet eerst vast staan dat er geen sprake is van de meest waarschijnlijke
oorzaak daar van: het Geriatrisch vestibulair syndroom.
|
|
Voorhuidontsteking bij de reu
Inleiding
Voorhuidontsteking of in vaktaal balanopostitis
is een veel voorkomend
probleem bij reuen. De reu verliest hierbij steeds enkele druppeltjes pus
uit zijn geslachtsopening. De hond zelf heeft er nauwelijks hinder van, maar
zijn omgeving vaak des te meer.
Oorzaak
De oorzaak is een infectie van de voorhuid. Dit treedt heel
makkelijk op omdat de omstandigheden binnen de voorhuid ideaal zijn voor de
groei van
bacteriën. Het is er warm, vochtig en ook aan voedsel in de vorm van prostaatvocht
is geen gebrek. Bovendien likt de
seksueel actieve reu regelmatig aan zijn penis, wat ook voor de nodige
infecties zorgt.
Voorkomen
Voorhuidontsteking zien we bij geslachtsrijpe reuen van alle
rassen en alle leeftijden. Bijna alle reuen hebben er af en toe last van, maar
bij sommigen neemt het echt hinderlijke vormen aan.
Diagnose
Het is niet moeilijk om vast te stellen of een reu een voorhuidontsteking
heeft. Een blik op z'n geslachtsdeel is meestal voldoende om te weten hoe
het ervoor staat. Bovendien verraadt de patiënt zich door een spoor
van pusdruppeltjes achter te laten
en
heeft hij veel aandacht voor dit gebied van zijn lichaam.
Andere mogelijk diagnosen
Andere redenen waarom een reu vocht uit zijn voorhuid kan verliezen zijn
afwijkingen aan de voorhuid zelf, prostaatontstekingen en urinewegproblemen gepaard gaande met incontinentie.
Indien de klachten ineens optreden bij de oudere reu dan moet de
voorhuid goed geïnspecteerd worden op afwijkingen. Prostaatproblemen
komen eigenlijk niet voor bij de jonge reu. Dit terwijl
voorhuidontsteking typisch een klacht is van de seksueel actief wordende
reu. Bij prostaatontstekingen is het vocht vaak wat bloederig.
Een eenvoudige maar wat onbekende methode om een
prostatitis
(prostaatontsteking) eenvoudig vast te stellen is via een urinekatheter een
zogenaamd
zuigbiopt
nemen. Een standaard urinekatheter met een opening
aan de zijkant wordt hiertoe rustig ingebracht
totdat de urine juist afvloeit en de katheter dus in de blaas zit. Vervolgens
wordt de katheter rustig enkele centimeters teruggetrokken. De opening
van de katheter ligt nu in de prostaat. Met een injectiespuit wordt
lichte onderdruk aangebracht waardoor de katheter zich vastzuigt in de
prostaat. Door een kort rukje aan de katether wordt nu een beetje
prostaat weefsel in de katheter gevangen wat geschikt is voor onderzoek.
Veel reuen accepteren dit prima.
Behandeling
De behandeling bestaat uit het bestrijden van de infectie. Dit kan door
in de voorhuid desinfecterende vloeistof aan te brengen (de zogenaamde
voorhuid cleaners) of door te behandelen met antibioticahoudende
producten. Het vervelende is alleen dat na het stoppen van de
behandeling de klachten vroeg of laat weer terugkeren.
In veel gevallen is het castreren van de hond een praktische oplossing.
Vooral als de voorhuidontsteking nog niet lang bestaat is dit eigenlijk
altijd effectief. Als de kwaal al veel langer bestaat
zal in ongeveer 20% van de gevallen de klachten niet geheel verdwijnen,
maar worden de klachten meestal wel beduidend minder.
Andere gevolgen van voorhuidontsteking
Door de voorhuidontsteking kan ook de buikhuid in de omgeving van de
penis wat ontstoken zijn.
De buikhuid in de omgeving van de penis is dun en weinig behaard en
kan door spatjes urine en door contact met de vele bacteriën en de pus
uit de voorhuid verontreinigd worden wat kleine ontstekingen veroorzaakt.
Vooral bij plassen op een harde ondergrond kan ook de binnenkant van
de poten verontreinigd worden. Deze aandoening wordt wel eens verward met
juveniele
pyodermie
wel een begrip (een lichte huidontsteking van vooral het liesgebied) maar
verdwijnt als het plasgedrag aangepast wordt of de voorhuid wordt schoongehouden.
Deze huidaandoening is te herkennen omdat deze richting penis in ernst
toeneemt hetgeen met de juveniele pyodermie niet het geval is.
Urineweginfecties bij de reu
Soms wordt gedacht dat een voorhuid ontsteking de oorzaak is van urine-
klachten bij de reu. Dit is een onjuiste gedachte. Opgevangen urine is
moeilijk te beoordelen. Deze is altijd rijk aan bacteriën en puscellen
zeker bij
een reu met voorhuidontsteking.
Voor ervaren dierenartsen is het eenvoudig om de blaas rechtreeks door
de buikwand aan te prikken en zo urine te verzamelen. Urine die op deze
wijze is verkregen, is veel geschikter voor onderzoek.
Bij de teef is
de plasbuis kort en mondt uit in de bodem van de vulva. Hierdoor kunnen
bacteriën relatief makkelijk van buiten af in de blaas komen. Bij de reu
is de plasbuis erg lang. Bovendien wordt door het plasgedrag van de
reu, de vele kleine plasjes, toch binnendringende bacteriën op tijd uit
de plasbuis gespoeld.
Deze vorm van
opstijgende urineweginfecties komen bij de reu dus eigenlijk niet
voor. Reuen waarvan via de (gepuncteerde urine) een urineweginfectie is
vastgesteld moeten dus altijd verder onderzocht worden.
Urineweginfectie bij de jonge hond
De
meest voorkomende oorzaken van urineweginfecties bij de jonge hond zijn
geen voorhuidontstekingen maar achtergebleven navelinfecties. In de
baarmoeder is de navel
namelijk met de blaas verbonden. Infecties van de navel kunnen zich
daardoor rond de geboorte via de navel nestelen in de blaas. Meestal
zijn dit infecties met de e-coli bacterie. Deze zijn moeilijk te kweken
en moeten langdurig met antibiotica moeten worden behandeld om definitief
te genezen. Deze infecties vallen vaak pas op als de zindelijkheidstraining
bij de nieuwe eigenaar problemen geeft.
Andere oorzaken van urineweginfecties bij de reu zijn blaasstenen,
infecties elders in het lichaam zoals vechtverwondingen, ontstekingen
van de kieswortel die via de bloedbaan de nieren bereiken of prostaatproblemen.
Wat het
onderzoek ook oplevert bij een
blaasontsteking, de voorhuidontsteking
als oorzaak is zeer onwaarschijnlijk.
 |
|
| |
|
|
| |