[pagina laatst gewijzigd 07-07-2014]

   
 
   
Algemene informatie over de pup    
     De aanschaf van een pup: rashond of geen rashond     
     De waarde van een stamboom    
     Een nieuwe pup    
     Veel voorkomende aandoeningen bij jonge honden    
     (Jongere) honden en voeding    
     (Jongere) honden en beweging    
     
Algemene informatie over de hond    
     Castratie en sterilisatie via kijkoperatie    
     Zinvolle vaccinaties bij de hond    
     Twee verschillende vaccinaties tegen kennelhoest    
     Tegen welke ziekten vaccineren    
     Overzicht parasieten (Nederland en buitenland)    
     
De oudere hond    
     Veel voorkomende aandoeningen bij de oudere hond    
     Lange nagels bij de (oudere) hond    
     
Voortplanting bij de hond    
    Progesteronbepaling (optimale dektijdstip)    
    Spermaonderzoek    
    KI of natuurlijke dekking    
    Herdekken of niet?    
    Herpesvaccinatie van de teef: zin of onzin?    
    De waarde van echo bij begeleiding van de dracht    
    De waarde van rontgenfoto's bij het begeleiden van de partus    
    Keizersnede: overweging van dierenarts en eigenaar    
    Het beperkte nut van oxytocine-injecties ('pieton')    
    Gezondheidskeuring Engelse buldog    
    DCM onderzoek Duitsee Dog    
    Ammoniakbepaling voor diagnose levershunt (bij Cairn terriŽrs)    
     
Nuttige weetjes bij de hond    
     Chocola en rozijnen: giftig voor de hond    
     Dieetvoer voor honden met artrose    
     
Achtergrondinformatie bij aandoeningen van de hond    
     Anaalklieren (anaalzakjes) ontsteking    
     Bijtwonden door en bij honden    
     Hartaandoeningen bij de hond    
     Epilepsie en het nut van medicatie en onderzoek    
     Jonge honden tumor    
     Een speciale oogaandoening: Kerato Conjunctivitis Sicca (KCS)    
     Cherry eye    
     Scheve kopstand    
     Voorhuidontsteking en urineweginfecties bij de reu    
     Uitwendige gehoorgangontsteking (uitgebreide pagina)    
     Cryptorchidie (niet-ingedaalde testikel) bij de reu       
     Vulva plooi ontsteking    
     
HUIDPROBLEMEN BIJ DE HOND (in aanmaak)    
     Huidproblemen veroorzaakt door infecties    
     Huidproblemen veroorzaakt door parasieten    
     Diverse oorzaken    
     AllergieŽn en storingen afweersysteem    
     Rasgebonden huidaandoeningen    
        
     
UITWENDIGE GEHOORGANGONTSTEKING    
     
OOGPROBLEMEN BIJ DE HOND    
     Een speciale oogaandoening: KeratoConjunctivitis Sicca (KCS)    
     Cherry eye    
     Afwijkende haren op de ooglidrand    
     

   
ALGEMENE INFORMATIE OVER DE PUP

 

   
Aanschaf van een pup: een rashond of niet    
Verwante onderwerpen op deze site

Gastenboek: Twijfels over de raszuiverheid van Drabber (juli 2012)
Een huisdier heb je niet zomaar
Artikel: Huisdier duurder dan de baas lief is (NHD, januari 2008)
Honden verplicht gechipt

Hondenchip moet malafide fokkers afschrikken (Nieuws.nl)
Drastische aanpak fokken rashonden nodig
Artikel: Verbod op fokken met zieke rashond (NRC, 29-05-2012)

Inleiding

Een hond is een geweldig huisdier maar brengt de nodige zorg met zich mee. Hij moet bij zijn baas en omgeving passen. Daarnaast hond moet de zorg kunnen krijgen die hij nodig heeft voor zijn gezondheid en welzijn zoals voeding, wandelen, vachtverzorging, opvoeding, medische zorg enzovoorts. Wij adviseren u graag als u overweegt een hond aan te schaffen welke hond het beste past bij u en uw leefomstandigheden.

Van oudsher is de hond gewaardeerd om zijn gezelschap en zijn vele nuttige eigenschappen zoals waken, speuren, jacht, veedrijven enzovoorts. Om de gewenste eigenschappen te versterken, is de mens gaan selecteren op deze eigenschappen en zo zijn er rassen ontstaan. Binnen een ras komen de genen zodanig overeen dat de nakomelingen min of meer voorspelbare eigenschappen krijgen.

Vele van de uiterlijke kenmerken van een ras zijn daarbij van oorsprong functioneel. Een brak heeft korte pootjes omdat hij zo makkelijker de neus aan de grond kan houden. De grote oren zorgen voor afkoeling zodat hijgen minder snel nodig is om het lichaam koel te houden.

De laatste decennia is echter voor veel rassen de aandacht verlegd naar de uiterlijke kenmerken waarbij de functionaliteit van deze kenmerken naar de achtergrond is verschoven. Hierdoor zijn er in veel rassen gezondheidsproblemen ontstaan.

Een voorbeeld hiervan is de Duitse herder die men probeerde een lichaamshouding te geven alsof hij elk moment op kan springen. Hiertoe werd geselecteerd op achterbenen die meer achter het lichaam stonden. Onbedoeld heeft men daarmee ook geselecteerd op een minder natuurlijke stand van de heupen.

Het omgekeerde is bij de rottweiler gebeurd. Deze geduchte waker moest een onverzettelijk uiterlijk hebben. Men zocht naar een sterk gespierde hond welke een lichaamshouding had alsof hij zich schrap zette. Onbedoeld heeft men daarbij een hond gekregen die door de gestrekte stand van de knie en het gespierde lijf gevoeliger is geworden voor knieletsel (zie pagina orthopedie).

Voor aandoeningen waarvan de erfelijke basis al langer werd onderkend, zoals heupdysplasie, elleboogdysplasie en PRA, is er al tientallen jaren beleid om dit uit te sluiten voor de fokkerijen.
 
Hoewel er al tientallen jaren aandacht is voor zaken als heupdysplasie (HD) , elleboogdysplasie (ED) en nachtblindheid (PRA), neemt de laatste tien jaar ook de aandacht voor andere gezondheidskenmerken bij honden enorm toe. Dit is mede het gevolg van de sterk toegenomen kennis van de aandoeningen en methoden om ze op te sporen. Veel technieken die daarbij gebruikt worden zoals DNA, echo en MRI zijn pas de laatste decennia echt beschikbaar gekomen Daarnaast hechten wij maatschappelijk ook steeds meer belang aan een prettig leven voor de (huis)dieren om ons heen. Gevolg is dat de fokkerij op gezondheidsproblemen steeds meer wordt aangesproken. .

Hoe zijn hondenrassen vrij te maken van gezondheidsproblemen?

Veel aandoeningen komen pas tot uiting op oudere leeftijd. De leeftijd waarop de hond zich al heeft voortgeplant en dus de goede en slechte eigenschappen al heeft doorgegeven. Er moet dus gezocht worden naar methoden om deze gezondheidsproblemen als op jongere leeftijd op te sporen. Dit blijkt vaak niet eenvoudig. De erfelijkheid van veel gezondheidsproblemen is vaak complex en niet met een simpel DNA-testje op te sporen

Het opsporen van gezondheidsproblemen kost veel geld. Hierdoor worden pups duurder  niet alleen door de kosten van het onderzoek zelf, maar ook doordat veel teven en reuen die veelbelovend waren en waar veel tijd en kosten in gestoken werd nooit een nestje kunnen krijgen.

Een ander probleem is dat van populaire rassen bij zorgvuldig fokken vaak maar een beperkt aantal pups per jaar beschikbaar is. Aspirant-hondeneigenaren vinden het dan vaak moeilijk te wachten, zeker als ze op internet een hondje vinden wat er veel op lijkt en bovendien een stuk minder kost.

Een pup zonder papieren is een pup waarvan niet bekend is wie de ouders zijn en of  deze gezond zijn. Toch laten veel nieuwe hondeneigenaren zich verleiden om een dergelijke pup aan te schaffen.
De pups zijn veelal goedkoper en er hoeft niet gewacht te worden tot er een nestje geboren wordt

De hondenhandel en vooral de puppyfarms uit het buitenland varen hier wel bij, Elke pup is er een en als er later problemen zijn, geeft er niemand thuis.

Doordat nog steeds veel mensen dergelijke hondjes kopen is er een levendige handel ontstaan waarbij hondjes die in het buitenland onder slechte omstandigheden worden gehouden, toch gretig aftrek vinden

Conclusie:
Hondenhandel en honden uit het buitenland bestaan bij de gratie van de kopers. Er is veel kritiek op de fokkerij die zeker voor een deel terecht is. Echter veel misstanden zijn het gevolg van een te weinig kritische aspirant-hondeneigenaar die zich door kwaadwillenden zand in de ogen laat strooien.

Misverstanden over rashonden

Rashond
Een rashond is een hond die door overeenkomst in erfelijkheid voorspelbare eigenschappen heeft. Een goede selectie van ouderdieren, niet alleen op functie en uiterlijk maar vooral ook op gezondheid, geeft nakomeling die naast een voorspelbaar karakter en uiterlijk ook een voorspelbare gezondheid hebben. Voor veel rasvereniging ligt er nog een flinke taak om dit beter waar te maken.

Stamboom
Een stamboom wordt in principe alleen afgegeven als beide ouders een stamboom hebben en van hetzelfde ras zijn. Een stamboom is niets anders dan een afstammingspapier. Het is een certificaat wat ons vertelt wie de ouderdieren zijn. Veel eigenaren menen dat een stamboom nergens goed voor is en dat je misschien beter geen stamboom kunt hebben. Op zich zegt een stamboom niets over de gezondheid van de pup Maar met de stamboom in de hand kan men wel meer te weten komen over de ouderdieren en hun gezondheid. Zonder stamboom is dit onmogelijk. Zoek je een boxer met een gezond hart (dus zonder de veel voorkomende aorta stenose), dan is het prettig te weten dat jouw pup uit ouderlijnen voorkomt waar aorta stenose weinig voorkomt. Een stamboom is dus een middel en geen doel op zich.

Een stamboom wordt alleen afgegeven aan de nakomeling van twee ouders van hetzelfde ras. Kruis je twee gezonde exemplaren van verschillende rassen, dan is het dus niet mogelijk hier een stamboom voor te krijgen. Maar het is zeer denkbaar dat je gezonde nakomelingen krijgt. Het is echter ook mogelijk dat je door een bijzondere combinatie juist problemen krijgt omdat eigenschappen elkaar kunnen versterken maar ook tegenwerken.

Indien een pup geen stamboom heeft, betekent dit in praktijk dat er op geen enkele manier gekeken wordt (of kan worden) naar de gezondheid van de ouderdieren. Je neemt gewoon een reu en teef van een gewild ras, zet ze bij elkaar, hoopt er het beste van en verkoopt ze via internet. Zoals gezegd treden veel problemen pas op wat latere leeftijd op en wie dan leeft, dan zorgt.

De fokkerij
De basis van de fok is de rasstandaard. Hierin is vastgelegd aan welke kenmerken een dier moet voldoen en op welke gezondheidskenmerken moet worden gelet

Inteelt en verborgen eigenschappen
Veel foutjes in het erfelijk materiaal hebben geen betekenis zolang ze maar van ťťn ouder komen. Het stukje gezond DNA van de andere ouder kan het defect dan compenseren.

Indien de nakomelingen echter de verborgen eigenschappen (recessieve eigenschappen) van beiden gezonde ouderdieren hebben, komt de erfelijke aandoening te voorschijn.

Van inteelt wordt gesproken als beide ouderdieren familie van elkaar zijn. De kans dat twee ouderdieren dezelfde verborgen genetische afwijking doorgeven is groter als de ouderdieren verwant zijn. Bij inteelt komen dus verborgen aandoeningen sneller te voorschijn. Inteelt wordt daarom in de fokkerij wel gebruikt om verborgen aandoeningen op te sporen.

Kruisingen
Kruisingen hebben meer genetische verschillen waardoor de kans dat dezelfde verborgen eigenschappen van beide ouders worden doorgegeven dus een stuk kleiner is

Een vuilnisbakje of een rashond
In principe is het waar dat een hond die veel verschillende genen heeft, zich makkelijker kan aanpassen aan de omgeving. In veel landen leven honden op straat en in het wild met als gevolg dat alleen de sterkste overleven en zich voortplanten.

Nadeel van vuilnisbakjes is dat je als pup nog weinig weet over hoe groot ze worden, welke karakter ze krijgen, wat voor vachttype enzovoorts.

De toekomst
Zoals bekend is de overheid van plan om het chippen van alle pups verplicht te maken. Hierdoor wordt inzichtelijker waar honden vandaan komen en kan illegaal transport en handel beter worden aangepakt.

Aan de fokkers van rassen de taak om vaart te maken met het aanpakken van gezondheidsproblemen binnen de rassen. Zoiets kost geld maar de kosten gaan nu eenmaal voor de baat uit.

Als u voor een paar honderd euro meer de garantie hebt dat uw hond niet geopereerd hoeft te worden aan allerlei aandoeningen of levenslang medicatie of klachten heeft, dan is de kans dat u een hond met papieren kiest een stuk groter. Hiermee levert u hiermee een bijdrage aan de gezondheid van een hondenras. Bovendien beperkt u zo de afzetmarkt van illegale of malafide fokkers. 

   

 

 

 

 

 

Laat keuze hond niet alleen bepalen door exterieur.

 

 

 

Uiterlijke kenmerken van een ras zijn van oorsprong vaak functioneel.



'Wakkere' stand achterbenen Duitse herder oorzaak heupdysplasie.

Front rottweilers bevordert knieproblemen.

 

 

Gezondheid belangrijker dan uiterlijk.

.

 

 

 

 

Rashond zonder stamboekpapieren beter voor portemonnee.

Rashond met stamboompapieren van een goede fokker beter voor gezondheid hond en het ras.

 

Hondenhandel bestaat alleen bij de gratie van de kopers.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een stamboom is een middel en geen doel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inteelt maakt verborgen erfelijke gebreken zichtbaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Alle pups een chip! Hierdoor is voorgeschiedenis te volgen.
 


Een nieuwe pup

Het opvoeden van en het zorgen voor de pup is een intensieve periode en vereist kennis, tijd en inzet. Om u hierbij wat te helpen een aantal adviezen, deels ook beschreven onder andere onderwerpen.

We willen u graag attenderen op ons groeiconsult. Een speciaal hiertoe opgeleide paraveterinair neemt dan voor u de tijd om vragen door te nemen en u te helpen met adviezen over groei, voeding en opvoeding wij willen als praktijk namelijk graag een bijdrage leveren aan een goede start.

Voeding en groei
Tijdens de eerste paar maanden zijn puppies uiterst actief en groeien ze erg snel. Hun voeding moet voldoen aan deze uitzonderlijke energiebehoefte die per kilo wel 2 tot 3 keer zo hoog kan liggen als in het latere leven. Bij pups van kleine en middelgrote honden moet het energiegehalte van het voer daarom hoger zijn dan van de voeding voor volwassen honden.

De groei is een belangrijke periode in het leven van een hond. Tijdens deze periode worden zowel het karakter als het lichaam van de toekomstige volwassen hond gevormd. Voor een harmonieuze ontwikkeling heeft een pup voeding nodig die rekening houdt met zijn daadwerkelijke behoeften. Of de pup een gezonde volwassen hond wordt met een goede bouw, een stevig gebit en een mooie glanzende vacht, wordt beÔnvloed door de kwaliteit en de hoeveelheid voeding in deze periode. De groei van pups van kleine, middelgrote, grote en zeer grote rassen is zeer verschillend. Zo is een teckel in 8 tot 10 maanden volgroeid, terwijl dit bij een sint-bernard tot 18 maanden duurt. Bij de grote en zeer grote rassen komen door de enorme groei (van 600 gram bij de geboorte tot 70 kilo op de leeftijd van 18 maanden), dan ook vaker groeistoornissen voor dan bij de kleine en middelgrote rassen.

Het is uiterst belangrijk dat de pup ook weer niet te snel groeit. Een te hoge groeisnelheid verhoogt het risico op bot- of gewrichtsproblemen. De energieopname per dag heeft de grootste invloed op de groeisnelheid van de pup. Het is daarom belangrijk om een pup van een groot ras schraal op te laten groeien. Eveneens van groot belang is een aangepast calcium- en fosforgehalte (maximaal Ca2+: 0.85% / P042- 0.63%) om zorg te dragen voor een goede mineralisatie van het skelet.
(zie ook Jongere honden en voeding)

Paraveterinaire consulten voor gewicht en groei (kosteloos)
Wij willen graag helpen bij het streven naar de juiste groei van uw pup. Omdat het vroegtijdig signaleren van problemen met de gezondheid erg belangrijk is, hebben wij hiervoor een speciaal spreekuur opgezet. Dit spreekuur wordt gehouden door onze paraveterinairen. Elke twee tot drie weken komt u voor groeibegeleiding met uw pup naar de kliniek waar de lichaamsconditie en het gewicht worden vastgesteld. Zie openingstijden voor dit kosteloze spreekuur.

Vaccinaties
Het is in het belang van de gezondheid van uw pup dat deze zijn basisvaccinaties krijgt. Bij het eerste bezoek met uw pup aan de kliniek wordt uitgebreid aandacht besteed aan de groei en ontwikkeling en controle op aangeboren en erfelijke aandoeningen. Er is er ruimte voor vragen en u krijgt advies over de diverse vaccinaties die van toepassing zijn. Vaccineren is maatwerk; niet iedere hond heeft dezelfde vaccinaties nodig.

U hoeft niet zelf aan de jaarlijkse (vervolg)vaccinaties te denken; u ontvangt van ons een herinneringskaart. Bij iedere vaccinatie doen wij een kleine check up van de hond.

Schema van basisvaccinaties voor de pup

  • 6 weken: pupvaccinatie.
    Parvo en hondenziekte. Vaccinatie geschiedt met de mazelenvariant.
    Deze vaccinatie gebeurt gewoonlijk bij de fokker.
  • 9 weken: cocktail.
    Parvo, (HCC,) ziekte van Weil  en hondenziekte..
  • 12 weken: cocktail.
    Parvo, HCC, ziekte van Weil en hondenziekte.

Afhankelijk van de leeftijd en voorgaande vaccinaties zijn ook andere vaccinatieschema's mogelijk.

Naast deze basisvaccinaties, is het soms wenselijk uw hond te enten tegen kennelhoest, hondsdolheid (rabiŽs) en andere ziekten.

Voor de kosten van vaccinaties zie Tarieven

Parasietenbehandelingen
Het is zeer belangrijk uw pup te beschermen tegen parasieten. Honden zijn erg gevoelig voor de gevolgen van wormen, vlooien en teken. Wij adviseren u daarom om uw hond regelmatig te ontwormen. Er zijn goede producten om deze parasieten te bestrijden.

Ontwormen van pups elke 2 weken na de geboorte en op de leeftijd van 2, 4 en 6 maanden. Daarna minimaal 2 keer per jaar. Afhankelijk van het gewicht en de (on)mogelijkheid om pillen in te geven adviseren wij Banmith Milbemax, Drontal, Dolthene (vloeistof), Stronghold (druppels op de huid). Deze producten zijn zeer effectief en veilig en makkelijk toe te dienen. Elk product heeft zijn eigen specifieke kenmerken en voordelen
                                                    
Zie ook de mogelijkheid op gratis controle van ontlasting van uw hond of kat op wormen.

   

 

 

 

 

 

 

 

 

Voeding pups is maatwerk in combinatie met gezond verstand en observatievermogen.

 

 

 

 

 

 

Gratis groeibegeleiding pup.

 

 

 

Vaccinaties voor het dagelijkse leven en bijzondere omstandigheden.

 

 

   

Wat kan er mis zijn met uw pup?    

 

De belangrijkste gezondheidsproblemen bij de pup.

  • Temperatuur
    Het kan voorkomen dat uw pup zich niet zo lekker voelt. Hoewel veel ziekten niet met koorts gepaard gaan, is het goed om de pup even te temperaturen. De normale temperatuur (voldoende diep) gemeten in de endeldarm van een hond ligt ongeveer tussen de 38 en 39 graden.
     
  • Hoe ziet de ontlasting eruit
    Als de hond vaker naar buiten moet, loop dan even mee om zijn ontlasting te controleren. Op deze manier heeft u snel in de gaten of de hond diarree heeft en of er slijm of bloed bij de ontlasting zit.
     
  • Maag-darmklachten
    Het meest voorkomende probleem bij de pup zijn maag-darmklachten. Dit heeft verschillende oorzaken. Pups eten relatief veel, missen vooral in het begin de beschermende werking van de moedermelk, eten voer dat niet optimaal is, zijn vaak onvoldoende ontwormd en eten verder alles wat ze tegen komen.
     
  • Slappe ontlasting en verminderde eetlust.
    De klassieke fout die bijna iedere eigenaar maakt bij een pup die ineens niet meer goed wil eten, is om hem andere voer geven. Een pup die normaal goed en vlot eet en ineens voedsel weigert doet dit omdat zijn maag en darmen van streek zijn en niet omdat het voedsel ineens niet meer lekker is! Het maag-darmkanaal heeft dan RUST nodig en zeker geen ander soort voedsel. Bij plotseling weigeren van voedsel de hoeveelheid sterk terugnemen, wel water (of yoghurt) geven en bij voorkeur even een afspraak maken als het te lang duurt of er diarree of  spugen optreedt. Als een pup behalve niet wil eten ook niet wil drinken, altijd een afspraak maken. Immers een pup die niet wil eten is ziek en verliest gewicht waardoor de weerstand snel afneemt.
     
  • Misselijkheid, niet eten en spugen
    Bij misselijkheid met spugen onmiddellijk al het eten en drinken weghalen en alleen kleine slokjes water geven. Als de hond het water binnenhoudt, kunt u hem gedurende een dag yoghurt geven. Aarzel niet om contact met ons op te nemen als de toestand van de hond niet snel verbetert.
     
  • Spugen en diarree
    Bij spugen en diarree, eten en drinken weghalen. Dringt hem geen (ander) voer op; dat maakt het alleen maar erger. Maak een afspraak met de dierenarts.
     
  • Kreupelheid: spierpijn, een verstapping of erger
    Spierpijn komt niet voor bij een pup. Als een pup dus aangeeft dat hij pijn heeft, is dat meestal omdat gewrichten en ledematen overbelast zijn. Gun de hond dan rust. Als het regelmatig voorkomt kunt u er het beste naar laten kijken. Het kunnen groeipijnen zijn maar ook overbelasting van heupen en ellebogen. Het is van belang dat dit tijdig wordt opgespoord en behandeld.
     
  • Gebroken poot
    De botten van pups zijn nog niet zo stevig dus een botbreuk komt bij pups vaker worden dan bij volwassen honden. De poot is dan meestal duidelijk te dik, de pup gaat er geen moment op staan en houdt de poot vaak zo slap dat deze bungelt.
     
  • Oogontsteking
    Oogontstekingen met een beetje pus-achtige uitvloeiing komen veel voor bij de pup maar zijn meestal onschuldig zolang het oog maar helder is en de pup niet knijpt met het oog. Toch is het wel goed om er een keer naar te laten kijken. Veel voorkomende aandoeningen als een gezwollen oogamandel (deze zit achter het derde ooglid), en een door de natuur verkeerd geplaatst haartje kunnen beter behandeld worden.
     
  • Schoonmaken van ogen
    Veel mensen gebruiken gekookt water voor het schoonmaken van ogen. Het drinkwater in Nederland is echter van dermate goede kwaliteit dat het koken voor het schoonmaken van ogen, volstrekt overbodig is.

    Wel is water irriterend voor het oog doordat het hoornvlies uitdroogt. Het traanvocht dat het oog beschermt is zout. Aan het water waarmee het oog wordt schoongemaakt kan dus het beste ook wat zout worden toegevoegd. Gewoon leidingwater dus en ťťn afgestreken theelepel zout op een kopje water volstaat.
     
  • Hoesten en neusuitvloeiing
    In tegenstelling tot de mens komen verkoudheden bij een pup niet voor. Lijkt een pup verkouden of hoest de pup, dan is dit een reden om naar de dierenarts gaan. Zeker als de pup ziek is, niet wil eten koorts heeft of last heeft van groene neusuitvloeiing.
     
  • Huidproblemen en jeuk in het liesgebied
    De huid van de jonge hond is nog erg kwetsbaar. Vooral in de liezen komen regelmatig huidontstekingen voor, vaak met rode vlekjes of pukkeltjes. (juveniele pyodermie). De oorzaak moet gezocht worden in (verminderde) algemene weerstand en niet-optimaal voeren en ontwormen. Bij reutjes kunnen het ook urinespatjes of een voorhuidontsteking zijn. De pukkeltjes zitten dan meer rond de voorhuid dan in de lies.
     
  • Krabben aan oren en hals
    Jonge pups krabben vaak in de hals of bij de oren omdat ze nog moeten wennen aan de halsband die ze om hebben. Kijk voor de zekerheid toch nog even goed in de oren of die wel schoon zijn of laat de dierenarts ernaar kijken.
     
  • Veel drinken en niet zindelijk worden
    Bij pups komt het nogal eens voor dat zich een bacterie in de urinewegen heeft genesteld zonder dat dit direct waarneembaar is. Aangenomen wordt dat deze bacterie hier via de navel terecht is gekomen. Het enige wat opvalt is dat de hond wat meer drinkt en wat moeite heeft met zindelijk worden.

    Een normale pup van 5 kilo die droogvoer krijgt, drinkt niet meer dan een koffiemok water per dag. Een dubbele hoeveelheid is al verdacht. Omdat met normaal urine-onderzoek deze aandoening niet kan worden opgespoord, wordt nogal eens onterecht de diagnose 'psychogeen' drinken gesteld. Indien het echter een niet opgespoorde urineweginfectie betreft kan dit tot blijvende nierschade leiden. Met wat uitgebreider onderzoek is deze aandoening wel op te sporen en vroegtijdig en succesvol te behandelen.

    Neem geen gezondheidsrisico's!
    Als u het niet vertrouwt is het altijd verstandig om een afspraak te maken voor onderzoek. Door een goede observatie van uw hond kunt u ons helpen een beter beeld te krijgen van de klachten.
    Voor minder acute aandoeningen of vragen kunt u ook een e-mail sturen
    zie ook onder contact consult per email

   

 

Oh gut, een klein ziek hondje... En wat dan?

 

Lees deze informatie zorgvuldig en ga niet zelf dokteren!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hťt perfecte spoelmiddel voor ogen van alle dieren is een kopje ongekookt leidingwater waarin een theelepel zout is opgelost.

 

 


Jongere honden en voeding

Nu de grondstoffen in de voedingsmiddelen weer duurder zijn geworden en met de laatste schandalen in het achterhoofd, is deze pagina over voeding opgezet. Voeding is mťťr dan 'eten geven'; voeding is gezondheid en welzijn. Uit niet-optimale voeding komen veel gezondheidsproblemen voort. Denk daarbij niet alleen aan darmklachten, intoleranties en allergieŽn maar ook aan allerlei andere kwalen die beÔnvloed worden door voeding, zoals gewichtsproblemen, groeipijnen, oorproblemen, urinewegproblemen, veroudering en overgewicht.
 

Wat onvoldoende bekend is, is dat ook botaandoeningen zoals elleboogdysplasie, heupdysplasie, OCD (osteochondrose), enostosis (pijnlijke botziektes) en het wobbler-syndroom (pijnlijke nekwervels), het gevolg kunnen zijn van verkeerde voeding.


Een beetje extra informatie over voeding kan dus ook geen kwaad. Op deze pagina treft u veel informatie aan over voeding voor uw pup (en volwassen hond) zodat u een weloverwogen keuze kunt maken. Met goede voeding geeft u uw hond immers een goede en gezonde basis voor zijn leven.

Voeding speelt een zeer belangrijke rol bij de groei van een pup. Helaas worden er veel onwaarheden verspreid op dit gebied. Deels omdat velen elkaar na praten zonder echt te onderzoeken of het waar is, deels ook omdat de commercie veel invloed heeft. Hondenvoer is 'big business' waarbij mooie verhalen vaak beter werken dan goed voer.

Er worden vele soorten puppyvoeders verkocht, speciaal voor de jonge opgroeiende hond. Daanaast geven veel fokkers voedingsvoorschriften mee bij het afhalen van de hond. Helaas is een groot aantal van deze voeders en adviezen gebaseerd op verouderde kennis en soms zelfs op verkeerde aannames.

De informatie die u hieronder aantreft, is gericht op de belangrijke elementen van de voeding voor uw jonge hond.

Te veel voer voor de pup

Met regelmaat worden ernstige vormen van diarree (de zogenaamde rottingsdiarree) veroorzaakt doordat er te veel voedsel wordt gegeven. Rekenfouten, verkeerd op de zak kijken en verkeerde adviezen van de fabrikant zijn allemaal oorzaken waardoor puppy's te veel voer krijgen.

Opvallend is dat mensen vaak allang gemerkt hebben dat hun pup niet alles opeet dus zelf al aangeeft dat het veel te veel is,

Voer maximaal 35 gram droogvoer per kilo lichaamsgewicht per dag!

Een dergelijke hoeveelheid van 35 gram per kilo per dag is overigens alleen nodig op de top van de groei (in de leeftijd tussen de 2 en 3 maanden) en dan alleen nog bij de zeer actieve rassen,

Meer kunnen de darmen gewoonweg niet verteren. Meer voer helpt dus ook niet. In tegendeel, om plaats te maken voor al dat voer gaat het er alleen maar sneller doorheen waardoor het slechter verteerd wordt en gaat rotten in de darmen. De pup gaat zich minder voelen en 'vindt het voer niet meer zo lekker'. Veel eigenaren zijn zo gealarmeerd door het slechte eetgedrag dat er vervolgens weer van alles geprobeerd wordt om er toch voedsel in te krijgen. Kortom het ideale recept voor darmproblemen.

Snel en schrokkerig eten
Snel eten is altijd belangrijk geweest voor onze oerhond. Als een hond voedsel gevonden had, moest hij zorgen dat hij alles zo snel mogelijk naar binnen schrokte voordat een andere dier lucht kreeg van zijn prooi.

Ook in het nest krijgen pups vaak tegelijk te eten waardoor ze leren dat snel eten meer voedsel betekent.

Schrokkerig eten en altijd trek hebben in eten is dus normaal voor een pup

Volwassen voer of puppyvoer voor een pup

Kalk in voeding: eerder te veel dan te weinig
Voorheen bevatte vrijwel alle puppyvoeders (veel) extra kalk. Daarnaast worden door sommige fokkers nog toevoegingen geadviseerd die mineralen bevatten. Dit lijkt logisch want voor skeletopbouw is kalk nodig. Gecombineerd met de grote aandacht voor botontkalking bij oudere mensen, wordt al gauw gedacht een beetje dat extra kalk wel goed zal zijn of anders geen kwaad kan.

Gebleken is echter dat in standaard hondenvoer al ruim voldoende kalk zit en dat het waarschijnlijk, met name voor de honden van grote rassen (rassen met een eindgewicht van boven de 20 kilo), juist beter zou zijn om speciale voeding met een verlaagd kalkgehalte te geven. Een te hoog kalkgehalte tijdens de (vroege) groei kan diverse soorten van skelet ontwikkelingsstoornissen veroorzaken en daarmee dus ernstige kreupelheden.
Dit geldt voor alle voeding, dus ook de voeding die al in het nest bij de fokker wordt gegeten en vanaf de eerste dag bij u thuis. Juist gedurende de eerste 6 maanden van het leven van een pup kan er op dit gebied veel mis gaan. Voor kleine honden (eindgewicht onder de 20 kilo) kan een teveel aan kalk veel minder kwaad.

(Te veel) energie
Vrijwel alle puppyvoeders bevatten meer energie dan de voeders voor de volwassen hond, meestal in de vorm van vet. Ook dit lijkt logisch: groei kost energie. De meeste pups kunnen echter door meer te eten van (volwassen) hondenvoer ook ruim voldoende energie binnen krijgen. Met de extra energie die wordt aangeboden in de vorm van vet worden veel groeiende honden juist te zwaar, hetgeen niet goed is voor de ontwikkeling van de gewrichten. Ook dit is vooral van belang voor honden van grotere rassen.

Een goed puppyvoer bevat dus gťťn extra kalk of energie maar is gewoon goed verteerbaar en de eiwitten zijn van goede kwaliteit met een hoge biologische beschikbaarheid. Doordat de fabrikanten meestal alleen de minimale wettelijke verplichte informatie op de verpakking vermelden(liefst nog in 7 talen en in een onleesbaar lettertype), is het echter lastig om de kwaliteit van het voer te boordelen.

Kenmerken van een goed voer zijn:

  • 10-15 gram per kilo moet genoeg zijn voor een volwassen hond.
  • 20-30 (35) gram per kilo moet genoeg zijn voor een pup.
  • Vlot eten van het voer.
  • Geen winderigheid.
  • Geen oprispingen.
  • Geen graskauwen.
  • Ontlasting stevig, donker en altijd(!) hetzelfde.
  • Geen slijm of bloed bij de ontlasting.
  • Geen napersen of lang zitten.
  • Geen sterk of afwijkend ruikende ontlasting.
  • Goede glanzende vacht, heldere ogen, actieve hond.

Stuurt u gerust een e-mail als u achtergrondinformatie of uitleg wilt over de voeding die uw hond gebruikt. U kunt hiervoor ook een afspraak maken voor het groei- en gewichtsspreekuur dat door de paraveterinairen wordt gehouden. Neemt u dan wel een wikkel of de verpakking van het voer mee.

Kleine honden en puppybrokken
Bij kleine honden zoals West Highland Whites, Teckels, Cairn terriŽrs, Yorkshire terriŽrs, Maltezers enzovoort, komt het wat minder nauw op kalk in de voeding aan en zijn er niet snel problemen te verwachten met gewrichten of botten.

Kleine rassen zijn wel kwetsbaarder voor de kwaliteit van het voer. Het voordeel van puppybrokjes is vaak dat ze wat kleiner zijn en beter van kwaliteit. Dus voor de pup makkelijker te eten en te verteren dan hondenvoer voor volwassen dieren. Als een hond van een klein ras het goed doet op puppyvoer dan kunt u hem hier ook als de hond volwassen is op houden.

Uiteraard is het ook voor deze rassen niet de bedoeling dat ze te dik worden, maar de gevolgen zijn minder funest dan bij grote hondenrassen. Als er op tijd wordt ingegrepen, is het overgewicht weer makkelijk terug te brengen zodat er op lange termijn geen problemen te verwachten zijn. Het is verstandig het gewicht regelmatig te (laten) controleren om de voeding op tijd te kunnen aanpassen.
 

Grote(re) honden en puppybrokken
Honden zoals de Duitse herder, Mechelse herder, Labrador, Duitse dog, Rottweiler en de Boxer worden tot de grotere rassen gerekend.

Bij grote rassen is het, zoals eerder aangegeven, dus niet altijd het beste om ze puppybrokken te geven. Er zijn echter ook goede uitzonderingen: Eukanuba puppybrokken voor large breeds (grote rassen), Hill’s voor large breeds, Waltham Junior II en Royal Canin Osteo. Deze voeders bevatten een uitgebalanceerde hoeveelheid kalk die optimaal is voor opgroeiende honden van de grote rassen.

Veel dierlijke grondstoffen (ook wel vlees genoemd) bestaan tegenwoordig uit separatorvlees. Dit is vlees dat machinaal wordt verwijderd van uitgebeende karkassen. Hierdoor bevat het veel kalk. Dit maakt het vlees dus ongeschikt om te verwerken in puppyvoer voor de grote rassen. Daarom moeten duurdere grondstoffen (lees: beter vlees) worden gebruikt wat zich vertaalt in een hogere prijs.

Er zijn ook fabrikanten die helemaal geen puppybrokken maken. In veel opzichten hebben ze gelijk. De kwaliteit en samenstelling van voer voor volwassen honden hoeft echter minder goed te zijn dan voor puppies. Indien het voer voor puppies van voldoende kwaliteit is, dan is het eigenlijk wat te lux voor vooral de grotere volwassen honden.

Opmerkingen en tips over het voeren van uw pup
 

  • Het voordeel van puppyvoer is dat de verteringskwaliteit en de biologische beschikbaarheid hoger zijn. Dit is van belang omdat ten opzichte van volwassen dieren van dezelfde afmeting veel meer verteerd moet worden, terwijl de darmen nog niet goed ontwikkeld zijn en de dieren daarbij ook nog wel eens geplaagd worden door wormen en infecties.
     
  • De meeste hoeveelheden die op de verpakking worden geadviseerd zijn veel te ruim. Honden eten die porties dan ook vaak niet op of hebben zeer veel ontlasting vanwege de passage van veel onverteerd voedsel. Winderigheid, de bak niet leeg eten en veel ontlasting zijn dus kenmerken van slechte vertering van het voedsel en overvoeren.
     
  • Voor volwassen huishonden kan worden uitgegaan van 10-15 gram droogvoer per kilo lichaamsgewicht. Voor jonge dieren in de groei mag dit maximaal het dubbele, dus 30 gram, zijn. Diepvriesvoer en blik bevatten veel vocht. Daarom mag hiervan 2 tot 4 keer zoveel gegeven worden 
     
  • Diepvriesvoeders zijn lastig en duur in gebruik, maar wel superieur aan droog- of blikvoer in verteerbaarheid en biologische beschikbaarheid. Veel honden vinden het bovendien erg lekker.
    .
  • De darmen van jonge honden kunnen het best 24 uur per dag aan het werk worden gezet. Met name 's nachts tijdens de slaap wordt er optimaal verteerd. Zolang het de zindelijkheidstraining niet verstoort kan het beste ook 's avonds laat nog wat voer worden gegeven.
     
  • Vermijdt voerwisselingen en geef zo min mogelijk voer tussendoor of als beloning. Elke verandering van het voerschema kan de op topvermogen werkende darmen verstoren. Slijm of zelfs bloed in de ontlasting zijn een ernstige waarschuwing.
     
  • Puppy's worden relatief vroeg gespeend op een leeftijd van 5 tot 6 weken. Eigenlijk is dit voor de darmen te vroeg. Het is van belang om vooral de eerste dagen de darmflora te stabiliseren en te beschermen door bij elke maaltijd wat gefermenteerde melkproducten als kwark en Bulgaarse yoghurt te geven.
     
  • Als een pup even wat minder eetlust heeft, direct minder voer geven en niet proberen of het dier andere dingen nog wel lekker vindt. Op zijn best leert u de pup daarmee een fijnproever te worden. Vaker helpt u het dier met die verwisseling van de regen in de drup. De beste manier om de pup tegen zichzelf beschermen is door voer te minderen en het dier 'hongerig' te houden..
     
  • Bij diarree niet zelf gaan experimenteren. Dit loopt bij een pup snel uit de hand. Braken en waterdunne diarree met bloed zijn een alarmsignaal. Haal al het voer weg en neemt contact op met de dierenarts.
     
  • Geef pups van grote rassen het liefst hoogwaardig puppyvoer (Eukanuba, Hill’s, Royal Canin of Waltham) en geen willekeurig gewoon puppyvoer. Alle toevoegingen daarnaast zijn overbodig en vaak zelfs schadelijk. Daarnaast is het belangrijk het gewicht in de gaten te houden gedurende de hele groeiperiode. Dat is dus de eerste anderhalf jaar.
     
  • Ook voor pups van kleine rassen is het verstandig om puppyvoer te geven. Bij deze honden is het daarnaast ook aan te raden het gewicht goed in de gaten te houden.

Wij willen u graag helpen bij de opgroei van uw pup. Dit kan door groeibegeleiding. U komt dan elke twee of drie weken met uw pup naar de kliniek. Wij beoordelen dan de lichaamsconditie en het gewicht. Aan de hand hiervan kunnen wij bepalen of uw pup goed en gelijkmatig groeit. Voor cliŽnten die de zorg van hun pup aan onze kliniek toevertrouwen, is deze service gratis!

Diepvriesproducten, ook wel KVV (Kompleet Vers Vlees Voer) genoemd

Diepvries is een conserveringsmethode die kwalitatief voordelen heeft boven droogvoer. Met name dierlijke vetten zijn makkelijker in diepvriesvoer te verwerken en voor de hond zeer goed verteerbaar. Dit voer bestaat al vele tientallen jaren maar is nooit populair geweest vooral omdat het duurder is, in de diepvries bewaard moet worden en het door de mens meestal weinig aantrekkelijk wordt gevonden.

De laatste tijd is het echter sterk in opkomst. Ook hier geldt dat de kwaliteit weer sterk afhankelijk is van de verwerkte grondstoffen.

BARF feeding (bones en raw food)
Wars van alles wat onze voedingsindustrie heeft voortgebracht is de gedachte ontstaan dat voeden terug moeten naar de natuur. Vanuit die gedachte lijkt het logisch de hond karkassen te geven.

Een probleem heeft daarbij nog onvoldoende aandacht, namelijk dat onze huidige dierhouderij en slachtproces helemaal niet bedoeld zijn om vlees rauw te consumeren. Het maagzuur van de hond moet infecties als salmonella  en E. coli maar onschadelijk zien te maken.

Vanuit de diergeneeskunde is dit een duidelijk risico en daarom lijkt diepvriesvoeding een veiliger keuze.

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fabels en feiten over het voeren van jonge honden.

 

Voer met beleid en verstand.

 

Voerbak niet leeg? Misschien geen kwestie van niet lekker of geen trek maar van maag-darmklachten

 

Gun maag en darmen rust bij verteringsproblemen.

 Stel een voerstop in!

 

 

 

Schrokkerig eten normaal voor pups.

 

In goed puppy-voer zit geen extra kalk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Belangrijk: lees over de kenmerken van goed puppy-voer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Darmen jonge honden het best 24 uur per dag aan het werk. Dus ook  's nachts.

 

 

 

 

 

 

 

Sla alarm bij braken en waterdunne diarree!

 

 

 

 

 

 

 

 

Diepvriesvoer ondanks onsmakelijk uiterlijk, prima en compleet hondenvoer.

 

 

 

Botten en karkassen voeren geen aanrader.

 

Jonge honden en beweging    


Inleiding
Jonge honden en met name de snelgroeiende rassen zijn gevoelig voor overbelasting van de gewrichten  Dit geldt met name voor de ellebogen en de heupen. Veel fokkers geven dan ook adviezen mee om de beweging te doseren.

In de praktijk zijn deze adviezen vaak te beperkt omdat de adviezen zich vooral toespitsen op de hoeveelheid beweging bij het uitlaten en niet over de beweging die de hond zichzelf bezorgt in de thuissituatie en bij het spel.

Waarom de heupen
De heupen van jonge honden zijn met name gevoelig voor overbelasting omdat:

  • Het heupgewricht in tegenstelling tot de meeste andere gewrichten geen banden heeft die het gewricht op zijn plaats houden. Het heupgewricht heeft alleen een klein bandje in het midden van het gewricht;
  • De bewegingsmogelijkheden van dit gewricht vooral bepaald worden door de omliggende 'bil'- spieren;
  • Jonge honden nog minder ontwikkelde spieren hebben;
  • Jonge honden vooral een minder goede spiercoŲrdinatie hebben;
  • Jonge honden meer energie hebben en meer vreemde bewegingen maken in hun spel;
  • Jonge honden langer doorgaan bij vermoeidheid. Ze weten van geen ophouden.

Dit heeft tot gevolg dat bij vermoeidheid of vreemde beweging er een kans is dat de heup zijn contact met de kom verliest. Hierdoor kan het kapsel onder spanning komen te staan wat leidt tot irritatie van het kapsel. Deze irritatie van het kapsel leidt tot een ontstekingsreactie waarbij ontstekingsvocht wordt gevormd dat zich mengt met het gewrichtsvloeistof. Door menging met ontstekingsvocht worden de smerende en voedende eigenschappen van de gewrichtsvloeistof minder.

Een andere gevolg van een onvoldoende of slechte aansluiting door te veel beweging kan zijn dat het gewrichtskraakbeen minder diep wordt gevoed.

Zoals bekend, zijn de gewrichtsoppervlakken van bijvoorbeeld kop en kom bekleed met kraakbeen. Dit kraakbeen wordt (deels) gevoed door de gewrichtsvloeistof die door beweging en druk van de kop in de kom in het tussenliggend kraakbeen wordt geperst. Is er slecht contact tussen kop en kom of is de gerichtsvloeistof gemengd met ontstekingsvocht waardoor deze minder stroperig is, dan wordt het kraakbeen onvoldoende gevoed.

Wisselwerking tussen bouw en stand en beweging van de heup
Naast gedoseerde beweging is het natuurlijk ook van belang dat heupkop en kom goed op elkaar aansluiten en voldoende diep zijn. Bij de fokkerij is er dan ook aandacht voor ouderdieren-combinatie die zelf gezonde heupen hebben. Zie ook
aanschaf op deze pagina.

Niet-goed gevormde heupen geven eerder problemen bij de beweging en geven een verhoogde kans op artrose op latere leeftijd 

Aan de andere kant kan verkeerd gebruik ook een slechte aansluiting tot gevolg hebben. Ook overbelasting van een gezonde heup kan leiden tot artrose

Concrete adviezen
Kleine wandelingen helpen weinig als er daarna binnenshuis als een dolle gespeeld wordt met speeltjes, kinderen of andere honden. Vooral gladde (laminaat)vloeren kunnen leuke tafereeltjes op leveren van honden die niet kunnen remmen en spagaat gaan, maar voor de heupen is dat natuurlijk slecht.

Een jonge hond moet zijn energie kwijt. Als hij dit op de juiste manier doet, dan ligt hij daarna niet total loss in zijn mand, maar gaat hij ook niet in huis op zoek naar allerlei speelmomenten. Hoeveel energie een jonge hond heeft is verschillend per dier en per ras.

De veiligste manier om een jonge hond zijn energie kwijt te laten raken. s vele malen per dag kleine wandelingen aan de lijn op een ruwe maar vlakke achtergrond.

Een hond die zichzelf op een laminaatvloer de hele dag met speeltjes bezighoudt, kan beter meer gecontroleerd wandelen.

Een andere manier om te zorgen dat een jonge hond zijn energie kwijtraakt, is het opdoen van nieuwe indrukken, geurtjes, contacten met andere honden en oefeningen. De neus en het hoofd bezig houden, is dus ook gezond voor de heupen.

Maak bij twijfel een afspraak voor een kosteloos groeiconsult of laat de heupen controleren op overbelasting irritatie.

dvo nov 2011

   

Gedoseerde beweging
vooral bij grote rassen

 

 

 

Heupen jonge honden zijn kwetsbaar. Weet u waarom?

 

 

 

 

Klik hier voor meer uitleg over het begrip ontsteking

 

 

 

 

 

 

Slechte aansluiting van heup kom en kop geeft een mindere voeding van het kraakbeen.

 

 

Een jonge hond moet zijn energie kwijt. Help hem daarbij.

 

Gladde laminaatvloer slecht voor heupen jonge hond.

 

 

Naast wandelen is ook spel en training een uitlaatklep.


   
Algemene informatie over de hond

Sterilisatie / castratie
 

   
Sterilisatie van de teef.
(Klik hier voor het misleidende begrip sterilisatie)

De teef kan vanaf een maand of zes voor de eerste keer loops worden. Wanneer u bij voorbaat zeker weet dat u geen nestje wilt, dan kunt u het beste uw hond nog voor de eerste loopsheid laten steriliseren. Het is ook mogelijk om de loopsheid te voorkůmen door middel van een injectie. Deze injectie dient echter regelmatig te worden herhaald en brengt ook gezondheidsrisico’s met zich mee.. Daarom is deze injectie vooral bruikbaar als tijdelijke oplossing,

Voordelen van sterilisatie:
  • Voorkůmen van een onbedoeld nestje.
  • Voorkůmen van hinderlijke aandacht van reuen.
  • Algehele gezondheidswinst. Bij herhaling heeft uitgebreid onderzoek uitgewezen dat (vroeg) gesteriliseerde teven een veel hogere levensverwachting hebben (gemiddeld 1 tot 2 jaar) dan niet-gesteriliseerde teven. Dit is als volgt te verklaren:
    • Schijndracht:
      Na elke loopsheid volgt een periode van 6-8 weken waarin het zwangerschapshormoon progesteron wordt gevormd. In afwijking van bijvoorbeeld de mens gebeurt dit dus ook als de hond niet drachtig is. Dit kan zich in meer of minder mate uiten door opgezette melkklieren, toegenomen buikomvang of ander gedrag. Met name in de laatste fase kan dit zelfs tot nestdrang leiden.
    • Borstklierkanker
      Progesteron is verantwoordelijk voor stimulering van de melkklieren en daarmee ook voor de vorming van borstkliertumoren op oudere leeftijd. Borstkliertumoren komen veel voor bij de oudere hond (tot wel 50% bij sommige rassen) en zijn veelal kwaadaardig. Het ontdekken van knobbeltjes in de borstklieren noodzaakt dan ook tot uitgebreide chirurgie die simpel voorkomen had kunnen worden door de hond voor de eerste loopsheid te steriliseren. De kans op borstkliertumoren is dan tot bijna nul gereduceerd.
    • Eťn keer loops laten worden is een verouderd advies:
      Zelfs ťťn keer loops worden vergroot de kans op borstkliertumoren op latere leeftijd al met 4 tot 8 %!  Wachten met steriliseren tot na de eerste loopsheid zoals soms nog gepropageerd wordt, is dan ook een achterhaald advies. In tegenstelling tot wat vaakl beweerd wordt zijn er geen voordelen (andere dan gevoelsmatige) aan te tonen van het ťťn keer loops laten worden.
    • Suikerziekte: (klik hier voor algemene uitleg over suikerziekte)
      Progesteron zoals dat na elke loopsheid wordt gevormd is een enorme belasting voor de suikerstofwisseling. Progesteron leidt tot groeihormoonproductie wat het lichaam ongevoelig voor insuline maakt. Hierdoor kan er suikerziekte ontstaan. Het is dan ook niet vreemd dat suikerziekte bij niet-gesteriliseerde teven op oudere leeftijd veelvuldig voor komt-
    • Baarmoederslijmvlies ontstekingen:
      Onze huishond bereikt tegenwoordig vaak een hoge leeftijd. Honden kennen niet zoiets als de overgang. Met name bij oudere honden zorgt deze voortdurende hormonale activiteit op latere leeftijd voor baarmoederafwijkingen, zoals CEH. Hierbij worden er cysten van enkele mm groot gevormd in de wand die zowel operatief als op een echo te zien zijn. Een afwijkende wand kan zich minder goed verdedigen waardoor er vaak een baarmoederslijmvliesontsteking (endometritis) ontstaat waardoor er een kleine beetje ontstekingsvloeistof wordt gevormd.
      Deze honden zijn ook minder fit waarbij u als eigenaar vaak denkt dat het ouder worden hiervoor verantwoordelijk is. Honden verouderen echter meestal niet geleidelijk. Indien dit wel zo is dit vaak een aanwijzing voor een gezondheidsprobleem. Dit wordt onderstreept door veel eigenaren van honden die op oudere leeftijd worden gesteriliseerd, deze zich nadien ineens weer veel jonger en fitter gedragen.
    • Pyometra:
      indien een hond na de loopsheid zijn eetlust verliest, het drinken juist toeneemt en een wat futloze indruk maakt, dan moet sterk rekening gehouden worden met een baarmoeder infectie (klik hier voor het verschil tussen een ontsteking en een infectie). De baarmoeder is dan vergroot en gevuld met ontstekingsvocht en bacteriŽn. Een dergelijke met pus gevulde baarmoeder, ook wel pyometra genoemd, vormt een ware tijdbom. De infectie vindt meestal plaats tijdens de periode van de loopsheid waarin de baarmoeder open staat (de oestrus). Als het slijmvlies al niet meer gezond is of er al een ontsteking met slijmvorming aanwezig is kunnen bacteriŽn zich hier huisvesten.
      Pyometra is een levensbedreigende situatie en moet vaak als spoedgeval  behandeld worden om
      dat er een sepsis kan ontstaan. De enige echte remedie is de zieke baarmoeder operatief te verwijderen. Veel eigenaren zien hier tegen op omdat de hond wat ouder is en al langer geen goede indruk meer maakt. Indien bloedonderzoek echter aantoont dat de nieren goed werken, zijn met de ervaring in chirurgie, narcose en nazorg in een kliniek als de onze, de vooruitzichten echter uitstekend. Een andere methode van behandeling is een combinatie van (abortus)hormonen en antibiotica. Doordat het een tijdje duurt voordat het werkt is deze behandeling niet zonder risico. Bovendien is het effect maar tijdelijk. de volgende loopsheid komt de baarmoederinfectie zeer waarschijnlijk in alle hevigheid terug.

Nadelen van sterilisatie:
Hoewel de nadelen van sterilisatie eigenlijk nooit opwegen tegen de voordelen, worden ze voor de volledigheid genoemd:

  • Bij sterilisatie van grote hondenrassen neemt de kans op incontinentie op latere leeftijd wat toe doordat er geen oestrogenen meer worden geproduceerd. Bijna altijd gaat het om zware en/of grote honden. Risicorasssen zijn: de Boxer, Dobermann (Pinscher), Old English Sheepdog (Bobtail), Weimaraner, Riesenschnauzer, Bouvier, Ierse setter maar ook de Dwergpoedel. Inmiddels is aangetoond dat dit risico bij dieren met een gecoupeerde staart hoger is.Dit komt waarschijnlijk omdat met het couperen de zenuwen in de staartwervels (het verlengde van het ruggenmerg) en daarmee de schakelcentra in de blaas worden beschadigd. Nu couperen niet meer is toegestaan, mag worden aangenomen dat dit risico bij rassen als de Boxer en Dobermann is afgenomen. Eventuele incontinentie op oudere leeftijd als gevolg van sterilisatie kan echter eenvoudig medicinaal worden verholpen, mits de baarmoeder is verwijderd.
  • Na sterilisatie hebben honden de neiging om dikker te worden. Dit moet u dus goed in de gaten houden en kunt u voorkomen door zo'n 10 - 20% minder voer te geven.
  • Na sterilisatie kunnen vachtveranderingen optreden. Dit wordt vooral, maar niet uitsluitend, gezien bij rassen met een lange vacht zoals de setter, de Briard, de Golden retriever, de Berner sennenhond, Engelse cocker spaniel, langharige Dashonden en de Newfoundlander.
  • Gedrag: doorgaans zijn er geen gedragsveranderingen. Een felle teef zal dat na een sterilisatie zeker nog steeds zijn. Onderzoek heeft uitgewezen dat agressief-dominante teven agressiever worden na sterilisatie

Verdere opmerkingen:
Wanneer de hond vlak na de loopsheid wordt gesteriliseerd, kan dit in een zeldzaam geval leiden tot schijndracht. Wij doen deze ingreep dan ook bij voorkeur op een ander moment.

Wanneer het echter de eerste loopsheid betreft, is het beter de hond toch al gedurende die loopsheid te steriliseren omdat daarmee wordt voorkomen dat de progesteronproductie op gang komt en daarmee de kans op het optreden van borstklierkanker alsnog vergroot

De ingreep via een kijkopening
Veelal wordt een sterilisatie uitgevoerd door de buik ruim te openen waarbij de chirurg in de buik, de eierstokken en de baarmoeder opzoekt, afbindt en verwijdert.

De laatste jaren maakt de endoscopische sterilisatie opgang. Via een kleine kijkopening wordt een kijkbuis en instrumentarium in de buik gebracht waarmee de eierstokken in de buik worden afgebonden. De baarmoeder kan gewoonlijk niet worden verwijderd met deze methode.

Een tussenweg is een sterilisatie via een kijkopening, Via een kleine opening worden eierstokken en baarmoeder in de wondopening gebracht en daar afgebonden. Hiermee worden de voordelen van beide methoden gecombineerd. Een klein sneetje in de buik, een korte operatie, snel herstel, de baarmoeder kan worden verwijderd, maar niet de kosten van de endoscopische operatie en zelfs vaak lagere kosten dan van de klassieke operatiemethode.

Wel vraagt deze methode net als de endoscopische methode een veel grotere vaardigheid en anatomische kennis van de chirurg.

In hun ijver om de duurdere endoscopische operatie te propageren, wordt deze vaak alleen vergeleken met de klassieke ingreep en niet met bovengenoemde methode.

Het laten zitten van de baarmoeder heeft geen voordelen, maar wel duidelijk nadelen. Niet alleen kan deze baarmoeder alsnog op latere leeftijd problemen geven, maar ook is inmiddels gebleken dat, indien het op latere leeftijd nodig is, het meest geŽigende middel voor incontinentie bij teven niet veilig kan worden toegepast. Dit is ook een van de voornaamste nadelen van een endoscopische sterilisatie.

Samengevat
De algemene gezondheidswinst die zich nog het best vertaalt in een hogere levensverwachting van gemiddelde 1 tot 2 jaar is zo groot dat tenzij er zwaarwegende argumenten zijn, altijd moet worden overwogen een teef voor (of desnoods tijdens) de eerste loopsheid te laten steriliseren.

De op onze kliniek uitgevoerde sterilisatie gaat via een kleine kijkopening, is snel en daardoor zeer betaalbaar.

Tarieven
Voor tarieven van castratie en sterilisatie zie Tarieven

Castratie van de reu

Castratie en gedrag
Als de reu last heeft van dominant, agressief en/of seksueel gedrag kan dit een overwegingen zijn om hem te laten castreren. Daarnaast reduceert castratie de kans op prostaatontstekingen. In veel gevallen wordt echter het effect op het gedrag erg overschat. Neem contact met ons op als u hier meer over wil weten.

Chemische castratie
Het is ook mogelijk om een reu tijdelijk (4 tot 8 weken) met behulp van een injectie te castreren. Op deze wijze kan worden nagegaan of castratie het gewenste effect geeft. Deze vorm van beÔnvloeding werkt door toediening van een grote hoeveelheid hormoon wat vergelijkbaar is met het zwangerschaps-hormoon progesteron. Hierdoor wordt weliswaar de productie van mannelijke hormonen geremd maar wordt tevens door het progesteron een gedragsverandering bewerkstelligd. Het effect op het gedrag is per definitie niet helemaal vergelijkbaar met een operatieve castratie. Deze injectie wordt nog steeds veel gebruikt bij de behandeling van prostaatontstekingen vooruitlopend op de definitieve chirurgische castratie.

Implantaat
Sinds 2008 is het mogelijk om een reu te castreren door middel van een minuscuul implantaat ter grootte van een chip.

Het implantaat lost langzaam op en geeft een stof af die minimaal 6 maanden het hormooncentrum in de hersenen remt dat de aanmaak van geslachtshormonen beÔnvloedt. Reuen met een implantaat zijn tijdelijk onvruchtbaar. Zie ook het artikel 'De pil voor de reu' in de nieuwsbrief juli 2008 

Tarieven
Voor tarieven van castratie en sterilisatie zie Tarieven

 

 

Sterilisatie of  castratie

Sterilisatie voor eerste loopsheid geeft levenswinst.









Sterilisatie heeft veel voordelen zoals verminderde kans op suikerziekte en borstkliertumoren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nadelen van sterilisatie wegen bijna nooit op tegen voordelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nieuwe techniek: sterilisatie met kijkbuisoperatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische castratie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hormoonimplantaat 'castreert' voor zeker een half jaar.

 

                                                                                                                     

   

Zinvolle vaccinaties bij de hond

Pups
Pups moeten meerdere keren worden geŽnt voordat zij een goede bescherming tegen diverse ziekten hebben. De eerste vaccinatie kan worden gegeven op een leeftijd van 6 weken. Herhaling op de leeftijd van 9 en 12 weken. (zie verder Een nieuwe pup)

Jaarlijkse cocktail-vaccinatie voor volwassen dieren
U ontvangt van ons een herinneringskaartje als uw hond weer zijn jaarlijkse vaccinatiecocktail moet hebben. Deze cocktail biedt bescherming tegen hondenziekte, het parvo-virus, de ziekte van Weil, leverziekte en het para-influenza-virus. Deze aandoeningen zijn het meest bedreigend voor de hond en het is zinvol uw dier daartegen te beschermen.

Twee verschillende vaccinaties tegen kennelhoest

Er is ook een combinatie van de jaarlijkse cocktailvaccinatie en een kennelhoest-vaccinatie.

Kennelhoest is een zeer besmettelijke luchtweginfectie die in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden niet alleen in kennels, maar bij elk contact met andere honden en dus eigenlijk overal kan worden opgelopen. Naast kennels verzoeken ook hondenscholen eigenaren steeds vaker de hond tegen kennelhoest te laten vaccineren.

Er zijn twee vormen van vaccineren tegen kennelhoest namelijk de injectie en neusdruppels. De injectie wekt alleen afweerstoffen in de bloedbaan op. De neusdruppels wekken vooral afweerstoffen in het slijmvlies van de luchtwegen op. Voordeel van neusdruppels is dat de kennelhoest-bacterie (bordetella) onschadelijk gemaakt wordt vůůrdat deze de longen kan bereiken.

Bescherming per injectie
Het is mogelijk uw hond op eenvoudige wijze per injectie een basisbescherming te bieden tegen kennelhoest. Meestal gebeurt dit in combinatie met de jaarlijkse vaccinatie. Om gedurende een langere periode een redelijke basisbescherming te krijgen moet de vaccinatie tegen kennelhoest na de eerste toediening na 3 tot 4 weken herhaald worden. Wij a
dviseren u deze injectie tegen kennelhoest jaarlijks te herhalen.

Hoe korter voor een kennelbezoek u de hond tegen kennelhoest laat enten, hoe beter de bescherming zal zijn. In combinatie met de vaccinatiecocktail zijn de jaarlijkse extra kosten laag (ongeveer 4 euro).

Voordelen
Tegen lage extra kosten jaarlijks een extra bescherming.

Nadelen
De bescherming is minder goed dan de neusdruppelmethode. Op de plaats van de injectie (gewoonlijk de rechter ribwand) ontstaat in een deel van de gevallen een bobbeltje maar dat zal in enkele weken weer verdwijnen. Vooral kleinere hondjes kunnen hier soms wat last van hebben. Na de eerste vaccinatie duurt het vele weken voordat de bescherming optreedt.

Bescherming via neusdruppelmethode
Een alternatief voor de vaccinatie per injectie is een neusdruppelvaccinatie. Deze geeft een betere en langdurige bescherming dan de vaccinatie via de injectie. De bescherming blijft een jaar van kracht Deze vaccinatie kan ook met de jaarlijkse vaccinatie worden meegegeven. Sommige kennels verlangen  toch een vaccinatie van maximaal een half jaar oud.

Voordelen
Reeds enkele dagen na de vaccinatie ontstaat een hechte immuniteit Het is dus mogelijk om deze vlak voor het kennelbezoek toe te dienen. Een ander voordeel is dat als het om een ťťnmalige bescherming gaat, de hond slechts ťťn keer gevaccineerd hoeft te worden en dus ook maar ťťn keer hoeft langs te komen. De entstof wordt uitstekend verdragen.

Nadelen
Als de neusdruppelvaccinatie jaarlijks naast de cocktail wordt gegeven is deze vaccinatie beter maar aanmerkelijk duurder. Indien de vaccinatie als eenmalige bescherming voor een bezoek aan de kennel wordt gegeven is de prijs te vergelijken met de prijs van de twee injecties die de eerste keer nodig zijn voor de injectiemethode. Sommige honden accepteren slecht dat hun snoet wordt vastgepakt om de neus te druppelen. Bij deze gevallen wordt een snuitje gebruikt.

Deze neusdruppel-entstof wordt daarom vooral gebruikt bij honden die op korte termijn naar een kennel gaan of voor honden waar optimale bescherming wenselijk is, zoals honden met hartproblemen of niet-optimale luchtwegen.

Wij adviseren u graag over de vorm van vaccinatie tegen kennelhoest.
Voor recente informatie zie ook Informatie prneumodog voor pensionhouders

Zie voor de kosten van de verschillende vaccinaties de tarieven

 

   

 

Vaccineren is investeren in gezondheid en welzijn.

 

 

 

 

 

 

Vaccinatie kennishoest via neusdruppels duurder, effectiever en langer werkzaam dan met injectie.

 

 


RabiŽs (hondsdolheid)

Wanneer u met de hond naar het buitenland reist is het verplicht deze minimaal een maand voor vertrek te laten vaccineren tegen hondsdolheid.

Als u meerdere keren per jaar u hond meeneemt naar Zuid-Europa of wanneer u daar langere tijd verblijft, kan het verstandig zijn om uw hond ook te vaccineren tegen babesiose. Dit is een tekenziekte die nauwelijks in Nederland voorkomt. Houd er rekening mee dat deze vaccinatie de eerste keer na 3 ŗ 4 weken moet worden herhaald. Dit vaccin kan niet in combinatie met andere vaccinaties worden gegeven!

Uw vragen over een bezoek aan het buitenland met uw hond beantwoorden wij graag.


Zie ook onder Veilig met uw huisdier op reis.

Klikt u hier voor de tarieven van de vaccinaties


                                                                                                                     

   

Veilig op reis met de hond.

Vaccinatie RabiŽs bij elk buitenlands bezoek.

Vaccinatie babesiose als de hond naar Zuid-Europese landen gaat.


Overzicht klassieke aandoeningen bij de hond    


Distemper (ziekte van Carrť)
Ook wel hondenziekte genoemd. De ziekte uit zich door verschijnselen van de hersenen, braken, diarree, longontsteking en oog- en neusuitvloeiing.

Parvo
Dit virus vernietigt de darmvlokken. Hierdoor ontstaat heftige diarree met bloed. De honden kunnen ook ernstig braken, houden niets meer binnen en raken door het enorme vochtverlies zeer snel uitgedroogd. Ook komt acute sterfte door een ontsteking van de hartspier voor. Indien een niet-gevaccineerde hond besmet raakt met parvo overleven veel dieren dit niet. Intensieve diergeneeskundige behandeling kan wel veel maar niet alle levens redden.

Hepatitis Contagiosa, HCC (besmettelijke leverziekte)
De eerste symptomen zijn koorts, braken, bloedingen en oorontsteking.

Leptospirose (ziekte van Weil)
Deze ziekte wordt veroorzaakt door een bacterie die vooral via urine van andere honden en slootwater wordt overgebracht. De dieren krijgen koorts, spierpijn en leverstoornissen (geelzucht).

Kennelhoest
Kennelhoest is een zeer besmettelijke luchtweginfectie die in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden niet alleen in kennels, maar bij elk contact met andere honden waarbij geblaft of gesnuffeld wordt kan worden overgebracht. De ziekte kan dus eigenlijk overal worden opgelopen.
In vroeger tijden lagen de honden in een hok op het erf en was de kennel eigenlijk de enige plek waar honden contact hadden. Hier ontleent de ziekte zijn naam aan. De kiemen die verantwoordelijk voor de ziekte zijn, zijn Bordetella bronchoseptica en het adeno en para-influenza virus.

 

 

   

   
Overzicht parasieten bij de hond

   
Parasieten in Nederland
   Vlooien
   Teken
   Cheyletiella

   Demodex
   Schurft

Parasieten in het buitenland
   Hartworm
   Babesiose
   Leishmania

   
Parasieten in Nederland

Vlooien
Vlooien kunnen bij de hond veel jeuk en huidklachten veroorzaken. Een deel van de honden ontwikkelt op deze wijze een allergische reactie op het speeksel van de vlo. Een enkele beet kan dan al een sterke huidontsteking veroorzaken. Houd er rekening mee dat voor iedere vlo die op uw huisdier verblijft, er nog 100 in zijn leefomgeving zijn! Reden genoeg om zorg te dragen voor een goede bescherming. Wij adviseren hiervoor Advantage of Stronghold.
Vlooien leven niet alleen in de zomer! Al vanaf een omgevingstemperatuur van 17įC komen de eitjes uit en kunnen ze zich voortplanten. Als het buiten kouder wordt blijven de vlooien zonder effectieve bestrijding dus in leven in huis en bouwen door middel van eitjes een infectie op. Deze kan in de eerstvolgende warme periode tot een ware explosie leiden. Vooral honden die samen met katten leven lopen risico's!.

   

 

Eťn vlo op de hond, honderd in het rond!

 

Vlooien veroorzaken jeuk en huidklachten.

Teken
Een geschikte behandeling tegen deze parasieten is sterk aan te raden, zeker als uw hond regelmatig verblijft in een struik- of bosrijke omgeving. De beste bescherming op dit moment beschikbaar is de Scalibor tekenband. Deze biedt gedurende tenminste 5 maanden bescherming tegen teken en gedurende 3 maanden tegen vlooien. De band is waterbestendig. Teken bijten zich vast in de huid van het huisdier en spugen direct speeksel in de huid. In 2007 en 2008 hebben twee nieuwe producten hun intrede gedaan. Deze hebben ons in de praktijk nog niet kunnen overtuigen

Met dit speeksel kunnen gevaarlijke ziekteverwekkers worden overgedragen zoals onder andere babesiose, ziekte van lyme en ehrlichiose. De Scalibor tekenband is ook geregistreerd voor de bestrijding van zandvliegjes die overdragers zijn van de ernstige ziekte leishmania. Bescherming tegen teken en zandvliegjes is vooral van belang bij huisdieren die mee op reis gaan naar bepaalde landen.

   

Teken zijn ernstige ziekteverwekkers.

 

 

Tekenband helpt effectief.

Cheyletiella (vachtmijt)
Deze aandoening zien wij weinig meer tegenwoordig omdat deze mijt die op de huidschilfers van de vacht leeft, erg gevoelig is voor de meeste middelen tegen vlooien. Het is een typische infectie die in het nest voorkomt en dan ook vooral gezien wordt bij puppies waarbij nog geen vlooienmiddel is gebruikt.
 
   
 Demodex (jonge honden mijt)
Deze mijt leeft in de haarzakjes van een flink deel van onze honden zonder dat ze hier last van hebben. Bij jonge honden of bij honden met een niet altijd begrepen probleem van hun weerstand, kan deze mijt zich in het haarzakje gaan vermenigvuldigen. Hierbij gaat het haarzakje ten gronde en trekt de demodex-mijt de omgevende huid in.

  Demodexmijt veroorzaker kale plekken en ernstig huidleed.
  De hond krijgt dan kale plekken. Bij de niet-ernstige vorm is dit alleen rond de ogen, mondhoeken en poten. Een lokale behandeling met een mijtdodend middel is dan ruim voldoende (wij gebruiken hier een zelfbereide oplossing voor die met een wattenstaafje wordt aangebracht). 

Indien de demodex erg uitgebreid is (gegeneraliseerde vorm), dan kan geprobeerd worden alle mijten te doden door een serie wassingen met een mijtdodend middel. De kans op succes is echter klein als niet gelijktijdig gezocht worden naar achterliggende aandoeningen van het afweersysteem.
   

Schurftmijten
Deze komen gelukkig weinig voor. Ze graven diepe gangen in de huid van vooral het gebied rond de schouder en veroorzaken zo enorme jeuk. Drastische maatregelen zijn nodig om deze mijt de baas te worden. De mijt kan ook de mens en andere diersoorten besmetten (zie zoŲnose)  Alles begint echter met een correcte diagnose.

   

Schurftmijt komt weinig voor maar kan ook de mens en andere diersoorten besmetten.

Parasieten uit het buitenland

  Parasieten uit het buitenland
Hartworm
Tegenwoordig loopt uw huisdier in veel vakantiegebieden het risico op een besmetting met hartworm. Deze infectie is eenvoudig te voorkomen met het middel Stronghold.of Milbemax

Stronghold

Dit vlooien- en wormenmiddel wordt met een pipetje 1x per maand op de huid gedruppeld. Het heeft een preventieve werking tegen hartworm als tenminste 2 weken voor verblijf in het risicogebied Stronghold wordt toepast en hiermee wordt doorgegaan tot tenminste ťťn maand na verlaten van het risicogebied.
   
Een alternatief is het zeer complete en veilige wormmiddel Milbemax

Aantal dagen in riscogebied

Behandelingsadvies Milbemax

1 tot 28 dagen
2 weken voor vertrek naar risicogebied.
De dag van thuiskomst en een maand daarna.
meer dan 28 dagen

2 weken voor vertrek naar risicogebied

Dag 28 en daarna maandelijks herhalen
+
De dag van thuiskomst en 1 maand na thuiskomst


Natuurlijk kan deze informatie nooit volledig zijn.. Wij zijn voor u beschikbaar voor advies, onderzoek en behandeling.

   

Middelen tegen hartworm en behandelingsschema.

Babesiose
Deze ziekte komt in grote delen van Europa voor. Met name als u langdurig naar de deze gebieden gaat is het verstandig uw hond daartegen te vaccineren. Het eerste jaar dat uw huisdier geŽnt wordt tegen Babesiose dient dit twee keer te gebeuren met tenminste 3 weken tussenruimte. Vanaf drie weken na deze tweede vaccinatie (of indien van toepassing de hervaccinatie) is er een bewezen bescherming van 88% tegen Babesiose. In combinatie met de tekenband is de bescherming nog hoger.
 
   
Leishmania
Deze bloedparasiet komt veel voor in landen rond de Middellandse zee. De schade ontstaat door aantasten van de haarvaten en door bloedarmoede. Vaak zien honden met Leishmania er mager, kaal en slecht verzorgd uit. Reden waarom mensen ze uit goedheid nog wel eens meenemen naar Nederland. De incubatietijd (tijd tussen besmetting en de eerste symptomen) varieert van enkele maanden tot levenslang. De hond kan dus al besmet zijn zonder dat dit te zien is. De infectie wordt overgebracht op mens en dier via de daar voorkomende zandvliegen. Deze vliegjes komen in Nederland niet voor. Besmette honden zijn daardoor in het middellandse zeegebied wel, maar in Nederland geen bron van besmetting voor de mens (zie ook CliŽnteninformatie Algemeen ZoŲnosen).
   


Leishmania komt voor rond de Middellandse Zee

   
De behandeling is lang en kostbaar en niet altijd succesvol. Voor alles moet dus de ziekte worden voorkomen.
Preventie van uw meegenomen hond geschiedt door bescherming tegen zandvliegjes (zie ook Scalibor tekenband).

 

  Preventie is het belangrijkste
De oudere hond

  Oude dag komt met gebreken...
Veel voorkomende aandoeningen
Mede door een goede medische verzorging worden niet alleen veel mensen maar ook onze huisdieren steeds ouder. Iedere diersoort, dus ook de hond, heeft zo zijn eigen ouderdomskwalen. Gelukkig zijn veel daarvan behandelbaar, zeker als ze op tijd worden onderkend.

De hele grote, zware hondenrassen worden gemiddeld minder oud (vaak maximaal tien jaar) dan kleinere rassen (soms bijna 20 jaar). Bedenk wel dat deze lagere gemiddelde levensverwachting alleen telt voor de grote rassen als ze pup zijn. Dan is namelijk nog niet bekend of een hond met een erfelijke aandoening of problemen met de groei te maken krijgt. Op een nest van 10 honden bekort elke pup die vroeg dood gaat de gemiddelde levensverwachting van de andere 10 honden met 1jaar.

Wij zien tegenwoordig regelmatig Retrievers en Ridgeback's van 14 jaar in goede gezondheid.

Hieronder enkele vaak bij de oudere hond voorkomende aandoeningen met bijbehorende verschijnselen.

  • Gebitsproblemen
    Aangetaste kiezen of tanden en zichtbare tandsteen met daardoor ontstoken tandvlees kunnen leiden tot verschijnselen als uit de bek stinken, minder eetlust en het weigeren van warm of koud voer. Uiteindelijk kan de hond ook ziek worden van in de bek aanwezige infecties doordat deze zich naar bijvoorbeeld de nieren verspreiden.
   
 
  • Hartproblemen
    Vooral door een slecht gebit kunnen bacteriŽn de bloedbaan binnendringen en de hartklep beschadigen. Een lekkende hartklep (mitralis insufficiŽntie) (hartpagina) is daarvan een vaak voorkomend probleem bij de oudere hond. Ook erfelijkheid speelt hierbij een rol. Kenmerkend zijn, naast af en toe een hoestje of kuchje, vooral een verminderd uithoudingsvermogen en moeilijkheden bij warm weer.
    Bij hartproblemen voer met een beetje minder zout geven is een achterhaald idee. Alleen het drastisch verminderen van zout heeft enig effect maar wordt niet meer toegepast door de komst van moderne geneesmiddelen die zeer succesvol zijn, verlichting geven van de verschijnselen en het ziekteproces vertragen. Echo en rŲntgen geven een goed beeld van het stadium waarin het dier verkeert.
     
  • Artrose
    Veel oudere honden krijgen in een of meerdere gewrichten last van artrose. Ondermeer overwicht speelt daarbij een rol. Aangetoond is dat hierbij het verhoogde vetpercentage een belangrijkere factor is dan het te hoge gewicht op zich.

    Er zijn tegenwoordig veel mogelijkheden om het welzijn van dieren met deze aandoening te verbeteren:

  • Incontinentie.
    Soms ontstaat bij gesteriliseerde teven op latere leeftijd incontinentie. Dit valt op door natte plekken in de mand en een vieze geur door plakken van urine aan de vacht. Medicijnen kunnen helpen. Overigens kan ook een blaasontsteking vergelijkbare verschijnselen geven.
     
  • Prostaatproblemen.
    Niet-gecastreerde oudere reuen kunnen problemen met de prostaat krijgen. Deze aandoening is zelden kwaadaardig. Verschijnselen zijn onder andere moeite met plassen en verlies van wat bloed uit de penis. Medicijnen al dan niet met chirurgische of hormonale castratie kunnen uitkomst bieden.
     
  • Verlies van gezichtsvermogen.
    Bij de oudere hond komt vaak een vorm van cataract of staar voor. Oorzaak is een vertroebeling van de lens door een veranderde structuur. Het is een vrij normaal proces bij de oudere hond waar het dier meestal goed mee kan leven, mede door zijn goede neus. Het verwijderen van de troebele lens en zelfs vervangen door een kunstlens is technisch mogelijk.De bijdrage in de kwaliteit van leven is bij de meeste honden echter beperkt. Naast deze vorm van ouderdomsstaar kan bij (jonge) honden staar ook wijzen op aandoeningen als suikerziekte.
     
  • Verlies van gehoorvermogen
    Dit komt vaak bij oudere honden voor. Op zich is er weinig aan te doen. Wel moet worden opgelet dat dit verminderde gehoor niet wordt veroorzaakt door een eventuele oorontsteking en/of veel vuil in de uitwendige gehoorgang.
     
  • Omvallen, dronkenmansgang (ataxie)
    Vooral oudere honden kunnen een acute aanval krijgen waarbij ze lopen alsof ze dronken zijn of soms zelfs omvallen en niet meer overeind kunnen komen. Vaak bewegen de ogen met een vaste regelmaat van links naar rechts, of van boven naar beneden in de oogkassen. De oorzaak is niet altijd bekend. Hoewel een ernstige afwijking niet geheel kan worden uitgesloten herstellen de meeste dieren met deze aandoening spontaan. Vaak treedt al binnen 24-48 uur verbetering op. Meer volledig herstel duurt vaak langer. Zie voor een uitgebreidere beschrijving ook de scheve kopstand op deze pagina
     
  • Tumoren
    Helaas komen tumoren bij de oudere hond frequent en in vele soorten en maten voor. Met een punctie in combinatie met goed microscopisch onderzoek is bij onze kliniek meestal ter plekke vast te stellen of het om goedaardig proces of kwaadaardige tumoren gaat.
     
  • Gedragsveranderingen en dementie.
    Hoewel het bestaan van dementie bij honden nog niet echt is bewezen, zijn er wel kenmerken waar te nemen die bij dementie passen. Dit zijn onder andere ander gedrag zich uitend in absenties, onrust, agressiviteit, incontinentie, desoriŽntatie in tijd en plaats, zwerfgedrag, gestoord slaapgedrag en het verdwijnen van doelgericht gedrag. Hoewel er middelen zijn met een positief effect vraagt de aandoening vooral om een aangepaste manier van omgaan met dergelijke dieren. (Dieetpagina Hill's BD).

Veel van de hiervoor beschreven aandoeningen zullen door de bijbehorende verschijnselen tijdig worden onderkend. Een regelmatige controle van oudere dieren kan dan ook nuttig zijn. Met onderzoek naar eventueel al aanwezige maar nog niet duidelijk zichtbare afwijkingen in een vroeg stadium neemt de kans op herstel of controle door behandeling toe. Daarnaast is voor veel aandoeningen ondersteuning mogelijk met voer van speciale samenstelling afgestemd op die aandoening.

Seniorvoer is commercieel gezien een groot succes maar niet altijd zinvol. Minder zout klinkt erg verantwoord maar heeft geen invloed op de gezondheid. Minder energie en eiwitten zijn lang niet altijd in het voordeel van de oudere hond. Aarzel niet hierover advies te vragen aan ons.


                                                                                                                     

 
Hartproblemen

 
Lange nagels bij (oudere) honden

   

Lange nagels hoeven niet altijd geknipt te worden. Bij het ouder worden is het normaal dat de ondervoet wat doorzakt en dat de nagels wat minder kort afslijten. Daarnaast loopt de oudere hond mogelijk wat minder en vooral wat minder fanatiek. De nagel past zich aan doordat ook het leven verder doorloopt. Dit is goed te merken omdat met kort afknippen de nagel al begint te bloeden. Hoewel dit helemaal niet erg is en nauwelijks pijn doet, geeft het wel aan dat het knippen mogelijk niet nodig is.

Het (te kort) afknippen geeft de hond ook minder houvast. Dat is eigenlijk niet netjes omdat Juist de oudere hond deze grip nodig heeft. De hond is wat stijver en heeft minder spierkracht en glijdt door te korte nagels makkelijker uit.

Bij de oudere honden van met name de grotere rassen (herder, labrador) komt daarnaast veel ataxie voor als gevolg van een vernauwing van het wervelkanaal tussen de laatste rugwervel en het heiligbeen. Deze aandoening wordt wel lumbosacrale stenose genoemd. Bij deze aandoening aan de onderrug wordt door artrose, vergroeiingen en standsveranderingen het wervelkanaal nauwer, waardoor het zenuwstelsel van de achterhand klem komt te zitten en steeds minder goed functioneert. De hond krijgt dan een meer slepende gang waardoor de eigenaar de nagels hoort en ten onrechte kan denken dat de nagels te lang zijn. Nagels die ťcht te lang zijn, bloeden niet na het knippen. (zie ook aandoeningen van de oude hond op deze pagina).

Andere redenen om nagels te knippen zijn scheefgroei, ongelijke slijtage of blijven hangen van de nagels. Het scheef slijten is weliswaar een gevolg van verkeerd doorlopen maar heeft wel tot gevolg dat de hond niet meer recht op zijn tenen staat. Verkeerde belasting van de tenen met artrose kan hiervan het gevolg zijn.

Indien echt nodig kan onder een roesje de nagel worden ingekort waarbij het "levende deel" wordt teruggebrand. Dit maakt het mogelijk om de nagel indien dit echt nodig is in te korten.


                                                                                                                     

   

'Tikkende' nagels kan op meer wijzen dan op te lange nagels!

Voortplanting bij de hond

   
Progesteronbepaling: bepaling van het optimale dektijdstip

   
In onze kliniek worden regelmatig progesteronbepalingen gedaan bij teven in de vruchtbare periode. Doel van deze bepaling is meestal om het optimale dektijdstip te bepalen.

Mogelijke redenen hiervoor zijn
  • Een mislukte voorgaande dekking.
  • Een reu op aanzienlijke afstand van de woonplaats van de teef.
  • Een eigenaar die de kans op een succesvolle dekking wil vergroten en een zo groot mogelijk aantal pups wenst.

Er zijn verschillende manieren om het juiste dektijdstip van de teef te bepalen. Deze manieren verschillen vooral in de mate van nauwkeurigheid. De meest gebruikte methodes, in toenemende mate van nauwkeurigheid, zijn:

  • Uitgaan van 11-13 dagen na het waarnemen van de eerste vagina-uitvloeiing.
  • Beoordelen van de aard van de vagina-uitvloeiing (bloederig tot kleurloos).
  • Sta-reflex en interesse voor de reu.
  • Inwendig onderzoek van het slijmvlies van de vagina.
  • Microscopische beoordeling van de cellen van de vaginawand.
  • Bepaling van de hoeveelheid progesteron in het bloed.

Uit onderzoek is gebleken dat vooral bepaling van de progesteronspiegel vanaf dag 7 na de eerste waarneming van vagina-uitvloeiing een goede en betrouwbare methode is om het juiste dektijdstip te bepalen. Bij het eerste consult op dag 7, wordt meestal ook een uitstrijkje van de vaginawand gemaakt om te beoordelen of de toestand van de vaginawand past bij de verwachte dag van de cyclus. Soms is het namelijk moeilijk om de eerste dag van de uitvloeiing waar te nemen, bijvoorbeeld bij langharige honden of bij teven die slechts weinig uitvloeiing hebben. Het is dan mogelijk dat de teef al verder in de cyclus is dan verwacht. Ook blijkt bij sommige teven (tot zo’n 30%) het juiste dektijdstip niet synchroon te lopen met de dekbereidheid.

De progesteronbepaling wordt uitgevoerd door een laboratorium in Duitsland, of op de kliniek als opsturen niet mogelijk is. Het bloed wordt nog dezelfde avond per koerier afgeleverd. De uitslag is meestal vroeg in de middag van de volgende dag bekend.

Mogelijke uitslagen zijn:

  • Laag (< 1 ng/ml)
    Nog geen productie van progesteron door rijpende eitjes.
    Advies: hertesten na drie dagen.
  • Beginnende progesteronproductie (2 – 4 ng/ml)
    De eisprong is op komst.
    Advies: hertesten na twee dagen.
  • Eisprong (4 – 8 ng/ml)
    Dit gehalte wijst op de eisprong.
    Advies: het ideale dektijdstip ligt twee dagen later.
  • Hoog (> 8 ng/ml)
    De ovulatie heeft al plaatsgevonden.
    Advies: dezelfde dag of de dag erna dekken.

Het patroon van meerdere bepalingen achter elkaar geeft meer informatie dan ťťn enkele bepaling. Soms is het verstandig om op de dag van de dekking of direct er na ook nog de progesteronspiegel te bepalen om meer zekerheid te hebben dat de eisprong daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

Als bepaling door het laboratorium niet mogelijk is (in het weekend of op feestdagen), beschikken wij over een progesterontest die bij ons in de kliniek kan worden uitgevoerd. Bij deze test wordt de hoeveelheid progesteron in het bloed van de teef op het oog vergeleken met testoplossingen waarvan de concentratie progesteron bekend is. Deze test zegt minder over de absolute hoeveelheid progesteron in het bloed, maar is in de praktijk even betrouwbaar gebleken om het juiste dektijdstip te bepalen.

Mocht u na het lezen van deze informatie nog vragen hebben op het gebied van de voortplanting van uw hond, dan staan wij u graag te woord.

Progesteron kan ook bepaald worden indien een echo uitwijst dat een hond niet drachtig is. Mits de echo wordt uitgevoerd voor de 28e dag. Op deze wijze kan ook achteraf bepaald worden of er een goede ovulatie heeft plaats gevonden.


                                                                                                                     

   

 

 

Progesteronbepaling goede hulp bij bepalen optimaal tijdstip van dekken.


 
Sperma-onderzoek reu

   
Kunstmatige inseminatie (KI) bij honden

   

Algemeen
De meest natuurlijke manier van voorplanting bij honden is de dekking waarbij de reu de teef op natuurlijke wijze bevrucht op het moment dat zij loops is.

Een andere manier is bevruchting via kunstmatige inseminatie (KI). Onder KI wordt verstaan iedere voortplantingstechniek die niet mogelijk zou zijn zonder de hulp van de mens. Bij KI wordt de rol van de reu beperkt tot het afnemen van sperma dat vervolgens door de dierenarts rechtstreeks in de baarmoeder van de teef wordt ingebracht. De bevruchtingskans ligt wel wat lager (een kleine 70%) dan bij een natuurlijke dekking (gemiddeld zo'n 90%).

Waarom kunstmatige inseminatie?
Er zijn diverse redenen waarom besloten kan worden over te gaan op kunstmatige inseminatie:

  • Agressie tussen reu en teef.

  • Te groot verschil in karakter.

  • Onervaren en/of zenuwachtige teef/reu.

  • De reu is aanmerkelijk kleiner dan de teef.

  • Gebrek aan geslachtsdrift.

  • Pijn bij ťťn van de honden bij de dekking (wervels, achterpoten).

  • Het voorkomen van infecties die tijdens een natuurlijke dekking overbracht kunnen worden.

  • Medische problemen aan de geslachtsorganen die een goed resultaat bij natuurlijke dekking in de weg staan (uitzakking, afgesloten of misvormde uitwendige geslachtsorganen) die echter niet het gevolg zijn van erfelijke afwijkingen.

  • De teef wordt niet drachtig, ondanks eerdere dekkingen.

Het juiste tijdstip van dekking
Het bepalen van het juiste tijdstip van dekking is van groot belang voor het goed slagen van de dekking. Dit gebeurt door bloedonderzoek, liefst in combinatie met een uitstrijkje. In sommige gevallen is het nodig een bacteriekweek te maken.

Hoe gaat KI?
Als de omstandigheden voor dekking optimaal zijn, komen reu en teef samen naar de dierenkliniek. De teef wordt vůůr de reu neergezet zodat de reu onder haar staart kan ruiken en opgewonden raakt. De dierenarts zorgt er manueel voor dat er bij de reu een zaadlozing tot stand komt en vangt het sperma op. De reu mag pas weer naar huis als de erectie is verdwenen en de penis binnen de voorhuid is teruggetrokken.

Vervolgens bekijkt de dierenarts een monster van dit sperma onder de microscoop en beoordeelt  kwaliteit, kwantiteit, bewegelijkheid en het uiterlijk. Als dit voldoende is, brengt de dierenarts middels een speciale canule het sperma in de baarmoeder van de teef. De teef wordt vervolgens circa 5 minuten met de achterhand omhoog gehouden om te voorkomen dat het sperma terugstroomt.

Dit gehele proces van kunstmatige inseminatie duurt ongeveer een kwartier.

Drachtig, en dan?
Hierna staat uw teef een nieuwe toekomst als (aanstaande) moeder te wachten. Ook hierin kan uw dierenarts een grote rol spelen. Denk aan het vaststellen van de drachtigheid, het begeleiden van de zwangerschap en de bevalling.

Ook speelt hij een belangrijke rol bij de gezondheid en het welzijn van de pasgeboren pups. De pup moeten worden ingeŽnt en ontwormd om op te groeien tot een gezonde hond. Uw dierenarts adviseert u graag bij de diverse entingen van de pup en het ontwormingsschema.

Immers, gezonde pups zijn blije pups en worden zo blije honden en goede makkers voor hun nieuwe baas.

 

   

Succeskans kunstmatige inseminatie 70%. Bij natuurlijke dekking 90%.

 

 

Ondanks dat heeft KI voordelen.

Herdekken of niet?

   
Na een dekking kan er twijfel zijn over de kwaliteit en het tijdstip van de dekking. Herdekking twee dagen later brengt niet alleen extra moeite met zich mee maar vergoot bovendien de kans op een baarmoederinfectie, als de teef hormonaal gezien al te ver is voor een herdekking.
Tijdens de dekkingsperiode (de oestrus) is de afweer van de teef optimaal om dekinfecties tegen te gaan. Hierna  neemt de afweer snel af. De ontwikkeling van de vrucht in de baarmoeder betekent immers ook voor de helft lichaamsvreemd materiaal in deze baarmoeder. Om afstoting te voorkomen wordt daarom de afweer na de oestrus in de baarmoeder omlaag gebracht.

Het is om deze reden dat te laat dekken onverstandig is. Dit is tevens de periode bij de (niet-gedekte ) teef dat baarmoederontstekingen optreden (zie ook pyometra).

Bij twijfel is het aan te bevelen een progesterontest te doen direct na de dekking. Is deze hoog dan is een volgende dekking sterk af te raden.

Verder is het goed om te realiseren dat goed sperma 7 dagen na de dekking nog levensvatbaar is. 2 dagen later dekken is dus niet gauw  nodig.
 


   
Herpesvaccinatie van drachtige teven nuttig?

   
Het verstrekken van objectieve informatie
Als dierenkliniek hechten wij eraan een goed en objectief advies aan fokkers te geven. Soms vormen wij daarmee onbedoeld een tegenwicht in andere vaak weinig feitelijke en daardoor weinig objectieve informatie, die u als fokker kan bereiken. Het verspreiden van angst voor herpes zoals wij de laatste jaren waarnemen is wat ons betreft dan ook een slechte zaak. Met goede informatie willen wij voor u het onterecht kosten maken voor vaccinatie tegen herpes voorkomen.

Herpes in de actualiteit
Hoewel herpes al zeer lang bestaat en vaccinatie al veel langer mogelijk is, is er de laatste jaren in Nederland extra aandacht voor het herpesvirus. Deze aandacht wordt niet onderschreven door de wetenschap in binnen- en buitenland en wordt ook niet gestaafd door een toename in problemen die bewezen te maken hebben met dit virus. Opvallend is dat ook de makers van het vaccin deze angst en daarmee de uitverkoop van het vaccin medio 2008 niet goed begrijpen.

Hoe wordt het virus overgebracht?
Typisch bij het herpesvirus is dat er dragers voorkomen. Dragers zijn dieren die zelf niet ziek zijn maar wel het virus bij zich dragen en (met tussenpozen) verspreiden. Dit is niet alleen bekend van het herpesvirus van de hond (Canine Herpes Virus) CHV. Ook herpes simplex ofwel de koortslip bij de mens, verspreidt zich via dragers.

Een ander typisch kenmerk van het herpesvirus is dat het zich alleen kan vermenigvuldigen bij een temperatuur die enkele graden lager ligt dan de normale lichaamstemperatuur.
Dit verklaart waarom het herpesvirus bij honden (en mensen) normaal alleen voorkomt op de koudere delen van het lichaam zoals de mond, neusholte en de geslachtsdelen.

Hoe vaak komt het herpesvirus voor?
Het herpesvirus is al tientallen jaren endemisch onder honden. Dat wil zeggen dat het overal aanwezig is en het is, net als bij de mens, normaal als een hond met dit virus in contact komt. Elk hondencontact ,ook via de lucht, kan dit virus overbrengen. De dekking speelt hierbij een ondergeschikte rol. 

Niet alle honden worden drager. De meeste honden ontwikkelen afweerstoffen die het virus na korte of lange tijd uit het lichaam verwijderen. Gewoonlijk hebben deze honden in deze periode totaal geen ziekteverschijnselen. U kunt dus ook niet zien of uw hond hiermee geÔnfecteerd is of is geweest. Een enkele keer komen symptomen als kennelhoest of irritatie van de geslachtsdelen voor. Bij onderzoek naar afweerstoffen bij gezonde honden blijkt tot wel 80% van de gezonde honden afweerstoffen te hebben tegen het virus en dus hiermee in contact te zijn geweest.

Wanneer lopen mijn pups risico?

Alleen als deze 3 zaken tegelijk plaatsvinden lopen pups risico's te sterven aan een herpesinfectie:

  1. Er worden geen afweerstoffen aan de pups doorgegeven.
  2. Door slechte kennelhygiŽne wordt het nest besmet met ziektes.
  3. De eerste 10 dagen worden de pups slecht verzorgd en koelen ernstig af.
  1. Afweerstoffen tegen herpes en anderen ziekten voorkomen nieuwe besmettingen. Deze afweerstoffen worden direct na de geboorte  met de eerste moedermelk aan de pups doorgegeven. Vooral jonge honden die weinig in contact zijn geweest met soortgenoten en al vroeg een nestje krijgen, zijn soms nog niet besmet en hebben hierdoor geen afweerstoffen tegen herpes in de moedermelk. Dit komt in de Nederlandse situatie waar honden (van de goede fokkers) veel contact hebben, shows lopen, gekeurd worden enzovoorts eigenlijk niet vaak voor.
  2. Indien een jonge drachtige teef die nog niet eerder besmet is met het herpesvirus door slechte kennelhygiŽne of een drager in de kennel toevallig net aan het eind van de dracht besmet wordt, dan heeft ze geen tijd gehad om afweerstoffen te vormen en deze via de moedermelk aan de pups door te geven ter bescherming. Deze teef vormt zelf ook een bron van besmetting..
  3. Alleen bij puppies die sterk afkoelen in het nest en die met het herpesvirus geÔnfecteerd worden zonder dat ze voldoende afweerstoffen van de moeder binnenkrijgen, kan het virus zich in het koudere lichaam vermenigvuldigen en ziekte en sterfte onder de pups veroorzaken. Het virus komt bij een fokker die secuur om gaat met het nest en zorgt voor een goede omgevingstemperatuur en een goede begeleiding van de teef eigenlijk niet voor.


Het infecteren van een teef in het laatste stadium van de dracht of direct na het werpen is daarmee een bijzondere situaties die eigenlijk alleen voorkomt in grote kennels. Dan nog vormt dit alleen een probleem als er daarnaast ook (te) weinig aandacht is voor de pups en hun lichaamstemperatuur en de teef niet in staat is afweerstoffen over te brengen via de moedermelk. Ook om deze reden kan het belang van het geven van moedermelk gedurende de eerste dagen nooit genoeg worden benadrukt. Moedermelk is dan ook de eerste dagen nooit te vervangen of aan te vullen door kunstmelkproducten. Zie ook het commentaar bij Esbilac kunstmelk

Is vaccinatie dan onzin?
De vaccinatie is eigenlijk bedoeld voor kennels die een specifiek probleem hebben met herpes. Niet zoals nu vaak wordt gesuggereerd, als goede, algemene preventiemaatregel voor fokkers die hooguit enkele nestjes per jaar hebben en deze met alle zorg en aandacht omringen.

In specifieke situaties waarin door sectie is aangetoond dat jong gestorven puppy's vermoedelijk gestorven zijn aan herpes, mag een drager in de kennel worden vermoed en kan het nuttig zijn te vaccineren.

Daarmee is als algemene vaccinatie de waarde veel beperkter dan velen, om wat voor reden dan ook, geloven.

Dit betekent dus ook het omgekeerde: Indien er in een gezond nest een pup van 14 dagen overlijdt na een periode van diarree, dan moet niet aan herpes gedacht worden maar aan tal van andere oorzaken.

Tot slot
Bedenk tot slot dat geen enkele vaccinatie een slechte kennelhygiŽne teniet kan doen. De basisregel dat een teef met jongen voldoende aandacht en verzorging moet hebben en goed gescheiden moet worden houden van andere honden om insleep van infecties te voorkomen, is de beste garantie voor gezonde pups. Er zijn immers nog zoveel andere bedreigingen voor de puppy's dan het herpesvirus.

Indien toch wordt gevaccineerd met als argument het bieden van maximale bescherming, dan moet er ook aandacht zijn voor het vaccineren van andere honden in de kennel, en het niet geven van kunstmelkproducten tijdens de eerste dagen van de pups
.  

D.L.van Os 2008-2009
 

   

 

 

 

 

Moedermelk belangrijk voor weerstand tegen herpes-virus.

Het nut van echo tijdens dracht en partus

   
Met een echo is het niet alleen mogelijk om de dracht vast te stellen maar ook of de pups levend zijn. In een vroeg stadium (eind van de 3e week) kan de spanning in de vruchtblaas een indicatie zijn. Vanaf de 5e week is het kloppen van het hartje te zien.

Een echo is in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt niet geschikt voor het betrouwbaar meten van het aantal pups. U kent vast wel de verhalen uit de media waar bij de geboorte van meerlingen bij vrouwen, er tot ieders verassing een baby meer was dan werd gedacht. En dan te bedenken dat hier vaak heel wat echo's gemaakt zijn en bij honden het aantal pups veel groter is.

Met de echo de hele buik doorzoeken is zelfs onder optimale omstandigheden niet betrouwbaar te zeggen hoeveel pups er zijn.

Dit laatste is erg belangrijk als er zorgen zijn over de partus. Er zijn zoveel verschillen in de partus dat het moeilijk van buitenaf is te zeggen of de pups het moeilijk hebben of dat er nog wat geduld nodig is. Door het meten van de hartslag met behulp van de echo kan hier een betrouwbare indruk van worden gekregen. Een vitale pup die nog geen zuurstofgebrek heeft tijdens de partus, heeft een hartslag die beduidend hoger ligt dan die van de moeder.

zie ook onze echodiagnostiek pagina


  Hondenhartje kloppend te zien vanaf 5 weken op echo.

 

 

 

Echo niet geschikt om aantal pups te tellen.

   
   
De waarde van rŲntgenfoto's na dag 45 bij het begeleiden van de partus

   
Veel problemen bij de partus zijn een gevolg van een verkeerde inschatting van het aantal pups. Er wordt nog gewacht of midden in de nacht teef en pups naar de dierenartspraktijk gesleept voor een pup die er helemaal niet blijkt te zijn. Of er blijkt juist nog een extra pup te zijn die zo traag ter wereld komt dat deze niet meer levensvatbaar is.

Zeker als u niet zeer ervaren bent of gewoon geen risico's wilt nemen met uw pups, dan is het een overweging een rŲntgenfoto van de buik van de teef te laten maken.

Het maken van een rŲntgenfoto is in ieder geval veilig in het laatste stadium van de dracht wanneer alle organen en onderdelen van de vrucht gevormd zijn. Na de 45e dag is aan de hand van de skeletjes een betrouwbare telling te doen. Dit is ook weer alleen mogelijk met een goede rŲntgenfoto met voldoende contrast en de nodige ervaring in het beoordelen ervan.

 

Op rŲntgenfoto aantal pups vast te stellen door skeletjes te tellen.

 

   

 

Ra, ra waar ben ik?

   

   
Keizersnede: overweging van dierenarts en eigenaar    

   
Er zijn verschillende argumenten voor of tegen het uitvoeren van een keizersnede.
Een keizersnede werkt negatief in op de relatie tussen moeder en pup. Dit leidt tot:
  • Minder melk
  • Minder zorg voor de pups
  • Een hogere kans op verstoting

Waarschijnlijk komt dit door het gemis van de anders vrijgekomen oxytocine tijdens de geboorte.

Een keizersnede voordat de geboorte op gang is gekomen heeft deze nadelen sterker. Echter:

  • De teef is minder uitgeput
  • De baarmoeder staat nog niet open waardoor de baarmoeder nog niet geÔnfecteerd is en er minder kans is op infecties in de buik en de wond
  • Keizersnede is beter planbaar en heeft lagere kosten. Er is een kleinere kans op fouten door bijvoorbeeld vermoeidheid.
  • Minder risico voor de pups

Voor iedere situatie kunnen er argumenten voor of tegen een keizersnede bedacht worden. Het belangrijkste is openheid waarom we welke keuze maken in welke situatie.

Er kan ook gekozen worden voor een gelijktijdige sterilisatie. Dit lijkt wat kosten te besparen maar heeft een aantal belangrijke nadelen:

  • Na de geboorte involeert de baarmoeder. Dit is een terugkering van de baarmoeder naar de status zoals deze voor de zwangerschap was. Hierdoor vloeit er bloed maar ook bouwstenen terug in de hond.
  • Een groot orgaan verwijderen geeft een reŽel risico op schock. Dit kun je opvangen met een (stort) infuus met glucose en elektrolyten. Probleem hierbij is dat er menig hond (en kat) op deze manier overleden zonder dat de dierenarts wilde of kon begrijpen dat dit te maken had met het verwijderen van de baarmoeder.
  • Als we deze ingreep al doen zien we een langzamer herstel.

De baarmoeder 12 weken later verwijderen via een kijkopening kan een onnodige belasting lijken, maar is dus geen verkeerdere keuze.
 

   

Verschillende argumenten voor of tegen een keizersnede

   

   
De gezondheidskeuring van de Engelse bul

   
Alle leden van de EBCN (Eerste Bullen Club Nederland) hebben zich verplicht tot het laten verrichten van een gezondheidskeuring van reuen en teven waarmee men wil fokken.
Om de uniformiteit van deze  keuringen te garanderen is een beperkte groep dierenartsen, die binnen de EBCN bekend staan om hun kennis van de Engelse Bul, gevraagd hierin te participeren.

Dierenkliniek 't Ossehoofd is door de EBCN gecertificeerd als instituut om het gezondheidsonderzoek op de Engelse Buldog te verrichten.

Dit gezondheidsonderzoek bevat vele  aspecten waaronder ogen, huid en luchtwegen. Om een indruk te krijgen van de diameter van de luchtpijp, wordt een rŲntgenfoto van de longen gemaakt.

Zie voor de kosten van dit onderzoek de pagina tarieven

   
   
DCM onderzoek Duitse Dog
 
   
DCM staat voor Dilaterende Cardio Myopathie wat zoveel betekent als 'ziekte van de hartspier waarbij deze verwijd raakt'. Het fokregelement van de NDDC (officiŽle rasvereniging van Duitse Doggen) zegt het volgende over DCM:
Er mag uitsluitend gefokt worden met dieren die DCM vrij verklaard zijn door een bevoegde dierenarts in Nederland. Dit onderzoek mag niet ouder dan ťťn jaar oud zijn.

Ook al heeft een DCM een genetische basis, de ziekte komt pas op latere leeftijd tot uiting. Of een dog DCM ontwikkeld hangt dus niet alleen van de voorouders af maar ook van (goeddeels onbekende) omgevingsfactoren. Hierdoor is een genetisch onderzoek (voorlopig) niet voor de hand liggend en zal er gebruik moeten worden gemaakt van een echocardiogram om de aandoening op te sporen.

In dierenkliniek 't Ossehoofd is het mogelijk om dit onderzoek uit te voeren. Hierbij zal de dierenarts met de echokop (transducer) over de (geschoren) huid van de hond gaan. Hierbij wordt er een beeld van het hart waarmee het hart kan worden beoordeeld.

Vanwege de grootte van de Duitse Dog zal in eerste instantie geprobeerd worden om het onderzoek bij het staande dier uit te voeren. Nadeel daarbij is dat het luchthoudende longweefsel welke het hart omgeeft het echo beeld kan verstoren. Indien beeldvorming bij het staande dier niet mogelijk blijkt zal de echo van de hond op een speciale onderzoekstafel in zijligging van af de onderzijde worden gemaakt.

Voor meer informatie en uitleg over het echocardiogram zie de pagina echo onderzoek.
Zie voor kosten van dit onderzoek de pagina tarieven.
 

   

 

DCM diagnose via echocardiogram

 

 

 

 

Indien mogelijk zal het onderzoek bij het staande dier worden uitgevoerd.

 

wel zo prettig voor uw Dog

Ammoniak bepaling voor diagnose van levershunt
(bijvoorbeeld bij de Cairn TerriŽrs)
   
Bij Cairn TerriŽrs komt een bepaalde afwijking aan de lever, de levershunt, relatief vaak voor. Volgens de regels van het NCTC (Nederlandse Cairn Terrier Club) moet er aan de hand van deze ammoniak test door een dierenarts gecontroleerd worden op een levershunt, voordat er met het dier mag worden gefokt. 

Een aantal fokkers laat ook hun pups op deze aandoening controleren voordat ze naar de nieuwe eigenaar gaan.

Bij deze aandoening wordt het bloed uit de darmen niet goed gezuiverd door de lever omdat dit bloed niet door de lever gaat maar er omheen.

Normaal wordt het bloed uit de achterste helft van het lichaam naar het hart gevoerd via een grote ader. De zogenaamde holle ader.
Om er voor te zorgen dat het bloed met voedingsstoffen uit de darmen eerst wordt gezuiverd wordt dit bloed eerst door de lever geleid voordat dit in deze grote holle ader komt. Alle vaten uit maag en darmen komen daartoe samen in een groot bloedvat: de poortader.

De poortader voert het uit de maag en darmen verzamelde bloed dus eerst door de lever waar het wordt gezuiverd en van afvalstoffen ontdaan voordat dit bloed zich in de holle ader mengt met de rest van het bloed.

In het geval van een lever shunt loopt er een extra verbinding tussen de poortader en de holle ader. Hierdoor stroomt het bloed uit de darmen niet geheel door de lever maar voor een deel er langs. Hierdoor wordt dus een deel van de afvalstoffen niet uit het bloed gehaald waardoor de giftige stoffen in het lichaam van het dier terecht komen.

Ammoniak (NH3) is een stof die in normaal functionerende darmen wordt gevormd bij het afbreken van eiwitten door bacteriŽn. Omdat deze stof zeer giftig is  wordt deze indien al het bloed uit de darmen door de lever wordt geleidt zeer efficiŽnt door de lever verwijderd.
Stroom het bloed langs de lever dan komt er dus ook bloed met ammoniak in de rest van het lichaam terecht.

Bij een levershunt waarbij een deel van het bloed dus om de lever heen stroomt  zal er ammoniak in de rest van het lichaam terecht komen. Door het meten van dit ammoniak in het bloed kan een levershunt dan ook vermoed worden.

Na een zeer eiwitrijke maaltijd kan zoveel ammoniak geproduceerd worden door de darmen dat dit soms oom meetbaar is. De bepaling is daarom het meest betrouwbaar als het dier tenminste 8 uur nuchter is.

De ernst van de aandoening wordt bepaald door de hoeveelheid bloed die door de lever gaat in verhouding tot de hoeveelheid bloed die er om heen stroomt. Het kan voorkomen dat op het oog gezonde hondjes toch deze aandoening in lichte mate hebben. Om te voorkomen dat op het oog gezonde hondjes deze aandoening doorgeven aan het nageslacht verplicht de Nederlandse Cairn TerriŽr Clubhun leden alle hondjes waarmee gefokt wordt te controleren op deze aandoening. Alleen met hondjes die vrij zijn mag gefokt worden.

Dit is ook het grote nadeel van het kopen van pups zonder dat deze een stamboom hebben. Immers als niet bekend is wie de ouders zijn en dit ook niet door een onafhankelijke stichting is gewaarborgd in de vorm van afstammingspapieren (de stamboom) dan is ook niet bekend of de  voorouders onderzocht zijn op en vrij zijn van deze aandoening.
Lees elders op de site over misverstanden omtrent de waarde van een stamboom
 
 

   

 

 

Bij een levershunt loopt het bloed met afvalstoffen uit de darmen niet door de lever maar om de lever heen.

Deze shunt komt bij de Cairn TerriŽr voor als aangeboren afwijking.

 

Controle op deze aandoening moet voorkomen dat er (per ongeluk) mee gefokt wordt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

een goed fokbeleid zorgt er voor dat aandoeningen uit ene ras verdwijnen

Het beperkte nut van oxytocine-injecties (pieton)

   
Tijdens het werpen van de pup (de partus) produceert het lichaam in de Hypofyse een kortwerkend hormoon oxytocine genaamd. Dit hormoon zorgt er kortdurend voor dat de baarmoeder samentrekt en stimuleert het samentrekken van melkklier: het laten schieten van de melk.

In de grijze veterinaire oudheid werd hier het slangengif van de python voor gebruikt. Dit is al tientallen jaren vervangen door een synthetisch geproduceerd oxytocine, maar wordt door velen nog een injectie pieton genoemd. Het synthetische oxytocine heeft in tegenstelling tot het natuurlijke hypofyse-hormoon geen invloed op de bloeddruk en kan dus veilig gebruikt worden.

De afgifte van het lichaamseigen hypofysaire hormoon oxytocine wordt onder andere gestimuleerd door het aanleggen van de pups. Het aanleggen van de pups direct na de geboorte is dus een belangrijke manier om de geboorte van een volgende pup te stimuleren. Omdat na het aanleggen een wee volgt kan de teef hierop afwijzend reageren.

De werking van oxytocine op de baarmoeder is echter sterk afhankelijk van de invloed van een aantal andere hormonen. Daarom is bij een te vroeg geboorteproces de werking van oxytocine op de baarmoeder en de melkklieren een stuk minder.

Een injectie onder de huid van oxytocine zal een langdurige samentrekking geven van de baarmoeder. Dit is maar een zeer beperkte nabootsing van de natuur waar de hypofyse door stootsgewijze afgifte van het natuurlijk oxytocine krachtige weeŽngolven geeft.

WeeŽn kunnen wel effectief worden nagebootst  door kleine hoeveelheden oxytocine per infuus toe te dienen. Direct trekt de baarmoeder kortdurend samen. Indien weeŽnzwakte de oorzaak is van het vertraagde geboorteproces, dan wordt meestal direct de pup geboren na een intraveneuze injectie.

   
   

 
Nuttige weetjes bij de hond

   
Chocola en rozijnen giftig voor de hond.

   

Vooral rond Kerstmis, Pasen en Sinterklaas als mensen volop snoepen, weten honden nog wel eens chocolade te bemachtigen. Vaak is wel bekend dat chocolade voor honden giftig is, maar niet welke hoeveelheden al een risico vormen en wat de verschijnselen zijn.

Rozijnen zijn giftig voor de hond. Tussen de 15-30 gram rozijnen per kilo lichaamsgewicht kan al fataal zijn voor de hond. Een voorbeeld: Een Vizla (Hongaarse staander) met een gewicht van 25 kg kreeg na het eten van 450 gram rozijnen twee dagen maag-darmklachten met braken waarbij de nieren stopten met werken. Ondanks behandeling kon de hond niet meer gered worden.

  Chocolade en rozijnen giftig voor de hond.

Chocolade.

Theobromide is het bestanddeel van cacao dat giftig is voor de hond. De werking is een beetje te vergelijken met cafeÔne. Indien er wordt uitgegaan van 20 mg theobromide per gram cacao of 10 milligram per gram pure chocolade, dan moet na het eten van 75 gram chocolade door een middelgrote hond van 25-30 kilo, serieus rekening worden gehouden met vergiftiging. 


Deze reep kan al giftig zijn voor een middel- grote hond! (bijvoorbeeld labrador).

   

Behandeling van vergiftiging door chocolade bij honden.
Bron: www.poisoncentre.be

   

Inleiding
Chocolade bevat theobromide wat ernstige vergiftigingen kan veroorzaken bij honden. Het behoort tot de groep methylxantines waartoe ook cafeÔne en theofylline behoren. Deze plantaardige alkaloÔden geven een stimulatie van het centraal zenuwstelsel en de hartspier. Daarnaast geven ze een relaxatie van de gladde spieren (vooral de bronchiale) en een verhoogde urineproductie.

In onderstaande tabel de concentratie theobromine per gram chocolade-product. Een dosis van 100-250 mg theobromine per kilo lichaamsgewicht is een potentieel dodelijke dosis!

  Produkt Theobromine per gram
  Witte chocolade   0.009 mg
  Oplos chocolade   0.5 mg
  Melk chocolade   1.5-2.2 mg
  Pure chocolade   4.5- 16 mg
  Cacaopoeder   5.3- 26 mg
  Cacaobonen  11   - 43 mg

Theobromide wordt bij honden langzaam door het maag-darmkanaal opgenomen. Er vertoont zich een plasmapiek na ongeveer 10 uur. Ook uren na het eten van chocolade kan het dus nog steeds zinvol zijn uw hond te laten braken. De 'halfwaardetijd' (de tijd die nodig is om de helft van de theobromide uit de chocolade te verteren) bedraagt ongeveer 17,5 uur. De verschijnselen kunnen dus afhankelijk van de hoeveelheid chocolade wel 1-3 dagen aanhouden.

Symptomen

De eerste symptomen beginnen na ongeveer 2-4 uur.

  • Onrustig.
  • Braken.
  • Urineverlies.
  • Diarree
  • Snelle pols.
  • Verhoogde lichaamstemperatuur.
  • Snelle ademhaling.

Enkele uren later kunnen de volgende symptomen waarneembaar zijn:

  • Hartritmestoornissen.
  • Spierstijfheid.
  • Overdreven reflexen (hyperreflexie).
  • Ataxie.
  • Spiertrekkingen en stuipen (convulsies).
  • Coma.
     

18 tot 24 uur na het intreden van hartritmestoornissen, kan de dood intreden..

Therapie
Er is geen tegen contramiddel (antidoot) voor chocolade. De behandeling bestaat uit het bestrijden van de gevolgen. Als de hond de chocola minder dan 2 uur geleden heeft gegeten en er gťťn symptomen zijn, kan een braakmiddel gebruikt worden zoals apomorfine 0.02-0.04 ml/kilo IV.

Daarna een herhaalde behandeling met actieve kool0.5-2.0 g/kilo of via een maagsonde iedere 4 uur gedurende minimaal 72 uur. De verdere therapie is afhankelijk van de verschijnselen.


                                                                                                                     

  Ook weinig chocolade al snel te veel!

 

 

 

 

 

 

 

Laten braken ook uren later nog nuttig!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er is geen contramiddel tegen chocoladevergiftigingQ. Wees er op tijd bij!


 
ACHTERGRONDINFORMATIE BIJ AANDOENINGEN

   
Anaalklier-/anaalzakontsteking

   

Algemeen
De anaalklieren, ook wel anaalzakjes genoemd, bevinden zich tussen de inwendige en uitwendige sluitspier van de anus en monden via 2 kanaaltjes uit naast de anus. Bij zwelling kunnen deze zakjes uitwendig zichtbaar worden op een stand van '4 uur' en '8 uur' rond de anus.

Normaal functionerende anaalzakjes scheiden een sterk ruikende, bruin- tot leemkleurige stroperige tot dikke vloeistof af. Naast een middel ter sociale herkenning tussen honden is de functie van de vloeistof ook het op grote afstand terug kunnen vinden van de leefomgeving. Normaal legen deze zakjes zich tijdens het ontlasten. Daarnaast kunnen ze zich ook legen als de honden angstig zijn.


Verschijnselen die wijzen op klachten van de anaalklieren
Om onduidelijke redenen komt het regelmatig voor dat de zakjes zich niet goed legen, ontstoken raken of een abces vormen. Als oorzaken worden wel genoemd te nauwe afvoerkanalen, onvoldoende functioneren van de buitenste kringspier van de anus, indikking van de vloeistof tot dikke stopverf als gevolg van te weinig lediging, infecties.of afwijkende ontlasting. De laatste oorzaak lijkt, hoewel deze vaak wordt genoemd, onwaarschijnlijk.

Drie verschillende vormen, uitingswijzen en behandelingen

Er zijn drie verschillende manieren waarop anaalklierproblemen zich kunnen uiten. Deze verschillende vormen staan veelal los van elkaar. Een hond die een anaalklier-abces heeft hoeft bijvoorbeeld nooit eerder volle of ontstoken anaalklieren te hebben gehad. Het regelmatig uitdrukken van de anaalklieren helpt dus ook niet ter voorkoming van ontstekingen (integendeel) of abcessen.

De drie verschillende type anaalklierproblemen moeten ieder op hun eigen wijze worden behandeld.

Anaalklier-abcessen komen vooral bij kleine rassen voor.

1.  Overvulde anaalklieren
De inhoud van de zakjes is bij deze vorm vaak fors en verdikt tot taaie stopverf. Door de hierbij optredende irritatie gaat de hond vaak onder de staartbasis likken en bijten en/of met de kont over de grond schuren (sleetje rijden). Vaak wordt gedacht dat dit wormen zijn, maar dit is onterecht. Het type worm wat dit zou kunnen veroorzaken komt niet voor bij de hond in Nederland.

Behandeling
Behandeling bestaat uit het (inwendig) leeg masseren van de anaalklieren. Verder kan het inwendig aanbrengen van zalf de irritatie verminderen en de inhoud verdunnen waardoor de hond een periode makkelijker de inhoud kwijt kan raken.

2.  Ontstoken anaalklieren
Anaalklieren raken waarschijnlijk ontstoken als de darmflora die aanwezig is in het anale gebied, de anaalzakjes binnendringt. De ontstoken anaalklierzakjes produceren ontstekingsvocht waardoor de inhoud van de zakjes nu vaak juist dun wordt. De anaalzakjes hoeven daarbij niet erg vol te zijn, maar zijn verhoudingsgewijs veel pijnlijker dan bij een anaalklierverstopping Dit uit zich als zwelling, roodheid en pijnlijkheid in het anaalklier-gebied.

De verschijnselen kunnen sterk lijken op die van anaalklier-overvulling al lijkt de jeuk vaak minder hevig.

Behandeling
Behandeling moet niet alleen bestaan uit het ledigen, maar ook uit het behandelen van de anaalklier- ontsteking zelf. Behandeling van de anaalklier zakjes door ze te vullen met antibiotische zalf of ze te spoelen met desinfecterende vloeistof  (chloorhexidine), heeft daarbij de voorkeur boven de behandeling met antibiotica-tabletten.

3.  Anaalklier-abcessen
De infectie van anaalklieren kan ook leiden tot de vorming van een abces. Een hond met een anaalklier-abces heeft vaak wat verhoging, is niet in orde en heeft vaak heftige pijn in het staartgebied. Temperaturen of zelfs het optillen van de staart kan al tot fel verzet of pijnuitingen leiden.

Bij ernstige pijn kan de hond ook weigeren te gaan zitten of neemt het een dusdanige zithouding aan dat het pijnlijke gebied niet wordt belast.(scheef zitten). Naast de anus is een gebied met roodheid en zwelling zichtbaar. Bij doorbreken wordt vaak een bloederige vloeistof gezien.

Behandeling
De hond kan het best onder een roesje behandeld worden. Hierbij wordt het afwijkende weefsel verwijderd en bij voorkeur een drain aangelegd om het gebied nog een aantal dagen de gelegenheid te geven goed al het ontstekingsvocht af te voeren. Na verwijderen van de drain sluit het gat zich gewoonlijk snel.

Indien het abces spontaan doorbreekt knapt de hond vaak zienderogen op. Toch kan de hond het best alsnog even behandeld  worden omdat bij het te vroeg sluiten van de abcesopening zich weer een nieuw  abces kan vormen.

Chirurgische verwijderen van de anaalklieren
Soms is het noodzakelijk de anaalzakjes chirurgisch te verwijderen.

Behalve bovengenoemde klachten bij ontsteking kunnen de anaalklieren ook onder normale omstandigheden de vervelende eigenschap hebben zich spontaan te legen en daarbij een stinkende vlek op de lig- of zitplaats achterlaten. Indien dit met grote regelmaat gebeurt, kan dit een reden zijn om de zakjes chirurgisch te verwijderen.

Redenen voor chirurgische verwijdering zijn:

  • Regelmatig terugkomende ontsteking van de anaalzakjes.
  • Veel verlies van anaalkliervocht is belastend voor de omgeving.
  • Verlies van anaalkliervocht bij hondjes die veel op schoot zitten.
  • Terugkerende anaalzak-abcessen.
  • Bij niet-ontstoken anaalzakjes (dus zonder ziekte van de anaalklieren) het spontaan legen op ongewenste plaatsen (vooral binnenshuis).
  •                                                                                                                                         
   

 

 

 

 

 

Drie vormen van anaalklieren/-zakljes problemen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Soms noodzaak tot operatief verwijderen anaalklieren-zakjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 
Bijtwonden door en bij honden

   

In het algemeen kan gezegd worden dat bijtwonden waarbij de huid geperforeerd wordt enorm onderschat worden, voornamelijk omdat men niet ziet wat er werkelijk aan de hand is. Hierdoor wordt snel gedacht dat er alleen twee 'gaatjes' zijn. Het onderschatten van bijtwonden is een bekend probleem en geeft nogal eens emotionele discussies omdat de tegenpartij of  verzekering niet snapt dat de behandeling zo uitgebreid moet zijn bij 'alleen maar twee gaatjes'.

Als honden elkaar bijten, gaan de hoektanden onder de huid naar elkaar toe en ondermijnen en infecteren daarmee het hele gebied tussen de beide gaatjes in de huid. Tijdens het bijten wordt het vel daarbij ook nog eens opgetild en dus losgetrokken van de ondergrond. Indien u na een gevecht twee gaatjes vindt, moet u er dus rekening mee houden dat het in werkelijkheid een geÔnfecteerde wond ter grootte van tenminste de afstand tussen de twee gaatjes betreft.

De ernst van de bijtwond  hangt naast de mate van beschadiging ook enorm af van de lokalisatie.

Berucht zijn bijtwonden waarbij de hond in de hals is gepakt door een grotere hond en heen en weer is geschud als afstraffing. De gaatjes zitten daarbij boven op de hals en rug, terwijl het wondvocht met daarin de bacteriŽn van de bek van de andere hond onmiddellijk via het losgescheurde halsgebied langs de halsvlakte naar beneden zakt. Bijtwonden in de hals en de flank hebben daarom vaak een heel ander verloop dan bijtwonden aan poten, kop of borstkas.

   

 

Bijtwonden uitgebreider en ernstiger dan aanzicht doet vermoeden

   

Operatief ingrijpen vaak beste oplossing.


Behandeling van bijtwonden
Ook als direct na het bijtincident antibiotica wordt gegeven is dit bij bijt- en scheurwonden vaak onvoldoende. Bij bijt- en scheurwonden is de omgeving van de huid en het onderhuidse weefsel eveneens beschadigd waardoor ook de bloedsomloop sterk verstoord is. Antibiotica en het afweersysteem kunnen dan niet meer goed doordringen in het geÔnfecteerde gebied. Wel voorkomt antibiotica meestal het verspreiden van bacteriŽn in de rest van het lichaam (sepsis) en daarmee het ziek worden van de hond. Het spoelen van de wond direct na het bijtincident is vaak geen goede keuze, omdat hierdoor de infectie alleen maar wordt verspreid.

Indien het een bijtwond in een gebied met veel los vel betreft, is de holte-vorming sterk bepalend voor het verloop en de noodzakelijke behandeling. De omvang van de holte is door voorzichtig sonderen van de wond vast te stellen. Indien de huid is geperforeerd maar er alleen een bijtkanaal is ontstaan en er weinig los of losgetrokken weefsel in het omliggende gebied aanwezig is, dan is het plaatsen van een drain met een opening op het laagste punt vaak voldoende.

Indien echter de huid niet alleen is geperforeerd maar ook is losgetrokken van de ondergrond, dan vormen zich te makkelijk allerlei pockets en holtes die niet goed met een of meerdere drains kunnen worden behandeld. Indien de lokalisatie van de wond dit toe laat, is het dan effectiever de huid te openen zodat goed alle vuil en afstervend weefsel is te verwijderen. Dit lijkt een erg drastische methode maar geeft een veel sneller en beter resultaat met een veel kortere genezingstijd, minder kosten en minder teleurstellingen. Het litteken valt vaak later mee.

Alles hangt uiteindelijk ook weer af van de geneeskracht, voedingstoestand en bouw van de hond.

  Antibiotica bereikt gebied bijt- en scheurwonden niet of slecht.
  Operatieve ingreep legt ernst bijtwond bloot.

 

What you see (links), is not what you get (rechts).


Wat in eerste instantie een klein gaatje in de huid lijkt te zijn, blijkt de toegang tot een flinke holte. Rechts dezelfde wond na openen. Het blijkt een flinke wond zijn.
   
   

 
Hartaandoeningen bij de hond

   
Omdat wij als kliniek veel hartaandoeningen behandelen en ook fokkers helpen bij het opsporen van erfelijke hartaandoeningen (Cavalier king Charles spaniŽl en HCM bij de kat) is er een uitgebreide hartpagina.

Op onze echo pagina kunt u een indruk krijgen welke hartaandoeningen met de echo kunnen worden opgespoord.

Een belangrijk medicijn dat wordt gebruikt bij het behandelen van hartaandoeningen is Vetmedin.

Op het etiket van de door ons voorgeschreven Vetmedin vindt u het wachtwoord van deze site. Op deze manier kunt u zelf op deze website, www.vetmedin.nl aanvullende informatie vinden over dit medicijn.

Selecteer in de lijst met dierenartsen Dierenkliniek 't Ossehoofd, voer het wachtwoord in, en klik op 'inloggen'.

                                                                                                                     

   

 
Epilepsie en het nut van medicatie en onderzoek

   

Inleiding
Er is veel gedetailleerde diergeneeskundige informatie te vinden over de achtergronden van epilepsie. In dit artikel ligt vooral de nadruk op een praktische benaderingen van epilepsie en de  waarde van medicatie en onderzoek. 

De betekenis van epilepsie voor het baasje en voor het dier
Epilepsie is een probleem dat niet alleen gaat over het dier zelf. Het idee dat de hond of kat op de meest onvoorspelbare momenten een aanval kan krijgen, is ook belastend voor de eigenaar. Als er besloten wordt tot euthanasie, dan is dit vaak niet alleen gebaseerd op de gedachte dat de hond of kat geen dragelijk leven heeft maar ook het gevolg van de belasting die een huisdier met epilepsie met zich meebrengt voor de eigenaar.

Mensen die zelf epilepsie hebben, kunnen allerlei doodnormale bezigheden zoals autorijden en fietsen niet meer veilig uitoefenen en zijn daardoor ernstig belemmerd in hun dagelijks leven. Voor honden en katten geldt deze belemmering in hun dagelijkse bezigheden eigenlijk niet. Goed beschouwd zijn huisdieren bij een epileptische aanval alleen een 'stukje kwijt' en hebben ze zeker geen pijn. Bovendien treden veel epilepsieaanvallen bij de hond en kat vanuit rust op en zelden tijdens  bijvoorbeeld het buitenwandelen, zwemmen of het op schuttingen klimmen. De werkelijk negatieve invloed van epilepsie op de kwaliteit van leven bij hond en kat wordt gauw overschat.  

Epilepsie wel of niet behandelen
Of epilepsie moet worden behandeld is daarom altijd een meervoudige afweging. Hoe vaak heeft de hond of kat aanvallen? Treden ze op in series of staan ze op zichzelf, zijn ze voorspelbaar, hoe lang duren ze en als je niet ingrijpt en hoe lang duurt dan het herstel?

Indien de epilepsie bijvoorbeeld bestaat uit 1 ŗ  2 keer per maand een korte aanval vanuit rust, dan is niet behandelen misschien een betere keuze. Daarnaast is het goed te realiseren dat het niet behandelen van kortdurende epileptische aanvallen niet leidt tot steeds verdere beschadiging van de hersenen.

Heel anders is dit voor clusterepilepsie of de 'Status Epilepticus'. Dit is een vorm van epilepsie waarbij de ene aanval in de volgende overgaat. Hier is het wel wenselijk snel in te grijpen omdat dit wťl een zichzelf verergerend proces is. De prognose bij deze zware vorm van epilepsie is echter altijd gereserveerd.

Wat is epilepsie
Epilepsie komt op alle leeftijden en bij alle rassen voor. Er wordt geschat dat 1 op de 20 honden tenminste ťťn keer in hun leven een aanval krijgt. Sommige rassen zijn gevoeliger dan andere.

Epilepsie is een ongecontroleerde ontlading van (een deel) van het zenuwstelsel. Deze afwijkende ontladingen kunnen zichtbaar gemaakt worden met een EEG (elektro-encefalogram) De manier waarop zich de epileptische aanval uit is daarbij afhankelijk van de lokalisatie waar de ontlading in de hersenen plaatsvindt en kan vele vormen hebben.

Uit onderzoek is gebleken dat ook vreemde gedragingen zoals bij voorbeeld vliegen vangen die er niet zijn en het achter de staart aan rennen ook een vorm van epilepsie kunnen zijn. Indien vanuit deze epilepsiehaard de ontladingen zich uitbreiden naar de omringende hersencellen, dan kunnen uiteindelijk alle hersencellen en ook het ruggenmerg gelijktijdig ontladen en ontstaat een 'grand mal'. Dit is de algemeen bekende vorm van epilepsie met 'fiets'-bewegingen, verlies van speeksel, urine of feces.

Oorzaken van epilepsie
Er zijn zeer veel oorzaken van epilepsie De oorzaken kunnen daarbij zowel binnen (primair) als buiten de hersenen liggen. Ook als de oorzaak Ūn de hersenen is gelegen kunnen voeding, maar ook infecties van urinewegen, een ontstoken lever -kortom alles wat het lichaam uit balans brengt- (meer) epileptische aanvallen tot gevolg hebben. Bij de kat komt epilepsie minder vaak voor. Bij de kat is er eigenlijk altijd een afwijking verantwoordelijk voor de epilepsie.

Het belang van onderzoek
Wij zien vaak patiŽnten waarbij direct gestart is met medicatie zonder enige vorm van onderzoek. In een aantal gevallen is dit een gemiste kans. Een leverontsteking kan door medicatie verslechteren en zelfs de oorzaak van de epilepsie zijn.

Minimaal onderzoek
Naast vele denkbare en zinvolle onderzoeken is een bloedonderzoek naar de leverfunctie en algemeen urineonderzoek een minimumvoorwaarde voordat gestart wordt met medicatie. Dit onderzoek moet dus uitgevoerd worden vůůrdat begonnen wordt met medicatie tegen de epilepsie

Maximaal onderzoek
Naast uitgebreid algemeen bloedonderzoek kan het ook zinvol zijn specifiek bloedonderzoek te doen op infecties die geassocieerd worden met het optreden van epileptische aanvallen. Daarnaast kan het zinvol zijn foto’s van borst- en buikholte te maken. Het hart verdient daarbij speciale aandacht. Bij verdenking op ritmestoornissen kan het zinvol zijn een 24-uurs eeg (elektro-encefalogram) te maken. Een echo van lever, nieren en milt kan lokale aandoeningen zichtbaar maken. Met een onderzoek van het hersensvocht (liquor punctie) kunnen vormen van hersenvliesontsteking (menigitis) en ontstekingen van de hersenen zelf worden gediagnosticeerd.

Afwijkingen aan de hersenen die met een hersenscan zichtbaar kunnen worden gemaakt zijn vooralsnog onbehandelbaar en hebben daarom nog beperkte waarde.

Epilepsie en medicatie

  • Niet behandelen en accepteren dat de hond of kat een beperkt aantal aanvallen heeft.
  • Uitgebreid onderzoek kan een behandelbare aandoening opleveren.
  • Het geven van phenobarbital op een dosering die een aanvaardbaar niveau van bijwerkingen oplevert (meer drinken en eten) gecombineerd met tenminste 2x per jaar controleren van de leverwaarden.
  • Het geven van phenobarbital in hoge dosering direct bij de eerste aanval van een serie en deze weer verlagen na een periode van geen aanvallen.
  • Het geven van broom gedurende 2 tot 3 maanden. Tussentijdse bloedcontroles zijn noodzakelijk.
  • Combinaties van broom en phenobarbital.
  • FenytoÔnenatrium (Epitard). Dit is een laatste keuzemiddel vanwege de incidenteel ernstige (soms dodelijke) bijwerkingen. Onbekend met de ernstige gevallen wordt het soms te makkelijk voorgeschreven. 
  • Humane medicatie. Hoewel incidenteel werkzaam hebben behandelingen met deze niet-diergeneesmiddelen een experimenteel karakter.

Bedenk echter wel dat elke therapie betekent dat op effect moet worden gedoseerd en dat het lang kan duren voordat een goede balans tussen werking en bijwerking wordt gevonden. Geen enkele therapie geeft dus zekerheid en aanvallen zullen dus bij een juiste dosering in mindere mate blijven optreden.


                                                                                                                     

   

Ook eigenaar heeft last van epilepsie van de hond.

 

 

Epilepsie hond treedt vaak op vanuit rust. Gevolgen daardoor vaak minder ernstig.

 

 

Hond heeft minder last van epilepsie dan mens.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Epilepsie en medicatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

Jonge honden Tumor

   
De tumor zit gewoonlijk aan de huid vast, is stevig en onbehaard, snelgroeiend (weken of maanden), maar wordt niet groter dan 1-2 cm en heeft vaak de vorm van een opliggend roze rood, niet pijnlijk bultje, een 'knoopje'. 

   

In een aantal gevallen verdwijnen ze weer spontaan. Het eerste teken van het weer verdwijnen is het kapot gaan van het gladde oppervlak waardoor het meer het uiterlijk van een wondje krijgt.

Het weghalen is eenvoudig, maar dus lang niet altijd nodig. De kwaadaardige vorm is zeer zeldzaam.

De tumor die hierop kan lijken is het mastocytoom. Deze tumor komt eigenlijk nooit bij jonge honden voor. Ook deze tumor ziet eruit alsof de huid beschadigd is. Veel hondeneigenaren denken dan ook dat het een slecht genezende wond is. Wonden of plekken die niet willen genezen, zeker als het geen jonge hond is, dus altijd laten onderzoeken. In een vroeg stadium is het verwijderen eigenlijk altijd nog mogelijk en succesvol.

Bij twijfel kan microscopisch (punctie) onderzoek of histologisch onderzoek (wegnemen van stukje weefsel) uitsluitsel geven.


                                                                                                                     

  J

 

onge honden tumor bijna altijd goedaardig.


 
OOGPROBLEMEN bij de hond

   
Een speciale oogaandoening: Keratoconjunctivitis Sicca (KCS)

   

Bij deze aandoening bij de hond is sprake van een ontsteking van de oogleden en het hoornvlies door te droge ogen. De oorzaak hiervan is onvoldoende traanproductie. Het traanvocht heeft de functie om de oogbol vochtig te houden, het hoornvlies te voeden en infecties te voorkomen.

Vooral bij de kleine hondenrassen komt het nogal eens voor dat de traanklieren onvoldoende traanvocht produceren. Ook kan het een bijwerking zijn van sommige antibiotica.

Als er onvoldoende traanvocht wordt geproduceerd, gaat de kwaliteit van het hoornvlies achteruit en raakt het uiteindelijk ernstig beschadigd en geïnfecteerd.


                      Een droog oog      
   


Zonder behandelingen gaat eerst het gezichtsvermogen en uiteindelijk zelfs de oogbol verloren.

Behandeling
Deze kan bestaan uit het stimuleren van het traanvocht naast het toedienen van kunsttranen en antibioticahoudende zalf. Vaak moet dit vele malen per dag gebeuren en levenslang worden volgehouden.
In die gevallen kan een operatieve ingreep de oplossing bieden.


Ernstiger vorm van een droog oog       
   

Bij onvoldoende traanproductie kan een speekselbuis worden omgelegd om als traanbuis te dienen (Ductus Parotis Transpositie).

Hierbij wordt de uitgang van de oorspeekselklier, die normaal via de wang uitkomt, omgelegd naar het aangetaste oog.
 

Zelfde oog in later stadium, met extra beschadiging   
  Droge ogen: levenslang druppelen of operatief omleggen van een traanbuisje.

De voordelen zijn duidelijk:

  • Geen eindeloos gedruppel meer met alle daaraan verbonden werk en kosten.
  • De voeding van de oogbol wordt weer optimaal verzorgd, waardoor de oogbol veelal zelfs weer helemaal helder wordt.

Er zijn ook enkele nadelen:

  • De éénmalige kosten.
  • Een enkele keer blijkt de speekselproductie toch nog onvoldoende.
  • Een enkele maal blijkt de speekselproductie overmatig. Het gevolg is een wat te nat oog, dat er een beetje raar uitziet.

Opening traankanaal met 'operatie'-hulpdraadje

   

De operatie vraagt een zeer vaste hand, een uitstekend gezichtsvermogen en een goede oog-handcoŲrdinatie van de chirurg. Daarnaast is fijn chirurgisch materiaal nodig omdat de speekselbuis een zeer kleine diameter heeft.
De ingreep wordt al jaren met succes bij Dierenkliniek ’t Ossehoofd uitgevoerd.


                                                                                                                     

   

 
Cherry eye

   
Cherry eye is een protrusie (tevoorschijn komen) prolaps (uitpuiling) of eversie (omklappen) van de traanklier aan de achterzijde van het derde ooglid waardoor deze zichtbaar wordt en gaat zwellen. De felrode knobbel in de binnenste ooghoek doet wat aan een kers denken en wordt daarom wel 'Cherry eye' genoemd. Cherry eye is geen ernstige oogaandoening maar moet wel chirurgisch verholpen worden.

De aandoening moet niet verward worden met andere aandoeningen van het derde ooglid, zoals bijvoorbeeld een folliculitis.
 

   

Er zijn twee  chirurgische methoden om deze aandoening te verhelpen

1.  De weghecht-/enveloppe-methode, Deze heeft geen 100%  succes maar heeft een (wat theoretisch) voordeel dat de  traanproductie die voor een deel door het derde ooglid wordt verzorgd, behouden blijft. De traanproductie heeft een enorme reservecapaciteit waardoor het maar de vraag is of een iets lagere productie ooit een probleem vormt voor de hond.

2.  De verwijdermethode. Deze methode is 100% succesvol maar heeft dus het nadeel dat de reservecapaciteit van de traanproductie wat minder wordt (zie ook sicca op deze pagina).

In overleg met de eigenaar worden beiden methoden door ons gebruikt. De operatie wordt regelmatig op onze kliniek uitgevoerd.

Tekening van de enveloppe-methode (1)
Hierbij worden aan de binnenzijde van het ooglid twee kleine incisies naast de traanklier gemaakt (links) die vervolgens met hechtingen worden gesloten waardoor de traanklier wordt weggehecht.

   
     

   

 
Afwijkende haren op de ooglidrand

   

Sommige honden worden geboren met haarzakjes die niet helemaal juist op de ooglidrand zijn geplaatst. Afhankelijk van het type haar kan het maanden tot enige jaren duren voordat dit haartje zodanig is gegroeid dat deze het hoornvlies gaat irriteren. Haartjes in de binnenste ooghoek doen dat bijvoorbeeld minder snel dan haren midden op de ooglid-rand. 

De verschijnselen zijn in toenemende mate irritatie van de ogen die niet of slechts kortdurend reageren op (vette) oogzalf.

Het simpel uittrekken van deze haren kan effectief zijn maar is slechts een tijdelijke oplossing waarbij bovendien alleen grotere haren worden verwijderd. 

Een meer definitieve behandeling is het elektrisch epileren. Onder narcose wordt een zeer fijne metalen sonde naast het haartje in het haarzakje geschoven. Een kortdurend laag en ongevaarlijk stroomstootje zorgt ervoor dat het haarzakje verhit wordt en op deze wijze  ten gronde gaat. Het haartje laat dan los uit het haarzakje en is zonder enige trekkracht te verwijderen. Doordat de haarzakjes op deze wijze stuk voor stuk worden vernietigd, komen de afwijkende haren niet meer terug. Vooral als er veel haarzakjes zijn, kan dit een tijdrovend karweitje zijn. 

Doordat het verwijderen gebeurt onder zo optimaal mogelijke omstandigheden (stilliggende hond, goed licht, speciale loepbril), blijkt nogal eens dat het aantal haartjes groter is en op meer plaatsen voorkomt dan aanvankelijk gedacht werd.

Ook als de omstandigheden optimaal zijn is het niet altijd mogelijk alle haartjes in ťťn sessie te verwijderen. Soms moet de behandeling herhaald worden. Vooral als er meerdere haarzakjes direct naast elkaar zitten kan het voorkomen dat niet met zekerheid in ťťn sessie alle haarzakjes definitief vernietigd kunnen worden. Bij jonge honden komt het tevens voor dat nog niet alle afwijkende haarzakjes ontwikkeld zijn en dus nog niet alle haren te zien zijn ten tijde van de behandeling, met als gevolg dat op een later tijdstip weer nieuwe haren tevoorschijn komen. 

De kosten en het succes hangen dus af van de leeftijd, het aantal haren wat aanwezig is en hoe groot ze zijn. Betreft het slechts enkele haren dan is het in het algemeen snel en goed in ťťn sessie te verhelpen.  

Het elektrisch epileren van afwijkende haren op de ooglidrand (ectopische  ciliŽn) wordt bij dierenkliniek ’t Ossehoofd met regelmatig uitgevoerd.

   

 

Haartjes op ooglidrand kunnen voor oogproblemen zorgen.

 

 

Electrische epilatie kan oplossing zijn.

                

   

 
Scheve kopstand

   

Inleiding
Een scheve stand van de kop is een neurologische afwijking die bij de hond nogal eens voorkomt. De afwijking wordt eigenlijk bijna altijd veroorzaakt door schade aan het evenwichtsorgaan (vestibulaire systeem). Omdat bij mensen vooral hersenbloedingen zich uiten in een halfzijdige verlamming, wordt vaak onterechte geconcludeerd dat het bij de hond ook om een dergelijke aandoening gaat. Helaas wordt deze verkeerde en te sombere diagnose vaak bij de hond gesteld, soms met alle gevolgen van dien. Daarom willen wij u graag over deze aandoening informeren.

Oorzaken

Gelukkig komen ernstige aandoeningen die bij de hond een scheve kop veroorzaken, slechts zelden voor.


Bij die ernstige aandoeningen kan worden gedacht aan:

  • Een storing in het evenwichtsorgaan. Kenmerkend hierbij zijn ritmische spontane oogbewegingen als gevolg van een aandoening van de evenwichts (vestibulaire) zenuw, die het binnenoor met de hersenen verbindt.
  • In de hersenen gelegen oorzaken. Deze gaan gepaard met uiteenlopende langzaam tot stand komende afwijkingen. De snelle oogbewegingen ontbreken hierbij.
  • Tumoren, hersentrauma en hersenbloedingen. Deze zijn allemaal zeldzaam bij de hond.
  • Infecties het midden- of binnenoor, soms als complicatie van een uitwendige oorontsteking. Deze infecties komen iets vaker voor.

Geriatrisch vestibulair syndroom
De meest voorkomende oorzaak van de scheve kopstand, vooral bij oudere honden, is echter het geriatrisch vestibulair syndroom. De oorzaak hiervan is nog onbekend. Omdat hierbij ook bij eventueel onderzoek na de dood geen structurele afwijkingen worden waargenomen, wordt ook wel gesproken van een idiopathische evenwichts (vestibulaire) aandoening.

Symptomen

  • Een plotseling scheve kopstand.
  • Evenwichtstoornissen.
  • Een onzekere gang bij het lopen en omvallen.
  • Ongecontroleerde snelle bewegingen van de oogbol (nystagmus). De pupil van het oog beweegt van links naar rechts of draait rondjes.
  • Misselijkheid, braken en verminderde eetlust.
  • Een leeftijd van 12.5 jaar of ouder.

Diagnose
Als uw hond dergelijke kenmerken vertoont, zal uw dierenarts een uitgebreid algemeen lichamelijk onderzoek doen. Om de andere hiervoor genoemde oorzaken van een scheve kopstand zoveel mogelijk te kunnen uitsluiten, wordt daarbij ondermeer gekeken naar eventuele neurologische symptomen en ziekten van de inwendige gehoorgang.
Indien de symptomen wijzen op het geriatrisch vestibulair syndroom, wordt aanvullend onderzoek voor meer zekerheid, zoals röntgenologisch onderzoek, meestal uitgesteld, omdat de verschijnselen van dit syndroom binnen enkele dagen zullen afnemen. Indien de symptomen niet snel verbeteren, is verder onderzoek geïndiceerd om andere oorzaken van de scheve kopstand geheel uit te kunnen sluiten.

Behandeling
Behandeling is meestal niet nodig. Zonder behandeling zullen de symptomen binnen 2-3 dagen verminderen. Eventueel kan wat ondersteunende therapie worden gegeven tegen de misselijkheid. De meeste dieren leren binnen 1 tot 2 weken de afwijking te compenseren en kunnen verder een normaal leven leiden. Een recidief van het geriatrisch vestibulair syndroom komt niet vaak voor. Wel kan het zijn dat de hond permanent een min of meer scheve kopstand houdt. Ook kan het dier last blijven houden van een wat onzekere gang bij het lopen.

Waarschuwing
Het beeld lijkt in eerste instantie altijd zeer ernstig. Dit komt vooral omdat we de ziekten van onze dieren afmeten naar de aandoeningen bij de mens, waarbij we bij dit soort symptomen vaak als eerste denken aan ernstige aandoeningen als hersensymptomen veroorzaakt door een infarct of een bloeding. Dergelijke aandoeningen komen bij dieren zelden voor.

En in bepaalde gevallen, zoals bij een tumor, zullen er naast de eerder beschreven verschijnselen vaak andere symptomen opvallen, zoals algemeen ziek zijn, verlamming van de aangezichtsspieren en het Horne Syndroom met het kenmerkende symptoom dat één pupil groter is dan de andere.

Voor er bij een scheve kopstand een te sombere diagnose wordt gesteld. moet eerst vast staan dat er geen sprake is van de meest waarschijnlijke oorzaak daar van: het geriatrisch vestibulair syndroom.

                                                                                                                     

   

 

 

Scheve kopstand ziet er ernstiger uit dan het is.

 

 

Scheve kopstand niet te vergelijken en verwarren met hersenbloeding.


 
Voorhuidontsteking bij de reu

   
Inleiding
Voorhuidontsteking of in vaktaal balanoposthitis is een veel voorkomend probleem bij reuen. De reu verliest hierbij steeds enkele druppeltjes pus uit zijn geslachtsopening. De hond zelf heeft er nauwelijks hinder van, maar zijn omgeving vaak des te meer.

Oorzaak
De oorzaak is een infectie van de voorhuid. Dit treedt heel makkelijk op omdat de omstandigheden binnen de voorhuid ideaal zijn voor de groei van  bacteriŽn. Het is er warm, vochtig en ook aan voedsel in de vorm van prostaatvocht is geen gebrek. Bovendien likt de seksueel actieve reu regelmatig aan zijn penis, wat ook voor de nodige infecties zorgt.

Voorkomen
Voorhuidontsteking zien we bij geslachtsrijpe reuen van alle rassen en alle leeftijden. Bijna alle reuen hebben er af en toe last van, maar bij sommigen neemt het echt hinderlijke vormen aan.

Diagnose
Het is niet moeilijk om vast te stellen of een reu een voorhuidontsteking heeft. Een blik op z'n geslachtsdeel is meestal voldoende om te weten hoe het ervoor staat. Bovendien verraadt de patiënt zich door een spoor van pusdruppeltjes achter te laten
en heeft hij veel aandacht voor dit gebied van zijn lichaam.

Andere mogelijk diagnosen
Andere redenen waarom een reu vocht uit zijn voorhuid kan verliezen zijn afwijkingen aan de voorhuid zelf, prostaatontstekingen en urinewegproblemen gepaard gaande met incontinentie.

Indien de klachten ineens optreden bij de oudere reu dan moet de voorhuid goed geÔnspecteerd worden op afwijkingen. Prostaatproblemen komen eigenlijk niet voor bij de jonge reu. Dit terwijl voorhuidontsteking typisch een klacht is van de seksueel actief wordende reu. Bij prostaatontstekingen is het vocht vaak wat bloederig.

Een eenvoudige maar wat onbekende methode om een prostatitis (prostaatontsteking) eenvoudig vast te stellen is via een urinekatheter een zogenaamd zuigbiopt nemen. Een standaard urinekatheter met een opening aan de zijkant wordt hiertoe rustig ingebracht totdat de urine juist afvloeit en de katheter dus in de blaas zit. Vervolgens wordt de katheter rustig enkele centimeters teruggetrokken. De opening van de katheter ligt nu in de prostaat. Met een injectiespuit wordt lichte onderdruk aangebracht waardoor de katheter zich vastzuigt in de prostaat. Door een kort rukje aan de katether wordt nu een beetje prostaatweefsel in de katheter gevangen wat geschikt is voor onderzoek. Veel reuen accepteren dit prima.

Behandeling

De behandeling bestaat uit het bestrijden van de infectie. Dit kan door in de voorhuid desinfecterende vloeistof aan te brengen (de zogenaamde voorhuid cleaners) of door te behandelen met antibioticahoudende producten. Het vervelende is alleen dat na het stoppen van de behandeling de klachten vroeg of laat weer terugkeren.

In veel gevallen is het castreren van de hond een praktische oplossing. Vooral als de voorhuidontsteking nog niet lang bestaat is dit eigenlijk altijd effectief. Als de kwaal al veel langer bestaat
zullen de klachten in ongeveer 20% van de gevallen niet geheel verdwijnen, maar meestal wel beduidend minder worden. 

Andere gevolgen van voorhuidontsteking
Door de voorhuidontsteking kan ook de buikhuid in de omgeving van de penis wat ontstoken zijn
. De buikhuid in de omgeving van de penis is dun en weinig behaard en kan door spatjes urine en door contact met de vele bacteriŽn en de pus uit de voorhuid verontreinigd worden wat kleine ontstekingen veroorzaakt. Vooral bij plassen op een harde ondergrond kan ook de binnenkant van de poten verontreinigd worden. Deze aandoening wordt wel eens verward met juveniele pyodermie (een lichte huidontsteking van vooral het liesgebied) maar verdwijnt als het plasgedrag aangepast wordt of de voorhuid wordt schoongehouden. Deze huidaandoening is te herkennen omdat deze rond de penis in ernst toeneemt wat met de juveniele pyodermie niet het geval is.

Urineweginfecties bij de reu
Soms wordt gedacht dat een voorhuidontsteking de oorzaak is van urineklachten bij de reu. Dit is een onjuiste gedachte. Opgevangen urine is moeilijk te beoordelen. Deze is altijd rijk aan bacteriŽn en puscellen zeker bij een reu met voorhuidontsteking. Voor ervaren dierenartsen is het eenvoudig om de blaas rechtstreeks door de buikwand aan te prikken en zo urine te verzamelen. Urine die op deze wijze is verkregen, is veel geschikter voor onderzoek.

Bij de teef is de plasbuis kort en mondt uit in de bodem van de vulva. Hierdoor kunnen bacteriŽn relatief makkelijk van buiten af in de blaas komen. Bij de reu is de plasbuis erg lang. Bovendien worden door het plasgedrag van de reu (vele kleine plasjes) de toch binnendringende bacteriŽn op tijd uit de plasbuis gespoeld.

Deze vorm van opstijgende urineweginfecties komen bij de reu dus eigenlijk niet voor. Reuen waarvan via de (gepuncteerde urine) een urineweginfectie is vastgesteld moeten dus altijd verder onderzocht worden. 

Urineweginfectie bij de jonge hond
De meest voorkomende oorzaken van urineweginfecties bij de jonge hond zijn geen voorhuidontstekingen maar achtergebleven navelinfecties. In de baarmoeder is de navel namelijk met de blaas verbonden. Infecties van de navel kunnen zich daardoor rond de geboorte via de navel nestelen in de blaas. Meestal zijn dit infecties met de e-coli bacterie. Deze zijn moeilijk te kweken en moeten langdurig met antibiotica moeten worden behandeld om definitief te genezen. Deze infecties vallen vaak pas op als de zindelijkheidstraining bij de nieuwe eigenaar problemen geeft.

Andere oorzaken van urineweginfecties bij de reu zijn blaasstenen, infecties elders in het lichaam zoals vechtverwondingen, ontstekingen van de kieswortel die via de bloedbaan de nieren bereiken of prostaatproblemen.

Wat het onderzoek ook oplevert bij een blaasontsteking, de voorhuidontsteking als oorzaak is zeer onwaarschijnlijk.


                                                                                                                     

   

 

 

 

Voorhuidontsteking bij reu kent meerdere oorzaken.


   
Vulva plooi ontsteking    

Bij klachten van de vulva zal de teef de neiging hebben hier aan te likken. Vooral als het gebied rond de vulva sterk geplooid en behaard is zal tussen de plooien snel een vochtige huidontsteking ontstaan.

Dit geeft verder irritatie en likgedrag en is bovendien vaak zeer pijnlijk waardoor de teef ook kan gaan schuren op de straat en deurmat.
Deze cirkel van irritatie-likken-ontsteking moet worden doorbroken.

Daarnaast moet er goed aandacht worden geschonken aan evt oorzaken:
Incontinentie
Zelfs enkele druppeltjes urine verlies in de slaap kunnen dit probleem in gang zetten. Urine vloeit tussen de plooien rond de vulva en veroorzaakt daar irritatie (urine brand).
Belangrijk is te weten wat de concentratie van de urine is. Als deze waterig is dan is het vaak vooral de hoeveelheid urine die een probleem vormt en moet er gezocht worden naar oorzaken van de weinig geconcentreerde urine.
Indien de urine normaal geconcentreerd is dan moet vooral gedacht worden aan een minder goed sluitende blaashals spier . Dit laatste komt vooral bij de oudere (gesteriliseerde) teef voor en kan vaak het meest succesvol behandeld worden met een lage  dosis  oestrogenen. Wel moet u bij de gesteriliseerde teef er zeker van zijn dat de baarmoeder bij “sterilisatie” geheel is verwijderd ( zie elders)

Plooi vorming
Plooi vorming rond de vulva verschilt sterk van ras tot ras. Daarnaast heeft de grote van de vulva flink invloed. Jonge honden die vroeg gesteriliseerd worden hebben vaak een diepliggende kleine vulva. Bij oudere honden is deze vaak groffer en is de huid ruimer. Bij dikke honden ligt de vulva ook vaak dieper.

Urineweginfecties
Urine weg infecties kunnen een branderig gevoel bij het plassen geven met likken na het plassen tot gevolg. Let op: opgevangen urine bevat vaak sporen van een ontsteking uit de vulva en het gebeid daarom heen. De conclusie blaasontsteking kan dan ook niet goed gemaakt worden met opgevangen urine. Bij deze patiŽnten is het vaak beter om urine door middel van een punctie te verkrijgen. Met enige ervaring is dit pijnloos en eenvoudig te doen bij de meeste teven.

Vaginitis
Niet als een urine weg infectie kan een vaginitis (ontsteking van de vagina) likken veroorzaken..
 

 






Vicieuze cirkel moet doorbroken worden




Belangrijk is aandacht schenken aan de oorzaak

















Punctie is pijnloos en eenvoudig te doen








 

   



 

jlo sept 2013