|
|
||
| De bedoeling van deze pagina is een korte toelichting te geven op begrippen die in andere pagina's worden gebruikt. Woorden die in deze pagina worden toegelicht zijn herkenbaar aan het woord "Toelichting" dat verschijnt indien u met de cursor op dat woord gaat staan. |
||
|
adenovirus:
artroscopie |
||
| antibiogram: Na het kweek van een bacterie kan worden onderzocht welk antibiotica geschikt is om de betreffende bacterie te bestrijden. Dit overzicht van geteste antibiotica met hun resultaat wordt een antibiogram genoemd | ||
| artrose: artrose is een aandoeningen van de gewrichten waarbij het gladde kraakbeen oppervlak van de gewrichtsoppervlakken achteruitgaat en zich langs de randen botwoekeringen vormen. De aandoening gaat gepaard met ongemak stijfheid en pijn. | ||
| artroscopie: Operatietechniek waarbij door een kijkopening met een scoop (kijkinstrumentarium met lenzenstelsel) het gewricht wordt bekeken. Dit gebeurt onder algemene narcose. De betekenis in de diergeneeskunde is nog beperkt. Mede doordat de gewrichten klein zijn en er naast ene kijk gat ook nog openingen voor instrumentarium en dergelijke moeten worden gemaakt. | ||
| beenmergdepressie: Het beenmerg is gelegen in het binnenste van de lange beenderen, de beenderen van de poten de ribben. In dit beenmerg wordt door deling van stamcellen, de bloedcellen gemaakt. De rode bloedcellen, de witte bloedcellen en de bloedplaatjes. Bij een beenmerg depressie worden deze bloedcellen niet meer gemaakt. Indien de rode bloedcellen niet meer gemaakt worden leidt dit tot een bloedarmoede | ||
| bloedarmoede: Het bloed bevat vloeistof met diverse eiwitten (Plasma) en bloedcellen. Het merendeel van deze cellen in het bloed bestaat uit rode bloedcellen. Deze rode bloedcellen zijn verantwoordelijk voor het transport van zuurstof en de afvoer van koolzuur naar en van alle delen van het lichaam. De rozerode kleur van bijvoorbeeld het mondslijmvlies, wordt bepaald door de aanwezigheid van deze rode bloedcellen. Ben je bleek dan zijn er te weinig rode bloedcellen door een gebrek aan bloed (bijvoorbeeld shock) of te weinig rode bloedcellen. Bleke slijmvliezen zijn daarom altijd ernstig. | ||
|
Biologische
beschikbaarheid van eiwitten: Alle eiwitten
zijn opgebouwd uit (een 20 tal) aminozuren. Als een eiwit een hoge
biologische beschikbaarheid heeft (bijvoorbeeld een kippen ei) wil dat
zeggen dat de verhouding van de aminozuren ideaal voor het lichaam is om te
gebruiken voor het aanmaken van eiwitten. Is de biologische
beschikbaarheid laag, dan kunnen de eiwitten soms als brandstof worden gebruikt
om via de nieren als afvalstof
(ureum)
het lichaam te verlaten. |
||
|
Boosteren van vaccinatie:
Bij een eerste
vaccinatie (primo vaccinatie) reageert het afweersysteem vaak maar
kort en onvoldoende. Door deze prikkel te herhalen voordat deze reactie van
het afweersysteem is verdwenen (vaak al enkele weken later) ontstaat door
het geheugeneffect van het afweersysteem een tweede, veel sterkere reactie.
Niet alleen geeft dit een betere afweer maar ook blijft de afweer na zo'n
booster veel langer in stand. Het jaarlijks (of 2-f 3 jaarlijks afhankelijk
van het vaccin) herhalen van de vaccinatie voordat de reactie uit het
geheugen van het afweersysteem is in feite ook een booster. Wanneer deze
herhalingsvaccinatie te laat wordt gegeven is het niet met zekerheid te
zeggen of het afweersysteem hier voldoende op reageert en kan het beter zijn
de vaccinatie te herhalen alsof het een eerste vaccinatie betrof. |
||
|
bordetella-
bronchiseptica:
Deze bacterie bij zowel bij
de kat, de hond en de mens voor. Echter de verschillende stammen worden
nauwelijks uitgewisseld. Er is dus geen echt besmettingsgevaar tussen mens,
hond en kat. Reeds korte tijd na de infectie worden de trilharen
in de luchtwegen vernietigd waardoor de natuurlijke afweer van slijm en vuil
stil komt te liggen met hevig hoesten en een bronchitis tot gevolg.
Antibiotica komt eigenlijk altijd te laat om de schade aan de trilharen te
voorkomen, maar dient vooral om een bronchitis te voorkomen. |
||
|
Bronchitis: Ontsteking van de diepere
luchtwegen. zie ook
luchtwegen |
||
| Ctenocephalides felis: De katten vlo. Deze komt zowel voor bij de kat als bij de hond (en de mens). Andere vlooiensoorten bestaan wel mar zijn zeldzaam. Kleine vlooien zijn de mannetjes, de grote vlooien de vrouwtjes. Deze zijn zo groot door de enorme aantallen eieren zie ze kunnen leggen. Een uit het ei komende vlo larve kan nog niet springen en leeft eerst van huidschilfers, totdat ze groot genoeg zijn om bloed te zuigen. Vlooien kunnen net als muggen veel ziektes overbrengen en zijn een veel grotere bedreiging als veel huisdierbezitters zich realiseren. | ||
|
doxycycline: Antibioticum behorend tot
de tetracycline groep. Is werkzaam tegen een groot aantal bacteriën (en
chlamydia), maar remt deze alleen in hun groei en doodt ze dus niet. Hierdoor
wordt de darmflora niet snel verstoord. Het is veilig in gebruik en
kent nauwelijks bijwerkingen (niet geschikt voor nierpatiënten) (zie ook de
bijsluiter van ronaxan). |
||
|
drager: Een drager is een dier wat is
geïnfecteerd met en ziekte kiem zonder dat deze er zelf (merkbaar) ziek van
is. Een drager is een besmettingsbron voor andere dieren |
||
| Ehrlichiosis: is een
infectieziekte die vooral honden treft en in veel mindere mate ook mensen en
katten. Ehrlichiosis wordt veroorzaakt wordt door micro-organismen van de
groep der rickettsia. De infectie wordt door tekenbeten overgebracht en kan
worden behandeld met antibiotica (doxycycline)
|
||
| Electro Cardio
Gram: afgekort als ECG. Het samentrekken van de hartspier
gaat gepaard met kleine elektrische stroompjes welke aan de buitenkant van
het lichaam zijn te meten. De hartspier trekt samen in een vaste volgorde, wat
te zien is in vaste vorm van de elektrische activiteit (PQRST
complexen). Een afwijkende elektrische activiteit wijst op een afwijkende
manier van samentrekken van het hart. De waarde van een ECG voor het
opsporen van hart ziekten is heden ten dage beperkt en verdrongen door het
echoapparaat. Het ECG is vooral nog van belang voor het opsporen van ritmestoornissen. |
||
| Electro
Encephalo Gram: afgekort als EEG. Hersenactiviteit
gaat gepaard met kleine stroompjes welke aan de buitenkant van de
schedel meetbaar zijn. Het vastleggen van deze elektrische activiteit heeft
waarde bij het opsporen van hersenaandoeningen en is vooral van belang bij
onduidelijke gevallen van epilepsie. Het EEG is iets anders dan het ECG. |
||
|
elleboogdysplasie:
Een groep (aangeboren) aandoeningen van het ellebooggewricht, welke
worden veroorzaakt door een ontwikkelingsstoornis doordat tijdens de groei
de gewrichtsoppervlakken die samen de elleboog vormen (bovenarm (humerus),
ellepijp (ulna) en spaakbeen (radius)) onvoldoende op elkaar aansluiten, met
verkeerd gebruik, beschadiging en artrose tot gevolg.
enostosis: Groeipijn. Pijn in de botten
veroorzaakt door onvoldoende zuurstof in het botweefsel. De pijn is dan ook
te vergelijken met spierkramp. Door een relatieve overmaat aan kalk wordt er
tijdens de botgroei onvoldoende bot afgebroken, waardoor de doorvoeropeningen
voor de bloedvaten in het bot onvoldoende meegroeien en bloedtoevoer
onvoldoende wordt. Dit is een deel van de gevallen zichtbaar op de
röntgenfoto. Vooral de (Canadese) herders zijn hier gevoelig voor. |
||
|
epileptiform:
Aanval behorende bij epilepsie.
Dat wel zeggen: wijzend op een storing in de hersenen (zie ook algemene info
over
epilepsie). |
||
| Gegeneraliseerde
aandoening: Tegenhanger van een locale
aandoening. Een gegeneraliseerde aandoening is een aandoening die een groot
deel van het betreffende orgaan betreft. Zie ook systemische aandoening .
|
||
|
glaucoom of grauwe staar: Dit is een
oogaandoening waarbij de druk in het oog oploopt: dit kan niet alleen
erg pijnlijk zijn, maar veroorzaakt ook blijvende blindheid. Niet te verwarren met staar. Roodheid en knijpen van het oog is
een reden om op korte termijn met uw huisdier langs te komen. Bij katten
wordt deze aandoening nogal eens veroorzaakt door een te hoge bloeddruk. |
||
|
heupdysplasie:
Een groep van (aangeboren) aandoeningen van het heupgewricht welke worden
veroorzaakt door een ontwikkelingsstoornis van de kop van het dijbeen (femur)
en de bekkenkom (acetabulum) ovoldoendwaardoor tijdens de groei de
gewrichtsoppervlakken onvoldoende op elkaar aansluiten met verkeerd gebruik
beschadiging en artrose tot gevolg. In tegenstelling tot vroeger is
deze aandoening tegenwoordig altijd goed te behandelen. Horner syndroom: Een aandoening van het zenuwstelsel waarbij verschillende zenuwen betrokken zijn welke lopen naar de pupil, het derde ooglid, het bovenste ooglid en de borstkas. Meest opvallende is een ongelijke pupil en een sloom kijkend oog. De verschijnselen kunnen duiden op problemen in het oog, de borstkas of in het halsgebied. Bij onder andere de Golden Retriever kan deze aandoening ook zomaar idiopatisch optreden. |
||
|
incubatie tijd: De tijd die verloopt
tussen het contact met de smetstof en de eerste verschijnselen van een
infectie. Gewoonlijk duurt dit uren tot dagen maar bij een rabiës kan deze incubatie tijd wel 2 jaar bedragen. |
||
|
histamine: Stoffen die betrokken zijn bij
processen in het zenuwstelsel, het maag-darmkanaal en de afweer. De stof kan
vrijkomen uit mest of mastcellen bij contact met stoffen buiten het lichaam
en kan zo ontstekings- of allergische reacties veroorzaken. |
||
|
hypofyse: Of wel
hersenaanhangsel is een klier kleiner dan een halve centimeter middenin het
hoofd, die vele hormonen afscheidt. Deze hormonen kunnen rechtstreeks invloed
uitoefenen op het lichaam zoals oxytocine of groeihormoon, maar ook weer
invloed uitoefenen op andere hormoonklieren zoals de schildklier en de
bijnier. |
||
|
Hypoglycemie Ook wel kortweg "hypo"
genoemd. Een te laag bloedsuiker, waardoor met name het zenuwstelsel niet
meer goed functioneert. Oorzaken narcose, te weinig eten bij kleine rassen
(chihuahua) of een overmaat aan insuline. In het laatste geval kan een
levensgevaarlijke situatie ontstaan met als gevolg,
epilepsie en coma |
||
|
idiopatisch: Een veel gebruikt woord in combinatie met een aandoening.
Dit woord geeft alleen maar aan dat de aandoening optreedt zonder
aanleiding en ook zonder dat een oorzaak bekend is. |
||
|
ivermectine: Breedspectrum anti-parasitcum
behorende tot de groep van de avermectines. In het algemene
zeer veilige middelen die werken op het zenuwstelsel van een groot aantal
parasieten, waaronder: mijten, wormen, luizen en vlooien. Echter weer niet
werkzaam tegen teken en lintwormen. Modernere varianten van ivermectine zijn Stronghold (selecmectine) en Milbemax
(milbemecine). De avermectines zijn zo veilig, omdat ze bij zoogdieren niet kunnen doordringen tot
het zenuwstelsel wat van het lichaam gescheiden wordt door de "bloed-hersenbarrière".
Voor sommige hondenrassen waaronder de Collie geldt dit echter niet .
Deze
overgevoeligheid vindt zijn oorsprong in het ontbreken van
het
MDR-2
enzym in het lichaam van
deze dieren, waardoor Ivermectine giftige bijwerkingen kan geven. MDR-2
deficiëntie is bekend bij collie-achtige honden (zoals de
bordercollie, en schotse collie), maar ook bij bijvoorbeeld
de (witte) Zwitserse Herdershond. MDR-2 deficiëntie is
tegenwoordig vast te stellen in het bloed.
Ivermectine is alleen als injectiepreparaat of als wormmiddel voor landbouwhuisdieren en paarden te verkrijgen |
||
|
Ixodes Ricinus: de schapenteek is in
Nederland de meest voorkomende teek die zich niet alleen op schapen maar op
veel andere zoogdieren en de mens voedt. Onterecht wordt hij soms ook wel
hondenteek genoemd. De teek is vooral ook bekend als overbrenger van de
lymeziekte in Nederland. De teek vervelt driemaal en moet voor iedere vervelling een bloedmaaltijd gebruiken, die meestal van drie verschillende gastheren zal komen. Teken gaan extreem zuinig met hun energie om en kunnen meer dan een jaar zonder eten. De schapenteek komt vooral in vochtige gebieden met ruige begroeiing voor, meestal op zandgrond. Duin en heide met vochtige plekken zijn een ideaal leefgebied voor deze teken. |
||
| Leishmania is een bloedparasiet van het geslacht van trypanosome protozoa. De parasiet wordt verspreid door zandvliegen rond de Middellandse zee. (zie ook Leishmania ) | ||
|
|
||
|
Longoedeem: Indien
het longweefsel meer vocht als normaal bevat dan wordt dit longoedeem
genoemd. Er zijn twee groepen oorzaken van longoedeem: 1) Een stagnerende
bloedsomloop door bijvoorbeeld hartproblemen, trombose of tumoren of 2) een
beschadiging van het longweefsel, door bijvoorbeeld infectie met bacteriën
schimmels of wormen, irritatie door inademing, beschadiging, trauma door
bijvoorbeeld aanrijding. Het vocht kan zich ook ophopen in de borstkas en
zit dan meer tussen de longen. Longedeem gaat vaak gepaard met een
moeilijker ademhaling en hoestklachten. Voor longoedeem wordt ook vaak de
wat verwarrende term vocht achter de longen gebruikt. |
||
|
Lumps (Cervical Lymfeadenitis) Liquor punctie: De hersenen en het ruggenmerg zijn omgeving door vliezen met daarbinnen vocht: de liquor. Punctie van liquor kan hersenvliesontstekingen en soms ook ontstekingen van de hersenen aan het licht brengen. Deze punctie kan het best gebeuren onder narcose. |
||
| meningitis: Ontsteking van het hersenvlies. Deze kan veroorzaakt worden door bacteriën, virussen (hondenziekte), maar ook door een storing in het afweersysteem. Voor de juist behandeling is onderzoek van liquor nodig | ||
|
mycophyt:
Uiterst veilig schimmeldodend middel voor uitwendig gebruik. In 2008 in
Nederland uit de handel genomen |
||
|
Luchtwegen
de luchtwegen bestaan uit de neus(rhinitis), de
keel (pharynx), het strottenhoofd (larynx), de luchtpijp, de diepere
luchtwegen (bronchiën) en longblaasjes (alveolie). Onstekingen aan de neus heet rhinitis, keel: pharyngitis, strottenhoofd: laryngitis, luchtpijp: tracheitis, diepere luchtwegen: bronchitis en longblaasjes: alveolitis. Bronchiën, longblaasjes en tussenliggende longweefsel (het interstitium) vormen samen de longen. Een longontsteking wordt een pneumonie genoemd. |
||
| MRD2 gen: Een van de vele genen bij honden die verklaren waarom sommigen honden heel anders reageren op medicijnen dan alle andere honden (zie ook ivermectine). Sommige rassen worden hierop gecontroleerd voordat hiermee gefokt mag worden. | ||
Narcose: Een goede algehele narcose wordt gekenmerkt door uitschakeling van bewustzijn, pijn, reflexen en spierspanning. Hoe dieper de narcose hoe meer functies worden uitgeschakeld en hoe belangrijker het is om al deze functies te bewaken en te ondersteunen. oestrogenen: Vrouwelijke hormonen die een belangrijke rol spelen bij de vrouwelijke geslachtskenmerken, de voortplantingcyclus en de dracht. Ook mannelijke dieren maken kleine hoeveelheden oestrogenen; het is echter onduidelijk welke functie ze bij mannelijke dieren hebben. Vogels maken onder invloed van oestrogenen speciaal calciumrijk mergbot aan dat dient als voorraad voor het eierenleggen. OCD
(osteochondrose):
Osteochondrose is een aandoening van het bot (osteo) en het kraakbeen (chondro). Het kraakbeen vormt de bekleding van het bot in de gewrichten en wordt in de
groei van het onderliggend bot gevormd en gevoed. Indien er tijdens de groei
iets misgaat met dit proces, komt het kraakbeen los van het bot te liggen
of laat het zelfs helemaal los. Het andere deel van het gewricht en de gewrichtsvloeistof
hebben dan rechtreeks contact met het onderliggend kale
bot. Dit is zeer pijnlijk. |
||
|
otoscoop: Instrument met lamp en
vergrootglas waarmee de gehoorgang en het trommelvlies kunnen worden
beoordeeld. |
||
|
para-influenza:
Kan net als
bordetella
kennelhoest bij honden geven. Para influenza is, in tegenstelling tot
bordetella,
geen bacterie maar een virus. Tegen virussen bestaan nauwelijks
medicijnen.
Vaccineren
is de manier om deze ziekte te voorkomen en gebeurd standaard met de vaccinatie
cocktail. |
||
|
partus: Het geboorteproces, het werpen van
de jongen. Veel huisdiereigenaren hebben de neiging om de omgang met dieren
te vermenselijken (antropomorfisme) en gebruiken menselijke termen zoals
zwangerschap (drachtigheid) en bevallen voor partus of werpen. |
||
parvo-virus:
Diarree virus bij honden die het slijmvlies van de
darmen vernield en een hartspierontsteking kan geven, met vooral bij jongen
honden veelal dodelijke afloop. Waarschijnlijk ontstaan uit het parvo virus
bij de kat: kattenziekte. |
||
|
pneumonie De longen bestaan
uit 2 helften met iedere meerdere delen (longkwabben). Bij een longontsteking
(pneumonie) zijn de longblaasjes aangetast. De longblaasjes zorgen voor de
overdacht van zuurstof naar het bloed en koolzuur uit het bloed. Een
longontsteking waarbij een groot deel van de longen is ontstoken kan daarom
dodelijk zijn. Bij een dubbele longontsteking zijn niet alleen de
longblaasjes aangetast, maar ook het tussenliggende weefsel met de
bloedvaten. Dit is nog ernstiger. Zie ook: luchtwegen |
||
reconstructie: Het weer in de oorspronkelijke staat brengen, bijvoorbeeld de reconstructie van gebroken botten na een aanrijding. recovery: Het weer ontwaken na een narcose wordt de recovery genoemd. Tijdens de narcose zijn veel vitale functies zoals bewustzijn, slikreflexen, regulering van de lichaamstemperatuur, de bloeddruk en de ademhaling onderdrukt. Bij het ontwaken moeten deze functies goed in de gaten worden gehouden en zo nodig worden bijgestuurd. De tijd die een lichaam wat onder narcose is geweest hangt sterk af van onder andere de gekozen narcosemethode, de leeftijd, de lengte van de narcose, de tijd en ernst van de operatie, de algehele toestand voor operatie en de vitaliteit. Algemeen wordt de stelregel gehanteerd dat een dier alleen verantwoord mee naar huis kan als deze geheel hersteld is van de narcose. repositie, reponeren: Hiermee wordt het op zijn plaats brengen of leggen van organen of botten bedoeld. Bijvoorbeeld bij maagkantelingen, een heup uit de kom of bij een breuk in de botten. roesje:
Hiermee wordt een gedeeltelijke
narcose bedoeld waarbij bewustzijn, pijn, reflexen en spierspanning
slechts gedeeltelijk zijn uitgeschakeld. Ook wel sedatie genoemd. Met een roesje kunnen weinig
pijnlijk ingrepen en onderzoeken worden uitgevoerd. Hoewel ook een
roesje een risico heeft is dit bij juiste bewaking veelal klein.
Bovendien bestaan er voor de moderne middelen anti-injecties waardoor
de werking wordt opgeheven. |
||
|
ruggenmerg: Deel van het centrale
zenuwstelsel wat de spier en tastfunctie van de poten met de hersenen
verbindt. Het ruggenmerg bevat net als de hersenen zenuwcellen en
schakelcentra, waardoor het zelfstandig kan optreden in de vorm van reflexen. Bijvoorbeeld de kniepees-, pijn- en terugtrekreflex. |
||
|
sepsis:
Ook wel bloedvergiftiging genoemd. Dit is een ernstige vorm van een infectie
waarbij het afweersysteem niet kan voorkomen dat een massale hoeveelheid
virussen of bacteriën in de bloedbaan terecht komen en zo alle
organen kunnen aantasten. Verschijnselen van sepsis zijn, naast algemene
verschijnselen zoals hoge koorts, een veelal pompende ademhaling en een
snelle pols, afhankelijk van de aangetaste organen.
|
||
|
shock:
Dit woord wordt makkelijk en veel gebruikt, maar is een zeer lastig begrip.
Er bestaan veel verschillende vormen van shock: hitte shock, toxische
schok, neurogene shock en
septische shock. De overeenkomst
tussen eigenlijk al deze vormen van shock is dat de doorstroming van het
bloed niet in alle delen van het lichaam voldoende is. Indien deze
situatie lang duurt ontstaat ernstige schade aan weefsels door ophoping van
afvalstoffen en onvoldoende aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen. De
hersenen en hart zijn het meest gevoelig voor shock. Het lichaam zorgt er dan
ook voor dat de bloedsomloop in deze organen het langst op peil blijft. |
||
|
souffle (of souffel) Een geruis of
souffle aan het hart (souffle au coeur) is een geluid,
dat door onderzoek met een stethoscoop aan het hart wordt waargenomen. Een
geruis berust dikwijls op turbulente stroming van het bloed, en is
dan afwijkend. Oorzaken zijn dun bloed bloedarmoede, hoge bloeddruk (HCM) of wervelingen als gevolg van afwijkingen in de bloedstroom (kleplekkage, lekkage of extra verbindingen tussen beide harte helften, vernauwingen van de long (pulmonaal stenose) of lichaamsslagader (aorta stenose) , afwijkende bespiering van het hart (HCM)aangeboren afwijkingen. Puppy en kittens van enkele maanden hebben
veelal dunner bloed; Ruisjes op deze leeftijd hebben dus niet altijd
betekenis. |
||
| Staar : Met staar wordt een vertroebeling van de lens bedoeld. Dit kan het gevolg zijn van afwijkingen in de stofwisseling zoals suikerziekte, maar kan ook een ouderdomsverschijnsel zijn. Staar kan net als bij de mens geopereerd worden. Dit is echter zelden nodig voor het welzijn van het dier | ||
|
Sterilisatie Castratie:
Deze begrippen worden vaak door elkaar heen gebruikt, terwijl ze toch
heel verschillend zijn. Bij castratie worden de hormoonproducerende
organen, de teelballen en de eierstokken, verwijderd. Bij sterilisatie
worden de dieren alleen onvruchtbaar gemaakt, bijvoorbeeld door het
afbinden van de eileiders of de zaadleiders (hoewel er tegenwoordig
ook andere mogelijkheden zijn). Waarschijnlijk spreekt men gewoonlijk
van castratie bij mannetjes, omdat je goed kunt zien dat de teelballen
ontbreken, terwijl bij vrouwtjes, waarvan de eierstokken
en de baarmoeder zijn verwijderd, gewoonlijk wordt gesproken van
sterilisatie. Dit is dus eigenlijk foutief.
Streptococcus: De
Streptokokken (Streptococcus)is een
verzamelnaam voor bacteriën die microscopisch te
herkennen zijn doordat ze in kettingvorm (of in paren)
groeien. Streptokokken zijn zowel nuttige als
ziekmakende bacteriën voor mens en dier. Aan de
streptokokkensoort zijn bepaalde ziektebeelden verbonden.
De voor de mens meest kwaadaardige streptokok is de
S. pyogenes, de
vleesetende bacterie welke ook veel voorkomt bij abcessen van de kat. |
||
|
systemische aandoening:
Een gelokaliseerde afwijking die echter op meerdere
plekken voorkomt en daardoor het hele lichaam (het hele systeem)treft.
Bijvoorbeeld een bindweefselaandoening. of suikerziekte. |
||
|
Trauma : Dit is een ander woord voor
beschadiging va buitenaf. Het kan zowel een beschadiging van de geest de
psyche zijn (psychogeen trauma) als een werkelijk fysieke beschadiging zijn,
Bijvoorbeeld milt of lever of ruggenmerg trauma. |
||
| trepaneren: Het aanboren van een ruimte in het bot, bijvoorbeeld het middenoor, de voorhoofdsholte, de kaakholte. | ||
| trombose: Verstopping van een bloedvat door een bloedstolsel. Dit kan langzaam gebeuren of zeer acuut. Doordat het achterliggende gebied onvoldoende zuurstof krijgt ontstaat weefselschade hetgeen gepaard met (heftige) (kramp)pijn en algehele ziek zijn tot shock. Niet alleen het bloedstolsel is verantwoordelijk voor de pijnklachten maar ook het vrijkomen van allerlei ontstekingstoffen bij trombose. Het experimenteel (operatief) afklemmen van hetzelfde bloedvat geeft namelijk geen of nauwelijks klachten. Trombose is dan ook veel ernstiger dan alleen het afknellen van een bloedvat en is te vergelijken met het hartinfarct bij de mens. zie ook HCM) | ||
| Ureum een zeer eenvoudig stofje wat door de lever wordt gemaakt uit stikstof (N) en Waterstof (H) en dient om afgebroken eiwitten (aminozuren) kwijt te raken. De Nieren zorgen voor de afvoer. De hoeveelheid die de nieren (en lever) moet verwerken hangt niet alleen af van de hoeveelheid eiwit maar vooral van de biologische beschikbaarheid van het eiwit en is te beïnvloeden met (nier)diëten) | ||
|
vaccinatie,
vaccineren, enten: Bij vaccineren
wordt het dier in contact gebracht met een hoeveelheid
smetstof die niet ziekteverwekend is, met de bedoeling het afweersysteem zodanig te prikkelen dat er
afweer ontstaat tegen de verwante (echte) ziekteverwekker. Er bestaan verschillende
manieren om het dier in contact te brengen. Naast de bekende injectie met
een naald is het ook mogelijk de smetstof over te brengen via de neus (zie
Cliënteninfo
Hond vaccinatie kennelhoest en
Cliënteninformatie Kat bordetella) of via een uitgetrokken een wondje
in de huid bij bijvoorbeeld pokken vaccinatie. |
||
| verteringskwaliteit Dit is de mate waarin het voer of de grondstoffen verteerbaar is. Op het voer staan alleen "ruwe" gehaltes" aangegeven. Of het lichaam de grondstoffen kan verteren is hier niet uit op te maken. Onverteerbare grondstoffen hebben grote invloed op de damflora omdat ze als voedsel voor de daar levende bacterieen dienen. Winderigheid, maar ook stank slijm of dunne ontlasting kunnen louter het gevolg zijn van slecht of matig verteerbare grondstoffen | ||
| vasculitis: Ontsteking van haarvaten aan de randen van het lichaam, zoals de oorranden of de voetzolen. Deze ontstekingen kunnen allerlei oorzaken hebben. Meestal wijst deze aandoening op verstoringen van het afweersysteem door langdurige infecties, allergieën of overgevoeligheden. Maar een vasculitis kan ook het gevolg zijn van koude (bevriezing) of gifstoffen in de bloedsomloop | ||
|
wobbler-syndroom:
Bij deze aandoening treedt er door en overmatige calcium opname via het voer
onvoldoende afbraak en recycling van het eigen botweefsel op (te vergelijke
met enostosis)
met als gevolg een vernauwing van het ruggenmerg kanaal wat binnen de
hals wervels loopt waardoor het ruggenmerg beschadigd raakt en de (vaak
grote) honden verlammingsverschijnselen krijgen aan de achterhand die lijden
tot ataxie. Het beeld lijkt op dat van instabiliteit van de halswervels (cervicale
instabiliteit). Een aandoening waarbij de wervels tijden de beweging van de
hals niet altijd op hun plaats blijven waardoor eveneens het ruggenmerg in
de klem komt. De cervicale instabiliteit is niet goed zichtbaar op röntgen
foto's de Wobbler is in principe op de foto's zichtbaar te maken |
||
|
Ziekte van Weil:
Bacteriële infectie ziekte bij onder andere de hond,
de mens en het rund. Wordt vooral verspreid door urine (van de bruine rat).
De ziekte geeft bij en deel van de honden en mensen ernstige acute
verschijnselen van de buik met spugen, buikpijn, koorts en geelzucht. Hoewel
dit goed behandelbaar is met antibiotica, kan deze ziekte zo agressief zijn dat hulp
snel te laat komt. Reden om hier standaard tegen te vaccineren. |
||
|
Zoönose
Infectieziekte die van dier op mens of omgekeerd kan overgaan. |
||
|
|
||
|
||