[pagina laatst gewijzigd 22-06-2010]

Algemene informatie over de pUP
     Een nieuwe pup
      Veel voorkomende aandoeningen bij jonge honden
     (Jongere) honden en voeding
 
Algemene informatie over de hond
     sterilisatie en castratie
     Zinvolle vaccinaties bij de hond
     Twee verschillende vaccinaties tegen kennelhoest
     Tegen welke ziekten wordt gevaccineerd
     Overzicht parasieten (Nederland en buitenland)
 
De oudere hond
     Veel voorkomende aandoeningen bij de oudere hond
     Lange nagels bij de (oudere) hond
 
Voortplanting bij de hond
    Progesteron bepaling (optimale dektijdstip)
    KI of natuurlijke dekking
    herdekken of niet?
    Herpes vaccinatie van de teef zin of onzin?
    de waarde van echo bij begeleiding van de dracht
    de waarde van rontgen foto's bij het begeleiden van de partus
    keizersnede overwegingen van dierenarts en eigenaar
    het beperkte nut van oxytocine injecties ("pieton")
    Gezondheidskeuring Engelse Bull
 
Nuttige weetjes bij de hond
     Chocola en rozijnen: giftig voor de hond
     Dieetvoer voor honden met artrose
 
Achtergrondinformatie bij aandoeningen van de hond
     Anaalklieren (anaalzakjes) ontsteking
     Bijtwonden door en bij honden
     Hartaandoeningen bij de hond
     Epilepsie en het nut van medicatie en onderzoek
     Jonge honden tumor
     Een speciale oogaandoening: Kerato Conjunctivitis Sicca (KCS)
     Cherry eye
     Scheve kopstand
     Voorhuidontsteking  en urineweginfecties  bij de reu
     Uitwendige gehoorgangontsteking (uitgebreide pagina)
     Cryptorchidie (niet ingedaalde testikel) bij de reu   
 
HUIDPROBLEMEN BIJ DE HOND (in aanmaak)
     door infecties
     door parasieten
     diverse oorzaken
     allergieën en storingen afweersysteem
     rasgebonden huidaandoeningen
    
 
UITWENDIGE GEHOORGANGONTSTEKING
 
OOGPROBLEMEN BIJ DE HOND
     Een speciale oogaandoening: KeratoConjunctivitis Sicca (KCS)
     Cherry eye
     Afwijkende haren op de ooglidrand
 

ALGEMENE INFORMATIE OVER DE PUP

 

Een nieuwe pup

Het opvoeden van en het zorgen voor de pup vereist kennis, tijd en inzet. Hierbij een overzicht van adviezen, deels ook beschreven onder andere onderwerpen.

Voeding en groei
Tijdens de eerste paar maanden zijn puppies uiterst actief en groeien ze erg snel. Hun voeding moet voldoen aan deze uitzonderlijke energiebehoefte. Bij pups van kleine en middelgrote honden moet het energiegehalte van het voer hoger zijn dan van de voeding voor volwassen honden.

De groei is een belangrijke periode in het leven van een hond. Tijdens deze periode worden zowel het karakter als het lichaam van de toekomstige volwassen hond gevormd. Voor een harmonieuze ontwikkeling heeft een pup voeding nodig die rekening houdt met zijn daadwerkelijke behoeften. Of de pup een gezonde volwassen hond wordt met een goede bouw, een stevig gebit en een mooie glanzende vacht wordt beïnvloed door de kwaliteit en de hoeveelheid voeding in deze periode.

De groei van pups van kleine-, middelgrote-, grote- en zeer grote rassen is zeer verschillend. Zo is een teckel in 8 tot 10 maanden volgroeid, terwijl dit bij een Sint Bernard tot 18 maanden duurt. Bij de grote en zeer grote rassen komen door de enorme groei (van 600 gram bij de geboorte tot 70

 

 

 

 

lo op de leeftijd van 18 maanden), dan ook vaker groeistoornissen voor dan bij de kleine en middelgrote rassen.

Het is uiterst belangrijk dat de pup niet te snel groeit. Een te hoge groeisnelheid verhoogt het risico op bot- of gewrichtsproblemen. De energieopname per dag heeft de grootste invloed op de groeisnelheid van de pup. Het is belangrijk om een pup van een groot ras schraal op te laten groeien. Eveneens van groot belang is een aangepast calcium- en fosforgehalte (Ca2+: 0.85% / P042- 0.63%) om zorg te dragen voor een goede mineralisatie van het skelet.
(Zie ook Jongere honden en voeding)

Paraveterinaire consulten voor gewicht en groei (kosteloos)
Wij willen graag helpen bij het streven naar de juiste groei van uw pup. Omdat het vroegtijdig signaleren van problemen met de gezondheid erg belangrijk is, hebben we hiervoor een speciaal spreekuur opgezet. Dit spreekuur wordt gehouden door onze paraveterinairen. Elke twee tot drie weken komt u voor groeibegeleiding met uw pup naar de kliniek waar de lichaamsconditie en het gewicht worden vastgesteld. Zie openingstijden voor dit kosteloze spreekuur.

Vaccinaties
Het is in het belang van de gezondheid van uw pup dat deze zijn basisvaccinaties krijgt. Bij het eerste bezoek met uw pup aan de kliniek doen wij een lichamelijk onderzoek naar zijn gezondheid en wordt hij gecontroleerd op erfelijke aandoeningen. U krijgt dan ook advies over de diverse vaccinaties die op hem van toepassing zijn. Vaccineren is maatwerk; niet iedere hond heeft dezelfde vaccinaties nodig.

U hoeft niet zelf aan de (vervolg)vaccinaties te denken; u ontvangt van ons een herinneringskaart. Bij ieder vaccinatieconsult doen wij ook een lichamelijk onderzoek om vroegtijdig problemen op te kunnen sporen.

Schema van basisvaccinaties voor de pup

  • 6 weken: pupvaccinatie.
    Parvo en hondenziekte: (vaccinatie geschiedt met de mazelen variant.)
    Deze vaccinatie gebeurt gewoonlijk bij de fokker.
  • 9 weken: cocktail
    Parvo, HCC, ziekte van Weil en hondenziekte.
  • 12 weken: cocktail
    Parvo, HCC, ziekte van Weil en hondenziekte.

Afhankelijk van de leeftijd en voorgaande vaccinaties zijn ook andere schema's mogelijk.

Naast deze basisvaccinaties, is het soms wenselijk uw hond te enten tegen kennelhoest, hondsdolheid (rabiës) of de parasiet babesiose.

Voor de kosten van vaccinaties zie Tarieven

Parasieten behandelingen
Het is zeer belangrijk uw pup te beschermen tegen parasieten. Honden zijn erg gevoelig voor de gevolgen van wormen, vlooien en teken. Wij adviseren u daarom om uw hond regelmatig te ontwormen. Er zijn goede producten om deze parasieten te bestrijden.

Ontwormen van pups elke 2 weken na de geboorte en op de leeftijd van 2, 4 en 6 maanden. Daarna minimaal 2 keer per jaar. Afhankelijk van het gewicht en de (on)mogelijkheid om pillen in te geven adviseren wij u Banmith Milbemax, Drontal, Dolthene (vloeistof) Stronghold (druppels op de huid). Deze producten zijn zeer effectief en veilig en makkelijk toe te dienen. Ieder met hun eigen specifieke kenmerken en voordelen
                                                    


Wat kan er mis zijn met uw pup?

 

De belangrijkste gezondheidsproblemen bij de pup

  • Temperatuur
    Het kan voorkomen dat uw pup zich niet zo lekker voelt. Hoewel veel ziekten niet met koorts gepaard gaan is het goed om de pup even te temperaturen. De normale temperatuur gemeten in de endeldarm (voldoende diep gemeten!) van een hond ligt ongeveer tussen de 38 en 39 graden.
     
  • Hoe ziet de ontlasting eruit
    Als de hond vaker naar buiten moet, loop dan even mee om zijn ontlasting te controleren. Op deze manier heeft u snel in de gaten of de hond diarree heeft en of er bloed in de ontlasting zit.
     
  • Maagdarmklachten
    Het meest voorkomende probleem bij de pup zijn maagdarmklachten. Dit heeft verschillende oorzaken. Pups eten relatief veel, missen vooral in het begin de beschermende werking van moedermelk, eten voer dat niet optimaal is, zijn vaak onvoldoende ontwormd en eten verder alles wat ze tegen komen.
     
  • Slappe ontlasting en verminderde eetlust.
    De klassieke fout die bijna iedere eigenaar maakt bij een pup die ineens het voer niet 'lekker' vindt is hem andere eten geven. Het maagdarmkanaal heeft RUST nodig en zeker geen ander soort voedsel. Dus bij plotseling weigeren van voedsel de hoeveelheid sterk terugnemen, wel water (of yoghurt) geven en bij voorkeur even een afspraak maken. immers een pup die niet wil eten is ziek en verminderd snel in weerstand
     
  • Misselijkheid met spugen
    Bij misselijkheid met spugen onmiddellijk al het eten en drinken weghalen en alleen kleine slokjes water geven. Als de hond het water binnenhoudt, kunt u hem gedurende een dag yoghurt geven. Aarzel niet om contact op te nemen met ons!
     
  • Spugen en diarree
    Bij spugen en diarree eten en drinken weghalen. Dringt u hem geen (ander) voer op; dat maakt het alleen maar erger. Maak een afspraak maken met de dierenarts.
     
  • Kreupelheid: spierpijn, een verstapping of erger
    Spierpijn komt niet voor bij een pup. Als een pup dus aangeeft dat hij pijn heeft, is dat meestal omdat gewrichten en ledematen overbelast zijn. Gun de hond dan rust. Als het regelmatig voorkomt kunt u er het beste naar laten kijken.
    Het kunnen groeipijnen zijn maar ook overbelasting van heupen en ellebogen. Het is van belang dat dit tijdig wordt opgespoord.
     
  • Gebroken poot
    De botten van pups zijn nog niet zo stevig dus een botbreuk komt bij pups vaker worden dan bij volwassen honden. De poot is dan meestal duidelijk te dik en de pup houdt de poot dan vaak zo slap dat deze bungelt.
     
  • Oogontsteking
    Oogontstekingen met een beetje pus-achtige uitvloeiing komen veel voor bij de pup maar zijn meestal onschuldig zolang het oog maar helder is en de pup niet knijpt met het oog. Toch is het wel goed om er een keer naar te laten. Een gezwollen oogamandel (deze zit achter het derde ooglid), en een door de natuur verkeerd geplaatst haartje kunnen beter behandeld worden.
     
  • Schoonmaken van ogen
    Veel mensen gebruiken gekookt water voor het schoonmaken van ogen. Het drinkwater in Nederland is echter van dermate goede kwaliteit dat het koken voor het schoonmaken van ogen, volstrekt overbodig is. Bovendien is water irriterend voor het oog.
    Het traanvocht dat het oog beschermt is zout. Aan het water waarmee het oog wordt schoongemaakt kan dus het beste ook wat zout worden toegevoegd. Eén afgestreken theelepel zout op een kopje water volstaat.
     
  • Hoesten en neusuitvloeiing
    In tegenstelling tot de mens komen verkoudheden bij een pup niet voor. U kunt het beste naar de dierenarts gaan met een hoestende pup, zeker als die ook nog koorts heeft en een groene neusuitvloeiing.
     
  • Huidproblemen en jeuk in het liesgebied
    De huid van de jonge hond is nog erg kwetsbaar. Vooral in de liezen komen regelmatig huidontstekingen voor, vaak met rode vlekjes of pukkeltjes. (juveniele pyodermie). De oorzaak moet gezocht worden in (verminderde) algemene weerstand en niet-optimaal voeren en ontwormen. Bij reutjes kunnen het ook urinespatjes of een voorhuid ontsteking zijn.
     
  • Krabben aan oren en hals
    Jonge pups krabben vaak in de hals of bij de oren omdat ze nog moeten wennen aan de halsband die ze om hebben. Kijk voor de zekerheid toch nog even goed in de oren of die wel schoon zijn of laat de dierenarts ernaar kijken bij een (vaccinatie)consult.
     
  • Veel drinken en niet zindelijk worden
    Bij pups komt het nogal eens voor dat zich een bacterie in de urinewegen heeft genesteld zonder dat dit direct waarneembaar is. Aangenomen wordt dat deze bacterie hier via de navel terecht is gekomen. Het enige wat opvalt is dat de hond wat meer drinkt en wat moeite heeft met zindelijk worden.

    Een normale pup van 5 kilo die droogvoer krijgt, drinkt niet meer dan een koffiemok water per dag. Een dubbele hoeveelheid is al verdacht.
    Omdat met normaal urine-onderzoek deze aandoening niet kan worden opgespoord wordt nogal eens de diagnose 'psychogeen' drinken gesteld. Indien het echter een infectie betreft leidt dit tot blijvende nierschade. Met wat uitgebreider onderzoek is deze aandoening wel op te sporen en vroegtijdig te behandelen.

    Neem geen gezondheidsrisico's!
    Als u het niet vertrouwt is het altijd verstandig om een afspraak te maken voor onderzoek. Door een goede observatie van uw hond kunt u ons helpen een beter beeld te krijgen van de klachten.

     


Jongere honden en voeding

Nu de grondstoffen in de voedingsmiddelen weer duurder zijn geworden en met de laatste schandalen in het achterhoofd, is deze pagina over voeding opgezet. Voeding is méér dan 'eten geven'; voeding is gezondheid en wel zijn. Uit niet-optimale voeding komen veel gezondheidsproblemen voort zoals de welbekende darmklachten en allergieën, maar ook allerlei andere kwalen lijken te beïnvloeden door  voeding. Denk aan gewichtsproblemen, urinewegproblemen, veroudering, overgwicht
 

Wat onvoldoende bekend is, is dat ook botaandoeningen zoals elleboogdysplasie, heupdysplasie, OCD (osteochondrose), enostosis (pijnlijke botziektes) en het wobbler-syndroom (pijnlijke nekwervels), het gevolg kunnen zijn van verkeerde voeding.


Een beetje extra informatie over voeding kan dus ook geen kwaad. Op deze pagina treft u veel informatie aan over voeding voor uw pup (en volwassen hond) zodat u een weloverwogen keuze kunt maken. Met goede voeding geeft u uw hond immers een goede en gezonde basis voor zijn leven.

Voeding speelt een zeer belangrijke rol bij de groei van een pup. Helaas worden er veel onwaarheden verspreid op dit gebied. Deels omdat velen elkeaar na praten, deels ook omdat de commercie veel invloed heeft. Hondenvoer is "big business" waarbij mooie verhalen vaak beter werken als goed voer.

Er worden vele soorten puppyvoeders verkocht speciaal voor de jonge opgroeiende hond. Daarnaast geven veel fokkers voedingsvoorschriften mee bij het afhalen van de hond. Helaas zijn een groot aantal van deze voeders en adviezen niet gebaseerd op de huidige kennis, en soms zelfs op verkeerde aannames.

De informatie die u hieronder aantreft, is gericht op de belangrijke elementen van de voeding voor uw jonge hond.

Te veel voer voor de pup

Met regelmaat kommen we ernstige vormen van diarree tegen (rottingsdiarree) domweg omdat te veel voedsel wordt gegeven. Rekenfouten, verkeerd op de zak kijken, verkeerde adviezen allemaal oorzaken waardoor puppen te veel vooer krijgen

Een pup moet maximaal 35 gram droogvoer per kg per dag! hebben.

Meer kunnen de darmen domweg niet verteren. Meer voer helpt dus ook niet, in tegendeel om plaats te maken voor al dat voer gaat het er alleen maar sneller door heen waardoor het slechter verteerd wordt en gaat rotten, waardoor de pup zich minder gaat voelen en het "voer niet meer lekker"vind. Veel eigenaren zijn zo angstig voor het slechte eten dat er vervolgens weer van alles geprobeerd wordt om toch te geven. Kortom het ideale recept voor darmproblemen.

Snel en schrokkerig eten
Snel eten is altijd belangrijk geweest voor onze oerhond. Als een hond  gevonden had moest je zorgen dat je alles zo snel mogelijk naar binnen schrokte voordat een andere dier "lucht"kreeg van zijn prooi.

Schrokkerig eten en altijd zin hebben in eten is dus normaal voor een pup

 

Kalk
Voorheen bevatte vrijwel alle puppyvoeders bevatten (veel) extra kalk. Daarnaast worden door sommige fokkers nog toevoegingen geadviseerd die mineralen bevatte. Dit lijkt logisch want voor skeletopbouw is kalk nodig. Gecombineerd met de grote aandacht voor botontkalking bij oudere mensen, wordt al gauw gedacht een beetje dat extra kalk wel goed zal zijn of anders geen kwaad kan.

Gebleken is echter dat in standaard hondenvoer al ruim voldoende kalk zit en dat het waarschijnlijk, met name voor de honden van grote rassen (rassen met een eindgewicht van boven de 20 kilo), juist beter zou zijn om speciale voeding met een verlaagd kalkgehalte te geven. Een te hoog kalkgehalte tijdens de (vroege) groei kan diverse soorten van skelet ontwikkelings- stoornissen veroorzaken en daarmee dus ernstige kreupelheden.
Dit geldt voor alle voeding, dus ook de voeding die al in het nest bij de fokker wordt gegeten en vanaf de eerste dag bij u thuis. Juist gedurende de eerste 6 maanden van het leven van een pup is kan er op dit gebied veel mis gaan. Voor kleine honden (eindgewicht onder de 20 kilo) kan een teveel aan kalk een stuk minder kwaad.

(Te veel) energie
Vrijwel alle puppyvoeders bevatten veel meer energie, meestal in de vorm van vet. Ook dit lijkt logisch: groei kost energie. Maar groei kost niet zoveel energie dat dit extra in het voer moet worden aangeboden. In standaard (volwassen) hondenvoer is ruim voldoende energie aanwezig, ook voor de groeiende pup. Met de extra energie die wordt aangeboden worden veel groeiende honden juist te zwaar, hetgeen funest is voor de ontwikkeling van de gewrichten. Ook dit is vooral van belang voor honden van grotere rassen. Bij de assistentes zijn gratis gewichtstabellen verkrijgbaar met de streefgewichten voor de groei van uw hond.

Een goed puppyvoer bevat dus géén extra kalk of energie maar is gewoon goed verteerbaar en de eiwitten zijn van goede kwaliteit met een hoge biologische beschikbaarheid. Doordat de fabrikanten meestal alleen de minimale wettelijke verplichte informatie op de verpakking vermelden -liefst nog in 7 talen en in een onleesbaar lettertype is- het echter lastig voor u om de kwaliteit van het voer te boordelen.
Belangrijk is dat de pup er goed uitziet, niet winderig is, een goede eetlust heeft en niet te veel en goede liefst donkere ontlasting heeft die niet sterk ruikt en ook geen slijm of bloed bevat..

Stuurt u gerust een email als u achtergrondinformatie of uitleg wilt over de voeding die uw hond gebruikt. U kunt hiervoor ook een afspraak maken met de voor het groei- en gewichtsspreekuur dat door de paraveterinairen wordt gehouden. Neemt dan wel een wikkel of de verpakking van het voer mee.

Kleine honden
Bij kleine honden zoals West Highland Whites, teckels, cairn terriërs, Yorkshire terriërs, Maltezers enzovoort, komt het wat minder nauw op de voeding aan en zijn er niet snel problemen te verwachten. Het voordeel van puppybrokjes is wel dat ze vaak wat kleiner zijn en dus voor de pup makkelijker te eten dan hondenvoer voor volwassen dieren.

Uiteraard is het ook voor deze rassen niet de bedoeling dat ze te dik worden, maar de gevolgen zijn minder funest dan bij grote hondenrassen. Als er op tijd wordt ingegrepen is het overgewicht weer makkelijk terug te brengen zodat er op lange termijn geen problemen te verwachten zijn. Het is verstandig het gewicht regelmatig te (laten) controleren om de voeding op tijd te kunnen aanpassen.
 

Grote(re) honden
Honden zoals de Duitse herder, Mechelse herder, labrador, Deense dog, rottweiler en de boxer worden tot de grotere rassen gerekend.

Bij grote rassen is het, zoals eerder aangegeven,  dus onverstandig om zomaar puppybrokken te geven. Er zijn echter ook goede uitzonderingen: Eukanuba puppybrokken voor large breeds (grote rassen), Hill’s voor large breeds, Waltham Junior II en Royal Canin Osteo. Deze voeders bevatten een uitgebalanceerde hoeveelheid kalk die optimaal is voor opgroeiende honden van de grote rassen.

Veel dierlijke grondstoffen (ook wel vlees genoemd) bestaat tegenwoordig uit separatorvlees. Dit is vlees dat machinaal wordt verwijderd van uitgebeende karkassen. Hierdoor bevat het veel kalk. Dit maakt het vlees dus ongeschikt om te verwerken in puppyvoer voor de grote rassen. Daarom moeten duurdere grondstoffen (lees: beter vlees) worden gebruikt wat zich laat terugvinden in een hogere prijs.

Er zijn ook fabrikanten die helemaal geen puppybrokken maken. In veel opzichten hebben ze gelijk. De kwaliteit en samenstelling van voer voor volwassen honden hoeft echter minder goed te zijn als voor puppies. Indien het voer voor puppies van voldoende kwaliteit is dan is het eigenlijk wat lux voor vooral de grotere  volwassen honden.

Opmerkingen en tips over het voeren van uw pup
 

  • Het voordeel van puppyvoer is dat de verteringskwaliteit en de biologische beschikbaarheid hoger zijn. Dit is van belang omdat ten opzichte van volwassen dieren van dezelfde afmeting veel meer verteerd moet worden, terwijl de darmen nog niet goed ontwikkeld zijn en de dieren daarbij ook nog wel eens geplaagd worden door wormen en infecties.
     
  • De meeste hoeveelheden die op de verpakking worden geadviseerd zijn veel te ruim. Honden eten die porties dan ook vaak niet op of hebben zeer veel ontlasting vanwege de passage van veel onverteerd voedsel. Winderigheid, de bak niet leeg eten en veel ontlasting zijn dus kenmerken van slechte vertering van het voedsel en overvoeren.
     
  • Voor volwassen huishonden kan worden uitgegaan van 10-15 g droogvoer per kilo lichaamsgewicht. Voor jonge dieren in de groei mag dit maximaal het dubbele, dus 30 gram, zijn. Diepvries voer en zeker blik bevat veel vocht. Hier mag daarom 2 tot 4 keer zoveel van gegeven worden 
     
  • Diepvriesvoeders zijn lastig en duur in gebruik, maar wel superieur aan droog- of blikvoer in verteerbaarheid en biologische beschikbaarheid. Veel honden vinden het bovendeel erg lekker.
    .
  • De darmen van jonge honden kunnen het best 24 uur per dag aan het werk worden gezet. Met name 's nachts tijdens de slaap wordt er optimaal verteerd. Zolang het de zindelijkheidstraining niet verstoort kan het beste ook 's avonds laat nog wat voer worden gegeven.
     
  • Vermijdt voerwisselingen en geef zo min mogelijk voer tussendoor of als beloning. Elke verandering van het voerschema kan de op topvermogen werkende darmen verstoren. Slijm of zelfs bloed in de ontlasting zijn een ernstige waarschuwing.
     
  • Puppy's worden relatief vroeg gespeend op een leeftijd van 5 tot 6 weken. Eigenlijk is dit voor de darmen te vroeg. Het is van belang om vooral de eerste dagen de darmflora te stabiliseren en te beschermen door bij elke maaltijd wat gefermenteerde melkproducten als kwark en Bulgaarse yoghurt te geven.
     
  • Als een pup even wat minder eetlust heeft, direct minder voer geven en niet proberen of het dier andere dingen nog wel lekker vindt. Op zijn gunstigst leer je de pup daarmee een 'fijnproever' te worden. Vaker help je het dier met die verwisseling van de regen in de drup. De beste manier om de pup tegen zichzelf beschermen is door voer te minderen en het dier 'hongerig' te houden.
     
  • Bij diarree niet zelf gaan experimenteren. Dit loopt bij een pup snel uit de hand. Braken en waterdunne diarree met bloed zijn een alarmsignaal. Haal al het voer weg en neemt contact op met de dierenarts.
     
  • Geef pups van grote rassen het liefst hoogwaardig puppyvoer (Eukanuba, Hill’s, Royal Canin of Waltham) en geen willekeurig gewoon puppyvoer. Alle toevoegingen daarnaast zijn overbodig en vaak zelfs schadelijk. Daarnaast is belangrijk het gewicht in de gaten te houden gedurende de hele groeiperiode, zijnde de eerste anderhalf jaar.
     
  • Ook voor pups van kleine rassen is het verstandig om puppyvoer te geven. Bij deze honden is het daarnaast ook aan te raden het gewicht goed in de gaten te houden.

Wij willen u graag helpen bij de opgroei van uw pup. Dit kan door groeibegeleiding. U komt dan elke twee of drie weken met uw pup naar de kliniek. Wij bepalen dan de lichaamsconditie en het gewicht. Aan de hand hiervan kunnen we bepalen of uw pup goed en gelijkmatig groeit. Voor cliënten die de zorg van hun pup aan onze kliniek hebben toevertrouwd is deze service gratis!
                                                                                                                     


Algemene informatie over de hond
 
Sterilisatie / castratie

Sterilisatie van de teef.
(klik hier voor het misleidende begrip sterilisatie)

De teef kan vanaf een maand of zes voor de eerste keer loops worden. Wanneer u bij voorbaat zeker weet dat u geen nestje wilt, dan kunt u het beste uw hond nog voor de eerste loopsheid laten steriliseren. Het is ook mogelijk om de loopsheid te voorkómen door middel van een injectie. Deze injectie dient echter regelmatig te worden herhaald en geeft ook gezondheidsrisico’s. Daarom is deze injectie vooral bruikbaar als tijdelijke oplossing.

Voordelen van sterilisatie:
  • Voorkómen van een onbedoeld nestje
  • Voorkomen van hinderlijke aandacht van reuen
  • Algehele gezondheidswinst: Bij herhaling heeft uitgebreid onderzoek uitgewezen dat (vroeg) gesteriliseerde teven een veel hogere levensverwachting hebben (gemiddeld 1-2 jaar) dan niet gesteriliseerde teven. Dit is als volgt te verklaren
    • schijndracht:
      na elke loopsheid volgt een periode van 6-8 weken waarin het zwangerschapshormoon progesteron wordt gevormd. In afwijking van bijvoorbeeld de mens gebeurd dit dus ook als de hond niet drachtig is. Dit kan zich in meer of minder mate uiten door opgezette melkklieren, toegenomen buikomvang of ander gedrag. Met name in de laatste fase  kan dit zelfs  tot nestdrang leiden.
    • Borstklierkanker
      Progesteron is verantwoordelijk voor stimulering van de melkklieren en daarmee ook voor de vorming van borstkliertumoren op oudere leeftijd. Borstkliertumoren komen veel voor bij de oudere hond (tot wel 50% bij sommige rassen) en zijn veelal kwaadaardig. Het ontdekken van knobbeltjes in de borstklieren noodzaakt dan ook tot uitgebreide chirurgie die simpel voorkomen had kunnen worden door de hond voor de eerste loopsheid te steriliseren. De kans op borstkliertumoren is dan tot bijna 0 gereduceerd.
    • Eén keer loops laten worden een verouderd advies:
      Zelfs één keer loops worden vergroot de kans op borstklier tumoren op latere leeftijd al met 4 tot 8 %! . Het wachten met steriliseren tot na de eerste loopsheid zoals soms nog gepropageerd wordt is dan ook een achterhaald advies. In tegenstelling tot wat veel beweerd wordt zijn er geen voordelen aan te tonen (andere dan gevoelsmatige), van het 1 keer loops laten worden.
    • Suikerziekte: (klik hier voor algemene uitleg van suikerziekte)
      Progesteron zoals dat na elke loopsheid wordt gevormd is een enorme belasting voor de suikerstofwisseling Het is dan ook niet vreemd dat suikerziekte bij niet gesteriliseerde teven op oudere leeftijd veelvuldig voor komt.
    • Baarmoederslijmvlies ontstekingen:
      Onze huishond bereikt tegenwoordig vaak een hoge leeftijd. Honden kennen niet zoiets als de overgang. Met name bij oudere honden zorgt deze voortdurende hormonale activiteit op latere leeftijd voor baarmoeder afwijkingen. Aanvankelijk alleen in de vorm van cystes, maar bij toenemen van de leeftijd steeds vaker in de vorm van een periode van afwijkende uitvloeiing of langer durende loopsheid. Deze honden zijn ook minder fit waarbij u als eigenaar vaak denkt dat het het ouder worden hiervoor verantwoordelijk is. Honden verouderen echter meestal niet geleidelijk. Indien dit wel zo is dit vaak een aanwijzing voor een gezondheidsprobleem. Dit wordt onderstreept omdat veel eigenaren van honden die op oudere leeftijd worden gesteriliseerd deze zich nadien ineens weer veel jonger en fitter gedraagt.
    • Pyometra :
      indien een hond na de loopsheid zijn eetlust verliest, het drinken juist toeneemt en een wat futloze indruk maakt, dan moet sterk rekening gehouden worden met een baarmoeder ontsteking. De baarmoeder is dan vergroot en gevuld met ontstekingsvocht en bacteriën. Een dergelijke met pusgevulde baarmoeder ook wel Pyometra genoemd vormt een ware tijdbom. De diagnose kan eenvoudig gesteld worden met een echo onderzoek. De enige echte remedie is de zieke baarmoeder operatief te verwijderen. Veel eigenaren zien hier tegen op omdat de hond wat wat ouder is en al langer geen goede indruk meer maakt. Indien bloedonderzoek echter aantoont dat de de nieren goed werken, zijn met de ervaring in chirurgie, narcose en nazorg in een kliniek als de onze, de vooruitzichten echter uitstekend. Ander methode van behandeling zijn een combinatie van (abortus)hormonen en antibiotica. Doordat een tijdje duurt voordat het werkt is deze behandeling niet zonder risico. Bovendien is het effect maar tijdelijk. de volgende loopsheid komt de baarmoeder ontsteking zeer waarschijnlijk in alle hevigheid terug.

Nadelen van sterilisatie:

Hoewel de nadelen van sterilisatie eigenlijk nooit opwegen tegen de voordelen worden ze voor de volledigheid genoemd

  • Bij sterilisatie van grote hondenrassen neemt de kans op incontinentie op latere leeftijd wat toe. Inmiddels is aangetoond dat dit risico bij dieren met een gecoupeerde staart hoger is. Nu couperen niet meer is toegestaan mag worden aangenomen dat dit risico bij rassen als de boxer en dobermann is afgenomen. Eventuele incontinentie op oudere leeftijd als gevolg van sterilisatie kan echter eenvoudig medicinaal worden verholpen, mits de baarmoeder is verwijderd.
  • Na sterilisatie hebben honden de neiging om dikker te worden. Dit moet u dus goed in de gaten houden.
  • Na sterilisatie kunnen vachtveranderingen optreden. Dit wordt vooral, maar niet uitsluitend, gezien bij rassen met een lange vacht zoals de Setter, de Briard, de Golden Retriever, de Berner Sennenhond, de  Newfoundlander.
  • Gedrag: onderzoek heeft uitgewezen dat agressief dominante teven agressiever worden na sterilisatie

Verdere opmerkingen:
Wanneer de hond vlak na de loopsheid wordt gesteriliseerd kan dit in een zeldzaam geval leiden tot schijndracht. Wij doen deze ingreep dan ook bij voorkeur op een ander moment.

Echter wanneer het de eerste loopsheid betreft is het beter de hond toch al in de loopsheid te steriliseren omdat daarmee wordt voorkomen dat de progesteronproductie op gang komt en daarmee de kans op het optreden van borstklierkanker alsnog vergroot

Bij een sterilisatie in onze kliniek worden zowel de eierstokken als de baarmoeder verwijderd. Voornaamste reden is dat het laten zitten van de baarmoeder geen voordelen heeft, maar wel een duidelijk nadelen. Niet alleen kan deze baarmoeder alsnog op latere leeftijd problemen geven, maar ook is inmiddels gebleken dat, indien het op latere leeftijd nodig is, het meest geëigende middel voor incontinentie bij teven niet veilig kan worden toegepast.

Samengevat
De algemene gezondheidswinst die zich nog het best verbeeld in een hogere levensverwachting van gemiddelde  1-2 jaar is zo groot dat tenzij belangrijke argumenten zich hiertegen verzetten altijd moet worden overwogen een teef voor (of desnoods tijdens) de eerste loopsheid te laten steriliseren

Tarieven
Voor tarieven van castratie en sterilisatie zie Tarieven

Castratie van de reu

Castratie en gedrag
Als de reu last heeft van dominant, agressief en/of seksueel gedrag kan dit een overwegingen zijn om hem te laten castreren. Daarnaast reduceert castratie de kans op prostaatontstekingen. In veel gevallen wordt echter het effect op het gedrag erg overschat. Neem contact met ons op als u hier meer over wil weten.


Chemische castratie
Het is ook mogelijk om een reu tijdelijk (4 tot 8weken) met behulp van een injectie te castreren. Op deze wijze kan worden nagegaan of castratie het gewenste effect geeft. . Deze vorm van beïnvloeding werkt door toediening van een grote hoeveelheid hormoon wat vergelijkbaar is met het zwangerschaps-hormoon progesteron. Hierdoor wordt weliswaar de productie van mannelijke hormonen geremd maar wordt tevens door het progesteron een gedragsverandering bewerkstelligt. Het effect op het gedrag is per definitie  niet helemaal  vergelijkbaar met een operatieve castratie. Deze injectie wordt nog steeds veel gebruikt bij de behandeling van prostaatontstekingen voortlopend op de definitieve chirurgische castratie.

Implantaat

Sinds 2008 is het mogelijk om een reu te castreren door middel van een minuscuul implantaat ter grootte van een chip.

Het implantaat lost langzaam op en geeft een stof af die minimaal 6 maanden het hormooncentrum in de hersenen remt dat de aanmaak van geslachts-hormonen beïnvloedt. Reuen met een implantaat zijn tijdelijk onvruchtbaar. Zie ook het artikel 'de pil voor de reu' in de nieuwsbrief juli 2008 

Tarieven
Voor tarieven van castratie en sterilisatie zie Tarieven

 


                                                                                                                     


Zinvolle vaccinaties bij de hond

Pups
Pups moeten meerdere keren worden geënt voordat zij een goede bescherming tegen diverse ziekten hebben. De eerste vaccinatie kan worden gegeven op een leeftijd van 6 weken. Herhaling als de pups 9 en 12 weken oud zijn..
(Zie verder Een nieuwe pup)

Jaarlijkse cocktail-vaccinatie voor volwassen dieren
U ontvangt van ons een herinneringskaartje als uw hond weer zijn jaarlijkse cocktail-vaccinatie moet hebben. Deze cocktail biedt bescherming tegen hondenziekte, het parvo-virus, de ziekte van Weil, leverziekte en het para-influenza-virus. Deze aandoeningen zijn het meest bedreigend voor de hond en het is zinvol uw dier daartegen te beschermen.

twee verschillende vaccinaties tegen kennelhoest

Er is ook een combinatie van de jaarlijkse cocktailvaccinatie en een kennelhoest-vaccinatie.

Kennelhoest is een zeer besmettelijke luchtweginfectie die in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden niet alleen in kennels, maar bij elk contact met andere honden en dus eigenlijk overal kan worden opgelopen. Naast kennels verzoeken ook hondenscholen eigenaren steeds vaker de hond tegen kennelhoest te laten vaccineren.

Er zijn twee vormen van vaccineren tegen kennelhoest. De injectie en neusdruppels. De injectie wekt alleen afweerstoffen in de bloedbaan op. De neusdruppels wekken vooral afweerstoffen in het slijmvlies van de luchtwegen op. Voordeel van neusdruppels is dat de kennelhoest-bacerie (bordetella) onschadelijk gemaakt wordt vóórdat deze de longen kan bereiken.

Bescherming per injectie
Het is mogelijk uw hond op eenvoudige wijze per injectie een basisbescherming te bieden tegen kennelhoest. Meestal gebeurt dit in combinatie met de jaarlijkse vaccinatie. Om gedurende een langere periode een redelijke basisbescherming te krijgen moet de vaccinatie tegen kennelhoest na de  eerste toediening na 3 tot 4 weken herhaald worden.
Wij adviseren u deze injectie tegen kennelhoest jaarlijks te herhalen.

Hoe korter voor een kennelbezoek u de hond tegen kennelhoest laat enten, hoe beter de bescherming zal zijn.. In combinatie met de vaccinatiecocktail zijn de jaarlijkse extra kosten laag (ongeveer 4 euro).

Voordelen
Tegen lage extra kosten jaarlijks een extra bescherming.

Nadelen
De bescherming is minder goed dan de neusdruppelmethode. Op de plaats van de injectie (gewoonlijk de rechter ribwand) ontstaat in een deel van de gevallen een bobbeltje maar dat zal in enkele weken weer verdwijnen. Vooral kleinere hondjes kunnen hier soms wat last van hebben. Na de eerste vaccinatie duurt het vele weken voordat de bescherming optreedt.

Bescherming via neusdruppelmethode
Een alternatief voor de vaccinatie per injectie is een neusdruppelvaccinatie. Deze geeft een betere en langdurige bescherming dan de vaccinatie via de injectie. De bescherming blijft een jaar aanwezig. Deze vaccinatie kan dan ook eveneens met de jaarlijkse vaccinatie worden meegegeven. Sommige kennels verlangen  toch een vaccinatie van maximaal 1/2 jaar oud.

Voordelen
Reeds enkele dagen na de vaccinatie ontstaat een hechte immuniteit Het is dus mogelijk om deze vlak voor het kennelbezoek toe te dienen. Een ander voordeel is dat als het om een éénmalige bescherming gaat de hond slechts een keer gevaccineerd hoeft te worden en dus ook maar één keer hoeft langs te komen. De entstof wordt uitstekend verdragen

Nadelen
Als de neusdruppelvaccinatie jaarlijks naast de cocktail wordt gegeven is deze vaccinatie beter maar aanmerkelijk duurder. Indien de vaccinatie als eenmalige bescherming voor een bezoek aan de kennel wordt gegeven is de prijs te vergelijken met de prijs van de twee injecties die de eerste keer nodig zijn voor de injectiemethode. Sommige honden accepteren slecht dat hun snoet wordt vastgepakt om de neus te druppelen. Bij deze gevallen wordt een snuitje gebruikt.

Deze neusdruppelentstof wordt daarom vooral gebruikt bij honden die op korte termijn naar een kennel gaan of voor honden waar optimale bescherming wenselijk is, zoals honden met hartproblemen of niet-optimale luchtwegen.

Wij adviseren u graag over de vorm van vaccinatie tegen kennelhoest.
Voor recente informatie zie ook Informatie prneumodog voor pensionhouders

Zie voor de kosten van de verschillende vaccinaties de tarieven

 


Rabiës (hondsdolheid)

Wanneer u met de hond naar het buitenland reist is het verplicht deze minimaal een maand voor vertrek te laten vaccineren tegen hondsdolheid.

Als u meerdere keren per jaar u hond meeneemt naar Zuid-Europa of wanneer u daar een langere tijd verblijft, kan het verstandig zijn om u hond ook te vaccineren tegen babesiose. Dit is een tekenziekte die nauwelijks in Nederland voorkomt. Houd er rekening mee dat deze vaccinatie de eerste keer na 3 à 4 weken moet worden herhaald. Dit vaccin kan niet in combinatie met andere vaccinaties worden gegeven!

Uw vragen over een bezoek aan het buitenland met uw hond beantwoorden wij graag.


Zie ook onder Veilig met uw huisdier op reis.

Klikt u hier voor de tarieven van de vaccinaties
                                                                                                                     


Overzicht klassieke aandoeningen bij de hond


Distemper (ziekte van Carré)
Ook wel hondenziekte genoemd. De ziekte uit zich door verschijnselen van het de hersenen, braken en diarree, longontsteking en oog- en neusuitvloeiing.

Parvo
Dit virus vernietigt de darmvlokken. Hierdoor ontstaat heftige diarree met bloed. De honden kunnen ook ernstig braken, houden niets meer binnen en raken door het enorme vochtverlies ze snel uitgedroogd. Ook komt acute sterfte door een ontsteking van de hartspier voor. Indien een niet gevaccineerde hond besmet raakt met parvo sterven velen. Intensieve diergeneeskundige behandeling kan veel levens maar niet alle redden.

Hepatitis Contagiosa, HCC (besmettelijke leverziekte)
De eerste symptomen zijn koorts, braken, bloedingen en oorontsteking.

Leptospirose (ziekte van Weil)
Deze ziekte wordt veroorzaakt door een bacterie die vooral via urine van andere honden en slootwater wordt overgebracht. De dieren krijgen koorts, spierpijn en leverstoornissen (geelzucht).

Kennelhoest
Kennelhoest is een zeer besmettelijke luchtweginfectie die in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden niet alleen in kennels, maar bij elk contact met andere honden waarbij geblaft of gesnuffeld wordt kan worden overgebracht. de ziekte kan dus eigenlijk overal kan worden opgelopen.
In vroeger tijden lagen de honden in een hok op het erf en was de kennel eigenlijk de enige plek waar honden contact hadden. Hier ontleent de ziekte zijn naam aan. De kiemen die verantwoordelijk voor de ziekte zijn Bordetella bronchoseptica en het adeno en para influenza virus.

 

Overzicht parasieten bij de hond
parasieten in Nederland
   vlooien
   teken
   cheyletiella

   demodex
   schurft

parasieten in het buitenland
   hartworm
   Babesiose
   Leishmania

 

Parasieten in Nederland

Vlooien
Vlooien kunnen bij de hond veel jeuk en huid klachten veroorzaken. Een deel van de honden ontwikkelen op deze wijze een allergische reactie op het speeksel van de vlo. Een enkele beet kan dan al een sterke huidontsteking veroorzaken. Houd er rekening mee dat voor iedere vlo die op uw huisdier verblijft er nog 100 in zijn leefomgeving zijn! Reden genoeg om zorg te dragen voor een goede bescherming. Wij adviseren hiervoor Advantage of Stronghold.
Vlooien leven niet alleen in de zomer! Al vanaf een omgevingstemperatuur van 17°C komen ze uit en kunnen zich zich voortplanten. Als het buiten kouder wordt blijven de vlooien zonder effectieve bestrijding dus in leven binennes huis in leven en bouwen door middel van eitjes een infectie op. Deze kan in de  eerst volgende warme periode tot een ware explosie leiden. Vooral honden die samen met katten leven lopen risico's!.

 

Teken
Een geschikte behandeling tegen deze parasieten is sterk aan te raden, zeker als uw hond regelmatig verblijft in een struik- of bosrijke omgeving. De beste bescherming op dit moment beschikbaar is de Scalibor tekenband. Deze biedt gedurende tenminste 5 maanden bescherming tegen teken en gedurende 3 maanden tegen vlooien. De band is waterbestendig. Teken bijten zich vast in de huid van het huisdier en spugen direct speeksel in de huid. In 2007 en 2008 hebben twee nieuwe producten hun intree gedaan. Deze hebben ons in de praktijk nog niet kunnen overtuigen

Met dit speeksel kunnen gevaarlijke ziekteverwekkers worden overgedragen zoals o.a. babesiose, ziekte van lyme en ehrlichiose. De Scalibor tekenband is ook geregistreerd voor de bestijding van zandvliegjes die overdragers zijn van de ernstige ziekte leishmania. Bescherming tegen teken en zandvliegjes is vooral van belang bij huisdieren die mee op reis gaan naar bepaalde landen.

 

Cheyletiella (vachtmijt)
Deze aandoening zien we weinig meer tegenwoordig omdat deze mijt die op de vacht leeft van huidschilfers erg gevoelig is voor de meeste middelen tegen vlooien. Het is een typische infectie die in het nest voorkomt en dan ook vooral gezien wordt bij puppies waarvan een eigenaar nog geen middel tegen vlooien heeft gebruikt
 
 Demodex (jonge honden mijt )
Deze mijt leeft in de haarzakjes van een flink deel van onze honden zonder dat ze hier last van hebben. Bij jonge honden of bij honden met een niet altijd begrepen probleem van hun weerstand kan deze mijt zich in het haarzakje gaan vermenigvuldigen. Hierbij gaat het haarzakje ten gronde en trekt de demodex mijt de omgevende huid in. De hond krijgt dan kale plekken. Bij de niet ernstige vorm alleen rond de ogen, mondhoeken en poten. Een locale behandeling met een mijtdodend middel is dan ruim voldoende. (wij gebruiken hier een zelf bereide oplossing voor wat met een wattenstaafje wordt aangebracht) 

Indien de demodex erg uitgebreid is (gegeneraliseerde vorm) dan kan geprobeerd worden alle mijten te doden door een serie wassingen met een mijtdodend middel. De kans op succes is echter klein als niet gelijktijdig gezocht worden naar achterliggende aandoeningen van het afweer systeem.
 



Schurftmijten
Deze komen gelukkig weinig voor. Graven diepe gangen in de huid van vooral het gebied rond de schouder en geven enorme jeuk. Drastische maatregelen zijn nodig om deze mijt de baas te worden. De mijt kan ook de mens en andere diersoorten besmetten (zie zoönose)  Alles begint echter met een correcte diagnose


 

Parasieten uit het buitenland
 
Hartworm
Tegenwoordig loopt uw huisdier in veel vakantiegebieden het risico op een besmetting met hartworm. Deze infectie is eenvoudig te voorkomen met het middel Stronghold.of Milbemax
Stronghold
Dit vlooien-/wormenmiddel wordt met een pipetje 1x per maand op de huid gedruppeld en heeft een preventieve werking tegen hartworm als men tenminste 2 weken voor verblijf in het risicogebied Stronghold toepast en hiermee doorgaat tot tenminste één maand na verlaten van het risicogebied.


Een alternatief is het zeer complete en veilige wormmiddel Milbemax
aantal dagen in risco gebied

behandelingsadvies Milbemax

1 tot 28 dagen  de dag van thuiskomst en 1 maand na thuiskomst
meer als 28 dagen

starten op dag 28  daarna maandelijks herhalen
+
de dag van thuiskomst en 1 maand na thuiskomst

Natuurlijk kan deze informatie nooit volledig zijn. Wij zijn voor u beschikbaar voor advies, onderzoek en behandeling.
                                                              

Babesiose
deze ziekte komt in grote delen van Europa voor. Met name  als u langdurig naar de deze gebieden gaat is het verstandig uw hond daartegen te vaccineren.
Het eerste jaar dat uw huisdier geënt wordt tegen Babesiose dient dit twee keer te gebeuren met tenminste 3 weken tussenruimte. Vanaf drie weken na deze tweede vaccinatie (of indien van toepassing de hervaccinatie) is er een bewezen bescherming van 88% tegen Babesiose. In combinatie met de tekenband is de bescherming nog hoger.
 
Leishmania
Deze bloedparasiet komt veel voor in landen rond de Middellandse zee. De schade ontstaat door aantasten vand e haarvaten en door bloedarmoede. Vaak zien honden met Leishmania er mager en kaal en slecht verzorgd uit. Reden waarom mensen ze uit goedheid nog wel eens meenemen naar Nederland. De infectie wordt overgebracht op mens! en dier via de daar voorkomende zandvliegen. Deze vliegjes komen in Nederland niet voor. Besmette honden zijn daardoor in het middellandse zeegebeid wel ,maar in Nederland geen bron van besmetting voor de mens (zie ook Cliënteninformatie Algemeen Zoönosen).

De behandeling is lang en kostbaar en niet altijd succesvol. Voor alles moet dus de ziekte worden voorkomen.
Preventie van uw meegenomen hond geschiedt door bescherming tegen zandvliegjes (zie ook Scalibor tekenband).

 

De oudere hond
 
Veel voorkomende aandoeningen
Mede door een goede medische verzorging worden niet alleen veel mensen maar ook onze huisdieren steeds ouder. Iedere diersoort, dus ook de hond, heeft zo zijn eigen ouderdomskwalen. Gelukkig zijn veel daarvan behandelbaar, zeker als ze op tijd worden onderkend.

De hele grote, zware hondenrassen worden gemiddeld minder oud (meestal hoogstens tien jaar) dan kleinere rassen (soms bijna 20 jaar). Bedenk wel dat deze lagere  gemiddelde levensverwachting alleen telt voor de grote rassen als ze pup zijn. Dan is namelijk nog niet bekend of het een hond met een erfelijke aandoening of problemen met de groei krijgt. Op een nest van 10 honden bekort elke pup die vroeg dood gaat de gemiddelde levensverwachting van de andere 10 honden met 1 jaar

Retreivers, ridge back's , we zien ze tegenwoordig ook regelmatig 14 jaar worden in goede gezondheid

Hieronder enkele vaak bij de oudere hond voorkomende aandoeningen met bijbehorende verschijnselen.

  • Gebitsproblemen
    Aangetaste kiezen of tanden en zichtbare tandsteen met daardoor ontstoken tandvlees kunnen leiden tot verschijnselen als uit de bek stinken, minder eetlust en het weigeren van warm of koud voer. Uiteindelijk kan de hond ook ziek worden van in de be1k aanwezige infecties door dat deze naar bijvoorbeeld de nieren verspreiden
     
  • Hartproblemen
    Vooral door een slecht gebit kunnen bacteriën de bloedbaan binnen- dringen en de hartklep beschadigen. Een lekkende hartklep (mitralis insufficiëntie) (hartpagina) is daarvan een vaak voorkomend probleem bij de oudere hond. Ook erfelijkheid speelt hierbij een rol. Kenmerkend zijn, naast af en toe een hoestje of kuchje, vooral een verminderd uithoudingsvermogen en moeilijkheden bij warm weer.
    Bij hart problemen voer met een beetje minder zout geven is een achterhaald idee. Alleen het drastisch vermninderen van zout heeft enig effect maar wordt niet meer toegepast door de komst van moderne geneesmiddelen welke zeer succesvol zijn in verlichting van de verschijnselen en vertraging van het ziekteproces. Echo en röntgen geven een goed beeld van het stadium waarin het dier verkeert.
     
  • Artrose
    Veel oudere honden krijgen in een of meerdere gewrichten last van artrose. Ondermeer overwicht speelt daarbij een rol. Aangetoond is dat hierbij het verhoogde vetpercentage een belangrijkere factor is dan het te hoge gewicht op zich. Er zijn tegenwoordig veel mogelijkheden om het welzijn van dieren met deze aandoening te verbeteren:
  • Incontinentie.
    Soms ontstaat bij gesteriliseerde teven op latere leeftijd incontinentie. Dit valt op door natte plekken in de mand en een vieze geur door plakken van urine aan de vacht. Medicijnen kunnen helpen. Overigens kan ook een blaasontsteking vergelijkbare verschijnselen geven.
     
  • Prostaatproblemen.
    Niet-gecastreerde oudere reuen kunnen problemen met de prostaat krijgen. Deze aandoening is zelden kwaadaardig. Verschijnselen zijn onder andere moeite met plassen verlies van wat bloed uit de penis. Medicijnen al dan niet met chirurgische of hormonale castratie kan uitkomst bieden.
     
  • Verlies van gezichtsvermogen.
    Bij de oudere hond komt vaak een vorm van cataract of staar voor. Oorzaak is een vertroebeling van de lens door een veranderde structuur. Het is een vrij normaal proces bij de oudere hond waar het dier meestal goed mee kan leven, mede door zijn goede neus. Het verwijderen van de troebele lens en zelfs vervangen door een kunstlens is technisch mogelijk. Maar de bijdrage in de kwaliteit van leven is bij de meeste honden beperkt. Naast deze vorm van ouderdomsstaar kan bij(jonge) honden met staar ook wijzen op een aandoening zoals suikerziekte.
     
  • Verlies van gehoorvermogen
    Dit komt vaak bij oudere honden voor. Op zich is er weinig aan te doen. Wel moet worden opgelet dat dit verminderde gehoor niet wordt veroorzaakt door een eventuele oorontsteking en/of veel vuil in de uitwendige gehoorgang.
     
  • Omvallen, dronkenmansgang (ataxie)
    Vooral oudere honden kunnen een acute aanval krijgen waarbij ze lopen alsof ze dronken zijn of soms zelfs omvallen en niet meer overeind kunnen komen. Vaak bewegen de ogen met een vaste regelmaat van links naar rechts, of van boven naar beneden in de oogkassen. De oorzaak is niet altijd bekend. Hoewel een ernstige afwijking niet geheel kan worden uitgesloten herstellen de meeste dieren met deze aandoening spontaan, vaak treed al binnen 24-48 uur verbetering op. Meer volledig herstel duurt vaak langer. zie voor een uitgebreidere beschrijving ook de scheve kopstand  op deze pagina
     
  • Tumoren
    Helaas komen deze bij de oudere hond frequent en in vele soorten en maten voor. Met een punctie in combinatie met goed microscopisch onderzoek is bij ons meestal ter plekke vast te stellen of het om goedaardig proces  of kwaadaardige tumoren gaat.
     
  • Gedragsveranderingen en dementie.
    Hoewel het bestaan van dementie bij honden nog niet echt is bewezen zijn er wel kenmerken waar te nemen die bij dementie passen. Dit zijn onder andere: ander gedrag zich uitend in absenties. onrust, agressiviteit ,incontinentie, desoriëntatie in tijd en plaats, zwerfgedrag, gestoord slaapgedrag en verdwijnen van doelgericht gedrag. Hoewel er middelen zijn met een positief effect vraagt de aandoening vooral om een aangepaste manier van omgaan met dergelijke dieren.  (dieet pagina Hill's BD)

Veel van de hiervoor beschreven aandoeningen zullen door de bijbehorende verschijnselen tijdig worden onderkend. Een regelmatige controle van oudere dieren kan dan ook nuttig zijn. Met onderzoek naar eventueel al aanwezige maar nog niet duidelijk zichtbare afwijkingen in een vroeg stadium neemt de kans op herstel of controle door behandeling toe. Daarnaast is voor veel aandoeningen ondersteuning mogelijk met voer van speciale samenstelling afgestemd op die aandoening.

Senior voer is commercieel een groot succes maar niet altijd zinvol. Minder zout klinkt erg verantwoord maar heeft geen invloed op de gezondheid. Minder energie en eiwitten zijn lang niet altijd in het voordeel van de oudere hond. Aarzel niet hierover advies te vragen aan ons
                                                                                                                     


Lange nagels bij (oudere) honden

Lange nagels hoeven lang niet altijd geknipt te worden. Bij het ouder worden is het normaal dat de ondervoet wat doorzakt en dat de nagels wat minder kort afslijten. Daarnaast loopt de oudere hond mogelijk wat minder en vooral wat minder fanatiek. De nagel past zich aan doordat ook het leven verder doorloopt. Dit is goed te merken omdat met kort afknippen de nagel al begint te bloeden. Hoewel dit helemaal niet erg is en nauwelijks pijn doet, geeft het wel aan dat het knippen mogelijk niet nodig is.

Het (te kort) afknippen geeft de hond ook minder houvast. Dat is eigenlijk niet netjes omdat Juist de oudere hond deze grip nodig heeft. De hond is wat stijver en heeft minder spierkracht en glijdt door te korte nagels makkelijker uit.

Bij de oudere honden van met name de grotere rassen (herder, labrador) komt daarnaast veel ataxie als gevolg van een vernauwing van het wervelkanaal tussen de laatste rugwervel en het heiligbeen voor. Deze aandoening wordt wel lumbo sacraal stenose genoemd. Bij deze aandoening aan de onderrug wordt door atrose, vergroeingen en standsveranderingen het wervel kanaal nauwer, waardoor het zenuwstelsel van de achterhand klem komt te zitten en steeds minder goed functioneert. De hond krijgt dan een meer slepende gang waardoor de eigenaar de nagels hoort en ten onrechte kan denken dat de nagels te lang zijn. Nagels die écht te lang zijn, bloeden niet na het knippen. (zie ook aandoeningen van de oude hond op deze pagina).

Andere redenen om nagels te knippen zijn scheefgroei, ongelijke slijtage of blijven hangen van de nagels. Het scheef slijten is weliswaar een gevolg van  verkeerd doorlopen maar heeft wel tot gevolg dat de hond niet meer recht op zijn tenen staat. Verkeerde belasting van de tenen met artrose kan hiervan het gevolg zijn.

Indien echt nodig kan onder een roesje de nagel worden ingekort waarbij het leven wordt teruggebrand. Dit maakt het mogelijk om de nagel indien dit echt nodig is in te korten.
                                                                                                                     

Voortplanting bij de hond
 
Progesteronbepaling: bepaling van het optimale dektijdstip

In onze kliniek worden regelmatig progesteronbepalingen gedaan bij teven in de vruchtbare periode. Doel van deze bepaling is meestal om voor de teef het optimale dektijdstip te bepalen.

Mogelijke redenen hiervoor zijn
  • Een mislukte voorgaande dekking.
  • Een reu op aanzienlijke afstand van de woonplaats van de teef.
  • Een eigenaar die de kans op een succesvolle dekking wil vergroten en een zo groot mogelijk aantal pups wenst.

Er zijn verschillende manieren om het juiste dektijdstip van de teef te bepalen. Deze manieren verschillen vooral in de mate van nauwkeurigheid. De meest gebruikte methodes, in toenemende mate van nauwkeurigheid, zijn:

  • Uitgaan van 11-13 dagen na het waarnemen van de eerste vagina-uitvloeiing.
  • Beoordelen van de aard van de vagina-uitvloeiing (bloederig tot kleurloos).
  • Sta-reflex en interesse voor de reu.
  • Inwendig onderzoek van het slijmvlies van de vagina.
  • Microscopische beoordeling van de cellen van de vaginawand.
  • Bepaling van de hoeveelheid progesteron in het bloed.

Uit onderzoek is gebleken dat vooral bepaling van de progesteronspiegel vanaf dag 7 na de eerste waarneming van vagina-uitvloeiing een goede en betrouwbare methode is om het juiste dektijdstip te bepalen. Bij het eerste consult op dag 7, wordt meestal ook een uitstrijkje van de vaginawand gemaakt om te beoordelen of de toestand van de vaginawand past bij de verwachte dag van de cyclus. Soms is het namelijk moeilijk om de eerste dag van de uitvloeiing waar te nemen, bijvoorbeeld bij langharige honden of bij teven die slechts weinig uitvloeiing hebben. Het is dan mogelijk dat de teef al verder in de cyclus is dan verwacht. Ook blijkt bij sommige teven (tot zo’n 30%) het juiste dektijdstip niet synchroon te lopen met de dekbereidheid.

De progesteronbepaling wordt uitgevoerd door een laboratorium in Duitsland, of op de kliniek als opsturen niet mogelijk is. Het bloed wordt nog dezelfde avond per koerier afgeleverd. De uitslag is meestal vroeg in de middag van de volgende dag bekend.

Mogelijke uitslagen zijn:

  • Laag (< 1 ng/ml)
    Nog geen productie van progesteron door rijpende eitjes.
    Advies: hertesten na drie dagen.
  • Beginnende progesteronproductie (2 – 4 ng/ml)
    De eisprong is op komst.
    Advies: hertesten na twee dagen.
  • Eisprong (4 – 8 ng/ml)
    Dit gehalte wijst op de eisprong.
    Advies: het ideale dektijdstip ligt twee dagen later.
  • Hoog (> 8 ng/ml)
    De ovulatie heeft al plaatsgevonden.
    Advies: dezelfde dag of de dag erna dekken.

Het patroon van meerdere bepalingen achter elkaar geeft meer informatie dan één enkele bepaling. Soms is het verstandig om op de dag van de dekking of direct er na ook nog de progesteronspiegel te bepalen om meer zekerheid te hebben dat de eisprong daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

Als bepaling door het laboratorium niet mogelijk is (in het weekend of op feestdagen), beschikken we over een progesterontest die bij ons in de kliniek kan worden uitgevoerd. Bij deze test wordt de hoeveelheid progesteron in het bloed van de teef op het oog vergeleken met testoplossingen waarvan de concentratie progesteron bekend is. Deze test zegt minder over de absolute hoeveelheid progesteron in het bloed, maar is in de praktijk even betrouwbaar gebleken om het juiste dektijdstip te bepalen.

Mocht u na het lezen van deze informatie nog vragen hebben op het gebied van de voortplanting van uw hond, dan staan wij u graag te woord.

Progesteron kan ook bepaald worden indien een echo uitwijst dat een hond niet drachtig is. Mits de echo wordt uitgevoerd voor de 28e dag. Op deze wijze kan ook achteraf bepaald worden of er een goede ovulatie heeft plaats gevonden.
                                                                                                                     



Kunstmatige inseminatie bij honden (KI)

Algemeen
De meest natuurlijke manier van voorplanting bij honden is de dekking waarbij de reu de teef op natuurlijke wijze bevrucht op het moment dat zij loops is.

Een andere manier is bevruchting via kunstmatige inseminatie (KI). Onder KI wordt verstaan iedere voortplantingstechniek  die niet mogelijk zou zijn zonder de hulp van de mens. Bij KI wordt de rol van de reu beperkt tot het afnemen van sperma dat vervolgens door de dierenarts rechtstreeks in de baarmoeder van de teef wordt ingebracht. De bevruchtingskans ligt wel wat lager (een kleine  70%) dan bij een natuurlijke dekking (gemiddeld zo'n 90%).

Waarom kunstmatige inseminatie?
Er zijn diverse redenen waarom besloten kan worden over te gaan op kunstmatige inseminatie:

  • Agressie tussen reu en teef.

  • Te groot verschil in karakter.

  • Onervaren en/of zenuwachtige teef / reu.

  • De reu is aanmerkelijk kleiner dan de teef.

  • Gebrek aan geslachtsdrift.

  • Pijn bij één van de honden bij de dekking (wervels, achterpoten).

  • Het voorkomen van infecties die tijdens een natuurlijke dekking overbracht kunnen worden.

  • Medische problemen aan de geslachtsorganen die een goed resultaat bij natuurlijke dekking in de weg staan (uitzakking, afgesloten of misvormde uitwendige geslachtsorganen) echter niet het gevolg zijn van erfelijke afwijkingen.

  • De teef wordt niet drachtig, ondanks eerdere dekkingen.

Het juiste tijdstip van dekking
Het bepalen van het juiste tijdstip van dekking is van groot belang voor het goed slagen van de dekking. Dit gebeurt door bloedonderzoek, liefst in combinatie met een uitstrijkje. In sommige gevallen is het nodig een bacteriekweek te maken.

Hoe gaat KI?
Als de omstandigheden voor dekking optimaal zijn, komen reu en teef samen naar de dierenkliniek. De teef wordt vóór de reu neergezet zodat de reu onder haar staart kan ruiken en opgewonden raakt. De dierenarts zorgt er manueel voor dat er bij de reu een zaadlozing tot stand komt en vangt het sperma op. De reu mag pas weer naar huis als de erectie is verdwenen en de penis binnen de voorhuid is teruggetrokken.

Vervolgens bekijkt de dierenarts een monster van dit sperma onder de microscoop en beoordeelt de kwaliteit, kwantiteit, bewegelijkheid en het uiterlijk. Als dit voldoende is, brengt de dierenarts middels een speciale canule het sperma in de baarmoeder van de teef in. De teef wordt vervolgens circa 5 minuten met de achterhand omhoog gehouden om te voorkomen dat het sperma terugstroomt.

Dit gehele proces van kunstmatige inseminatie duurt ongeveer een kwartier.

Drachtig, en dan?
Hierna staat uw teef een nieuwe toekomst als (aanstaande) moeder te wachten. Ook hierin kan uw dierenarts een grote rol spelen. Denk aan het vaststellen van de drachtigheid, het begeleiden van de zwangerschap en de bevalling.

Ook speelt hij een belangrijke rol bij de gezondheid en het welzijn van de pasgeboren pups. De pup moeten worden ingeënt en ontwormd om op te groeien tot een gezonde hond. Uw dierenarts adviseert u graag bij de diverse entingen van de pup en het ontwormingsschema.

Immers, gezonde pups zijn blije pups en worden zo blije honden en goede makkers voor hun nieuwe baas.

 


Herdekken of niet?
Na een dekking kan er twijfel zijn over de kwaliteit en het tijdstip van de dekking. Herdekking twee dagen later brengt niet alleen extra moeite met zich mee maar vergoot bovendien de kans op een baarmoederinfectie, als de teef hormonaal gezien  al te ver is voor een herdekking.
Tijden de dekkingsperiode (de oestrus) is de afweer van de teef optimaal om dekinfecties tegen te gaan. Hierna  neemt de afweer snel af. Immers de ontwikkeling van de vrucht in de baarmoeder betekent immers ook voor de helft lichaamsvreemd materiaal in deze baarmoeder. Om afstoting te voorkomen wordt daarom de afweer na de oestrus in de baarmoeder omlaag gebracht.

Het is om deze reden dat te laat dekken onverstandig is. Dit is tevens de periode bij de (niet gedekte ) teef dat baarmoeder ontstekingen optreden (zie ook pyometra)
 

Bij twijfel is het aan te bevelen een progesteron test te doen direct na de dekking. Is  deze hoog dan is ene volgende dekking sterk af te raden 
 
Verder is het goed om te realiseren dat goed  sperma  ofwel 7 dagen na  de dekking nog levensvatbaar is. 2 dagen later dekken is dus niet gauw  nodig.
 

Herpes vaccinatie van drachtige teven nuttig?
 

Het verstrekken van objectieve informatie
Als dierenkliniek hechten wij eraan een goed en objectief advies aan fokkers te geven. Soms vormen we daarmee onbedoeld een tegenwicht in andere vaak weinig feitelijke en daardoor weinig objectie informatie die u als fokker kan bereiken. Het verspreiden van angst voor herpes zoals we de laatste jaren waarnemen is wat ons betreft dan ook een slechte zaak. Met goede informatie  willen wij voor u het onterecht kosten maken voor vaccinatie tegen herpes voorkomen.

Herpes in de actualiteit
Hoewel herpes al zeer lang bestaat en vaccinatie al veel langer mogelijk is, is er de laatste jaren in Nederland extra aandacht voor het herpes virus . Deze aandacht wordt niet onderschreven  door de wetenschap in binnen en buitenland en wordt ook niet gestaafd door een toename in problemen die bewezen te maken hebben met dit virus. Opvallend is dat ook de makers van het vaccin deze angst en daarmee de uitverkoop van het vaccine medio 2008 niet goed begrijpen.

Hoe wordt het virus overgebracht?
Typisch bij herpes virus is dat er dragers voorkomen. Dragers zijn dieren die zelf niet ziek zijn maar wel het virus bij zich dragen en (met tussenpozen) verspreiden. Dit is niet alleen bekend voor het herpes virus van de hond (Canine Herpes Virus afgekort ) CHV, maar ook het herpes simplex ofwel de koortslip bij de mens verspreid zich via dragers.

Een ander typisch kenmerk van het herpes virus is dat het zich alleen kan vermenigvuldigen bij een temperatuur die enkele graden lager ligt als de normale lichaamstemperatuur.
Dit verklaart waarom het herpes virus bij honden (en mensen) normaal alleen voorkomt op de koudere dele van het lichaam zoals de mond en neusholte en de geslachtsdelen.

Hoe vaak komt het herpes virus voor?
Het herpes virus is al tientallen jaren endemisch onder honden. Dat wil zeggen het is overal aanwezig en het is dus net als bij de mens doodnormaal als een hond met dit virus in contact komt. Elk hondencontact ook via de lucht kan dit virus over brengen. De dekking speelt hierbij een ondergeschikte rol. 

Niet alle honden worden drager. De meeste honden ontwikkelen afweerstoffen die het virus na korte of lange tijd uit het lichaam verwijderen. Gewoonlijk hebben deze honden hebben hier in deze periode totaal geen ziekteverschijnselen van. Je kunt dus ook niet zien of je hond hier mee geinfetceerd is of is geweest. Een enkele keer komen symptomen als kennelhoest of irritatie van de geslachtsdelen voor. Bij onderzoek naar afweerstoffen bij gezonde honden blijkt tot wel 80% van de gezonde honden afweerstoffen te hebben tegen het virus en dus hiermee in contact te zijn geweest.

Wanneer lopen mijn pups risico?

Alleen als er 3 zaken tegelijk plaatst vinden lopen pups risico's te sterven aan een herpes infecie.

  1. er worden geen afweerstoffen aan de pups doorgegeven
  2. door slechte kennelhygiëne wordt het nest besmet met ziektes
  3. de eerste 10 dagen worden pups slecht verzorgt en koelen ernstig af de eerste 10 dagen
  1. Afweerstoffen tegen herpes en anderen ziekten voorkomen nieuwe besmettingen. Deze afweerstoffen worden direct na de geboorte  met de eerste moedermelk aan de pups doorgegeven. Vooral jonge honden welke weinig in contact zijn geweest met soortgenoten en al vroeg een nestje krijgen zijn soms nog niet besmet en hebben hierdoor geen afweerstoffen tegen herpes in de moedermelk.  Dit komt in de Nederlandse situatie waar honden (van de goede fokkers) veel kontact hebben, shows lopen gekeurd worden etc eigenlijk niet vaak voor.
  2. Indien een jonge drachtige teef die nog niet eerder besmet is met het herpes virus door slechte kennelhygiëne of een drager in de kennel toevallig net aan het eind van de dracht besmet wordt dan heeft ze geen tijd gehad om afweerstoffen te vormen en deze door te geven aan de pups via de moedermelk en deze zo te beschermen. Ook vormt de teef dan zelf een bron van besmetting.
  3. Alleen bij puppies die sterk afkoelen in het nest en met het herpes virus geïnfecteerd worden zonder dat ze voldoende afweerstoffen van de moeder binnenkrijgen, kan het virus zich in het koudere lichaam vermenigvuldigen en ziekte en sterfte onder de pups veroorzaken> dit komt bij een fokker die secuur om gaat met het nest en zorgt voor een goede omgevingstemperatuur en een goede begeleiding van de teef eigenlijk niet voor.


Het infecteren van een teef in het laatste stadium van de dracht of direct na het werpen is daarmee een bijzondere situaties die eigenlijk alleen voorkomt in grote kennels. Dan nog vormt dit alleen een probleem als er daarnaast ook (te) weinig aandacht is voor de pups en hun lichaamstemperatuur en de teef niet in staat is afweerstoffen over te brengen via de moedermelk. Ook om deze reden kan het belang van het geven van moedermelk gedurende de eerste dagen nooit genoeg worden benadrukt. Moedermelk is dan ook de eerste dagen nooit te vervangen of aan te vullen door kunstmelkproducten. Zie ook het commentaar bij Esbilac kunstmelk

Is vaccinatie dan onzin?
De vaccinatie is eigenlijk bedoeld voor kennels welke een specifiek probleem hebben met herpes en niet zoals nu vaak wordt gesuggereerd een goede algemene preventie maatregel voor fokkers die hooguit enkele nestjes  per jaar hebben en deze met alle zorg en aandacht omringen.

In specifiek situatie waarin door sectie is aangetoond dat jong gestorven puppy's vermoedelijk gestorven zijn aan herpes mag een drager in de kennel worden vermoed en kan het nuttig zijn te vaccineren.

Daarmee is als algemene vaccinatie de waarde veel beperkter dan velen u, om wat voor reden dan ook, doen geloven.

Dit betekent dus ook het omgekeerde: Indien je een gezond nest hebt en er overlijdt een pup van 14 dagen na een periode van diaree dan moet niet aan herpes gedacht worden maar aan tal van andere oorzaken.

Tot slot
Bedenk tot slot dat geen enkele vaccinatie een slechte kennelhygiëne te niet kan doen. De basis regel dat een teef met jongen voldoende aandacht en verzorging moet hebben en goed gescheiden moet worden houden van andere honden om insleep van infecties te voorkomen is de beste garantie op gezonde pups. Er zijn immers nog zoveel andere bedreigingen voor de puppies dan het herpes virus

Indien toch wordt gevaccineerd met als argument het bieden van maximale bescherming dan moet er ook aandacht zijn voor het vaccineren van andere honden in de kennel
en het niet geven van kunstmelkproducten de eerste dagen.  

D.L.van Os 2008 -2009
 


 

Het nut van echo tijdens dracht en partus
Met echo is het niet alleen mogelijk om de dracht vast te stellen maar ook of de pups levend zijn. In een vroeg stadium (eind 3e week) kan de spanning in de vruchtblaas een indicatie zijn. Vanaf de 5e week is het kloppen van het hartje te zien.

Een echo is in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt niet geschikt voor het betrouwbaar meten van het aantal pups. U kunt vast wel de verhalen uit de media waar bij de geboorte van meerlingen bij vrouwen er tot ieders verassing een baby meer was dan werd gedacht. En dan te bedenken dat hier vaak heel wat echo gemaakt zijn en bij honden het aantal pups nog veel groter is

Met de echo de hele buik doorzoeken is zelfs onder optimale omstandigheden niet betrouwbaar te zeggen  hoeveel pups er zijn

Dit laatste is erg belangrijk als er zorgen zijn over de partus. Er zijn zoveel verschillen in de partus dat het moeilijk van buiten af is te zeggen of de pups het moeilijk hebben of dat er nog wat geduld nodig is. Door het meten van de hartslag met behulp van de echo kan hier een betrouwbare indruk van worden gekregen. Een vitale pup die nog geen zuurstof gebrek heeft tijdens de partus heeft een hartslag die beduidend hoger ligt als die van de moeder

zie ook onze echo diagnostiek pagina

 


De waarde van een röntgen foto's na dag 45 bij het begeleiden van de partus
Veel problemen bij de partus zijn een gevolg van een verkeerde inschatting van het aantal pups. Er wordt nog gewacht of midden in de nacht met teef en pups naar de dierenarts praktijk gesleept op een pup die er helemaal niet blijkt te zijn, of er blijkt juist nog een extra pup te zijn die zo traag ter wereld komt dat deze niet meer levensvatbaar is.

Zeker als u niet zeer ervaren bent of gewoon geen risico's wilt nemen met u pups dan is het een overweging een röntgen foto van de buik van de teef te maken.

Het maken van een röntgenfoto is in ieder geval veilig in het laatste stadium van de dracht wanneer alle organen en onderdelen van de vrucht gevormd zijn. Na de 45e dag is aan de skeletjes een betrouwbare telling te doen. Dit is ook weer alleen mogelijk met een goede röntgen foto met voldoende contrast en de nodige ervaring in het beoordelen ervan.
 


 

De gezondheidskeuring van de Engelse bull

Alle leden van de EBCN (Eerste Bullen Club Nederland) hebben zich verplicht tot het laten verrichten van een gezondheidskeuring van reuen en teven waarmee men wil fokken.
Om de uniformiteit van deze  keuringen te garanderen is een beperkte groep dierenartsen, welke binnen de EBCN bekend staan om hun kennis van de Engsle Bull,   gevraagd hierin te participeren.

Ook dierenkliniek 't ossehoofd is door de EBCN gevraagd het gezondheidsonderzoek uit te voeren

Dit gezondheidsonderzoek bevat vele  aspecten waaronder ogen, huid en luchtwegen. Om een indruk te krijgen van de diameter van de luchtpijp wordt daartoe een Röntgen foto van de longen gemaakt

Zie voor de kosten van dit onderzoek de pagina tarieven


Het beperkte nut van oxytocine injecties (pieton)

Tijdens het werpen van de pup (de partus) produceert het lichaam in de Hypofyse een kortwerkend hormoon oxytocine genaamd. Dit hormoon zorgt er kortdurend voor dat de baarmoeder samentrekt en stimuleert het samentrekken van melkklier": het laten schieten van de melk.

 In de grijze veterinaire oudheid werd hier het slangengif van de python hiervoor gebruikt. Dit is al tientallen jaren vervangen door een synthetisch geproduceerd oxytocine, maar wordt door velen nog een injectie pieton genoemd. Het synthetische oxytocine heeft in tegenstelling tot het natuurlijke hypofyse hormoon geen invloed heeft op de bloeddruk en dus veilig gebruikt kan worden.

De afgifte van het lichaamseigen hypofysaire hormoon oxytocine wordt onder andere gestimuleerd door het aanleggen van pups. Het aanleggen van de pups direct na de geboorte is dus een belangrijke manier om de geboorte van een volgende pup te stimuleren. Omdat na het aanleggen een wee volgt kan de teef hierop afwijzend reageren.

De werking van oxytocine op de baarmoeder is echter sterk afhankelijk van de invloed van een aantal andere hormonen. Daarom is bij een te vroeg geboorte proces de werking van oxytocine op de baarmoeder en de melkklieren een stuk minder.

Een injectie onder de huid van oxytocine zal een langdurig een samentrekking geven van de baarmoeder. Dit is maar een zeer beperkte nabootsing van de natuur waar de hypofyse door stootsgewijze afgifte van het natuurlijk oxytocine krachtige  weeëngolven geeft.

Het nabootsen van ween kan wel effectief  worden nagebootst  door kleine hoeveelheden oxytocine per infuus toe te dienen. Je ziet de baarmoeder dan direct kortdurend samentrekken. Indien weenzwakte de oorzaak was van het vertraagde geboorte proces worden meestal direct de pup geboren na  een intraveneuze injectie.


Nuttige weetjes bij de hond

 
Chocola en rozijnen: giftig voor de hond.

Vooral rond Kerstmis, Pasen en Sinterklaas als mensen volop snoepen, weten honden nog wel eens chocolade te bemachtigen. Vaak is wel bekend dat chocolade voor honden giftig is, maar niet welke hoeveelheden al een risico vormen en wat de verschijnselen zijn.

Rozijnen zijn giftig voor uw hond. Tussen de 15-30g rozijnen per kilo lichaamsgewicht kan al fataal zijn voor de hond. Een voorbeeld: Een Vizla (Hongaarse staander) met een gewicht van 25 kg had na het eten van 450 gram rozijnen twee dagen maagdarmklachten met braken waarbij de nieren stopten met werken. Ondanks behandeling kon de hond niet meer gered worden.

Chocolade. Theobromide is het bestanddeel van cacao wat giftig is voor de hond. de werking is een beetje te vergelijken met cafeïne. Indien er wordt uitgegaan van 20 mg theobromide per gram cacao of 10 milligram per gram pure chocolade, dan moet moet na het eten van 75 gram chocolade (kleine reep chocolade  door een middelgrote hond van circa 15-20 kilo, serieus met vergiftiging rekening worden gehouden.

Behandeling van vergiftiging door chocolade bij honden.
Bron: www.poisoncentre.be

Inleiding
Chocolade bevat theobromide wat ernstige vergiftigingen kan veroorzaken bij honden. Het behoort tot de groep methylxantines waartoe ook cafeïne en theofylline behoren. Deze plantaardige alkaloïden geven een stimulatie van het centraal zenuwstelsel en de hartspier.
Daarnaast geven ze een relaxatie van de gladde spieren (vooral de bronchiale) en een verhoogde urine productie

In onderstaande tabel de concentratie theobromine per gram chocolade-product. Een dosis van 100-250 mg theobromine per kilo lichaamsgewicht is een potentiële dodelijke dosis!

  Produkt Theobromine per gram
  Witte chocolade   0.009 mg
  Oplos chocolade   0.5 mg
  Melk chocolade   1.5-2.2 mg
  Pure chocolade   4.5- 16 mg
  Cacaopoeder   5.3- 26 mg
  Cacaobonen 11   - 43 mg

Theobromine wordt bij honden langzaam door het maagdarmkanaal opgenomen. Een plasmapiek ziet men na ongeveer 10 uur. Ook uren na het eten van chocolade door uw hond kan het dus nog zinvol zijn uw hond te laten braken. De 'halfwaarde tijd' de tijd die nodig is om de helft van de theobromide uit de chocolade bedraagt ongeveer 17,5 uur. De verschijnselen kunnen dus afhankelijk van de hoeveelheid chocolade wel 1-3 dagen aanhouden..

Symptomen

De eerste symptomen beginnen na ongeveer 2 tot 4 uur.

  • Onrustig.
  • Braken.
  • Urineverlies.
  • Diarree
  • Snelle pols.
  • Verhoogde lichaamstemperatuur.
  • Snelle ademhaling.

Enkele uren later kunnen de volgende symptomen waarneembaar zijn:

  • Hartritmestoornissen.
  • Spierstijfheid.
  • Overdreven reflexen (hyperreflexie).
  • Ataxie.
  • Spiertrekkingen en stuipen (convulsies).
  • Coma.
     

18 tot 24 uur na het intreden van hartritmestoornissen, kan de dood optreden..

Therapie
Er is geen tegen middel (antidoot)  voor chocolade. De behandeling bestaat uit bestrijden van de gevolgen. Als de hond de chocola minder dan 2 uur geleden heeft gegeten en er géén symptomen zijn, kan een braakmiddel gebruikt worden zoals apomorfine 0.02-0.04 ml/kilo IV.

Daarna een herhaalde behandeling met actieve kool0.5-2.0 g/kilo of via een maagsonde iedere 4 uur gedurende minimaal 72 uur. De verdere therapie is afhankelijk van de verschijnselen.
                                                                                                                     


ACHTERGRONDINFORMATIE BIJ AANDOENINGEN
 

Anaalklier/anaalzak-ontsteking

Algemeen
De anaalklieren, ook wel anaalzakjes genoemd, bevinden zich tussen de inwendige en uitwendige sluitspier van de anus en monden via 2 kanaaltjes uit naast de anus. Bij zwelling kunnen deze zakjes uitwendig zichtbaar worden op een stand van '4 uur' en '8 uur' rond de anus.

Normaal functionerende anaalzakjes scheiden een sterk ruikende, bruin- tot leemkleurige stroperige tot dikke vloeistof af. Naast een middel ter sociale herkenning tussen honden is de functie van de vloeistof ook het op grote afstand terug kunnen vinden van de leefomgeving. Normaal legen deze zakjes zich tijdens het ontlasten. Daarnaast kunnen ze zich ook legen als de honden angstig zijn.


Verschijnselen die wijzen op klachten van de anaalklieren
Om onduidelijke redenen komt het regelmatig voor dat de zakjes zich niet goed legen, ontstoken raken of een abces vormen. Als oorzaken worden wel genoemd te nauwe afvoerkanalen, onvoldoende functioneren van de buitenste kringspier van de anus, indikking van de vloeistof tot dikke stopverf als gevolg van te weinig lediging, infecties.of afwijkende ontlasting.
De laatste oorzaak lijkt, hoewel deze vaak wordt genoemd, onwaarschijnlijk.

Drie verschillende vormen , uitingswijzen en behandelingen

Er zijn drie verschillende manieren waarop anaalklier problemen zich kunnen uiten. Deze verschillende vormen staan veelal los van elkaar. Een hond die een anaalklier abces heeft hoeft bijvoorbeeld nooit eerder  volle of ontstoken anaalklieren te hebben gehad. Het regelmatig uitdrukken van de anaalklieren helpt dus ook niet ter voorkoming van ontstekingen (integendeel) of abcessen

De drie verschillende type anaalklier problemen moeten ieder op hun eigen wijze worden behandeld

Anaalklier abcessen komen vooral bij kleine rassen voor

1.  Overvulde anaalklieren
De inhoud van de zakjes is bij deze vorm vaak fors en verdikt tot taaie stopverf.  Door de hierbij optredende irritatie gaat de hond vaak onder de staarbasis likken en bijten en/of met de kont over de grond schuren (sleetje rijden). Vaak wordt gedacht dat dit wormen zijn, maar dit is onterecht. Het type worm wat dit zou kunnen veroorzaken komt niet voor bij de hond in Nederland.

Behandeling
Behandeling bestaat uit het (inwendig) leeg masseren van de anaalklieren. Verder kan het inwendig aanbrengen van zalf de irritatie verminderende en de inhoud verdunnen waardoor de hond een periode makkelijker de inhoud kwijt kan raken.

2.  Ontstoken anaalklieren
Anaalklieren raken waarschijnlijk ontstoken als de darmflora welke aanwezig is in het anale gebied de anaalzakjes binnendringt. De ontstoken anaalklierzakjes produceren ontstekingsvocht waardoor de inhoud van de zakjes  nu vaak juist dun wordt. De anaalzakjes  hoeven daarbij niet erg vol te zijn, maar zijn verhoudingsgewijs veel pijnlijker dan bij een anaalklier verstopping Dit uit zich als zwelling en roodheid en pijnlijkheid in het anaalklier gebied.

De verschijnselen kunnen sterk lijken op die van anaalklierovervulling> al lijkt de jeuk vaak minder hevig

Behandeling
Behandeling moet niet alleen bestaan uit het ledigen maar ook uit het behandelen van de anaalklier ontsteking zelf..Behandeling van de anaalklier zakjes  door ze te vullen met antibiotische  zalf  of  te spoelen met desinfecterende  vloeistof  (chloorhexidine) heeft daarbij de voorkeur  boven de behandeling met antibiotica tabletten.

3.  Anaalklier abcessen
De infectie van anaalklieren kan ook leiden tot de vorming van een abces. Een hond met een anaalklier abces heeft vaak wat verhoging is niet in orde en heeft vaak heftige pijn in het staartgebied. Temperaturen of zelfs het optillen van de staart kan al tot fel verzet of pijnuitingen leiden.

Bij ernstige pijn kan het de hond ook weigeren te gaan zitten of neemt het een dusdanige zithouding aan dat het pijnlijke gebied niet wordt belast.(scheef zitten)

Naast de anus een gebied met roodheid en zwelling zichtbaar. Bij doorbreken word vaak een bloederge vloeistof gezien

Behandeling
De hond best onder een roesje behandeld worden. Hierbij wordt het afwijkende weefsel verwijderd en bij voorkeur een drain aangelegd om het gebied  nog een aantal dagen de gelegenheid te geven goed al het ontstekingsvocht af te voeren. Na verwijderen van de drain sluit het gat zich gewoonlijk snel

Indien het abces spontaan doorbreekt knapt de hond vaak zienderogen op. Toch kan de hond het best alsnog even behandeld  worden omdat bij het te vroeg sluiten van de abcesopening zich weer een nieuw  abces kan vormen.

Chirurgische verwijderen van de anaalklieren
Soms is het noodzakelijk de anaalzakjes chirurgisch te verwijderen.

Behalve bovengenoemde klachten bij ontsteking kunnen de anaalklieren ook onder normale omstandigheden de vervelende eigenschap hebben zich spontaan te legen en daarbij een stinkende vlek op de lig- of zitplaats achterlaten. Indien dit met grote regelmaat gebeurt, kan dit een reden zijn om de zakjes chirurgisch te verwijderen.

Redenen voor chirurgische verwijdering zijn:

  • Regelmatig terugkomende ontsteking van de anaalzakjes.
  • Veel verlies van anaalkliervocht is belastend voor de omgeving.
  • Verlies van anaalkliervocht bij hondjes die veel op schoot zitten.
  • Terugkerende anaalzak abcessen.
  • Bij niet-ontstoken anaalzakjes (dus zonder ziekte van de anaalklieren) het spontaan legen op ongewenste plaatsen (vooral binnenshuis).
  •                                                                                                                                         

Bijtwonden door en bij honden

In het algemeen kan gezegd worden dat bijtwonden waarbij de huid geperforeerd wordt enorm onderschat worden. Voornamelijk omdat men niet ziet wat er werkelijk aan de hand is. Hierdoor wordt snel gedacht dat er alleen twee “gaatjes” zijn. Het onderschatten van bijtwonden is een bekend probleem en geeft nogal eens emotionele discussies omdat de tegen partij of verzekering niet snapt dat de behandeling zo uitgebreid moet zijn bij "alleen maar twee gaatjes ".

Als honden elkaar bijten, gaan de hoektanden onder de huid naar elkaar toe en ondermijnen en infecteren daarmee het hele gebied tussen de beide gaatjes in de huid. Tijdens het bijten wordt het vel daarbij ook nog eens opgetild en dus losgetrokken van de ondergrond. Indien u na een gevecht twee gaatjes vindt moet u er dus rekening mee houden dat het in werkelijkheid een geïnfecteerde wond ter grootte van tenminste de afstand tussen de twee gaatjes betreft.

De ernst van de bijtwond  hangt naast de mate van beschadiging ook enorm af van de lokalisatie.

Berucht zijn bijtwonden waarbij de hond in de hals is gepakt door een grotere hond en heen en weer is geschud als afstraffing. De gaatjes zitten daarbij boven op de hals en rug,  terwijl het wondvocht met daarin de bacteriën van de bek van de andere hond onmiddellijk via het losgescheurde hals gebied langs de halsvlakte naar beneden zakt. Bijtwonden in de hals en de flank hebben daarom vaak een heel ander verloop als bijtwonden aan de poten of de kop of de borstkas.
 

 

Behandeling van bijtwonden
Ook als direct na het bijtincident antibiotica wordt gegeven is dit bij bijt- en scheurwonden vaak onvoldoende. Bij bijt- en scheurwonden is  de omgeving van de huid en onderhuidse weefsel eveneens beschadigd waardoor ook de bloedsomloop sterk verstoord is. Antibiotica en het afweersysteem kunnen dan niet meer goed doordringen in het geïnfecteerde gebied. Wel voorkomt antibiotica meestal het verspreiden van bacteriën in de rest van het lichaam (sepsis) en daarmee het ziek worden van de hond. Het spoelen van de wond direct na het bijtincident is vaak geen goede keuze, omdat hierdoor de infectie alleen maar wordt verspreid..

Indien het een bijtwond in een gebied met veel los vel betreft is de holte- vorming sterk bepalend voor het verloop en de noodzakelijke behandeling. De omvang van de holte is door voorzichtig sonderen van de wond vast te stellen. Indien de huid is geperforeerd maar er alleen een bijtkanaal is ontstaan en er weinig los of losgetrokken weefsel in het omliggende gebied aanwezig is, dan is het plaatsen van een drain met een opening op het laagste punt vaak voldoende.

Indien echter de huid niet alleen is geperforeerd maar ook is losgetrokken van de ondergrond, dan vormen zich te makkelijk allerlei pockets en holtes die niet goed met een of meerdere drains kunnen worden behandeld. Indien de lokalisatie van de wond dit toe laat is het dan effectiever de huid te openen zodat goed alle vuil en afstervend weefsel is te verwijderen. Dit lijkt een erg drastische methode maar geeft een veel sneller en beter resultaat met een veel kortere genezingstijd, minder kosten en minder teleurstellingen. Het litteken valt vaak later mee.

Alles hangt uiteindelijk ook weer af van de geneeskracht, voedingstoestand en bouw van de hond.

 


 

Wat in eerste instantie een klein gaatje in de huid lijkt te zijn blijkt de toegang tot een flinke holte. Links de zelfde wond na openen. Het blijkt een flinke wond zijn.


Hartaandoeningen bij de hond

 

Omdat wij als kliniek veel hartaandoeningen behandelen en ook fokkers helpen bij het opsporen van erfelijke hartaandoeningen (Cavelier King Charles Spaniel en HCM  bij de kat) is een uitgebreide pagina over hart aandoeningen in voorbereiding. Veel informatie is nu al reeds op te vragen.

Op onze echo pagina kunt u een indruk krijgen welke hartaandoeningen met de echo kunnen worden opgespoord.

Een belangrijk medicijn welke wordt gebruikt bij het behandelen van hart aandoeningen is Vetmedin

Op het etiket van de door ons voorgeschreven Vetmedin vindt u  het wachtwoord van deze site. Op deze manier kunt u zelf op deze website, www.vetmedin.nl aanvullende informatie vinden over dit medicijn.

Selecteer in de lijst met dierenartsen Dierenkliniek 't Ossehoofd, en voer het wachtwoord in, en klik op "Inloggen".


                                                                                                                     


Epilepsie en het nut van medicatie en onderzoek

Inleiding
Er is veel gedetailleerde diergeneeskundige informatie te vinden over de achtergronden van epilepsie. In dit artikel ligt vooral de nadruk op een praktische benaderingen van epilepsie en de  waarde van medicatie en onderzoek. 

De betekenis van epilepsie voor het baasje en voor het dier
Epilepsie is een probleem wat niet alleen gaat over het dier zelf. Het idee dat de hond of kat op de meest onvoorspelbare momenten een aanval kan krijgen, is ook belastend voor het baasje. Als er besloten wordt tot euthanasie dan is dit vaak niet alleen gebaseerd op de gedachte dat de hond of kat geen dragelijk leven heeft maar ook het gevolg van de belasting die een huisdier met epilepsie met zich meebrengt voor de eigenaar.

Mensen die zelf epilepsie hebben kunnen allerlei doodnormale bezigheden zoals autorijden en fietsen niet meer veilig uitoefenen en zijn daardoor ernstig belemmerd in hun dagelijks leven. Voor honden en katten geldt deze belemmering in hun dagelijkse bezigheden eigenlijk niet. Goed beschouwd zijn huisdieren bij een epileptische aanval alleen een 'stukje kwijt' en hebben ze zeker geen pijn. Bovendien treden veel epilepsieaanvallen bij de hond en kat vanuit rust op en zelden tijdens  bijvoorbeeld het wandelen buiten, zwemmen of het op schuttingen klimmen. De werkelijk negatieve invloed van epilepsie op de kwaliteit van leven bij hond en kat wordt gauw overschat.  

Epilepsie wel of niet behandelen
Of epilepsie moet worden behandeld is daarom altijd een meervoudige afweging. Hoe vaak heeft de hond of kat aanvallen? Treden ze op in series of staan ze op zichzelf, zijn ze voorspelbaar, hoe lang duren ze en als je niet ingrijpt en hoe lang duurt dan het herstel?

Indien de epilepsie bijvoorbeeld bestaat uit 1 à  2 keer per maand een korte aanval vanuit rust dan is niet behandelen misschien een betere keuze. Daarnaast is het goed te realiseren dat het niet behandelen van kortdurende epileptische aanvallen niet leidt tot steeds verdere beschadiging van de hersenen.

Heel anders is dit voor clusterepilepsie of de 'Status Epilepticus'. Dit is een vorm van epilepsie waarbij de ene aanval in de volgende overgaat. Hier is het wel wenselijk snel in te grijpen omdat dit wél een zichzelf verergerend proces is. De prognose bij deze zware vorm van epilepsie is echter altijd gereserveerd.

Wat is epilepsie
Epilepsie komt op alle leeftijden en bij alle rassen voor. Er wordt geschat dat 1 op de 20 honden tenminste één keer in hun leven een aanval krijgt. Sommige rassen zijn gevoeliger.

Epilepsie is een ongecontroleerde ontlading van (een deel) van het zenuwstelsel. Deze afwijkende ontladingen kunnen zichtbaar gemaakt worden met een eeg (elektro-encefalogram) De manier waarop zich de epileptische aanval uit is daarbij afhankelijk van de lokalisatie waar de ontlading in de hersenen plaatsvindt en kan vele vormen hebben.

Uit onderzoek is gebleken dat ook vreemde gedragingen zoals bij voorbeeld vliegen vangen die er niet zijn en het achter de staart aan rennen ook een vorm van epilepsie kunnen zijn. Indien vanuit deze epilepsiehaard de ontladingen zich uitbreiden naar de omringende hersencellen dan kunnen uiteindelijk alle hersencellen en ook het ruggenmerg gelijktijdig ontladen en ontstaat een 'grand mal'. Dit is de algemeen bekende vorm van epilepsie met 'fiets'-bewegingen en verlies van speeksel, urine of feces.

Oorzaken van epilepsie
Er zijn zeer veel oorzaken van epilepsie De oorzaken kunnen daarbij zowel binnen (primair) als buiten de hersenen liggen. Ook als de oorzaak ín de hersenen is gelegen kunnen voeding, maar ook infecties van urinewegen, een ontstoken lever -kortom alles wat het lichaam uit balans brengt- (meer) epileptische aanvallen tot gevolg hebben. Bij de kat komt epilepsie minder vaak voor. Bij de kat is er eigenlijk altijd een afwijking verantwoordelijk voor de epilepsie.

Het belang van onderzoek
Wij zien vaak patiënten waarbij direct gestart is met medicatie zonder enige vorm van onderzoek. In een aantal gevallen is dit een gemiste kans. Een leverontstekingen kan door medicatie verslechteren en zelfs de oorzaak van de epilepsie zijn.

Minimaal onderzoek
Naast vele denkbare en zinvolle onderzoeken is een bloedonderzoek naar de leverfunctie en algemeen urineonderzoek een minimumvoorwaarde voordat gestart wordt met medicatie. Dit onderzoek moet dus uitgevoerd worden vóórdat begonnen wordt met medicatie tegen de epilepsie

Maximaal onderzoek
Naast uitgebreid algemeen bloedonderzoek kan het ook zinvol zijn specifiek bloedonderzoek te doen op infecties die geassocieerd worden met het optreden van epileptische aanvallen. Daarnaast kan het zinvol zijn foto’s van borst en buikholte te maken. Het hart verdient daarbij speciale aandacht. Bij verdenking op ritmestoornissen kan het zinvol zijn een 24-uurs EEG. (elektro-encefalogram)  te maken. Een echo van lever, nieren en milt kan locale aandoeningen zichtbaar maken. Met een onderzoek van het hersensvocht (liquor punctie) kunnen vormen van hersenvlies (menigitis) en ontstekingen van de hersenen zelf ontstekingen worden gediagnosticeerd

Afwijkingen aan de hersenen die met een hersenscan zichtbaar kunnen worden gemaakt zijn vooralsnog onbehandelbaar en hebben daarom nog beperkte waarde.

Epilepsie en medicatie

  • Niet behandelen en accepteren dat de hond of kat een beperkt aantal aanvallen heeft.
  • Uitgebreid onderzoek kan een behandelbare aandoening opleveren.
  • Het geven van Phenobarbital op een dosering die een aanvaardbaar niveau van bijwerkingen oplevert (meer drinken en eten) gecombineerd met tenminste 2x per jaar controleren van de leverwaarden.
  • Het geven van Phenobarbital in hoge dosering direct bij de eerste aanval van een serie en deze weer verlagen na een periode van geen aanvallen.
  • Het geven van Broom gedurende 2 tot 3 maanden. Tussentijdse bloedcontroles zijn noodzakelijk.
  • Combinaties van Broom en Phenobarbital.
  • Fenytoïnenatrium (Epitard). Dit is een laatste keuzemiddel vanwege de incidenteel ernstige (soms dodelijke) bijwerkingen. Onbekend met de ernstige gevallen wordt het soms te makkelijk voorgeschreven. 
  • Humane medicatie. Hoewel incidenteel werkzaam hebben behandelingen met deze niet-diergeneesmiddelen een experimenteel karakter.

Bedenk echter wel dat elke therapie betekent dat op effect moet worden gedoseerd en dat het lang kan duren voordat een goede balans tussen werking en bijwerking wordt gevonden. Geen enkele therapie geeft dus zekerheid en aanvallen zullen dus bij een juiste dosering in mindere mate blijven optreden.
                                                                                                                     
                                                                                                                  


Jonge honden tumor
 

De tumor zit gewoonlijk aan de huid vast, is stevig en onbehaard, snelgroeiend (weken of maanden), maar wordt niet groter dan 1-2 cm en heeft vaak de vorm van een erop liggend roze rood, niet pijnlijk bultje, een 'knoopje'. 


In een aantal gevallen verdwijnen ze weer spontaan. Het eerste teken van het weer verdwijnen is het kapot gaan van het gladde oppervlak waardoor het meer het uiterlijk van een wondje krijgt.

Het weghalen is eenvoudig, maar dus lang niet altijd nodig. De kwaadaardige vorm is zeer zeldzaam.

De tumor die hierop kan lijken is het mastocytoom. Deze tumor komt eigenlijk nooit bij jonge honden voor. OOk deze tumor ziet er uit alsof de huid beshadigd is. Veel honde eigenaren denken dan ook dat het een slecht genezende wond is. Wonden of plekken die niet willen genezen zeker als het geen jonge hond is dus altijd laten onderzoeken. In een vroeg stadium is het verwijderen eigenlijk altijd nog mogelijk en succesvol

Bij twijfel kan microscopisch (punctie onderzoek) of histologisch onderzoek (wegnemen van stukje weefsel) uitsluitsel geven.
                                                                                                                     


OOGPROBLEMEN bij de hond

Een speciale oogaandoening: KeratoConjunctivitis Sicca (KCS)

Bij deze aandoening bij de hond is sprake van een ontsteking van de oogleden en het hoornvlies door te droge ogen. De oorzaak hiervan is onvoldoende traanproductie.Het traanvocht heeft de functie om de oogbol vochtig te houden het hoornvlies te voeden en infecties te voorkomen.

Vooral bij de kleine hondenrassen komt het nogal eens voor dat de traanklieren onvoldoende traanvocht produceren. Ook kan het een bijwerking zijn van sommige antibiotica


Een droog oog                 

 

bescAls er onvoldoende traanvocht wordt geproduceerd gaat de kwaliteit van het hoornvlies achteruit en raakt het uiteindelijk ernstig beschadigd geïnfecteerd.

Zonder behandelingen gaat eerst het gezichtsvermogen en uiteindelijk zelfs de oogbol verloren



 



Ernstiger vorm van een droog oog       

Behandeling
Deze kan bestaan uit het stimuleren van het traanvocht naast het toedienen van kunsttranen en antibioticahoudende zalf. Vaak moet dit vele malen per dag gebeuren en levenslang worden vol gehouden.
In die gevallen kan een operatieve ingreep de oplossing bieden.

Bij onvoldoende traanproductie kan een speekselbuis worden omgelegd om als traanbuis te dienen (Ductus Parotis Transpositie).



Zelfde oog in later stadium, met extra beschadiging   

Hierbij wordt de uitgang van de oorspeekselklier, die normaal via de wang uitkomt, omgelegd naar het aangetaste oog.
 

De voordelen zijn duidelijk:

  • Geen eindeloos gedruppel meer met alle daaraan verbonden werk en kosten
  • De voeding van de oogbol wordt weer optimaal verzorgd, waardoor de oogbol veelal zelfs weer helemaal helder wordt.
     


Opening traankanaal met "operatie -hulpdraadje"

Er zijn ook enkele nadelen:

  • De éénmalige kosten.
  • Een enkele keer blijkt de speekselproductie toch nog onvoldoende.
  • Een enkele maal blijkt de speekselproductie overmatig. Het gevolg is een wat te nat oog, dat er een beetje raar uitziet.

De operatie vraagt een zeer vaste hand, een uitstekend gezichtsvermogen en een goede oog-hand coördinatie van de chirurg. Daarnaast is fijn chirurgisch materiaal nodig omdat de speekselbuis een zeer kleine diameter heeft.
De ingreep wordt al jaren met succes op Dierenkliniek ’t Ossehoofd uitgevoerd.
                                                                                                                     


Cherry Eye
Cherry eye is een protrusie (tevoorschijnkomen)  prolaps (uitpuiling) of  eversie (omklappen) van de traanklier aan de achterzijde van het derde ooglid waardoor deze zichtbaar wordt en gaat zwellen. De fel rode knobbel in de binnenste ooghoek doet wat aan een kers denken en wordt daarom wel "cherry eye "genoemd. Cherry is geen ernstige oogaandoening maar moet wel chirurgisch verholpen worden.

De aandoening moet niet verward worden met andere aandoeningen van het derde ooglid, zoals bijvoorbeeld een folliculitis van het derde ooglid
 

Er zijn twee  chirurgische methoden om deze aandoening te verhelpen

1.  De weghecht/ enveloppe methode, Deze heeft geen 100%  succes maar heeft een (wat theoretisch) voordeel  dat de  traanproductie die voor een deel door het derde ooglid wordt verzorgt behouden blijft. De traanproductie heeft een enorme reserve  capaciteit waardoor het maar de vraag is of  een iets lagere productie ooit een probleem vormt voor de hond.

2.  De verwijder methode:  Deze methode is 100%  succesvol maar heeft dus het nadeel dat de reserve capaciteit van de traanproductie wat minder wordt (zie ook sicca op deze pagina)

In overleg met u als eigenaar worden beiden methode door ons gebruikt.
De operatie wordt regelmatig op onze kliniek uitgevoerd

Tekening van de envelop methode (1)
Hierbij wordt aan de binnenzijde van het ooglid twee kleine incisies naast de traan klier gemaakt (links) welke vervolgens met hechtingen worden gesloten  waardoor de traanklier wordt weggehecht.


Afwijkende haren op de ooglidrand
 

Sommige honden worden geboren met haarzakjes die niet helemaal juist op de ooglidrand zijn geplaatst. Afhankelijk van het type haar kan het maanden tot enige jaren duren voordat dit haartje zodanig is gegroeid dat deze het hoornvlies gaan irriteren. Haartjes in de binnenste ooghoek doen dat bijvoorbeeld minder snel dan haren midden op de ooglid rand. 

De verschijnselen zijn in toenemende mate irritatie van de ogen welke niet of slechts kortdurend reageren op (vette) oogzalf. 

Het simpel uittrekken van deze haren kan effectief zijn maar is slechts een tijdelijke oplossing waarbij bovendien alleen grotere haren worden verwijderd. 

Een meer definitieve behandeling is het elektrisch epileren.
Onder narcose wordt een zeer fijne metalen sonde naast de haar in het haarzakje geschoven. Een kortdurende lage en ongevaarlijke stroom zorgt er voor dat het haarzakje verhit wordt en op deze wijze  ten gronde gaat. Het haartje laat dan los uit het haarzakje en is zonder enige trekkracht te verwijderen. Doordat de haarzakje op deze wijze stuk voor stuk worden vernietigd komen de afwijkende haren  niet meer terug. Vooral als er veel haarzakjes zijn kan dit een tijdrovend karweitje zijn. 

Doordat het verwijderen gebeurd onder zo optimaal mogelijke omstandigheden (stil liggende hond, goed licht, speciale loepbril), blijkt nogal eens dat het aantal haartjes groter is en op meer plaatsen voorkomt dan aanvankelijk gedacht werd.

Ook als de omstandigheden optimaal zijn is het niet altijd mogelijk alle haartjes in 1 sessie te verwijderen. Soms moet de behandeling herhaald worden. Vooral als er meerder haarzakjes direct naast elkaar zitten kan het voorkomen dat niet met zekerheid in één sessie alle haarzakjes definitief vernietigd kunnen worden. Bij jonge honden komt het tevens voor dat nog niet alle afwijkende haarzakjes ontwikkeld zijn en dus nog niet alle haren te zien zijn ten tijd van de behandeling, met als gevolg dat op een later tijdstip weer nieuwe haren tevoorschijn komen. 

De kosten en het succes hangen dus af van de leeftijd, het aantal haren wat aanwezig is en hoe groot ze zijn. Betreft het slechts enkele haren dan is het in het algemeen snel en goed in één sessie te verhelpen.  

Het elektrisch epileren van afwijkende haren op de ooglidrand (ectopische  ciliën) wordt op dierenkliniek ’t Ossehoofd met regelmatig uitgevoerd.
 

 


Scheve kopstand

Inleiding

Een scheve stand van de kop is een neurologische afwijking die bij de hond nogal eens voorkomt. De afwijking wordt eigenlijk bijna altijd veroorzaakt door schade aan het evenwichtsorgaan (vestibulaire systeem). Omdat bij mensen vooral hersenbloedingen zich uiten in een halfzijdige verlamming, wordt vaak onterecht geconcludeerd dat het bij de hond ook om een dergelijke aandoening gaat. Helaas wordt deze verkeerde en te sombere diagnose vaak bij de hond gesteld, soms met alle gevolgen van dien. Daarom willen wij u graag over deze aandoening informeren.

Oorzaken

Gelukkig komen ernstige aandoeningen die bij de hond een scheve kop veroorzaken, slechts zelden voor.


Bij die ernstige aandoeningen kan worden gedacht aan:

  • Een storing in het evenwichtsorgaan. Kenmerkend hierbij zijn ritmische spontane oogbewegingen als gevolg van een aandoening van de evenwichts (vestibulaire) zenuw, die het binnenoor met de hersenen verbindt.
  • In de hersenen gelegen oorzaken. Deze gaan gepaard met uiteenlopende langzaam tot stand komende afwijkingen. De snelle oogbewegingen ontbreken hierbij.
  • Tumoren, hersentrauma en hersenbloedingen. Deze zijn allemaal zeldzaam bij de hond.
  • Infecties het midden- of binnenoor, soms als complicatie van een uitwendige oorontsteking. Deze infecties komen iets vaker voor.

Geriatrisch vestibulair syndroom
De meest voorkomende oorzaak van de scheve kopstand, vooral bij oudere honden, is echter het geriatrisch vestibulair syndroom. De oorzaak hiervan is nog onbekend. Omdat hierbij ook bij eventueel onderzoek na de dood geen structurele afwijkingen worden waargenomen, wordt ook wel gesproken van een idiopathische evenwichts (vestibulaire) aandoening.

Symptomen

  • Een plotseling scheve kopstand.
  • Evenwichtstoornissen.
  • Een onzekere gang bij het lopen en omvallen.
  • Ongecontroleerde snelle bewegingen van de oogbol (nystagmus). De pupil van het oog beweegt van links naar rechts of draait rondjes.
  • Misselijkheid, braken en verminderde eetlust.
  • Een leeftijd van 12.5 jaar of ouder.

Diagnose
Als uw hond dergelijke kenmerken vertoont, zal uw dierenarts een uitgebreid algemeen lichamelijk onderzoek doen. Om de andere hiervoor genoemde oorzaken van een scheve kopstand zo veel mogelijk te kunnen uitsluiten, wordt daarbij ondermeer gekeken naar eventuele neurologische symptomen en ziekten van de inwendige gehoorgang.
Indien de symptomen wijzen op het geriatrisch vestibulair syndroom, wordt aanvullend onderzoek voor meer zekerheid, zoals röntgenologisch onderzoek, meestal uitgesteld, omdat de verschijnselen van dit syndroom binnen enkele dagen zullen afnemen. Indien de symptomen niet snel verbeteren, is verder onderzoek geïndiceerd om andere oorzaken van de scheve kopstand geheel uit te kunnen sluiten.

Behandeling
Behandeling is meestal niet nodig. Zonder behandeling zullen de symptomen binnen 2-3 dagen verminderen. Eventueel kan wat ondersteunende therapie worden gegeven tegen de misselijkheid. De meeste dieren leren binnen 1 tot 2 weken de afwijking te compenseren en kunnen verder een normaal leven leiden. Een recidief van het geriatrisch vestibulair syndroom komt niet vaak voor. Wel kan het zijn dat de hond permanent een min of meer scheve kopstand houdt. Ook kan het dier last blijven houden van een wat onzekere gang bij het lopen.

Waarschuwing
Het beeld lijkt in eerste instantie altijd zeer ernstig. Dit komt vooral omdat we de ziekten van onze dieren afmeten naar de aandoeningen bij de mens, waarbij we bij dit soort symptomen vaak als eerste denken aan ernstige aandoeningen als hersensymptomen veroorzaakt door een infarct of een bloeding. Dergelijke aandoeningen komen bij dieren zelden voor.

En in bepaalde gevallen, zoals bij een tumor, zullen er naast de eerder beschreven verschijnselen vaak andere symptomen opvallen, zoals algemeen ziek zijn, verlamming van de aangezichtsspieren en het Horne Syndroom met het kenmerkende symptoom dat één pupil groter is dan de andere.

Voor er bij een scheve kopstand een te sombere diagnose wordt gesteld moet eerst vast staan dat er geen sprake is van de meest waarschijnlijke oorzaak daar van: het Geriatrisch vestibulair syndroom.
                                                                                                                     


Voorhuidontsteking bij de reu

Inleiding
Voorhuidontsteking of in vaktaal balanopostitis is een veel voorkomend probleem bij reuen. De reu verliest hierbij steeds enkele druppeltjes pus uit zijn geslachtsopening. De hond zelf heeft er nauwelijks hinder van, maar zijn omgeving vaak des te meer.

Oorzaak
De oorzaak is een infectie van de voorhuid. Dit treedt heel makkelijk op omdat de omstandigheden binnen de voorhuid ideaal zijn voor de groei van  bacteriën. Het is er warm, vochtig en ook aan voedsel in de vorm van prostaatvocht is geen gebrek. Bovendien likt de seksueel actieve reu regelmatig aan zijn penis, wat ook voor de nodige infecties zorgt.

Voorkomen
Voorhuidontsteking zien we bij geslachtsrijpe reuen van alle rassen en alle leeftijden. Bijna alle reuen hebben er af en toe last van, maar bij sommigen neemt het echt hinderlijke vormen aan.

Diagnose
Het is niet moeilijk om vast te stellen of een reu een voorhuidontsteking heeft. Een blik op z'n geslachtsdeel is meestal voldoende om te weten hoe het ervoor staat. Bovendien verraadt de patiënt zich door een spoor van pusdruppeltjes achter te laten
en heeft hij veel aandacht voor dit gebied van zijn lichaam.

Andere mogelijk diagnosen
Andere redenen waarom een reu vocht uit zijn voorhuid kan verliezen zijn afwijkingen aan de voorhuid zelf,  prostaatontstekingen en urinewegproblemen gepaard gaande met incontinentie.

Indien de klachten ineens optreden bij de oudere reu dan moet de voorhuid goed geïnspecteerd worden op afwijkingen. Prostaatproblemen komen eigenlijk niet voor bij de jonge reu. Dit terwijl voorhuidontsteking typisch een klacht is van de seksueel actief wordende  reu. Bij prostaatontstekingen is het vocht vaak wat bloederig.

Een eenvoudige maar wat onbekende methode om een prostatitis (prostaatontsteking) eenvoudig vast te stellen is via een urinekatheter een zogenaamd zuigbiopt nemen. Een standaard urinekatheter met een opening aan de zijkant wordt hiertoe rustig ingebracht totdat de urine juist afvloeit en de katheter dus in de blaas zit. Vervolgens wordt de katheter rustig enkele centimeters teruggetrokken. De opening van de katheter ligt nu in de prostaat. Met een injectiespuit wordt lichte onderdruk aangebracht waardoor de katheter zich vastzuigt in de prostaat. Door een kort rukje aan de katether wordt nu een beetje prostaat weefsel in de katheter gevangen wat geschikt is voor onderzoek. Veel reuen accepteren dit prima.

Behandeling

De behandeling bestaat uit het bestrijden van de infectie. Dit kan door in de voorhuid desinfecterende vloeistof aan te brengen (de zogenaamde voorhuid cleaners) of door te behandelen met antibioticahoudende producten. Het vervelende is alleen dat na het stoppen van de behandeling de klachten vroeg of laat weer terugkeren.

In veel gevallen is het castreren van de hond een praktische oplossing. Vooral als de voorhuidontsteking nog niet lang bestaat is dit eigenlijk altijd effectief. Als de kwaal al veel langer bestaat
zal in ongeveer 20% van de gevallen de klachten niet geheel verdwijnen, maar worden de klachten meestal wel beduidend minder. 

Andere gevolgen van voorhuidontsteking
Door de voorhuidontsteking kan ook de buikhuid in de omgeving van de penis wat ontstoken zijn
. De buikhuid in de omgeving van de penis is dun en weinig behaard en kan door spatjes urine en door contact met de vele bacteriën en de pus uit de voorhuid verontreinigd worden wat kleine ontstekingen veroorzaakt. Vooral bij plassen op een harde ondergrond kan ook de binnenkant van de poten verontreinigd worden. Deze aandoening wordt wel eens verward met juveniele pyodermie wel een begrip (een lichte huidontsteking van vooral het liesgebied) maar verdwijnt als het plasgedrag aangepast wordt of de voorhuid wordt schoongehouden. Deze huidaandoening is te herkennen omdat deze richting penis in ernst toeneemt hetgeen met de juveniele pyodermie niet het geval is.

Urineweginfecties bij de reu
Soms wordt gedacht dat een voorhuid ontsteking de oorzaak is van urine- klachten bij de reu. Dit is een onjuiste gedachte. Opgevangen urine is moeilijk te beoordelen. Deze is altijd rijk aan bacteriën en puscellen zeker bij een reu met voorhuidontsteking. Voor ervaren dierenartsen is het eenvoudig om de blaas rechtreeks door de buikwand aan te prikken en zo urine te verzamelen. Urine die op deze wijze is verkregen, is veel geschikter voor onderzoek.

Bij de teef is de plasbuis kort en mondt uit in de bodem van de vulva. Hierdoor kunnen bacteriën relatief makkelijk van buiten af in de blaas komen. Bij de reu is de plasbuis erg lang. Bovendien wordt door het plasgedrag van de reu, de vele kleine plasjes, toch binnendringende bacteriën op tijd uit de plasbuis gespoeld.

Deze vorm van opstijgende urineweginfecties komen bij de reu dus eigenlijk niet voor. Reuen waarvan via de (gepuncteerde urine) een urineweginfectie is vastgesteld moeten dus altijd verder onderzocht worden. 

Urineweginfectie bij de jonge hond
De meest voorkomende oorzaken van urineweginfecties bij de jonge hond zijn geen voorhuidontstekingen maar achtergebleven navelinfecties. In de baarmoeder is de navel namelijk met de blaas verbonden. Infecties van de navel kunnen zich daardoor rond de geboorte via de navel nestelen in de blaas. Meestal zijn dit infecties met de e-coli bacterie. Deze zijn moeilijk te kweken en moeten langdurig met antibiotica moeten worden behandeld om definitief te genezen. Deze infecties vallen vaak pas op als de zindelijkheidstraining bij de nieuwe eigenaar problemen geeft.

Andere oorzaken van urineweginfecties bij de reu zijn blaasstenen, infecties elders in het lichaam zoals vechtverwondingen, ontstekingen van de kieswortel die via de bloedbaan de nieren bereiken of prostaatproblemen.

Wat het onderzoek ook oplevert bij een blaasontsteking, de voorhuidontsteking als oorzaak is zeer onwaarschijnlijk.
                                                                                                                     


 
 
Startpagina